1.1: Wat zijn de kenmerken van de leefwijze van jagers-verzamelaars?
- Stenen werktuigen
- Rondtrekken in kleine groepen
- Hutten en tenten
- Jagen en verzamelen
- Grafgiften
1.2.1: Wat zijn de oorzaken van de Neolithische Revolutie?
- Het ontstond in het Midden-Oosten
- De landbouw
- Overgang verzamelen- jagen → landbouw
- Meer opbrengst
- Klimaatverandering
- Overvloed aan dieren/planten nam af
1.2.2: Hoe verspreidde de Neolithische Revolutie zich?
- Niet genoeg landbouwgrond in Midden-Oosten
- Mensen trekken weg naar verre gebieden
- Verspreiding (kwamen terecht in o.a. Europa)
1.2.3: Wat waren de gevolgen van de Neolithische Revolutie?
- Meer voedsel
- Specialisatie
- Ruilhandel
- Niet meer rondtrekken
- Boerderijen van hout en steen
- Landbouw werktuigen
- Dorpen en steden
1.3: Wat waren de verschillen tussen het jagen- verzamelen en de landbouw?
zie 1.2.3.
paragraaf 2
2.4: Waarom is Mesopotamië de bakermat van de landbouwsamenleving met vroegstedelijke elementen?
- Stadsstaten
- Veel inwoners
- Hiërarchische opbouw van de samenleving
- Godsdienstig centrum
- Specialisatie
2.5: Noem enkele vroege steden en de kenmerken van deze steden.
Vroegere steden: |
Kenmerken (niet stedengebonden): |
Uruk |
Godsdienstig centrum |
Eridu |
Schrift |
Nippur |
Hiërarchische opbouw van de samenleving |
Ur |
Specialisatie |
paragraaf 3
2.6: Wat zijn de overeenkomsten tussen de tijd van jagers-verzamelaars en Egypte?
- Tekeningen op de wanden
- Grafgiften (ook grafgiften lag aan je status)
2.7.1: Wat zijn de kenmerken van de stedelijke gemeenschappen?
zie 2.4 en 1.2.3.
2.7.2: Hoe kun je deze (2.7.1) beschrijven in de geschiedenis van Achetaton?
- Godsdienstig centrum = Tempels
- Schrift = Egyptisch schrift
- Specialisatie = Egypte kende grote steden, dus specialisatie
- Vorst = Farao
2.8.1: Wat zijn de kenmerken van een natiestaat?
natiestaat = alle macht ligt bij 1 persoon (het is niet gelijk verdeelt)
2.8.2: Hoe kun je dit (2.8.1) beschrijven aan de hand van het oude Egypte?
- Farao (neemt alle besluiten)
- Achnaton roept een compleet nieuwe god in het leven.
- Er bestond een sociale piramide
Opdrachten H-1:
paragraaf 1
1) a: rondtrekken, hutten/tenten, grafgiften
b: specialisatie, dorpen/steden, boerderijen
c: overgang jagen-verzamelen naar landbouw, klimaatverandering
d: nomadisch = je hebt geen vaste woonplaats
sedentair = je hebt een vaste woonplaats
e: aan de hand van werktuigen en hoeveelheid bezittingen
2) a: Darwin
b: evolutietheorie
c: hij is een creationist
d: niemand geloofde nog in de evolutietheorie
3) - Het was makkelijker te vinden
- Mensen hadden meer bezittingen
4) boeren: 1 en 6
jagers-verzamelaars: 2-5
paragraaf 2
1) a: 11
b: Waarom was er geen specialisatie onder jagers- verzamelaars?
2) Er draaide een groot deel om godsdienst
3) a: Hiërarchische opbouw, godsdienstig centrum, specialisatie en schrift
b: Hiërarchische opbouw= je kon als boer veel spullen bewaren, hoe meer spullen hoe hoger je status was.
Godsdienstig centrum= Er werd meer geproduceerd. Er ontstonden priesters.
Specialisatie=Doordat er meer voedsel was konden mensen wat anders doen
Schrift = Doordat er specialisatie was en mensen wouden communiceren om bijvoorbeeld te handelen ontstond er schrift
paragraaf 3
1) a: Land met een duidelijk bestuur
b: De farao neemt alle beslissingen
c: Hij heerste over 1 heel Egypte
d: Door een nieuwe god in het leven geroepen
e: Narmer, het is nu nog steeds 1 Egypte
2) Er moesten wetten worden gemaakt
4) Het gebeurde later, dus was het makkelijker te vinden. (In een hogere aardlaag, schrift enz.)
5) Egypte kreeg ipv het polytheïsme het monotheïsme.
REACTIES
:name
:name
:comment
1 seconde geleden