Historische Context; De verlichting

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 1599 woorden
  • 27 februari 2015
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 10 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Historische context: De verlichting



4.1 De verlichting (1650-1789)



Definitie Kant: De bevrijding van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is.





Kenmerken





  • De samenleving is maakbaar, alles zou beter worden




  • Verwerping van traditie




  • Redelijk denken





Voorbeelden:





  • Rationalisme/Empirisme




  • Samenleving niet gebaseerd op erfelijke rechten of religieuze ideeën maar op rede.




  • Verwerping standenmaatschappij en absolutisme




  • Vaak tegen godsdienstige intolerantie




  • Voor onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak





Actuele situatie: uitbreiding van het absolutisme en doorvoering centralisatie.



Legitimatie: droit devin: vorst had zijn macht van God gekregen. Alleen hij kon dus over hen oordelen en dus hoefde de koning geen verantwoording aan het parlement af te leggen.





Sociaal contract:



John Locke: mensen zijn vrij en gelijk geboren. Recht om hun vrijheid en bezit te verdedigen. Mensen staan hun deel van hun vrijheid af aan de overheid, die hen vervolgens beschermd. Je mag in opstand komen. Locke wil geen democratie maar een constitutionele monarchie. Is dus aanhanger van de glorious revolution en tegenstander van de droit devin.



Jean-Jacques Rousseau: vrijheid overgedragen aan de staat. Het volk is soeverein en de staat moet de algemene wil vertegenwoordigen. Mensen mogen eigen belangen niet doorzetten en moeten zich houden aan de wetten in overeenstemming met die algemene wil. Is voor een democratie.



→ Locke Liberaal (individu) Rousseau Socialistisch (nog geen stroming op dat moment)





Scheiding kerk en Staat



Oude beeld: god heerst over mens en natuur en grijpt voortdurend in. Twijfel hierover ontstaat door ontdekking natuurwetten.



Reactie:



God en natuur zijn dezelfden. Geloof in wonderen is het gevolg van onwetendheid. Dit is



V



: staat kan niet uitmaken wat het ware geloof is.





Radicalen: traditie breken en een geheel nieuwe maatschappij creëren (r)



Gematigden: Evenwicht zoeken tussen traditie en rede (m)



Voltaire: God heeft de wereld geschapen en sommige dingen (zoals ongelijkheid) horen dus bij menselijk bestaan. Geloof was belangrijk om volk rustig te houden (Marx: geloof is Opium voor het volk). Slechts een klein deel van de bevolking is geschikt voor redelijk denken. Uiteindelijk zijn mogelijkheden van de rede beperkt. (m)





: bevoorrechte standen in strijd met de rede. Alle mensen zijn gelijk. Standenmaatschappij afschaffen en vervangen door democratie. (r)





: vasthouden aan absolute macht en standenmaatschappij. Maar proberen het volk te verlichten door meer persvrijheid en tolerantie. 'Niets door het volk, alles voor het volk'. Macht niet verkregen van God, maar de vorst was de dienaar van het Algemeen Belang.



: bedreigd door verlichting



: niet langer alleen voor adel, maar ook voor bourgeoisie (pamfletten (drukpers), salons etc.) en dus moesten vorsten rekening houden met publieke opinie.





Over Verlicht denkers/verplichte voorbeelden:



Locke: werkt in de Republiek vanwege Britse censuur tot 1688. Grondwetten, sociaal contract, empirist.



Rousseau: rationalist, sociaal contract, opvoeding , cultuurrelativist.



Voltaire: bevriend met verlicht absoluut vorsten. Deist. Slechts enkelen geschikt voor verlichting en daarom een oligarchie of een aristocratie.



Kant: rationalisme (maar ook kritiek op), plicht ethiek/universele wetten.



Spinoza: kwetsbaar; ontkent religie (god is de natuur en bestaat dus niet als handelend wezen). Boeken worden verboden en verbannen uit zijn eigen gemeenschap, dus kleine invloed.





4.2 De Franse Revolutie (1789-1815)



Amerikaanse revolutie groot voorbeeld.



Vanaf 1784: Bannelingen van de mislukte patriotten beweging vluchtte naar Frankrijk. (mislukte revolutie van het 'net niet patriciaat' (stadhouder te sterk))



GB, verlichting vooral wetenschappelijk en filosofisch, sinds the glorious revolution niet zoveel om je politiek druk om te maken.



Franse politiek; vrij middeleeuws (kerkelijke privileges), autoritair gezag wat steunt op adel en kerk.



Verlichting in de praktijk: inspraak/positie vorst etc., grondrechten en godsdienst (droit divin, staatskerk)





Basis niet perse bij bourgeoisie of verlichting, maar bij Lodewijk XVI



Geldschieters uit de adel, kerk, GB en Republiek hebben geen vertrouwen in de slechte Franse economie.



→ bevolking ontevreden



Adel en geestelijkheid legden eigen belastingen op , staatsinkomen kwam vooral van accijnzen



Lodewijk wil belasting opleggen aan 1





3



Niet representatief want in die vergadering zitten alleen mannen die belasting betaalden, dus Bourgeoisie.



Politieke mening v bourgeoisie: grondwet, mensenrechten, nationaal parlement (wetg en controlerend), burgerlijke vrijheden, privileges adel en kerk afschaffen, macht van de vorst beperken en zwaardere stemweging voor 3e stand.



Eerste Revolutie 89-91



3



In land ondertussen opstanden tegen bevoorrechte standen (tegen adel





Nationale vergadering probeert rust terug te brengen: Standenmaatschappij en privileges afgeschaft.





Vervolgen alle kerkelijke landerijen verkocht



Wet:





Koningin Marie-Antoinette heeft connecties in het buitenland. Vlucht samen met Lodewijk. Willen



1791:





Tweede revolutie 92-



(Radicalen): niet tevreden met constitutionele monarchie, willen deze afschaffen en revolutie over Europa uitbreiden.



Samenwerking met de koning gaat moeizaam (blijft zijn veto gebruiken) en Jacobijnen krijgen meer steun. Verder wantrouwen: zou contact hebben met buitenlandse regeringen en gevluchte adel (metemigrés).



1792:



De Wetgevende vergadering wordt door de Jacobijnen zelf afgeschaft voor een nationale verkiezing met algemeen mannenkiesrecht:



Omslag door oorlogsverklaring Pruisen en Oostenrijk.



21 sept 1792:



Lodewijk





Terreur



Gematigde Jacobijnen



Jacobijnen: steunen op proletarische activisten, meer gericht op gelijkheid, botsing met girondijnen die al tevreden zijn met de verkregen burgerlijke vrijheden.



Comité van Algemeen Welzijn o.l.v.



Na zijn dood grijpen Girondijnen de macht en beperken de democratie. (oorlogen van de jacobijnen waren ook geen succes)



→ parlement; twee kamers gekozen door censuskiesrecht. Uitv macht in handen vh directoire, benoemd door parlement.





Directoire wil rust, maar jacobijnen verzetten zich → directoire roept hulp v Napoleon in → staatsgreep



Verlicht absoluut leider. Stelt de code Napoleon (wetboeken, Franse mannen gelijke burgerrechten)



Verlicht want, code Napoleon, geen herstel standen, metrisch stelsel, brengt rust, burgerlijke stand.



Absoluut want, veroveringsoorlogen (hij zou veroverde gebieden wel verlichting brengen) stelt familie in hoge posities, kroont zichzelf als keizer (maar niet in de kerk)





4.3 Na Napoleon (1815-1848)



1792; Frankrijk aangevallen door Pruisen



Oorlog:





  • Wetenschappelijke revolutie → betere wapens etc.




  • Nationalistisch




  • Inspraak; volk roept om wraak op landen → zinloze oorlogen (belangrijk punt in Congres van Wenen)





1815 Congres van Wenen (Restaurerend) (Rusland, Groot-Brittannië, Pruisen en Oostenrijk)



Doel: stabiliteit creëren, in dat opzicht succes.



1. politieke gevolgen van de verlichting ongedaan maken → herstel Ancièn regime (in Frankrijk)





  • Constitutionele monarchie weer onder het huis van Bourbon




  • Beperking van vrijheden




  • Parlement weinig macht en adel en geestelijkheid oververtegenwoordigd. Kiesrecht van Huis van Afgevaardigden zeer beperkt.





2.stabiliteit bevorderen door het creëren van machtsevenwicht





  • Oude Franse grenzen hersteld, andere gebied toebedeeld aan sterke staten





Geallieerde mogendheden spreken af orde te handhaven. GB wil geen onrust van andere landen en is, zodra dat bereikt is, niet zo geïnteresseerd in de andere afspraken.



Concert van Europa; samenwerking van Europese mogendheden (Frankrijk lid vanaf 1818)





Congres van Verona



Tijdens de opstand tegen Franse bezetting had Spanje een grondwet gekregen. Na Napoleon keerde Spaanse koning terug en beloofde zich aan grondwet te houden, maar werd al snel weer absoluut en herstelde de standenstaat → onrust in Spanje, volk wil constitutionele monarchie.



Rusland, Pruisen en Oostenrijk willen vanwege Congres van Wenen principieel ingrijpen.



Rusland: mogelijkheid leger te mobiliseren in Zuid-West Europa.



Frankrijk wil echter geen Russische troepen in West-Europa → Frankrijk lost op met diplomatieke steun van de rest.



Groot-Brittannië verschilt van mening:





  • Zelf Constitutionele monarchie → sympathie voor de Spaanse liberalen




  • Erkent de Onafhankelijk geworden Spaanse Koloniën, omdat ze bang zijn dat ze anders handel verliezen aan de VS die ze al had erkent.





Absolute macht in Spanje wordt echter hersteld mbv het Franse leger, koloniën niet terug veroverd.



Het geheime verdrag van Verona: Pruissen, Oostenrijk, Rusland en Frankrijk zouden eind willen maken aan persvrijheid, regeringen met volksvertegenwoordiging en zouden de macht van de kerk willen versterken.



→ gepubliceerd in kranten, draagt bij aan verzet tegen restauratie.







: gaan beide uit van maakbaarheid van de Samenleving door die logisch vorm te geven (verlichting).



: vrijheid, constitutionele monarchie met burgerlijke vrijheden, persvrijheid en godsdienstvrijheid. Volkssoevereiniteit (sociaal contract Locke) maar beperking van het kiesrecht (middenklasse), individu staat centraal.



: gelijkheid, gelijke rechten en ook sociaaleconomische gelijkheid. Daarom een sterke staat die sociaaleconomische gelijkheid tegemoet komt (sociaal contract Rousseau



: burgers die samen het soevereine volk waren, waren verbonden door taal, cultuur en verleden. Eenheid van het volk ook versterken. Natiestaat waarin het volk verenigd was in één staat.



Voordeel in een





De Belgische opstand



Congres van Wenen Nederland



:





  • Grote middenklasse, vind Noorden maar stijf en ouderwets (middenklasse




  • Voelt zich anders dan Noorden door gs (opstand)




  • Is moderner (industrie) en vooral liberaal, katholiek en spreekt voornamelijk frans, terwijl de vorst absoluut en Nederlands is.





→ Belgisch nationalisme.



: opstand van de Franse arbeiders in Parijs (koning had kiesrecht beperkt en persvrijheid afgeschaft), Opstand werd gekaapt door de liberalen, maar diende alsnog als groot voorbeeld voor België.



België komt in opstand tegen de Hollandse koning





Arbeiders (industriesteden) komen in opstand



Willem I beroept zich op congres van Wenen, want orde is verstoord. Frankrijk staat aan de kant van België, GB ziet uitbreidingsmogelijkheden (neefje vd kroon wordt koning),



Noorden



Frankrijk is toonaangevend vanwege hoogstaande cultuur.





:



1848; revolutie Parijs



Duitse Staten; liberalen en nationalisten willen één Duitse staat met grondwet, vrijheden en macht voor het parlement



Duitse vorsten doen concessies; benoemen liberale ministers en verkiezingen voor grondwetgevend parlement.



Tegen de tijd dat de grondwet klaar is, is de schrik bij de Duitse vorsten al weg. Liberalen uit de regering gezet. Uiteindelijk wordt het parlement uiteengejaagd met geweld.





De socialistische revolutie



Alle opstanden hadden als achtergrond de sociale kwestie, maar vooral middenklasse profiteerde.



Discussie in Frankrijk over de vlag, liberalen willen rood-wit-blauwe vlag van Napoleontische tijd. Socialisten de rode van de Jacobijnen. Liberalen krijgen hun zin.



Ook Frankfurter parlement samengesteld met censuskiesrecht, dus middenklasse. Liberalen doen liever zaken met machthebbers dan met socialisten. Rond deze tijd komt Marx op





Relevante paragrafen handboek doorlezen.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

ik vind het te veel leeswerk

7 jaar geleden