Hoofdstuk 1: Jagers en Verzamelaars

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1529 woorden
  • 1 maart 2015
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Hoofdstuk 1: Van jagen en verzamelen naar landbouw



1. Prehistorie is de tijd tot er door of over een volk wordt geschreven. De oudste skeletten van mensachtigen zijn gevonden in oost-Afrika en van ongeveer 2 miljoen jaar geleden. Deze mensachtigen zijn apen die door klimaatverandering een andere ontwikkeling door maakten. De eerste ‘mensen’ noemen we Australopithecinen.





Etnische groep is een groep mensen met lichamelijke kenmerken die anders zijn dan bij andere groepen, oftewel erfelijke kenmerken (zoals huidskleur). Elke etnische groep heeft een andere cultuur. Cultuur is het denken en doen van een groep. Cultuurverschillen onstaan doordat groepen een andere geschiendenis hebben. Tot cultuur behoren:





  • Hoe mensen in hun levensonderhoud voorzien en hun inkomsten verdelen (economie);




  • Hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan (sociale omstandigheden);




  • Hoe mensen de macht onderelkaar verdelen (politiek);




  • Andere onderdelen of uitingen van een cultuur zoals godsdienst, taal, onderwijs en wetenschap kunst, rechtspraak en sport.







Alle groepen begonnen met Jagen en Verzamelen. Hierbij deden de mannen de jacht en het vissen en de vrouwen het verzamelen van eetbare vruchten en planten. Ze verzamelden voedsel voor een korten tijd en waren hier dan de hele dag mee bezig. Ze leefden maar kort op 1 plek, omdat na een tijdje het voedsel in dat gebied op was en ze dan weer verder moesten trekken. Ze hadden eenvoudige werktuigen en leefden in kleine groepjes, waardoor er niet een baas nodig was. Deze mensen geloofden in Magie en Goden om zo onverklaarbare dingen te verklaren, wat ze een gevoel van veiligheid gaf.





2. In de geschiedenis zijn 2 vernieuwingen van enorme betekenis. Eerst de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw (akkerbouw en veeteelt). De tweede belangrijke vernieuwing is de overgang van landbouw naar industrie. In veel westerse landen hebben beide vernieuwingen al plaatsgevonden, maar in veel niet-westerse landen is landbouw nog steeds het belangrijkste middel van bestaan.





Akkerbouw en veeteelt werden voor het eerst ongeveer 7000 jaar voor Chr. in het midden-oosten bedreven. De mens heeft bijna 2 miljoen jaar van jagen en verzamelen geleefd. Vondsten hebben aangetoond dat er op meerdere plaatsen in de wereld landbouw zelfstandig is uitgevonden.





In het Midden-Oosten ontdekte men het eerst hoe men door te zaaien het volgende jaar kon oogsten. Ook werd daar als eerst ontdekt hoe je sommige dieren kan temmen en als ‘huisdier’ kan houden. Daardoor hoefden de mensen niet meer rond te trekken, hierdoor ontstonden dorpen. Een dorp is een kleine nederzetting waar de meeste inwoners leven van akkerbouw en veeteelt. Na een tijdje leverde de landbouw zoveel op dat niet iedereen meer boer hoefde te zijn. In grote dorpen begonnen mensen hierdoor ook andere beroepen uit te voeren (ambachten). Sommige grote dorpen groeiden uit tot steden. Steden zijn plaatsen waarin de meeste mensen niet meer in de landbouw werkten. Door de verschillende beroepen, profiteerde niet iedereen meer in de zelfde mate, gevolg: gelaagde samenleving.  





In Mesopotamië (irak nu) ontstonden langs de rivieren de Eufraat en de Tigris de eerste steden zoals Oer, Nineve en Babylon. Eerst waren de landen en het omliggende gebied zelfstandig, maar sommige politieke leiders slaagden erin gebieden samen te voegen, hierdoor ontstonden er staten (Soemerië en Babylonië). Een staat is een land met duidelijke grenzen waarin een kleine groep mensen de rest van de bevolking bestuurt. Koningen en Priesters hadden in die staten de meeste macht.  Zo’n 5000 jaar geleden kregen de bestuurders behoefde aan schrift en ontstond het in het Midden-Oosten. Koningen konden dankzij het schrift hun wetten overal bekend maken en laten vastleggen hoeveel belasting er binnen moest komen en er daadwerkelijk binnenkwam. Handelaren hielden bij wat ze verkochten en legden handelsafspraken vast. Ook konden mensen nu hun gedachten en kennis opschrijven voor de volgende generaties.





Na Mesopotamië ontstonden ook steden langs de Nijl, hierdoor kwam de staat Egypte tot stand. Ook in China langs de Gele rivier ontstond een landbouwgemeenschap. Vanuit dit gebied hebben vroege heersers steeds verderaf gelegen gebieden veroverd. Op deze manier wilden ze zich beschermen tegen de steeds weer terugkerende invallen van Nomandische volken aan de grenzen.





Over het gebied waar ons land is ontstaan, hebben de Romeinen in de eerste eeuw na Chr. geschreven. Hunebedden zijn de bekendste monumenten uit de Prehistorie van Nederland. Hunebedden zijn graven voor mensen uit een heel dorp. Onderzoekers denken dat de mensen door de hunebedden hun voorouders een huis wilden geven en wilden vereren. De hunebedden zijn gebouwd in de periode 3500 - 2700 voor Chr. Deze samenleving was schriftloos en weten we dus weinig over.





3. Tussen 5000 en 4000 voor Chr. ontdekten jagers en verzamelaars in het vruchtbare Nijldal dat zij zaden van wilde gewassen konden bewaren en opnieuw zaaien. Ook slaagden zij erin wilde dieren te temmen en te gebruiken als trekdieren en als voedsel. De egyptenaren leerden de rivier te beheersen met dammen, dijken en sloten. Hierdoor kregen ze meer vruchtbare grond. De beheersing van het water word de waterhuishouding genoemd, daarvoor waren veel werkkrachten en een goede organisatie nodig. Elk dorp had een aparte regeling, maar er waren ook samenwerkingen (nodig) tussen verschillende dorpen. Hierdoor ontstonden grote gebieden geleid door een koning. Rond 3100 voor Chr. waren er nog 2 bestuursgebieden: Boven-Egypte en Onder-Egypte. Koning Menes van Boven-Egypte wist er 1 staat van te maken waar hij Farao van werd.





De farao had geen om alle besluiten zelf te maken dus nam ambtenaren in dienst: mensen die de farao helpen met het bestuur. Alle ambtenaren samen vormden het bestuursapparaat. Burgers moesten belasting afstaan, moest werkzaamheden verrichten. In oorlogstijd moesten velen als als soldaat dienen. Voordelen waren dat waterhuishouding goed was geregeld, men werd beschermd tegen vijanden en dat men naast landbouw ook andere beroepen kon kiezen.





Er werd geweld gebruikt om grenzen te beschermen of om grondgebied te veroveren voor de eigen bevolking of voor de roem van een koning. Geweld om als arm volk te kunnen profiteren van de welvaart van een ander volk. In 30 voor Chr. kwam er voor een lange tijd een einde aan Egypte als zelfstandige staat. Het romeinse leger bleek sterker en nam Egypte over. De laatste farao, Cleopatra, pleegde zelfmoord door een drankje met giftige planten en opium, lang werd gedacht dat ze zich had laten bijten door een giftige cobra maar dit is niet waar.





De ongelijkheid onder de bevolking nam toe. De kleine groepen van Jagers en Verzamelaars hadden geen leiding nog, zolang ze maar voedsel hadden. Er moest in de dorpen veel worden geregeld en hierdoor kregen sommige mensen meer macht dan andere. Ook wisten sommige meer grond te krijgen dan andere. Hierdoor ontstond een standensamenleving. Iedereen komt door zijn geboorte in een bepaalde laag terecht en de lagen verschillen van elkaar in aanzien, macht en grond.



(VOOR DE DUIDELIJKHEID KAN JE OP PAGINA 19 OOK EEN PLAATJE ZIEN MET DE GELAAGDE SAMENLEVING)





De Egyptenaren kenden de oorsprong van de Nijl niet, ze begrepen ook niet waarom hij elk jaar overstroomde en verzonnen hier goden voor. De farao, die oa de leiding over de waterhuishouding had, werd ook als god vereerd. Hij gaf ook leiding bij oorlogvoering en kon alle mannen oproepen voor het leger. De Egyptenaren bouwden voor alle goden die ze vereerden tempels. Priesters verzorgden deze tempels en leidden de verering van de goden. Zij hadden veel invloed op de Egyptenaren, doordat ze veel grond bezaten waar de boeren op werkten.





Egypte was verdeeld in 42 verschillende districten met elk een gouverneur. Soms zette een van de gouverneurs of generaals de farao af en riep zichzelf tot farao uit, een farao moest dus sterk en machtig zijn. Een farao moest dus altijd oppassen voor de macht van zijn hoge ambtenaren en generaals.





In het begin van Egypte had elk dorp een eigen god, naarmate Egypte meer een eenheid werd namen dorpen steeds meer goden van elkaar over. Ze begonnen dus steeds meer goden te aanbidden.  Egypentaren vonden ook sommige dieren heilig. De valk kon volgens de Egyptenaren het hoogst vliegen van alle vogels, daardoor kon hij het dichts bij de zonnegod (Re) komen. Ook de scarabee (mestkever) was heilig, de jonge komen uit balletjes mest kruipen en dus dachten Egyptenaren dat mestkevers zich zelf konden scheppen. Er ontstonden allerlei verhalen over de goden, halfgoden en stervelingen die mythen worden genoemd. Een verzameling van die verhalen is een mythologie.





Egypthische huizen werden gemaakt van zon gedroogde klei en riet en worden daarom niet eeuwenlang bewaard, hiervan is niks meer terug te vinden. Nog wel te vinden zijn de piramiden (kolossale spits toegelopen graven van Egyptische koningen). Deze werden gemaakt van harde uit rots gehouwen steenblokken.





Het schrift in het oude Egypte bestaat uit Hiërogliefen: tekens van mensen, dieren en dingen. De Egyptenaren schreven met een pen gesneden uit een bies op papyrus (bladen gemaakt van stroken merg uit mengsel van de papyrusplant). Het kostte veel tijd en oefening om het hiërogliefenschrift te leren en dus waren schrijvers belangrijke personen in de samenleving. Het hiërogliefenschrift ging verloren door de komst van het Christendom, doordat het in verband gbracht werd met de oude heidense godsdienst van Egypte. De Mesopotamiërs schreven een spijkerschrift op kleitabletten en op steen.



 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.