Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Historische context; De republiek

Beoordeling 4.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 1279 woorden
  • 27 februari 2015
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.4
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Historische context; De republiek



1.1 Het begin van de Opstand (1515-1572)



Voor de opstand:



Nederlanden in handen van de Bourgondiërs, maar gaat door huwelijk over op de Habsburgers.





→ staten generaal (



1515: Karel V heer der Nederlanden



1531: collaterale raden





  • De Raad van State: meeste aanzien, edelen, landvoogd was verplicht deze raad om advies te vragen.




  • De Geheime Raad: rechtsgeleerden, opstellen van wetten en toezicht houden op gewestelijke- en plaatselijke besturen.




  • De raad van Financiën: overleg met gewesten over belasting en deze handhaven.





Respecteerde de privileges van de burgerij in ruil voor belasting; rijke stand.



Daarnaast nu per regio een landvoogd(es) en per gewest een stadhouder als vertegenwoordiger van karel





Tegenbewegingen: adel (platteland) en patriciaat (stad)





Karel zag politieke bedreiging in protestantisme (snel verspreid door Luther dmv pamfletten (boekdrukkunst)), want dit vormde een bindmiddel in de centralisatie en Karel was zelf streng gelovig.



Reformatie zie samenvatting hfst 5.3



iet





Aanstelling



1550



Inquisitie en bloedplakkaten zijn een schending van het privilege “eigen rechtsspraak”.



(





Opvolger:



Rond 1560 verspreiding van Calvinisme. Verschil: je mag in opstand komen tegen de (goddeloze) overheid. Past goed binnen de situatie van de Nederlanden en krijgt daarom veel aanhang.



1564-1565-1566 –-> strenge winter, slecht voor de handel, stijging van de graanprijs



Bloedplakkaat verhevigd



→ hertog van Alva (wanneer orde eigenlijk alweer hersteld is)



Graven Egmont en Hoorne onthoofd (katholiek en dienaars van Filips II



Onrust neemt toe door de invasie van Willem van Oranje (huurleger), acties van de watergeuzen en Alva.



+ 10





: per toeval innemen van Den Briel (spaanse leger in het oosten tegen Huurleger)



Willem aangesteld tot stadhouder (raar want dan zou hij de vertegenwoordiger van Filips II zijn)



centralisatie





1.2 Het ontstaan van de Republiek



Oorlog tegen Spanje, maar ondertussen keerden de opstandelingen zich ook tegen hen die Filips trouw bleven en tegen katholieken



Willem van Oranje wilde gewetensvrijheid, maar dit leidde dus tot onderlinge strijd





Leiden ontzet: hoofdstad van de opstand, rijk, strategische ligging.



Problemen Alva





  • NL gemotiveerder dan het Spaanse huurleger




  • Groot gebied, meerdere ordehandhavingen (bv. Oorlog tegen het Turks-Ottomaanse rijk). Oorlog is duur.




  • Soldaten krijgen maandenlang geen soldij





→ Protestanten en Katholieken tegen Filips en tegen elkaar.







17 nederlanden komen op eigen gezag bij elkaar.



Legitimatie: Staten Generaal, Grote privilege, ze mogen bij elkaar komen (zijn alleen niet beslissend)



Redenen:





  • Orde herstellen in de Nederlanden




  • Adel tegen centralisatie




  • Iedereen tegen belasting




  • Burgerij privileges, willem stadhouder




  • Calvinisten willen kunnen blijven bestaan




  • Katholieken willen af van de plunderaars.





Afspraken: → tolerantie (gaat in tegen Vrede van Ausburg), Spaanse troepen verdrijven .



Katholieke gewesten deden mee op voorwaarde dat ze Katholiek konden blijven, maar Calvinistische extremisten namen al snel een hoop over.



: min of meer gedwongen doordat het gebied omcirkelt was door Calvinisten –-> slecht voor de handel. Stadsbestuur gelijk vervangen door



Pacificatie hield geen stand:





  • Filips hoeft niet akkoord te gaan met de Staten generaal




  • Spanningen Protestanten en Katholieken





Verhuizingen, dus westen en noorden steeds opstandiger.





Katholieken afgeschrokken door Calvinisten, Filips belooft Zuiden als ze zich los maken





  • Stadsbestuur + privileges




  • Intrekken van de 10e penning







Antwoord:



(





1580: Willem van Oranje vogelvrij (vermoord 1584)



→ . Vorst aangesteld door god, maar mag worden afgezet door het volk als hij zijn onderdanen onderdrukt (contract) en zij mogen een



Had niet gekund onder de pacificatie van Gent omdat de Katholieken hier niet akkoord mee zouden zijn gegaan.





Spanje sterker (1580 eind aan de oorlog met de turken)





  • Goud uit Amerika




  • Val v Antwerpen (maar daar hebben ze uiteindelijk niet zoveel aan)




  • Militaire successen




  • Willem van Oranje (bindmiddel) dood.





Niemand wil landsheer van de Nederlanden worden, omdat je dan een gebied in opstand krijgt en in Oorlog komt met Spanje. Nederland krijgt wel militaire steun van Engeland.



Keerpunt:



Eerst Engeland aanvallen met de Armada, maar die verging in een storm



Door de oorlog met Frankrijk kon Parma de Nederlanden ook niet goed meer verdedigen (1589)



1596 wilde Filips opnieuw Engeland aanvallen



1648 pas Vrede van Münster en algemene internationale erkenning





Waarom resulteerde de opstand in de republiek? De Nederlanden konden geen nieuwe landheer vinden. Door de opstand ook meer eenheid gecreëerd





1.3 De gouden eeuw



Lokaal: adel en patriciaat → privileges, standpunt in de PS, eigen bestuur, lokale rechtspraak



Hoogste gezag per gewest: staten (ipv de landsheer) → wetgeving, rechtspraak en belastingheffing. Adel en belangrijkste steden, standpunt in de SG bepalen.



Centrale instelling: Staten Generaal → buitenlandse en militaire politiek. Vergaderde nu het hele jaar door.



Men kan uit de SG stappen.



Holland was het rijkst, dus had de meeste macht. Echter wel alle gewesten moesten instemmen met een maatregel.



Onderhandelingen gingen traag doordat vertegenwoordigers vaak terug moesten naar hun gewest voor ruggespraak, waar vervolgens weer eerst de staten bijeen moesten worden geroepen.



Brabant: generaliteitsgebied Drenthe: dun bevolkt, arm → niet vertegenwoordigd in de SG



Rond 1598 veroveringen afgerond.





Continuïteit vergeleken met voor de opstand: lokaal had in de steden nog steeds het patriciaat het voor het zeggen en op het platteland de adel. Ook nog steeds autonoom.



Verandering vergeleken met voor de opstand: soevereiniteit nu bij groep mensen die samen hertogdom of graafschap vormen.



Zie schema in aantekeningen schrift





Landsheer stelde adel aan, dus die verdwijnt langzaam.





Stadhouder: opperbevelhebber van het Staatse leger (maar 1 stadhouder dus eigenlijk landelijk leger), mocht regenten aanstellen. Macht door familie, hoogste edelman, veel aanhang (want gekozen door de gewesten en een Oranje)



Landsadvocaat/Raadpensionaris van Holland: voorzitter van de Staten en SG (agenda opstellen) → in de praktijk nationale politiek leider. Vertegenwoordigt rijkste gewest.



Stadhouder heeft meer macht in tijden van oorlog (opbrengst, baantjes verdelen etc.), de landsadvocaat wil liever vrede voor bevordering van de handel (oorlog: moeizaam vervoer en afsluitingen).



Conflict tussen Maurits van Oranje en Johan van Oldenbarnevelt: twaalfjarig bestand.



Religieuse strijd tussen orthodoxe en gewone calvinisten, steunde allebei andere partij. Maurits wilde oorlog tegen Spanje hervatten. (tijdens 12 jarig bestand)



Staten van Holland vormen eigen leger en gaven de steden toestemming om soldaten in dienst te nemen die het staatse leger niet hoefde te gehoorzamen → aantasting macht van de stadhouder.



→ maurits laat Van Oldenbarnevelt arresteren en onthoofden en vervangt regenten die hem steunden.



Johan van Oldenbarnevelt: regenten van holland, ondernemerbelang, vrijer calvinisme, tolerantie



±





oostzeehandel/moedernegotie → economische groei. Oorlog intussen ook niet meer in Holland en Zeeland.



Geen feodale traditie (geen adel) en voedselvoorziening door oostzeehandel → commerciële landbouw → stimuleerde handel en nijverheid.



1585: val van Antwerpen: Schelde afgesloten, vluchtelingen naar het noorden → levering kapitaal, connecties en kennis. Amsterdam nieuwe stapelmarkt. Amsterdam stimuleert dit alles ook nog eens door soepele regelgeving en tolerantie





VOC (1602) geen onderlinge concurrentie meer in de handel met het Oosten. Soevereine rechten (leger + marine, bestuur en wetgeving in koloniën, handelspost mogen stichten). Batavia stapelmarkt inter-Oost-Aziatische handel.





Anders dan in andere landen had de republiek een economisch beleid. Dit kwam doordat regenten vaak zelf kooplieden waren.



Republiek aantrekkelijk voor migranten: gewetensvrijheid (vooral voor joden), stimulatie van de overheid door gebouwen beschikbaar te stellen.



Toename van de vraag naar luxegoederen: boeken en schilderijen.



Einde gouden eeuw kwam met name door oorlogen met Engeland en Frankrijk.





Waardoor ontstond in de Republiek de Gouden eeuw? Verschuiving van de stapelmarkt naar Amsterdam (val van Antwerpen), Moedernegotie → graan goedkoop, hoeft niet verbouwt te worden → handelsgewassen. Politieke beslissingen genomen op basis van economische belangen (burgerlijke handelsmentaliteit). Ondertussen conflicten in andere landen





Verplichte voorbeelden





  • Luther verschijnt voor de Rijksdag in Worms (1521)




  • Instelling drie Collaterale Raden (1531)




  • Instelling bloedplakkaten (1550)




  • Ontzet van Leiden (1574)




  • Alteratie van Amsterdam (1578)




  • Plakkaat van Verlatinghe (1581)




  • De Spaanse Armada wordt verslagen (1588)




  • Johan van Oldenbarnevelt onthoofd (1619)




  • Coen verplaatst het bestuurcentrum van de VOC naar Batavia (1619)




  • Bouw van de Portugees-Joodse synagoge in Amsterdam (1639)




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.