Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 10 - Tijd van televisie en computer

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 1502 woorden
  • 31 oktober 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Paragraaf 1 – De Koude Oorlog

KA = De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

Koude oorlog  Periode van vijandschap tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie (1945-1989).

De Verenigde Staten en de Sovjetunie hadden een tegengestelde ideologie.

Verenigde staten Sovjetunie

Kapitalisme:

• Democratie

• Vrijemarkteconomie Communisme:


• Dictatuur

• Planeconomie

De Sovjetunie over de Verenigde Staten: Westers imperialisme.

- De Sovjetunie vond dat de Verenigde Staten bezig waren met de hele wereld economisch afhankelijk van hen te maken.

De Verenigde Staten over de Sovjetunie: Communistische wereldrevolutie.

- De Verenigde Staten waren bang dat langzaam maar zeker de hele wereld communistisch zou worden.

o Toen Stalin hielp met het verslaan van Duitsland, wilde hij zijn troepen niet terugtrekken. Zelf zei hij dat dit was om te zorgen dat de Sovjetunie niet opnieuw zou worden aangevallen, maar de Amerikanen vertrouwden het niet.

Blokvorming  Tijdens de Koude Oorlog vormden zich twee vijandige ideologisch tegengestelde blokken.


- De grens tussen deze twee blokken wordt ook wel ‘het IJzeren Gordijn’ genoemd.

Amerika komt met containmentpolitiek  De uitbreiding van het communisme moet vorkomen worden door het in te dammen. Dit gebeurt door middel van economische en militaire steun aan West-Europa.

Truman-doctrine  elk land dat zich bedreigd voelde door het communisme kon rekenen op Amerikaanse steun.

1949  China wordt communistisch (onafhankelijk van de SU).

- De Verenigde Staten schrikken zich rot, want ineens waren er honderden miljoenen extra mensen communistisch.

De containmentpolitiek van Amerika moest worden uitgebreid.

1945  Het proces van dekolonisatie kwam op gang in Afrika.

- De VS waren doodsbang dat deze onafhankelijk geworden koloniën ook communistisch zouden worden. Daarom bood de VS ook aan deze onafhankelijke koloniën steun.

Tussen de VS en de SU ontstond een wapenwedloop.

Wapenwedloop  Race om het sterkste wapenarsenaal te krijgen (vooral atoomwapens).

- Dit vergrootte de kans op een atoomoorlog.

- Dit zorgde voor wederzijdse afschrikking.

Belangrijkste conflicten tijdens de Koude Oorlog:

- Berlijn (1947–1989)

o Berlijn werd na WOII verdeeld onder de geallieerden, waarbij het westen van Berlijn onder controle komt te staan van de VS, Engeland en Frankrijk (kapitalistische landen), en het oosten van Berlijn onder de Sovjetunie (communistisch land). Dit westerse Berlijn lag midden in Oost-Duitsland, en dit stond ook weer onder controle van de Sovjetunie.

o Bekendste symbool: Berlijnse Muur.

- Koreaoorlog (1950-1953)

o In Korea ontstaat er een conflict tussen een communistisch noorden en een democratisch en kapitalistisch zuiden. Het noorden werd gesteund door de SU en China, en het zuiden werd gesteund door de Verenigde Staten. De VS leverden hier soldaten, waardoor ze wel in gevecht waren met het communisme, maar niet direct met de Sovjetunie.

- Cubacrisis (1962)

o Cuba ligt voor de kust van Florida. Het was een bondgenoot van de SU, en dus communistisch. De Amerikaanse geheime diensten kwamen er in 1962 achter dat de SU bezig was met het installeren van een raketbasis op Cuba, zodat ze daarmee de VS konden aanvallen.

o De Sovjetunie laat uiteindelijk de schepen met atoomwapens terugkomen, en deze werden dus niet geplaatst op Cuba.

- Vietnamoorlog (1945-1973)

o Ho Chi Minh (een communist) roept in 1945 de onafhankelijkheid uit in Vietnam. De Fransen strijden tegen deze Ho Chi Minh, maar als zij niet volhouden bemoeien de Amerikanen zich ermee. Juist ook omdat Ho Chi Minh een communist was.

o Vanaf 1965 wordt het een hevige strijd, want vanaf dan stuurt Amerika volop soldaten. 8 jaar lang wordt er verschrikkelijk gevochten, maar de Amerikanen weten de strijd niet te winnen, en zij trekken zich terug.

o In 1975 weet het communistische Noord-Vietnam het democratische zuiden in te nemen. Dit is een vergelijkbaar conflict als de Koreaoorlog.

Het einde van de koude oorlog  De wapenwedloop was voor de Sovjetunie niet vol te houden.

- 1985-1991  Gorbatsjov wordt de nieuwe leider van de SU.

Doelen van Gorbatsjov:

o Glasnost (openheid)  Alles moest openlijk besproken kunnen worden.

o Perestrojka (hervorming)  Verandering in economie en politiek om de Sovjetunie gezonder te maken.

Hervormingen van Gorbatsjov leiden tot meer vrijheid in Oost-Europa.

- Mede hierdoor wordt de val van de Berlijnse Muur veroorzaakt.

 

Paragraaf 2

KA = De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

Vanaf 1870  Modern Imperialisme.

Vanaf 1919  Verzet tegen de westerse hegemonie

Vanaf 1945  Dekolonisatie. Westerse koloniën worden onafhankelijk.

Hegemonie  Overheersing van de ene staat over de andere.

Dekolonisatie  De omvorming van gekoloniseerde gebieden tot zelfstandige, soevereine staten.

Dekolonisatie verloopt in 3 golven:

1. 1945-1953  Zuidoost-Azië/ Midden-Oosten.

2. 1951-1980  Afrika.

3. 1965-1975  Caraïben.

Oorzaken voor de opkomst van de nationalistische bewegingen:

- Economie

o Economische uitbuiting.

o Economische wereldcrisis van de jaren ’30.

- Politiek

o Geen inspraak in het bestuur.

- Cultuur

o Europees onderwijs van de elite.

o Beschavingsoffensief.

- Internationale ontwikkelingen

o Grootmachten Verenigde Staten en de Sovjetunie waren tegen het imperialisme.

 

 



Oorzaken voor dekolonisatie na 1945

Tweede Wereldoorlog

- Japan had laten zien dat westerse mogendheden te verslaan waren. Koude Oorlog

- Sovjetunie en Verenigde Staten wilden zoveel mogelijk bondgenoten.

Gevolgen van de dekolonisatie voor de nieuwe naties:

- Politiek

o Dictaturen en (burger)oorlogen.

- Economie

o Economische overheersing en uitbuiting door het westen gaat gewoon door, doordat er veel westerse bedrijven in de naties gevestigd zijn.

Paragraaf 3

KA = De eenwording van Europa.

Na WOII grote groei van West-Duitse economie  Zorgt voor angst voor een herleving van het Duitse militarisme.

- Schuman: Duitse en Franse kolen- en staalindustrie onder gemeenschappelijk bestuur. Zo konden ze elkaar in de gaten houden.

1952  Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).

1953  Europese Economische Gemeenschap (EEG).

o 1973: Denemarken, Groot-Brittannië, Ierland.

1973  Oliecrisis

- Stagnatie van de economie (tot 1985)

1992  Europese Unie + één Europese munt.

- Meer macht voor de Europese instellingen

Oorzaken EU:

- Belemmerende nationale verschillen moeten verdwijnen.

- 1990: Duitse eenwording.

2004  Uitbreiding van de EU met 10 lidstaten.

2005  Europese grondwet afgewezen.

o Macht van Europese instellingen gaat ten koste van nationale soevereiniteit

o Toetreding van armere landen is een bedreiging van de welvaart.

Paragraaf 4

KA’s:

- De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

- De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

1945-1955  Wederopbouw.

- Periode van schaarste.

Willem Drees (minister-president 1948-1958) zette dit op:

- Nederlandse regering stelt de lonen en prijzen vast.

o De lonen moeten niet te snel stijgen, want dat is niet goed het Nederlandse bedrijfsleven, maar tegelijkertijd moeten de prijzen ook niet te hard stijgen. Dit is niet goed voor de Nederlandse werknemers, maar ook niet voor de Nederlandse export.

- Nederlandse regering neemt de leiding bij het bevorderen van de industrialisatie.

- Opbouw van de sociale zekerheid.

o Uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom etc.

 



1955-1973  Ontstaan consumptiemaatschappij

- Groeiende welvaart.

o Toenemend autogebruik.

o Introductie van de televisie.

o Meer (buitenlandse) vakanties.

1973  Oliecrisis

- Einde van de economische groei (tot 1985).

- Afname van de industrie.

o Industrieel werk wordt verplaatst naar lagelonenlanden.

o Het werk wordt geautomatiseerd.

Vanaf 1995  Informatiemaatschappij (postindustriële samenleving):

- Van een industriële samenleving naar een informatiesamenleving.

Vooral vanaf de jaren ’60 grote sociaal-culturele veranderingen door toenemende welvaart.

- Ontkerkelijking en ontzuiling.

- Opkomst van jeugdculturen.

o Kritiek op de maatschappij.

o Generatieconflicten.

- Individualisering

o Toenemende vrije tijd.

o Toenemende mobiliteit.

o Opkomst televisie.

o Tweede feministische golf  sociale rechten van vrouwen.

Multicultureel  Een multiculturele samenleving bevat veel verschillende culturen die naast en door elkaar leven.

- Gaat vooral over afkomst van mensen.

Pluriform  In een pluriforme samenleving wonen veel verschillende groepen mensen naast en met elkaar. Er zijn verschillen in levensstijl, religie, afkomst, regio etc.

- Gaat vooral over de leefwijze van mensen.

Voordelen multiculturele pluriforme samenleving:

- Culturele verrijking.

o Als alle culturen door elkaar leven, dan pik je ook weer ideeën van een ander op.

- Economische impulsen door nieuwe contacten en nieuwe mensen die een bijdrage willen leveren aan de economie van een land.



Nadelen multiculturele pluriforme samenleving:

- Maatschappelijke spanningen.

o Als mensen niet met elkaar maar naast elkaar leven, kunnen er spanningen ontstaan.

- Maatschappelijk isolement van nieuwkomers.

Immigratiegolven:

- 1945-1960  Indonesië.

o Oorzaak = Dekolonisatie.

- 1960-1965  Spanje, Italië, Griekenland.

o Oorzaak = Arbeiders door toenemende welvaart en cultuur in Nederland.

- 1965-1973  Turkije en Marokko.

o Oorzaak = Arbeiders door toenemende welvaart en cultuur in Nederland.

- Vanaf 1975  Suriname.

o Oorzaak = Dekolonisatie.

- Vanaf 1990  Irak, Iran, Afghanistan, Joegoslavië etc.

o Oorzaak = Oorlog.

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.