Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hoofdstuk 1: Op weg naar de brandstapel

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3049 woorden
  • 23 april 2007
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Paragraaf 1.1

Ongeluk werd toegeschreven aan bovennatuurlijke krachten. Met magie probeerde tovenaars die krachten te beheersen.
Magie: het uitvoeren van een ritueel om op een bovennatuurlijke manier een resultaat te bereiken.
Witte magie: magie met een positieve bedoeling.
Zwarte magie: magie die bedoelt is om iemand schade toe te brengen.

Godsdienst: het vereren van hogere machten of goden, meestal in groepsverband.
- geen scherpe scheiding tussen godsdienst en magie, omdat magiërs soms goden aanroepen terwijl godsdiensten soms magische rituelen kennen.


Duivelaanbidding: het aanbidden of vereren van de duivel.
(duivel belangrijk deel van het christelijke geloof)
hekserij: het bedrijven van witte of zwarte magie.
Vanaf de late middeleeuwen is hekserij zwarte magie in combinatie met duivelverering.

Volkscultuur: de manier waarop mensen in een samenleving vorm geven aan hun dagelijkse leven, met name de beschavingen van lagere klassen. Daarin spelen gemeenschappelijke normen, waarde en rituelen een belangrijke rol.

In de samenleving onderscheiden we verschillende sociale lagen.
Sociale lagen: groepen in de samenleving die op economisch en sociaal gebied verschillen.
- elitecultuur: beschaving van hogere klassen (rijke en geleerde)
- volkscultuur: cultuur van boeren en ambachtslieden


15e/16e/17e eeuw veel reden om tegen het kwaad te strijden.
Het was een tijd van epidemieën, oorlogen en hongersnoden. Ook werden de gevestigde opvattingen aan het wankelen gebracht door de strijd tussen protestanten en katholieken.

Een elite van juristen en theologen ontwikkelde het denkbeeld dat de heksen de duivel vereerde. Een collectieve duivelverering is nooit aangetoond.

Voor het ontstaan van de heksenwaan in europa waren drie voorwaarde nodig:
1. de ideeën over witte en zwarte magie
2. de gedachten over duivelsverering
3. nieuwe aanpak van het strafproces

witte en zwarte magie:
Grieken en Romeinen lieten hun priesters magische rituelen verrichten. Medici steeds moeilijker te onderscheiden van tovenaars. Vrouwen die liefdesdranken en vergif maakte, konden zich in dieren veranderen en ’s nachts vliegen.
Europa:
Oude wijze vrouwen die voor het gewone volk een maatschappelijke behoeften vervulde werden gezien als heksen. Je kon ze om raad vragen, ze konden helpen als je ziek was en ze konden je tegen ongeluk beschermen.over het algemeen werden heksen getolereerd of slechts licht gestraft, omdat ze in maatschappelijke behoeften verzagen.De kerk dacht in het begin makkelijk over heksen. Ze vonden het heidens en bijgelovig gebruik om heksen te verbranden.

Naast het christendom waren er nog meer godsdiensten. De kerkvaders noemde de goden van de andere godsdiensten duivels.
Kerkvaders: vooraanstaande kerkelijke schrijvers in de eerste eeuwen na Christus.
Ook hierdoor is het beeld dat men van de duivel had, beïnvloed. De duivel werd afgebeeld met de hoeven en horens en de dierlijke trekken van de Griekse god Pan en de Keltische godheid Cernunnos.
Volgens christelijke schrijvers waren demonen het gevolg van de duivel.
Vanaf de 12e eeuw verschenen er boeken over magie (sleutel van Salomo). Magiërs en alchemisten beweerden dat met de dingen die in die boeken stonden goud konden maken. Meestal hadden ze daarbij de hulp van demonen nodig. Deze duivels deden niets voor niets dus moesten ze een verbond met hen sluiten.
Alchemist: iemand die aan scheikunde deed voordat dit een wetenschappelijke basis had. Die persoon was meestal op zoek naar een manier om goud te maken of het leven te verlengen.

Theologen concludeerde dat ze hun trouwe dienst weggaven die alleen voor god bestemt was en dat ze dus ketters waren. Een reden voor de inquisitie om zich met het probleem te gaan bemoeien.
Inquisitie: kerkelijke rechtbank voor het berechten van ketters en heksen.

De meeste rechters waren dominicanen, de meest geleerde broeders uit de middeleeuwen.
Dominicanen: leden van de orde van predikheren, opgericht door de heilige Dominicus.

Paragraaf 1.2:

de inquisiteurs waren gewend om groepen godsdienstige sekten te vervolgen. Zoals de katharen in het begin van de 13e eeuw.
Katharen: ketterse beweging uit de 12e en 13e eeuw, die streefde naar een zuiver en sober leven.
ze pakten de duivelverering dan ook aan alsof het een georganiseerde godsdienst was.

In het begin waren er grote verschillen tussen de verhalen over de heksensabbats die door Europa gingen, maar na verloop van tijd kwamen ze op 1 lijn door de juiste activiteiten van de inquisiteurs.
Een inquisiteur werd wel eens in een ander land ingezet. Als hij dan weer terug kwam had hij meer kennis en zo zorgde de cultuur van de internationale elite voor de verspreiding van denkbeelden. De publicatie van handboeken voor de vervolgingen van heksen speelde daarbij een belangrijke rol. Het eerste boek dat een breder lezerspubliek bereikte was de Malleus Maleficarum of hamer van de zwarte magiërs (1486), van de hand van twee inquisiteurs: Henricus Institris en Jacob Sprenger.

Beschuldigingen van het kant van het volk hadden een andere oorzaak. Ze vond het moeilijk om te accepteren dat juist hun kinderen ziek werden of hun vee ziek werd terwijl ze net ruzie met de buren hadden. Ze geloofde dat er zwarte magie werd bedreven en beschuldigde daarom hun buren van hekserij. Door bekentenissen over duivelverering drongen de denkbeelden daarover langzaam door. Sommige monniksoorten zagen het als hun plicht het volk te waarschuwen voor hekserij, dat deden ze door middel van preken.

Het volk gaf een persoon aan, de inquisiteurs brachten in de loop van het proces de duivelverering naar voren. Door pijniging kregen zij vaak bekentenissen los.

Paragraaf 1.3:

In de 15e en 16e eeuw geloofde het volk dat de heksen vlogen en dat demonen aan ze verschenen. De elite twijfelde hier wel aan en ze vonden de verandering van het lichaam in een dier ook een illusie. Egyptologe Margaret Murray beweerde dat heksen zogenaamde aanhangers waren geweest van een voorchristelijke vruchtbaarheidsgodsdienst (dit is nooit bewezen waar te zijn).
Ze schreef dit in haar boek the witch cult in western Europe (1921) De katholieke kerk vreesde de invloed van het concurrerende geloof en zei dat de leiders van de cultus ‘duivels’ waren en dat de cultus dus een duivelvereniging was.

Paragraaf 1.4:

Zonder de verandering in de rechtspraak zou de heksenjacht nooit zo’n grote omvang hebben gekend. Eerst was er een accusatiore proces.
Accusatoire proces: procesvorm waarbij het noodzakelijk is dat een particulier persoon een aanklacht indient.

Vanaf de 13e eeuw ontwikkelde het inquisitoire proces.Met dit soort proces kon de overheid een onafhankelijk onderzoek beginnen.
Inquisitoire proces: procesvorm waarbij de overheid het initiatief voor vervolging neemt.

Meestal werd foltering gebruikt om bekentenissen af te laten leggen. Schuld werd zo eerder bekent en meer mensen konden veroordeeld worden. De kerk wilde nooit zoveel mensen laten vervolgen, ze wilde alleen maar een paar afgedwaalde schapen bekeren.
Maar in de 15e eeuw nam het gezag van de kerk erg af en kort na 1500 toen de hervorming begon werd het nog minder. Vanaf 1550 vonden vervolgingen vooral plaats voor de plaatselijke rechtbank. Ze beschouwde hekserij als een misdaad tegen de maatschappij. Volgens hun werd god door duivelaanbidding zo vertoornd dat hij de hele samenleving zou straffen. In kleine gemeenschappen werden de heksen vaker veroordeeld omdat de hysterische bevolking hen aanspoorde om resultaten te laten zien.

Paragraaf 2.1

Rond 1500 is de elitecultuur onder de invloed van het humanisme.
Humanisme:stroming die de rooms-katholieke kerk wilde zuiveren en die leidde tot het ontstaan van nieuwe, protestantse kerken.
Humanisten geloofde wel in magie, maar niet dat men met behulp van de duivel kon toveren. Deze ideeën leefde slechts bij een deel van de elite. Het humanisme kon de heksenvervolging dus wel afremmen maar niet tegenhouden. In de 16e eeuw namen vervolgingen zelfs toe. Daar zijn verschillende oorzaken voor, namelijk:
- godsdienstige conflicten
- economische oorzaken.

In het begin van de 16e eeuw ontstonden er scheuringen tussen de katholieke kerk en divers protestantse gemeenschappen. De protestantse gemeenschappen begonnen te groeien en toen werd het conflict erger. De katholieke kerk stelde tegen over de reformatie de contrareformatie.
Reformatie: de kerkvorming in de 16e eeuw die leidde tot afsplitsing van de rooms-katholieke kerk.
Contrareformatie: beweging in de rooms-katholieke kerk om de kerk zelf te zuiveren en de hervorming te bestrijden.
Beide kerken beschuldigde elkaar ervan dienaars van de duivel te zijn. De grootste heksenvervolging vond in Duitsland plaats en viel samen met de 30jarige oorlog.
Dertigjarige oorlog: bloederige godsdienstoorlog in het Duitse rijk, die duurde van 1618 tot 1648.

De top van de vervolgingen valt samen met een ingrijpende economische en sociale verandering. Door ontdekkingsreizen kwam er een grote hoeveelheid goud en zilver uit Amerika om munten van te maken. Dit leidde tot grote inflatie.
Inflatie: waardedaling van het geld door het toenemen van de hoeveelheid geld of door het stijgen van de prijzen.
Doordat het verschil tussen arm en rijk scherper werd hing er een sociale spanning is de lucht. Het aantal verdachtmakingen nam toe. Dat kwam onder andere doordat er steeds meer rampen de mensen trof. En ze moesten iemand daar toch de schuld voor geven. De bestuurders van steden en dorpen maakten zich zorgen om de sociale onrust onder het volk. De enige manier om de rust terug te krijgen was het vervolgen van heksen.

Paragraaf 2.2:

Aan het einde van de 16e eeuw zijn er tussen de 50 000 en 60 000 mensen op de brandstapel geëindigd. De helft van de beschuldigde werd namelijk meestal weer vrijgesproken of kreeg een lichte straf.
De engelse stelde minder mensen terecht dan de rest van Europa, dit kwam omdat in Engeland de inquisitore procesvorm en de foltering niet waren doorgevoerd.

In de republiek der Nederlanden was het aantal vervolgingen te verwaarlozen. Dit kwam omdat ze door de handel veel contact hadden met handelaars uit andere landen en dus met een andere geloofsovertuiging.De oorlog met Spanje (1568 – 1648) kostte ook veel aandacht.
Vooral in kleine dorpen kwamen veel vervolgingen plaats. De mensen waren hier meer op elkaar aangewezen en als ze dan ruzie hadden was het makkelijk om je buren te beschuldigen van hekserij.

Paragraaf 2.3:

het is verkeerd om te denken dat er alleen maar oude vrouwen werden aangeklaagd. Mannen, echtparen en moeders met hun dochters, werden soms ook veroordeeld wegens hekserij. Dit beeld is ontstaan omdat 3 kwart van de veroordeelde vrouwen waren.

Er werden meer vrouwen dan mannen veroordeeld om de volgende redenen:
- vrouwen waren naast huisvrouw, ook in verzorgende beroepen aan het werk.Zo kon de heks makkelijk aan ongedoopte kinderen komen die zij volgens het volk nodig had om aan de duivel te offeren.

- Vrouwen werden als dommer en zwakker gezien dan mannen. Ze zouden daarom makkelijker slachtoffer kunnen worden van de duivel en sneller toegeven aan seksuele begeerte. Mannen dachten in die tijd dat vrouwen onverzadigbaar waren op seksueel gebied en de duivel had onbeperkt seks te bieden.

- Vrouwen die werkten hadden meestal geen man. Er was dus niemand om ze te beschermen, ze waren dus kwetsbaar

De verdachten kwamen meestal uit een lagere klasse. Ze werden ervan verdacht andere bronnen van welvaart te zoeken,
Meeste aangeklaagden waren ook niet meer jong. Ze waren geestelijk minder gezond en praatten soms in zichzelf. Men dacht dat ze toverspreuken mompelden.Zo werd het heksen profiel: een oudere vrouw, zonder man, arm, leeft geïsoleerd en heeft een stekelig karakter.
Astrologie: de theorie dat hemellichamen invloed hebben op het karakter of de levensloop van mensen.

Paragraaf 2.4:

Profiel van de heksenjacht:
- Voorwaarden: Mensen moesten er wel van overtuigd zijn dat er hekserij en zwarte magie bestond. De plaatselijke rechtbank moest zich met de hekserij mogen bemoeien.
- Oorzaken: Mensen moesten wel geloven dat misoogsten, noodweer, epidemieën en oorlogen veroorzaakt werden door heksen.
- Aanleiding. Er moest zich een concreet voorbeeld voordoen. Dat deed dienst als een startschot voor de vervolging.
- Verloop: er moesten heksen worden aangewezen, er moesten vervolgens bekentenissen worden afgedwongen door middel van marteling.
- Straf: De voorkeur van straf ging uit naar de brandstapel. Door middel van vuur vernietigde je de duivel.

De gebruikelijke folteringen (martelingen) waren de verdachten ophijsen aan de armen die op de rug waren gebonden, iemand uittrekken op een pijnbank of ladder, duimschroeven aandoen, de verdachte volgieten met water, het samenknellen van de voeten in of iemand dagenlang beroven van slaap. Iedereen begreep dat foltering kon leiden tot valse bekentenissen en daarom werden er duidelijke beperkingen gesteld.
- Er moest altijd 1 ooggetuige van de misdaad zijn en er mocht maar 1 keer gemarteld worden.
De invloed van de duivel leek zo’n grote bedreiging voor de samenleving dat men de beperkingen negeerde of omzeilde. Zo werden de martelingen niet herhaald maar onderbroken om ze de volgende dag voort te zetten. Dreigen met langdurige pijn was ook voldoende voor een bekentenis.
veel mensen gaven voor foltering toe omdat ze bang waren voor de pijn of in de hoop een mildere straf te krijgen.

Heksenproeven werden gedaan om er achter te komen of iemand een heks was zonder een bekentenis af te hoeven dwingen. De machthebbers kregen in de gaten dat ze met meer processen de ontevredenheid van het volk konden kanaliseren en de agressie over de wantoestanden in de maatschappij konden afleiden van de bezittende en overheersende klasse. De elite nam daarom de vervolgingen stevig in handen. Ze dwongen de verdachten om andere heksen aan te geven.
Als er aan iemands schuld werd getwijfeld werd er vaak een lichte straf, zoals verbanning, gegeven. Een groot deel werd vrijgesproken en de andere beklaagden die schuldig werden bevonden werden gedood op de brandstapel.

Paragraaf 3.1:

In de loop van de 17e eeuw namen de heksenprocessen af en begonnen en er steeds meer intellectuelen te beweren dat heksen helemaal niet bestonden.
Humanisten bleven ook in de 2e helft van de 16e eeuw protesteren tegen de heksenvervolgingen. Johannes Wier de arts van de Hertog van Gulik uit Nederland schreef in 1563 De praestigiis daemonum en toonde daarin aan dat heksenvervolgingen onlogisch waren. De ideeën van Wier werden door Reginald Scot uitgewerkt in het boek The discoverie of witchcraft uit 1584.

In de 17e eeuw ontwikkelde zich het empirisme.
Empirisme: stroming in het denken die berust op waarneming, zowel met het blote oog als met instrumenten zoals telescoop, microscoop en weegschaal.
Deze stroming vertrouwde op waarnemingen om achter de waarheid te komen. Op terreinen waarop het empirisme niet kon worden toegepast vertrouwden de nieuwe denkers op het verstand. Dat heet rationalisme, ook wel verlichting genoemd in de 18e eeuw.
rationalisme: stroming in het denken dat berust op het gebruik van verstand.
Verlichting: benaming voor het rationalisme in de 18e eeuw.

De Nederlandse dominee Balthasar Bekker schreef in 1691 in De betoverde wereld dat de rampen en ziektes door de natuur werden veroorzaakt en niet door heksen, hij ontkenden net als Wier de duivel niet maar volgens hem zat de duivel opgesloten in hel en kon die vandaar uit niet ingrijpen in het leven op aarde.
Toch bleven de mensen in heksen geloven, maar het rationalisme had wel grote invloed op de rechtspraak. Rechters drongen bij rechtspraak er op aan dat er meer logica werd gebruikt. Er werden hogere eisen gesteld aan de bewijzen.
Vanuit de centrale overheid kwamen er nieuwe wetten en regels. Uiteindelijk werd de vervolging van heksen in bijna heel Europa beperkt of verboden. Het volk geloofde nog wel in hekserij maar de elite trok zich wat dat betreft uit de volkscultuur. Waarschijnlijk is het kritisch nadenken wel een beetje doorgedrongen in de belevingswereld van het volk. Dat blijkt o.a. uit dat het fanatisme in geloofszaken minder werd en de mensen verdraagzamer werden tegenover personen met andere ideeën.

Paragraaf 3.2:

ook na de heksenjacht bleef het volk in heksen geloven. In de 19e eeuw nam de belangstelling voor het boven natuurlijke weer toe en werd er veel over heksen gepraat. Dit volksgeloof ging samen met bezoeken aan waarzegsters, handlezers en oproepers van geesten.
De rechtbank van Posen in Polen was in 1793 een van de laatste die mensen wegens hekserij liet terechtstellen en veroordelen. Later namen de particulieren het recht in eigen handen.
Uit de heksensabbats die nog gehouden worden blijkt dat hekserij nog steeds voort bestaat. Dit was pas mogelijk toen je niet meer voor hekserij werd vervolgt. De aanhangers beweren dat ze de middeleeuwse heksencultus voortzetten. Maar dat heeft nooit bestaan.
Ze grijpen wel terug naar een traditie maar die is korter. In de 19e eeuw hunkerde romantische mensen uit de elite naar geheimzinnige avonturen en bovennatuurlijke verschijnselen. Dit leidde tot het spiritisme en occultisme maar ook tot het nabootsen van hekserij.
Spiritisme:
Occultisme:

Geheime genootschappen voerden godsdienstige plechtigheden uit waarbij sensatie een belangrijke rol speelde. De bekendste magiër was Aleister Crowley (1875-1974), die zichzelf ‘het beest’ noemde en het einde van het christendom aankondigde. Het was geen volkscultuur. De publicaties van Margaret Murray over een vruchtbaarheidsdienst hebben erbij toegedragen dat hekserij weer werd beoefend.

Paragraaf 3.3:

de overheid jaagt niet meer op duivelvereerders maar de staten deden wel dingen die aan heksenjachten doen denken.Zoals bijv.:
- de processen tegen homoseksuele mannen in de 18e eeuw.
- De jodenvervolging die in de 20e eeuw plaats vond leek er ook erg op.
- Communistische landen kenden de zuiveringen van de partijleden die als vijanden van volk werden beschouwd..
- De acties tegen communisten in Amerika in de jaren 20 en 50 leken ook veel op heksenjachten.
Door de Russische revolutie in 1917 ontstond er bij de Amerikanen een angst voor links (red scare).
Red scare:de angst voor communistische samenzweringen onder de eigen burgerij in de Verenigde Staten.
Er kwam een jacht op communisten en anarchisten. Toen de revolutie uitbleef stopten de jacht ook voor een tijdje.

- De grootste vervolgingen zijn die van tussen 1950 en 1954.Er waren grote overeenkomsten met de heksenjachten. De voorwaarden waren aanwezig. De oorzaak was vooral de koude oorlog tussen de VS en de Sovjetunie. De aanleiding was dat Joseph McCarthy beweerde dat er communisten in het bestuur van de VS zaten. Het verloop was merkwaardig. Er werd een onderzoek in gesteld. Er werd vastgesteld dat er geen communisten in het bestuur zaten. Door gebruik te maken van zijn voorzitterschap wist McCarthy veel ambtenaren te verhoren en zelf in de publiciteit te blijven. Ondanks dat hij niet met overtuigende bewijzen kon komen, werden er mensen ontslagen en terechtgesteld. Zo probeerde ze de mensen onder druk te zetten om andere aan te geven.Er kwamen niet veel terechtstellingen maar er volgenden wel ontslagen, gevangenisstraffen en enkele zelfmoorden en veel reputaties bleven beschadigd.

McCarthy maakte de fout door in een massaal verhoor ook militairen aan de kaak te stellen. Ze vormden echter een onaantastbaar onderdeel van de elite. Men zag in welke brute tactieken hij gebruikte, en de senatoren vonden de moet om hem te veroordelen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.