Paragraaf 1 Democratie en cultuur

1918eind v.d. 1e wereldoorlog -> het Duitse keizerrijk hoorde bij de verliezers. Hongeren gebrek, opstanden en muiterijen.->Rusland 1917.
9 november 1918 -> de Duitse keizer treed af net als zijn Russische collega.
Dat betekende een revolutie. Er waren 2 partijen die om de m8 streden:
1. Communisten & radicale socialisten wilden: sovjetrepubliek
2. Sociaal-democraten & liberalen parlementaire democratie
Lenin had in Rusland met de communisten gewonnen, maar in Duitsland wonnen de democraten. D.m.v. het leger werden de communisten tegengehouden. Duitsland -> democratische republiek.

· In grondwet werden burgerrechten vastgelegd.
· Staatshoofd -> gekozen president.
· De gekozen president benoemde de regering.
· Ministers moesten voor alles wat ze deden toestemming van de volksvertegenwoordiging krijgen.
· De meerderheid v.d. volksvertegenwoordiging moest dus achter de ministers staan, anders konden ze niet regeren.

Na de 1e wereldoorlog moesten de Duitsers de oorlogsschade aan de overwinnaars betalen. -> kostte veel geld. + Duitsland verloor gebied in Europa en al zijn kolonies.
Ondanks dat ging het redelijk goed met Duitsland:
1919 : het volk koos een sociaal-democraat tot president
1925 : “ “ een oude generaal “ “
Onder hun leiding werden democratische regeringen benoemd.
Toch bleven veel Duitsers ontevreden over de afloop v.d. 1e Wereldoorlog. Er hoefde weinig te gebeuren om die ontevredenheid naar boven te laten komen.
1929: begin grote economische crisis ->
stijgende werkloosheid -> 1932: van de 66 miljoen Duitsers: 5,5 miljoen werklozen , 17 miljoen leefden in armoede.

Tijdens de 1e Wereldoorlog was er geen een vijandelijke soldaat Duitsland binnengekomen. De oorlog was uitgevochten i.d. loopgraven van Noord-Frankrijk en België. De nederlaag v. 1919 -> grote schok voor Duitsers. Vooral voor Hitler.
Mensen als Hitler vonden dat de oorlog verloren was door muiterijen en opstanden in 1918. Hitler: communisten goed, socialisten slecht. Door de socialisten had Duitsland de oorlog verloren, vonden mensen als Hitler. Hij vond de nieuwe democratische republiek niks. Ze wilden dat de keizer er nog was.
Om het sterke Duitsland terug te krijgen, richtten de ontevreden nationalisten politieke partijen op, bv. de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeidspartij.NSDAP
1920 -> Hitler leider van NSDAP. Het NSDAP-programma was:
Wij eisen:
1. de vereniging van alle Duitsers in een groot rijk.
2. afschaffing v.h. oneerlijke vredesverdrag.
3. land en koloniën voor ons volk.
4. staatsburgerschap alleen voor echte Duitsers van Duits bloed, niet joden.
NSDAP kreeg weinig stemmen.
1923: Hitler probeerde een staatsgreep, mislukte. Hij werd gevangengezet. In die tijd schreef hij het boek Mein Kampf-> vol teksten tegen joden en communisten. Hij schreef dat beslissingen uiteindelijk moeten worden genomen door een man. Het boek maakte weinig indruk. Toen hij uit de gevangenis kwam -> nog steeds bijna geen stemmen.
Vanaf 1930 : zijn aanhang groeide snel. Dat kwam door de crisis en de werkloosheid.
1933: Hitler -> minister-president.
Na de rijksdag: de volksvertegenwoordigers stemden in met Hitlers plan om hem dictator te maken.

1934: dood van president Hindenburg. Hitler ging zichzelf Führer noemen.
Alle partijen verboden, behalve NSDAP. Politieke tegenstanders -> gearresteerd+in concentratiekampen gegooid. De knokploegen van de nazi’s, de SA en de SS gebruikten terreur en bijna niemand durfde zich te verzetten.
In het NSDAP partijprogramma stond dat alle Duitsers in een groot rijk moesten wonen en meer land moesten krijgen. Dat kon niet zonder oorlog. De dictatuur van Hitler liep uit op een grote oorlog in Europa: de Tweede Wereldoorlog. Deze keer was er wel in Duitsland gevochten, en de Duitsers merkten dat ze aan het verliezen waren. Duitsland werd bezet door overwinnaars. Het land en de hoofdstad Berlijn werden opgedeeld in vier zones.
De vier bezetters van Duitsland hadden afgesproken om een eind te maken aan het nationaal-socialisme en Duitsland weer democratisch te maken, maar ze konden het niet eens worden op welke manier ze dat zouden doen.
3 bezetters uit het Westen:
Een democratie betekent:
1. een grondwet met burgerrechten
2. een volksvertegenwoordiging met meerdere partijen
3. ministers die regeren met instemming van de volksvertegenwoordiging.


Volgens Rusland betekende democratie:
1. geen ruziemakende partijen
1 partij die goed v.d. belangen v.h. volk kon opkomen, de communistische partij.
Steeds vaker werden zaken apart geregeld voor de 3 westelijke zones en de Russische zone.
1949 -> In de westelijke zones werd een democratische republiek gesticht: de Bondesrepubliek Duitsland.
Na de stichting van de Bondesrepubliek besloten de Russen in hun zone ook een staat op te richten: de Duitse Democratische Republiek (DDR).
De staat was niet erg democratisch. De communistische partij had er de leiding.
De leider van de communistische partij was zo m8ig, dat het eigenlijk een dictatuur was net zoals in Rusland.
1989 het DDR bestuur kon de dictatuur niet meer overeind houden, vooral omdat de Sovjetrepubliek de DDR niet meer steunde. Toen dat duidelijk werd gingen de mensen in de DDR demonstreren tegen de dictatuur. Ze klommen in Berlijn over de muur. De democraten eisten democratie. Duitsland werd weer een groot democratisch land.

Paragraaf 2
De economische crisis was een belangrijke oorzaak van de m8sovername door de nazi’s. Er was werkloosheid, er werd honger geleden.
Dawes-plan 1924: Om Duitsland te helpen bij het betalen van de hoge oorlogsschulden had de Amerikaanse bankier Dawes in 1924 een plan bed8. Door aan Duitsland geld te lenen, zou iedereen profiteren. Zie blz. 108.

Paragraaf 3

Hitler:
· Meer landbouwgebieden
· Meer gebieden met grondstoffen
= “levensruimte voor het Duitse volk.” Duitsland was economisch afhankelijk van de wereldmarkt.

1938 maart : Oostenrijkse nazi’s zorgden ervoor dat hun land zich bij Duitsland aansloot.
Dat was wat Hitler wilde: alle Duitsers thuisbrengen in een rijk.
Daarna eiste Hitler van Tsjecho-Slowakije het Sudetenland ( Tsjechisch grensgebied waar Duitsers wonen). Er ontstond daardoor een conflict, en om dat op te lossen vergaderden de regeringsleiders van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië in München.
Nadat Hitler beloofde geen verdere gebiedsuitbreidingen te willen, kreeg hij z’n zin. Frankrijk&Groot-Brittannië hoopten dat hierdoor de vrede gered was. De Tsjechische regering voelde zich hierdoor verraden. De vrede zou niet lang meer duren.

1939 1 september : Hitler viel zijn volgende doel aan: de Poolse gebieden waar Duitsers woonden.
Groot-Brittannië&Frankrijk gaven niet meer toe: ze verklaarden Duitsland de oorlog.
Polen werd veroverd.
1940: Hitler opnieuw in de aanval : Noorwegen, Denemarken, België, Nederland, Luxemburg werden snel bezet. In juni ook Frankrijk. Groot-Brittannië was nog over in de strijd vs. Duitsland.

Hitler wilde de Duitse “levensruimte” uibreiden in Oost-Europa, omdat:
· Dunbevolkte landen
· Weinig industrie
· Veel voedsel
· Veel grondstoffen

Om economisch afhankelijk te worden moest Duitsland beschikken over de graan -en oliegebieden van de Sovjetunie.
1941 22 juni : Hitler viel de Sovjetunie binnen. De Duitsers marcheerden snel op en bedreigden de grote steden (Sint-Petersburg=Leningrad, Moskou, Stalingrad) . In Stalingrad werd in de winter 1942/43 een zware veldslag uitgevochten. Vanaf januari 1943 werden de Duitsers teruggedreven door de Russen.
1941 december : Groot-Brittannië kreeg steun van de VS (daarvoor was GB in hun eentje).
De Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbor op Hawaï was plotseling overvallen door Japanners. Omdat Japan een bondgenoot v. Duitsland was, verklaarde Duitsland ook de oorlog aan de VS.
1942&43 : in Groot-Brittannië werd een grote invasiem8 opgebouwd., die in 1944 aan land ging in Normandië (Noord -Frankrijk). Het Duitse leger moest nu op 2 fronten vechten.
1945 mei : Duitsland gaf zich over nadat de Russen Berlijn hadden veroverd en Hitler zelfmoord h
had gepleegd.

2e wereldoorlog : veel bezette gebieden, o.a. Nederland. In bezette gebieden : fascistische ideologie. De bewoners moesten kiezen : aanpassen , in verzet gaan, of meewerken.
Aanpassen : grote groep.
In verzet gaan : kleine groepjes pleegden aanslagen of verspreidden krantjes. (verboden)
Meewerken : grotere groep (maar kleine minderheid) werkte met de bezetters mee. =
Collaboratie = meewerken met een vijand.
In Nederland : er +- 80.000 leden in de Nationaal -Socialistische Beweging a.h. eind v.d. oorlog.
NSB = enige toegestane politieke partij.
Als NSB’er moest je bijv. burgemeester worden.

Stralingsziekte = gevolg van door atoombommen verspreide radioactiviteit.

1945 : Harry Truman werd gevraagd : atoombommen tegen Japanse steden? Hij zei ja.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.