H7,8,9

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3050 woorden
  • 19 juni 2018
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

                            Geschiedenis



Begrippen van alle hoofdstukken blz.278 t/m 282



Belangrijke namen:



Maarten Luther, Johannes Calvijn, Desiderius Erasmus, Filips II, Karel V Johan de Witt & Willem II, Galileo Galilei, Lodewijk XIV, Willem III, Napoleon, Karl Marx.



Hoofdstuk 7



Economische groei

de groei van de Engelse economie werd veroorzaakt door een aantal met elkaar samenhangende factoren:




  • De opbrengsten van de landbouw stegen spectaculair, onder andere als gevolg van het toepassen van wetenschappelijke kennis en de introductie van nieuwe gewassen en betere landbouwwerktuigen

  • De bevolking begon snel te groeien ten gevolge van de beschikbaarheid van meer voedsel en verbeterde ziektebestrijding.

  • De koloniën in Azië en Amerika produceerden steeds meer goedkope grondstoffen.



Modern kapitalisme

in een modern kapitalistisch systeem produceren particuliere ondernemers goederen en diensten met het doel zoveel mogelijk winst te maken door ze op de vrije markt te verkopen. Bij de productie maken ze gebruik van productiemiddelen die ze in eigen bezit hebben. De arbeid wordt geleverd door vrije mensen die geen productiemiddelen bezitten en moeten leven van de verkoop van hun arbeid.



Economisch liberalisme

belangrijk voor de ontwikkeling van het modern kapitalisme was ook dat mensen anders gingen denken over de beste manier om een land welvarend te maken. De staat probeerde de economie met allerlei wetten te sturen en te beschermen tegen andere landen. Op dit mercantilisme kwam in de 18e eeuw steeds meer kritiek. De enige taak van de overheid was ervoor te zorgen dat de economie goed kon functioneren. Door vrije concurrentie werden mensen gedwongen steeds betere producten te maken tegen steeds lagere prijzen. Zo zou een ‘onzichtbare hand’ de economie als het ware laten groeien. Als gevolg van verhoogde productie. Mede door het economisch liberalisme ontstond er in de 19e eeuw een samenleving met veel vrijheid voor ondernemers, maar ook met weinig bescherming voor arbeiders.



Wat is nationalisme

nationalisme betekend het liefde voor hun eigen volk. Nationalisten hebben een sterke voorliefde voor de cultuur van hun eigen volk en vinden het belangrijk dat dat volk in een eigen – nationale – staat leeft.



De vorming van nationale staten

nationalisten streefden naar nationale staten: voor elk volk één staat. Dat had grote gevolgen voor gebieden waar ‘volken’ verdeeld waren over meerdere staten.



Uiteenvallen

terwijl kleine staten opgingen in grote, nationale eenheidsstaten, leidde het nationalisme ook tot een omgekeerde ontwikkeling: sommige staten vielen uit elkaar. Daarbij ging het om grote rijken waar meer volken samenleefden.



Door al deze samenvoegingen en afscheidingen ontstond langzaam een Europa van nationale staten. Door het opkloppen van vaderlandslievende gevoelens kwamen staten tegenover elkaar te staan. Dat leidde uiteindelijk tot grote internationale spanningen en oorlog.



Wat is modern imperialisme?

het modern imperialisme: Europese landen waren niet langer tevreden met handelsposten of kleine bezittingen van waaruit ze handel konden drijven. Er ontstond een soort race om zo snel mogelijk zelfs de meest ondoordringbare gebieden te bezetten. Ze wilden hun koloniën veel beter gaan beheersen en fors uitbreiden tot grote wereldrijken of ‘imperia’.



Oorzaken

dat Europese landen koloniën in Azië en Afrika wilden veroveren en daadwerkelijk wilden besturen, had een aantal oorzaken:




  • Voor landen met een opkomende industrie waren veroveringen belangrijk om zich op een goedkope manier te verzekeren van belangrijke grondstoffen. Bovendien zagen zij de koloniën als grote, nieuwe afzetmarkten voor hun producten.

  • Een groot overzees rijk gaf politiek en militair aanzien. In die zin was er een direct verband tussen modern imperialisme en nationalisme. Een trots volk ‘verdiende’ een groot koloniaal rijk.

  • Ook oprechte bedoelingen speelden een rol. Zo trokken missionarissen en predikanten de binnenlanden in om het christelijke geloof en de Europese beschaving te verspreiden, vanuit de overtuiging dat ze daarmee goeddeden.



Gevolgen van het modern imperialisme

de veroveringen in Azië en Afrika hadden grote gevolgen voor de veroverde gebieden.



Bestuurders uit Europa

een eerste gevolg was dat de mensen in de koloniën te maken kregen met Europese politieke machthebbers. Groot-Brittannië werkte met een indirect bestuur. Inlandse vorsten en bestuurders in India bleven daarbij op hun plaats, maar moesten wel de orders doorgeven die ze van Britse ambtenaren kregen. Deze manier van besturen was relatief goedkoop en werd daarom ook in Nederlands-Indië ingevoerd. De Fransen kozen voor direct bestuur. Dat was duurder en kwam de winstgevendheid van een gebied niet ten goede, maar gaf wel meer zekerheid.



Verplichte landarbeid

een tweede gevolg voor de inheemse bevolking van de koloniën was dat zij werd gedwongen bij te dragen aan de economische activiteiten van het moederland. Een voorbeeld daarvan is de invoering van het cultuurstelsel in Nederlands-Indië in 1830. Volgens dit stelsel moest de bevolking van Nederlands-Indië voortaan koffie, thee, suiker en indigo voor de wereldmarkt produceren. Dit stelsel ging ten koste van der verbouw van rijst, omdat de boeren hun grond moesten gebruiken voor de verbouw van deze producten. Hongersnoden waren het gevolg.



Bevoorrechting van bevolkingsgroepen

een derde gevolg was dat een deel van de inheemse bevolking werd ingeschakeld bij het bestuur en in het leger. De bevoorrechte groepen waren loyaal aan het koloniale bestuur, maar deze werkwijze vergrootte wel de onderlinge tegenstellingen binnen de inheemse bevolking.



Willekeurige grenzen

een vierde gevolg was dat de koloniserende landen bij het vaststellen van bestuurlijke grenzen geen rekening hielden met de verschillen tussen inheemse volken. Grenzen werden soms dwars door het gebied van één volk getrokken. Dit leidde op verschillende plaats tot zeer willekeurige grenzen.



Nieuwe voorzieningen

ten slotte had het modern imperialisme van Europeanen ook gevolgen waar de inwoners van de koloniën wel baat bij hadden. Ook zij profiteerden van de aanleg en verbetering van spoorwegen en (water)wegen. Bovendien leerde een deel van de inwoners lezen en schrijven en verbeterde de gezondheidszorg door de bouw van ziekenhuisjes.



Hoofdstuk 8



Restauratie en liberale revoluties

De Restauratie was een logische reactie op de democratische revoluties van de 18e eeuw en de Napoleontische tijd.



Conservatisme en politiek liberalisme

Aanvankelijk had de Restauratie succes. Vorsten die door Napoleon waren verdreven, moesten in hun oude rechten worden hersteld. Bovendien moest er een machtsevenwicht tussen de grote staten komen. Van een simpel herstel van het ancien régime kon geen sprake zijn, omdat niet iedereen hetzelfde dacht over de gebeurtenissen in Frankrijk. Ook werd duidelijk dat het volk zichzelf niet kon regeren, dus vonden ze dat er een traditioneel bestuur door een keizer of koning en mensen van adel de beste garantie was voor stabiliteit en veiligheid. Deze mensen waren aanhangers van het conservatisme. Ook waren er mensen die groot belang hechtte aan de vrijheid van meningsuiting, drukpers en vergadering. Vanwege deze nadruk op vrijheden noemen we deze stroming politiek liberalisme.



Nieuwe revoluties

Het succes van de Restauratie duurde niet lang. In Frankrijk brak in 1830 opnieuw een revolutie uit. Frankrijk kreeg als eerste algemeen kiesrecht voor mannen.



Ontstaan

Deze gebeurtenissen hadden ook gevolgen voor Nederland. In 1795 was de oude Republiek met Franse steun vervangen door een revolutionaire staat, de Bataafse Republiek. In 1806 werd de Bataafse Republiek opgeheven en door de broer van Napoleon (Lodewijk) als koning aangewezen. Vier jaar later werd het koninkrijk alweer opgeheven en werd Nederland onderdeel van het Franse keizerrijk. In 1813 hadden de Nederlanders genoeg van de Fransen en hun overheersing. Ze vonden dat er een Oranje aan het hoofd moet komen. Daarom koos men voor een nieuwe te creëeren, centraal bestuurd koninkrijk, met aan het hoofd de zoon van de laatste stadhouder. In 1815 trad hij aan als koning Willem I.



Bestuurlijke inrichting

Het koninkrijk der Nederlanden was in veel opzichten anders dan de oude Republiek.



























Oude Republiek



Koninkrijk der Nederlanden



Kleiner



Groter door toevoeging van de Oostenrijkse nederlanden



Samenwerkingsverband van zelfstandige gewesten, met eigen regels en afspraken



Centraal bestuurde eenheidsstaat, overal dezelfde wetten en regels



Geen grondwet



Koning was gebonden aan een grondwet



Geen verkiezingen



Ook hier kregen onderdanen nauwelijks inspraak






Hervormingen

De liberalen hadden aangedrongen op invoeringen van een liberalere grondwet. Uit angst te worden afgezet stemde Willem II daar nu mee in. De grondwet was zeer modern. Hij bevatte vrijheid van onderwijs en vrijheid van vereniging en vergadering. Het kiesrecht bleef wel beperkt.



Slaven

Tegen de meest schrijnende vorm van ongelijkheid, tussen een vrije burger en slaaf, was al in de 18e eeuw protest aangetekend. Kort na 1800 schaften alle Europese landen de slavenhandel af. In 1833 maakte het Britse parlement een einde aan de slavernij in de koloniën en in 1848 volgden de Fransen dit voorbeeld. In de VS verliep dit moeilijker en eindigde dit in een burgeroorlog.



Vrouwen

In de 19e eeuw had een vrouw geen kiesrecht. Mannen hadden al veel eerder kiesrecht gekregen dan vrouwen. het duurde tot 1920 voordat alle Amerikaanse vrouwen naar de stembus mochten. Vanaf 1870 begonnen ook westerse vrouwen voor hun rechten te strijden. In de eerste feministische golf legden ook de Europese vrouwen het accent op de verwezenlijking van het algemeen kiesrecht voor vrouwen.



De opkomst van het socialisme

de beweging die zich inzette voor een meer structurele verbetering van het lot van de arbeiders, noemen we het socialisme. Zij streefde ook naar kiesrecht voor iedereen. Een andere groep socialisten concludeerde dat een vreedzame oplossing niet mogelijk was. Volgens hen was de Duitse denker Karl Marx veruit de belangrijkste. Volgens hem werden de rijken steeds rijker en de armen steeds armer. Dat zou onvermijdelijk leiden tot massale ‘klassenstrijd’ en uiteindelijk tot de omverwerping van het kapitalisme. Daarna zou een gelukkige tijd aanbreken, een klasseloze samenleving. Marx noemde zijn leer het communisme. De door Marx voorspelde revolutie brak niet uit.



Hoofdstuk 9



Een nieuwe eeuw breekt aan

de wereld zag er in 1900 totaal anders uit dan 100 jaar daarvoor. 3 ontwikkelingen vielen erg op.



Meer mensen

in de eerste plaats waren er veel meer mensen. De bevolkingsgroei was onder andere te danken aan nieuwe inzichten in de bestrijding van ziekten.



Sneller transport

mensen konden steeds sneller grote afstanden overbruggen. Door nieuwe vervoermiddelen werd de wereld als het ware kleiner. Daarnaast werd er veel geld geïnvesteerd in de spoorwegen en nam het aantal kilometer rails toe.



Nieuw communicatiemiddelen

de nieuwe communicatiemiddelen kennis, cultuur en informatie konden op een snellere manier overgebracht worden op een groot publiek. Met de radio konden grote groepen mensen worden bereikt. De verspreiding van cultuur ging zo een stuk sneller en eenvoudiger.



Door deze ontwikkelingen veranderde de samenleving in West-Europa en de VS ingrijpend. Veel mensen bewogen zich sneller, over grotere afstand en op andere manieren. Ook was het steeds eenvoudiger om kennis te verspreiden en over grote afstanden te communiceren. We spreken daarom van een moderne samenleving.



Nadelen

hoewel veel mensen dankzij de vooruitgang in wetenschap en techniek het grootste vertrouwen in de toekomst hadden, bleek de vooruitgang ook een keerzijde te hebben. Politieke partijen en regeringen maakten via radio politieke reclame voor hun ideeën en hoopten op die manier miljoenen mensen tegelijk te overtuigen van hun gelijk. Ook de nieuwe technieken in de industrie hadden een keerzijde. Ze leidden tot rivaliteit tussen landen en tot de ontwikkeling van nieuwe wapens.



Een nieuw soort oorlog

in de zomer van 1914 was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken. De snelle Europese oorlog werd een slopende wereldoorlog.



Nieuwe wapens

deze oorlog onderscheidde zich van eerdere oorlogen door de inzet van enorme hoeveelheden moderne wapens. Samen met de kanonnen achter de loopgraven zorgden die ervoor dat de verdedigende partij altijd in het voordeel was. De aanvallende partij werd namelijk blootgesteld aan een regen van kogels en granaatscherven.



Oorlog op wereldschaal

de oorlog eindigde doordat Duitsland uiteindelijk niet meer op kon tegen de geallieerde overmacht aan het westelijke front. Op 11 november 1918 werd een wapenstilstand gesloten.



Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog



Veranderende machtsverhoudingen

ten eerste waren veel Europese landen in de 19e eeuw druk bezig geweest met zoveel mogelijk koloniën stichten in Afrika en Azië. Overzeese gebieden leverden niet alleen goedkope grondstoffen voor de industrie op, maar gaven landen ook status en macht. Duitsland wilde meedoen aan deze wedloop om koloniën en streefde zo ook naar machtsuitbreiding in Europa. De Britten waren daardoor bang dat Duitsland de positie van hun Britse Rijk zou aantasten. Deze spanningen hadden te maken met de veranderende machtsverhoudingen.



Nationalisme en militarisme

ten tweede ging de onderlinge strijd in Europa gepaard met sterke vijandbeelden over en weer met het ophemelen van de eigen natie. Veel geld werd daarom besteed aan het produceren van wapens en het opbouwen van een goed getraind leger. Daarom kun je ook nationalisme en militarisme zien als belangrijke oorzaken.



Vijandige bondgenootschappen

Ten derde leidde de concurrentie tussen de Europese landen ertoe dat ze bondgenootschappen gingen sluiten. Landen spraken af dat ze elkaar te hulp zouden schieten bij een oorlog. Zo ontstonden de centralen en de geallieerden. In 1914 bleek het bestaan van deze 2 bondgenootschappen een rampzalig effect te hebben. Op de Balkan brak een conflict uit tussen enkele landen. Alle bondgenoten van die landen zagen zich verplicht om hun bondgenoten bij te staan. Zo groeide dit relatief kleine conflict uit tot een grote oorlog.



De aanleiding

het conflict begon met de moord op Frans Ferdinand, de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, en zijn vrouw Sophie. De dader was woedend over het feit dat Oostenrijk-Hongarije in 1908 Bosnië had ingelijfd. Princip vond dat Bosnië bij Servië hoorde. Daarom stelde Oostenrijk-Hongarije Servië verantwoordelijk voor de moord. Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië en enkele dagen later waren ook Rusland en Duitsland in oorlog. Uiteindelijk volgden ook de andere bondgenoten.



Een ‘foute’ reden?

na vier jaar oorlog sloten de overwinnaars verschillende vredesverdragen met de verliezers. Op 28 juli 1919 werd het Verdrag van Versailles gesloten. Duitsland mocht niet onderhandelen over de bepalingen in het verdrag. Het verdrag werd door de andere landen opgelegd. Duitsland moest een schadevergoeding betalen voor de aangerichte verwoestingen, het moest ontwapenen en het moest ook gebied afstaan. Deze afhandeling van de oorlog legde juist de basis voor nieuwe spanningen in Europa.



Stalins communistische economie

Jozef Stalin probeerde de gelijkheid te vergroten door de economie verder aan banden te leggen. Stalin wilde dat de staat leiding zou geven aan de economie en liet daarom vijfjarenplannen opstellen. In die plannen stond de snelle opbouw van zware industrie naar westers voorbeeld daarop. In de vijfjarenplannen werd ook vastgelegd wat en hoeveel iedereen de komende vijf jaar moest produceren. In dit systeem bestond dus geen vrije concurrentie meer en bepaalde de staat de hoogte van de lonen en prijzen. Arbeiders moesten keihard werken om de doelen van de vijfjarenplannen te halen. Ze kregen slecht betaald en hadden ook weinig rechten. Zelfstandige boerderijen werden samengevoegd tot grote staatslandbouwbedrijven die een groot deel van hun opbrengst moesten afstaan aan de staat. Veel boeren waren tegen deze hervormingen. Koelakken probeerden de collectivisatie tegen te werken. Als arbeiders of boeren zich verzetten, werden ze hard aangepakt.



Stalins totalitaire staat

stalin ontwikkelde zich tot alleenheerser in een staat die het denken en doen van al zijn burgers volledig probeerde te beheersen dit totalitarisme betekende bijvoorbeeld dat er geen politieke vrijheid was. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid bestonden niet. Ook het uitoefenen van het geloof werd tegengewerkt en vele kerken werden vernield. Onder stalin was het communistische totalitarisme op zijn hoogtepunt; het ‘stalinisme’.



Het ontstaan van de eerste communistische staat

een belangrijke oorzaak voor de toenemende onvrede was dat Rusland tijdens de Eerste wereldoorlog zware verliezen leed.



Naar een ideale samenleving

de Russische Revolutie van 1917 begon in februari met massale stakingen en demonstraties (volksopstand). Na deze Februarirevolutie trad een voorlopige regering aan, die uit allerlei politieke partijen bestond. In oktober 1917 pleegden de communisten, ook bolsjewieken genoemd, een staatsgreep en zetten zij voorlopige regering af: De Oktoberrevolutie. De belangrijkste leider was Vladimir Lenin. In theorie wilden de communisten een compleet nieuwe, ideale samenleving maken. De gelijke verdeling van macht en bezit was dus niet tot stand gebracht. Ten eerste werden de doelstellingen van de vijfjarenplannen niet gehaald: de arbeiders in de fabrieken maakten niet meer producten dan voorheen. Ten tweede mislukte de collectivisatie. De akkerbouwproductie bleef laag en omdat de staat een groot deel van de oogst opeiste, ontstonden hongersnoden.



Een vrij en welvarend land

Amerika was tijdens de Eerste Wereldoorlog een wereldmacht geworden en maakte een zeer welvarende periode door.



Vrijemarkteconomie



een belangrijke oorzaak van deze bloeiperiode was de vrijemarkteconomie ofwel het kapitalisme. Ieder individu mocht zelf beslissen of hij ondernemer wilde worden, wat hij wilde verkopen en tegen welke prijs. Dankzij deze vrije concurrentie konden ondernemers die goede en goedkope producten maakten, enorm rijk worden. om rijk te worden moesten ondernemers hun producten steeds verbeteren ten opzichte van de concurrentie en goedkoper produceren. Dit leidde tot technologische vernieuwingen. Ook op wereldschaal waren de effecten van het kapitalisme aanwijsbaar. Deze wereldwijde verwevenheid van markteconomieën noemen we ook wel wereldkapitalisme.



Economische crisis

in werkelijkheid ging het helemaal niet zo goed met de Amerikaanse economie.  Hiervoor zijn 2 oorzaken aan te wijzen. Ten eerste betaalden veel mensen producten met geleend geld, geld dat zij ooit aan de banken moesten terugbetalen. Ten tweede was er een crisis in de landbouw. Na de Eerste Wereldoorlog kwam de landbouwproductie  in Europa weer op gang en nam de export van Amerikaanse landbouwproducten sterk af. Veel boeren kwamen hierdoor in financiële problemen.



De economie stort in

ondanks dit alles bleven de aandelenkoersen op de beurs stijgen. Mensen kochten zelfs aandelen met geleend geld. De VS waren ook in een enorme economische crisis. Amerikaanse banken wilden namelijk het geld terug dat ze tijdens de Eerste Wereldoorlog aan Europese landen hadden geleend. De Duitse economie kon dit niet aan en stortte vrijwel direct in. Andere landen volgden. Binnen zeer korte tijd was er een economische wereldcrisis ontstaan.



Een nieuwe aanpak

in 1932 werd Franklin Roosevelt tot president gekozen. Zo gebruikte hij veel overheidsgeld om werklozen aan het werk te zetten voor het algemene nut. Met hun loon konden de werklozen producten kopen en dat was goed nieuws voor de fabrieken. Een ander belangrijk punt was de devaluatie van de dollar. Daardoor werden Amerikaanse producten in het buitenland goedkoper en werden buitenlandse producten in Amerika duurder. Tot 1936 hadden deze wettelijke maatregelen behoorlijk succes. Maar de werkloosheid loste pas echt op tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de vraag naar wapens steeg.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.