1= Ontmoetingen in verre streken: kolonisatie en imperialisme
§1,1: Europa ontdekt de wereld
0 Europese expansie = algemene term waarmee de uitbreiding wordt aangegeven van de invloed van de Europese staten in andere werelddelen
0 multiculturele samenleving = een samenleving waarin verschillende bevolkingsgroepen leven en waarin culturele elementen van diverse immigratie-
groepen zijn te herkennen
0 1492 = Colombus ontdekt Amerika
0 1487 = Dias komt erachter dat je na Kaap de Goede Hoop verder kan naar het
oosten
0 1498 = Vasco de Gama bereikt als eerste Europeaan India
0 Spanje en Portugal gaan als 1e de wereld ontdekken, omdat ze omringt waren door onbekende zee waarvan ze wilden weten wat daarachter allemaal was
0 Hendrik de Zeevaarder (3e zoon van koning van Spanje) leidde de tochten om rond Afrika te komen, omdat hij toch niets anders te doen had
0 motieven voor Spanje en Portugal om de reizen te ondernemen:
1. nieuwsgierigheid
2. handel met Azië
3. christelijk geloof
0 Arabieren brachten de handel naar het Midden Oosten
0 Europa kwam in aanraking met de cultuur en specerijen uit het Midden Oosten doordat Italianen (uit Genua en Venetië) deze op de westerse markt brachten
0 ze roken geld en wilde daarom naar de landen waar deze handel vandaan kwam om zich daar te vestigen en zo goedkoper alles te krijgen
0 voornamelijk Nederlanders en Engelsen willen zich gaan vestigen in de landen, daarom richten ze compagnieën op; VOC (1602) en het WIC (1621), voordelen:
- er ontstonden geheel nieuwe handelsnetwerken en communicatiekanalen, waarbij er vele nieuwe producten werden verscheept (suikerriet, tarwe, aardappel)
- stijging internationale handel
- er ontstond driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika:
-
Europa

tabak stoffen
suiker ijzerwaren
katoen vuurwapens
goud/zilver sterke drank
rum

Amerika slaven Afrika


§1,2: Drie vormen van Europese aanwezigheid
0 Er zijn grofweg drie vormen van Europese aanwezigheid in andere werelddelen:
1. handelsposten = worden gesticht alleen voor de handel, er wonen niet veel mensen. Ook het bestuur bleef een beetje zoals het was, maar ze zorgde wel voor goede contracten
2. vestigingskolonies = mensen gaan er ook wonen/vestigen en vaak werden er ook gebieden veroverd
3. plantagekolonies = tussen 1 en 2 in, wel vestigen maar in kleinere groepen. Waren afhankelijk van de handel van het moederland (2 niet)
0 imperialisme = het vergroten van invloed in overzees gebied door middel van handel (met name 19e eeuw). Hierbij werd de inmenging aanvankelijk beperkt tot economische invloed. Meestal werden aan de kunst handelsposten opgericht, terwijl in het binnenland onder inheems bestuur bleef.
0 nieuw imperialisme = een fase van actiever imperialisme, waarbij opnieuw koloniën werden gesticht, of het inheemse bestuur onder westerse controle werd gebracht (eind 19e eeuw)
0 verschil imperialisme en nieuw imperialisme: bij imperialisme werden de koloniën overzee bestuurd, bij nieuw imperialisme gingen ze er zelf zitten
§2,1: De vergissing van Columbus
0 het eerste en meest grootschalige voorbeeld van de Europese expansie is die van Columbus, die Amerika tijdens zijn zeeroute ontdekte en dacht dat het Indië was, waardoor hij de inwoners indianen noemde
§2,2: Indianen ontmoeten Spaanse veroveraars
0 nadat de Spaanse Columbus terug kwam uit de Nieuwe Wereld, wilden vele Spanjaarden het nieuwe gebied veroveren. Hun grootste concurrent was Portugal, maar na het Verdrag van Trodesillas waar een scheidingslijn van noord naar zuid werd getrokken waar Spanje west zat en Portugal oost, hadden ze minder last van elkaar. Er werden vele landen ‘ontdekt’, wat vele avonturiers aantrok
0 ontdekkingsreiziger Cortés ontdekte de machtige Azteken. Een ontmoeting tussen beiden was in het voordeel voor de Spanjaarden:
1. de Azteken hechtten grote waarde aan de krijgskunst: daar hadden ze immers hun grote rijk mee kunnen stichten. Als militairen maakte de Spaanse veroveraars daarom grote indruk op de Azteken
2. de komst van de Spanjaarden viel samen met een tijd van religieuze ontreddering onder de Azteken; ze dachten dat de Spanjaarden de verwachten goden of hun boodschappers waren
3. de Spanjaarden kregen de steun van de door de Azteken onderworpen volken. Deze adviseerden de Spanjaarden bij hun benadering van de Azteken en leverden ook troepen
4. de onderwerping van de Azteken werd zeer vergemakkelijkt door een onbedoeld effect van de ontmoeting tussen de inwoners van de twee continenten; de Spanjaarden brachten ziektes (griep, waterpokken en pest) mee die in Amerika onbekend dus dodelijk waren voor de indianen
0 de Azteekse koning Motecuhzoma verwelkomde Cortés en zijn manschappen met enig ontzag. Cortés beantwoordde dit welkom door de Azteken direct onder het Spaanse gezag te onderwerpen
0 vanuit de stad Mexico werd de Spaanse heerschappij snel uitgebreid; het Inca rijk kwam onder Spaans gezag en vele tegenwoordige staten werden veroverd
§2,3: De oude Nieuwe Wereld
0 voordat de Spanjaarden zich vestigden in de Nieuwe Wereld, leefden er 2 grote bevolkingsgroepen:
- Azteken in Mexico
- Maya’s in Midden-Amerika
- Inca’s in Zuid-Amerika (met name in Peru)
0 het Azteekse rijk was een gecentraliseerde staat met een sterk hiërarchische structuur. Aan de top stonden machtige politieke en religieuze en militaire leiders. Deze adel heerste over een machtig rijk waarin de omringende volkeren onderworpen waren en leefden in stadstaten. De buren werden onderworpen door het militaire overwicht wat de Azteken hadden
0 de adel had het voor het zeggen in het Aztekenrijk en was verantwoordelijk voor het innen van tribuut waarvan een deel naar de koning ging. De gewone bevolking in deze stadstaten betaalden tribuut in ruil voor bescherming
0 de Azteekse cultuur voordat de Spanjaarden kwamen had 4 elementen:
1. sterke hiërarchie
2. grote religie
3. sterk militaristische cultuur
4. hoge ontwikkeling
0 stadstaat = 1 stad heeft omliggende gebieden/dorpen veroverd en heeft daar de macht
0 overeenkomsten tussen Inca’s en Azteken:
- Inca’s en Azteken hadden beide grote machtige rijken die ongeveer 100 jaar bestonden toen de Spanjaarden kwamen. De machtige rijken waren gecentraliseerde staten met een hiërarchische structuur
- de Inca’s en Azteken hadden allebei een hoogstaande en bloeiende cultuur en waren beide bekend met het schrift. Beide rijken probeerden omringde volken aan zich te onderwerpen
0 verschil tussen Inca’s en Azteken:
De manier waarop de onderwerping van omringde volken plaatsvond. De Inca’s sloten bondgenootschappen, terwijl de Azteken de volkeren onderwierpen door militair machtsoverwicht
0 hiërarchie = rangorde; indeling op de maatschappelijke ladder
§2,4: Een indiaans wereldbeeld
0 in de cultuur van de Azteken, de Inca’s en de Maya’s speelde astronomie een belangrijke rol; er werden kalenders gemaakt die van groot belang waren
0 historisch bewustzijn = het besef dat er een verleden is, met een beeld hoe dit verleden er uit zag en hoe dit het heden beïnvloedt
§3; ‘Case’: koloniaal Mexico
0 encomienda = het recht om arbeid en tribuut te eisen van de indiaanse bevolking binnen een bepaald gebied. Iemand met dergelijk recht werd een encomendero genoemd
0 veroveraars (conquistadores) kregen van de Spaanse kroon dat recht (voorwaarde: de kroon zou delen in de winst en de streek zou voor de kroon verdedigd worden)
0 de Spaanse kroon realiseerde zich al snel dat ze haar zeggenschap in het nieuwe grondgebied aan de conquistadores dreigde te verliezen. Bovendien leidde het encomienda systeem tot ernstige misstanden: de indiaanse bevolking werd op zeer hardhandige wijze onderworpen en uitgebuit en dat riep vele protesten op. Na lange discussies werd het systeem uiteindelijk aangepast en bewerkt.
0 het bestuur van de Spaanse gebieden in Amerika was zo geregeld:
Raad van de Indiën (in Spanje)

via wetten
Raden van
adviseurs (in de kolonies) 2 tot 5 onderkoningen
+ controleurs door hoge Spaanse adel, periode 6 jaar
uit Spanje
provincies
o.l.v. Spaanse ambtenaren; zij moesten de vele
wetten uitvoeren
steden
o.l.v. Spaanse gemeenteraad

Indiaanse nederzettingen (= pueblos de indios) tribuut dorpsbestuur in handen van caciques =
Burgemeester (een cacique) + gemeenteraad
0 onder een laagje christelijk vernis (gebracht door Spanjaarden) bleven veel oude religieuze opvattingen bestaan. Voor de indianen hoefden het christendom en hun oude religie elkaar niet uit te sluiten, maar konden ze in elkaar opgaan.
0 syncretisme = culturele synthese (samengaan) op het gebied van de religie; in Latijns Amerika ontstond na de kerstening (= bekering tot het christelijk geloof) een christendom waarin duidelijk herkenbare elementen uit de indiaanse religies waren opgenomen
0 binnen dit nieuwe christendom is veel aandacht voor heiligen. In het Indiaanse christendom zijn heiligen overigens belangrijker dan in het Europese katholicisme (heilige = bemiddelaar). Zij zijn bij de indianen op zichzelf staande autoriteiten, die hemelse en aardse orde kunnen beïnvloeden
0 de katholieke kerk kon als vriend of als vijand van de indianen worden gezien:
- sommige priesters zagen de indianen als onbedorven kinderen, die geen besef van God hadden en niet wisten wat zonden waren
- andere geestelijken zagen de indianen als zielloze mensen die door hun onwetendheid niet veel van dieren verschilden
- sommige wierpen zich op als beschermer van de indianen
- andere priesters kozen juist de kant van de uitbuiters (Spaanse landeigenaren en ambtenaren) en beschouwden de indianen als geboren slaven
0 de geestelijke De las Casas wierp zich op als beschermer van de indianen en hun cultuur (hoewel hij geen tegenstander van het kolonialisme was)
0 nieuw onderzoek heeft aangetoond dat indianen geen weerloze slachtoffers waren: er was namelijk een uitgebreid juridisch systeem, waar de rechters vaak de indiaanse gemeenschappen probeerde te beschermen
0 3 heilzame gevolgen voor de indianen van de Spaanse kolonisatie:
1. bekering tot het christendom
2. einde aan duistere praktijken van hun eigen godsdienst waar veel gewone indianen vaak de dupe van waren
3. indianen leefden in vrede
4. ze maakte kennis met nieuw voedsel
5. indianen hadden eigen grond
6. ze werden ‘beschermd’ door Spanje
0 3 kwalijke gevolgen:
1. indianen mochten hun religie niet meer uitoefenen
2. moesten tribuut betalen
3. de Spanjaarden brachten vele ziektes mee, die onbekend waren voor de indianen, waardoor er vele duizenden stierven

§4,1: Zilver en aardappelen: de koloniale economie
0 er werden vele producten vanuit Latijns-Amerika naar Spanje en de rest van Europa verscheept:
- goud/zilver (de zilvervloten)
- cochinella (= een kostbare bruine verfstof)
- aardappelen
- tomaten
- maïs
- cacao
0 ook vanuit Europa werden er producten naar Latijns-Amerika gebracht:
- Chinese zijdewormen
- rijst
- rietsuiker
- citrusvruchten
- tarwe
- vee
- introductie van het wiel
0 Colombian exchange = de uitwisseling/export van producten tussen Latijns-Amerika en Europa, die via Spanje verliep (heet zo, omdat Columbus Amerika had ontdekt)
0 in totaal waren er 2 verschillende typen economie in Latijns-Amerika:
1. Colombian exchange = in dunbevolkte gebieden konden makkelijk plantages worden gesticht waar vandaan producten werden verscheept
2. agrarische economie = de dichtbevolkte gebieden hielden hun lokale markt, vaak voor eigen gebruik wat ze verbouwden op eigen grond
§4,2: Twee republieken binnen de staat
0 in dichtbevolkte gebieden, waar de Spanjaarden zich in eerste instantie vestigden, ontstond in de loop van de 16e eeuw een nieuwe samenleving: indianen en Spanjaarden naast elkaar
0 de visie op de oorspronkelijke bewoners (indianen) door de Spanjaarden was dat de bewoners van Nieuw-Spanje (incl. de indianen) hetzelfde moesten behandeld worden als burgers van Spanje
0 standenmaatschappij = een maatschappij waarvan de leden door geboorte zijn onderverdeeld in vastomlijnde standen, met elk zijn eigen rechten en plichten
0 in Latijns-Amerika waren er Spaanse en indiaanse standen
0 mestie = iemand met een Spaanse en indiaanse ouder
0 elite = de opvatting dat een groep rijken en machtigen die gezien wordt als verheven boven de massa. De elite kenmerkt zich door macht, betere ontwikkeling, rijkdom en een eigen gedragscode (‘beschaving’). Het idee van een elite in de stad neemt sterk toe in de 16e eeuw (in Latijns-Amerika had deze groep economisch en bestuurlijk de touwtjes in handen)
0 creolen = in Amerika geboren kind van Spaanse ouders
0 Spaanse republiek = de Spanjaarden die er kwamen wonen
0 Indiaanse republiek = Indiaanse nederzettingen
§4,3: De Mexicaanse smeltkroes
0 Spanjaarden woonden vooral in steden en gebieden rond de steden
0 syncretisme = culturele synthese (samengaan) op het gebied van de religie; in Latijns Amerika ontstond na de kerstening (= bekering tot het christelijk geloof) een christendom waarin duidelijk herkenbare elementen uit de indiaanse religies waren opgenomen
0 mestizering = samengaan van de Spaanse en indiaanse (en Afrikaanse) culturen in Latijns-Amerika, die een nieuwe ‘mestiezen’ cultuur tot resultaat had
0 mestizering vond op de volgende vlakken plaats:
- landbouw
- geloof
- kleding
- standen
0 door beïnvloeding van elkaar hadden de Spanjaarden aan 2-deling niet meer genoeg en ontstonden er:
- creolen
- Europese Spanjaarden
- ‘castas’ = alle nakomelingen uit een gemengd huwelijk, nakomelingen van Afrikaanse slaven en van Aziaten
- indianen
0 deze culturele vermenging kwam het meest voor in plaatsen waar veel Spanjaarden en indianen naast elkaar leefden (dorpen rondom de steden)
0 invloed van Spanje op koloniale bewind in Latijns-Amerika:
- miljoenen indianen stierven
- bestuur vervangen door Spaans bestuur
- grote invloed op de landbouw
§5,1: Onrust in de koloniën
0 aan het begin van de 19e eeuw ontstonden in het gehele continent onafhankelijkheidsbewegingen, die voor toenemende ontrust zorgden
§5,2: Achtergrond van de onafhankelijkheid: ontwikkelingen op lange termijn
0 ontwikkelingen op lange termijn waren:
- economie à weinig grond dus weinig handel
- sociale verhoudingen à Europese Spanjaarden kregen betere functies terwijl dat voor de creoolse Spanjaarden werd bemoeilijkt
§5,3: Ontwikkelingen op korte termijn
0 ontwikkelingen op korte termijn waren:
- economische crisis na 1800 à droogte, Spanje was in oorlog met Napoleon waardoor er in Latijns-Amerika de belastingen werden verhoogd (vooral de creoolse bevolking werd daarvan de dupe)
- Napoleon à in 1808 haalde hij de koning van Spanje van zijn troon en vervangen door zijn broer
0 vooral door de politieke ontwikkelingen in Europa zorgde voor de doorslag voor het streven naar onafhankelijkheid; creoolse bevolking wilde Napoleons broer niet als koning erkennen en wilde liever onafhankelijkheid
0 Spaanse bevolking in Latijns-Amerika bleef trouw aan de Kroon, ondanks dat die in handen was van Napoleon
0 Latijns-Amerikaanse revoluties werden geleid door creolen
§6,1: Bendeleiders en dictators in Latijns-Amerika
0 de nieuwe Latijns-Amerikaanse staten hadden in de 19e eeuw te kampen met grote problemen (crisis):
- slechte communicatie
- de staten werden stuurloos achtergelaten
- investeerders waren huiverig geworden vanwege de strijd en ordeloosheid en trokken hun kapitaal terug
- arbeidskrachten vluchtten om aan het geweld en de onzekerheid te ontkomen
- sociale ongelijkheid
- afschaffing indiaanse gemeenschappelijke dorpsgrond à ieder kreeg wel de kans om een eigen stukje grond te kopen, maar vele hadden geen geld. Grootgrondbezitters hadden dit wel en kochten massaal het grond
- heftige politieke conflicten tussen rebellenleiders à de ene leider wilde de andere uitschakelen voor de centrale macht. Dit ging gepaard met corruptie, bedrog en machtsmisbruik: politieke instabiliteit
0 caudillos = rebellenleiders die een persoonlijke band had met zijn achterban die afhankelijk van hem was
0 vanaf 1980 werden de dictators vervangen door democratisch gekozen presidenten, die zorgden voor een breuk met het verleden omdat deze leiders democratisch gekozen werden

§6,2: Economische banden
0 in Amerika was er een groot verschil in economie tussen noord en zuid = landen in Zuid-Amerika hadden geen industrie (weinig investeerders, dus daarvan afhankelijk) en konden alleen grondstoffen leveren, waardoor ze erg afhankelijk waren van de prijs die ze daarvoor kregen (dus van de wereldmarkt)
§6,3: De achtertuin van de VS
0 neokolonialisme = kolonisme in vernieuwde vorm die gericht is op exploitatie van de zelfstandig geworden gebieden die vroeger koloniaal waren
0 Monroe-doctrine = een door de Amerikaanse president James Monroe in 1823 verkondigde doctrine die bepaalde dat geen Europees land gewapend mocht ingrijpen in binnenlandse aangelegenheden op het Amerikaanse continent. Deze doctrine diende oorspronkelijk tot steun aan de bevrijdingsbewegingen in Latijns-Amerika, die streden tegen de Spaanse en Portugese kolonisten, maar is later uitgelegd als middel om Europese pottenkijkers in de ‘achtertuin’ van de VS te weren. Belangrijk doel hierbij was de mogelijkheden die Latijns-Amerika bood als grondstoffenproducent voor zichzelf te houden.
0 de VS leefde deze doctrine niet na, omdat:
- de VS steunden onafhankelijkheidsbewegingen in ruil voor economische toezeggingen
- in Panama kregen de VS het pacht over de kanaalzone (grote betekenis voor de werelhandel)
0 na de WO II kwam daar nog een extra motief bij: in Latijns-Amerika, zo dicht bij huis, wilden de Amerikaanse regeringen al helemaal geen Russische invloed en zetten zij alles op alles om het communisme buiten de deur te houden
§6,4: Invallen in Mexico
0 Franse troepen deden in 1838 en 1861 een inval in Mexico, om Mexico te dwingen het geld wat Frankrijk hen had geleend voor de onafhankelijkheid, terug te betalen
0 Frankrijk nam, nadat het geld was terug betaald, een poging om heel Mexico onder Frans bewind te plaatsen. Dit lukte, maar in 1876 werden de Franse troepen definitief verslagen en verdreven
0 in de loop van de 19e eeuw annexeerde de VS stukje bij beetje de helft van het Mexicaanse grondgebied: gedeeltelijk door het te kopen en gedeeltelijk door het militair te veroveren
0 er kwam nog een Amerikaanse inval in Mexico in 1914 en 1916 met militair machtsvertoon als reactie op de Mexicaanse revolutie
0 na de inval konden de Mexicanen hun eigen koers nemen

§6,5: Reacties op afhankelijkheid
0 de VS mengden zich op politiek en militair gebied in de binnenlandse aangelegenheden van de Latijns-Amerikaanse staten
0 verzet daartegen bleef beperkt, omdat in de Latijns-Amerikaanse staten de macht was in de hand van de elite. Deze verwelkomde de investeringen uit het buitenland (met name de VS), omdat die hen ook voordelen bracht. De elite had dus belang bij het optreden van de VS, dat immers ook voor een steun in de rug betekende tegen de politieke kritiek in eigen land.
0 wanneer er wel kritiek was, drukte de VS dat terug door het Amerikaanse leger of de CIA erop af te sturen
0 in de jaren 1980 vond er een economisch politieke verandering plaats: voor grote investeringen bleef Latijns-Amerika afhankelijk van het buitenland. De oude afhankelijkheid had eigenlijk alleen een ander gezicht gekregen. In de jaren tachtig werd er een nieuwe oplossing gezocht voor de actieve deelname aan de wereldeconomie. Opnieuw werden de buitenlandse investeringen verwelkomd en moest handel met het buitenland voor meer inkomsten zorgen. De handelsrelatie probeerde men evenwichtiger te ontwikkelen. De vrijhandel tussen Amerikaanse staten werd gestimuleerd door het opzetten van een regionale vrijhandelszone
0 populisme = een regime dat sterk steunt op aanhang uit het volk (bijv. Juan Perón en zijn minnares en later vrouw Evita)
0 importsubstitutie = het vervangen van te importeren goederen door goederen die door een land zelf worden geproduceerd; leek in eerste instantie te werken, maar in de jaren zeventig bleek dat Latijns-Amerikaanse staten niet zonder investeringen uit het buitenland konden

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.