historische context Duitsland

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 1016 woorden
  • 20 juni 2018
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Geschiedenis

Historische context: Duitsland 1871-1945


https://youtu.be/rER2Zxyqbpk(= filmpjee van Joost)

Deelcontext 1: Duitse keizerrijk (1871-1918)

Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen de Europese grootmachten?



1871: einde Frans-Duitse oorlog

1888: Wilhelm II wordt keizer

1890: Bismarck wordt ontslagen

1914-1918: WOI



Het Duitse keizerrijk (1871) werd uitgeroepen met Wilhelm I als keizer en Otto van Bismarck als eerste regeringsleider > Duitse overwinning Fr-Dui oorlog & nationalisme (= het streven naar 1 nationale staat).

- Economie: sterk door de snelle industrialisatie => spoorlijnen en stoomfabrieken. Concurreerde met Groot-Brittannië

- Politiek: alliantiepolitiek (Bismarck) om een twee fronten oorlog te voorkomen (met Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland) => vriendschapsverdragen met verschillende staten sluiten (1871). In 1888 wordt Wilhelm II keizer en in 1890 wordt Bismarck ontslagen -> Weltpolitik: het creëren van een overzees rijk en dus het bezitten van koloniën (grondstoffen vd industrie + afzetgebied)(= modern imperialisme) > Conferentie van Berlijn (Bismarck, 1884/1885), afspraken hoe Afrika verdeeld wordt.

- Militair: Weltpolitik was geen succes en Duitsland richtte zich meer op Europa. De Vlootwet (1898) => militarisme en groeiende internationale ambities. Deze wet zorgde voor spanningen in Europa en men probeerde hun positie te versterken door nieuwe bondgenootschappen.



Bij de Eerste Wereldoorlog waren zowel soldaten als burgers betrokken (= totale oorlog). Heel veel mensen gingen dood. Slag bij Marne (9/1914): de eerste slag van WOI > de loopgravenoorlog ontstond na deze slag. Op 11 november 1918 tekent Duitsland (nieuwe regering) de wapenstilstand => officieel einde WOI



De Weimarrepubliek wordt op 9 november 1918 uitgeroepen, vanwege de onvrede (veel doden en verlies v middelen) en de daarbij ontstane revolutie. Het Duitse rijk had de oorlog verloren.



Deelcontext 2: Republiek van Weimar (1919-1933)

Welke factoren leidden tot de ondergang van de Republiek van Weimar?



1918: einde Eerste Wereldoorlog & begin Duitse Republiek

1919: Vrede van Versailles

1923: Economische en politieke crisis

1929: Amerikaanse beurskrach

1933: Hitler rijkskanselier



Politiek voor 9 november 1918: keizer bepaalde de samenstelling van de regering en had de hoogste macht (≠ parlementaire democratie). De conservatieve elite had veel macht.

Politiek in de Republiek van Weimar: de Rijksdag bepaalde wie het land regeerde.

-> communisten streefde naar een dictatuur van het proletariaat en een uitschakeling van de oude elite => de Spartakusopstand (1919) om de invoering van de parlementaire democratie te verhinderen. De opstand mislukt.



De Weimarrepubliek kreeg geen support van binnenuit, omdat: er waren veel groepen die geen vertrouwen hadden in de democratie > communisten, extreemrechtse en de conservatieve elite.

De politici werden verantwoordelijk gehouden voor het verliezen van WOI en de vernederende Vrede van Versailles (1919). Er waren grote economische problemen, o.a. door de herstelbetalingen en de grote inflatie => in 1923 werd het Ruhrgebied (industrie) bezet, door Frankrijk (conflict) en België. De arbeiders daar gingen in staking en om deze moedige arbeiders van inkomen te voorzien werd er extra geld bij gedrukt.



Het Dawesplan van Amerika (1924), zorgde ervoor dat de Duitse economie zich kon herstellen door grote leningen en de teruggave van het Ruhrgebied. In 1929 stortte de Amerikaanse beurs in (beurskrach) en werd Duitsland gedwongen om zijn schulden af te lossen > crisis, toename werkloosheid => politieke onrust. Hierop speelde de NSDAP (Hitler) in door economische herstel, verwerping van het Verdrag van Versailles en rust te beloven. Door propaganda en paramilitair machtsvertoon won de NSDAP de verkiezingen en in 1933 werd Hitler rijkskanselier.

Door de communistische revolutionairen de schuld te geven van de Rijksdagbrand creëerde hij een crisissfeer, waardoor het parlement zich buitenspel zette dmv een machtigingswet en de Republiek van Weimar ten einde kwam.



Begrippen:

Machtigingswet is een wet waarbij het parlement een deel van zijn bevoegdheden overdraagt aan de regering, zodat die zonder democratische controle een crisissituatie kan oplossen.

Republiek van Weimar: de Duitse republiek die ontstond na de ineenstorting van het keizerrijk en die was gebaseerd op de grondbeginselen van de parlementaire democratie; de republiek is vernoemd naar de Duitse stad Weimar, omdat hier de grondwet van de nieuwe staat werd aangenomen.

Vrede van Versailles (1919): Vredesverdrag aan het eind van de Eerste Wereldoorlog tussen de geallieerden en Duitsland, afgesloten in het voormalige paleis van koning Lodewijk XIV bij Parijs; in het verdrag werd onder meer bepaald welke delen van het grondgebied Duitsland moest afstaan en hoe het de oorlogsschade van de geallieerden moest compenseren.



Deelcontext 3: Nazi-Duitsland (1933-1945)

Welke gevolgen had het nationaalsocialisme voor Duitsland en Europa?



1933: Hitler rijkskanselier

1939: Duitse inval in Polen

1941: Duitse inval in de Sovjet-Unie

1944: Geallieerde doorbraak in West-Europa

1945: Inname van Berlijn door de Sovjet-Unie



Nazificatie: het herinrichten van de samenleving volgens de idealen van het nationaalsocialisme.

> door middel van terreur, geweld en het opsluiten van politieke tegenstanders en mensen die niet pasten in de ideale Duitse samenleving in concentratiekampen (Dachau).

> De Neurenberger wetten zorgde ervoor dat minderwaardige mensen tweederangsburgers werden.

> De publieke opinie werd beïnvloed door dat de opvattingen van de opvattingen van de nationaalsocialisten in de media en kunst overheersend aanwezig waren => Joseph Goebbels & de Rijkscultuurkamer, waar journalisten en kunstenaars lid van moesten zijn om hun beroep uit te mogen oefenen.



Na 1933 trad er economisch herstel op, verdween de werkloosheid en werden maatregelen van het verdrag van Versailles teruggedraaid.



Appeasement politiek van Frankrijk en Engeland zorgde ervoor dat Duitsland zich uit kon breiden. (Tsjecho-Slowakije, Conferentie v München 1938). => het voorkomen van een oorlog met Duitsland.

Hitler had echter groot-Europese ambities en bezette heel Tsjecho-Slowakije en viel Polen binnen in 1939 => Groot-Brittanië en Frankrijk verklaren Duitsland de oorlog, de Sovjet-Unie had een niet aanvalsverdrag met Duitsland. (SU wordt in 1941 binnengevallen).

WOII: Duitsland veroverde een groot deel van Europa. Veel Joden werden vermoord (genocide en racistisch wereldbeeld), tijdens de Wannseeconferentie (1942) werd vastgelegd hoe de Joden zouden worden uitgeroeid. Nadat Duitsland de Slag om Stalingraf verloor ging het bergafwaarts >

juni 1944 doorbraak aan het westfront en Sovjet-Unie dringt de Duitsers terug.

Mei 1945: de Sovjet-Unie verovert Berlijn, Hitler en andere nazikopstukken plegen zelfmoord en de totale oorlog eindigt in een nederlaag voor de Duitsers.



Begrippen

Geallieerden: in de Eerste en Tweede Wereldoorlog: bondgenoten tegen Duitsland, vooral Groot-Brittanië, Frankrijk, Rusland/Sovjet-Unie en de Verenigde Staten.

Volkgsgemeinschaft: onder nationaalsocialisten een populaire aanduiding voor een ideale, harmonieuze samenleving, raszuiver en zonder klassentegenstellingen.





 







 





 






REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.