Globalization syndrome (minus H1 & H7), James H. Mittelman

Beoordeling 5.6
Foto van Simon
  • Samenvatting door Simon
  • 2e klas wo | 9813 woorden
  • 19 september 2003
  • 25 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 25 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Door Simon S: Chapter 2, deel 1 (pagina 33-45), The Globalization Syndrome, James H. Mittelman

Rethinking the international Division of Labor

De oude arbeidsverdeling (IDL, international division of labor) waarbij sprake was van kern, semi-periferie en periferie gaat door het globaliseringsproces niet meer op. Ook is er geen sprake meer van NIDL (new international DL), maar van GDLP (Global Division of Labor and Power). Globalisering maakt het ingewikkelder en het proces op zich heeft een hybride karakter.

Het hoofdstuk wordt opgedeeld in drie delen. In het eerste wordt de IDL-theorie uit de doeken gedaan. In het tweede de NIDL-theorie. En ten slotte het grootste deel, Mittelmans eigen GDLP-theorie, welke structuur probeert aan te brengen in het ingewikkelde proces dat globalisering heet.


THE OLD DIVISION OF LABOR, Classical Political Economy. De klassieke theorie die ontstond aan het begin van de Industriele Revolutie (eind 18e eeuw), gaat uit van een productieproces dat een stukjes opgedeeld wordt, elk met eigen taak en winstmarge. De ambachtsman zag Smith verdwijnen en de productie toenemen door kleine fabriekjes op te richten waarin in elk een deel van het productieproces werd gedaan. Meer luxe voor iedereen, maar ook: vervelend repetitief werk. Handel moest slecht bereikbare, onderbevolkte gebieden bereiken en de markt doen uitbreiden. David Ricardo betoogde dat een land een product exporteert dat ze goedkoop maken en importeert wat een ander land goedkoper kan maken. Marx bouwt door op de theorie en heeft kritiek op de hersendodende opdeling van werk en de sociale opdeling (ontwikkeling arbeidersklasse die wordt uitgebuit).

Sociological Theory. Weber kijkt naar de sociale relaties tussen de verschillende productiedelen en de administratie daarbij komt kijken. Volgens Durkheim ontstaat er een “organic solidarity”, omdat de verschillende groepen arbeiders van elkaar afhankelijk worden en samen dienen te werken om een product te maken.

Old theories, New Realities. De IDL kan beschouwd worden als een springplank om een nieuwere theorie op voort te bouwen. De rol van de staat is niet voldoende uitgewerkt, en ook de rol van de kenmerken van de arbeiders (leeftijd, ras etc.) en de lokale cultuur.

THE NEW INTERNATIONAL DIVISION OF LABOR. De NIDL-theorie (1960) probeert te verklaren waarom het simpele productiewerk naar ontwikkelingslanden verplaatst en Research & Develepmont vooral in `the heartland of capitalism' blijft. De TransNational Corporations (TNC's) worden een grote rol toegedicht. Uit winstbejag worden arbeidsintensieve divisies in lagelonenlanden geplaatst, waardoor een tegengesteld lineair verband ontstaat tussen grootte BNP en hoeveelheid productiewerk. Ontwikkelingen op het gebied van transport en communicatie maken het transnationale karakter van grote bedrijven mogelijk. Internationaal wordt niet alleen gezocht naar nieuwe afzet-, maar ook arbeidsmarkten. (vrouwen in textiel) De NIDL-theorie hecht echter te veel belang aan de lage lonen. Er zijn meer dan alleen die reden om je als TNC in een bepaald land te vestigen. De vraag is wat er zo nieuw is aan de Nieuwe IDL. De industrialisering in ontwikkelingslanden is ook al niet nieuw, die had je in Latijns Amerika in de jaren '30 al. De grote vraag is: what are the political dynamics that both join and seperate global linkages in production, exchange, and consumption?

In de tabel van de `competitive index' die aangeeft hoe interessant het voor een bedrijf is zich er te vestigen, staan Hong Kong en Singapore bovenaan en daarna volgen eerst een hoop traditioneel Westerse landen (VS, VK, Canada etc.).


THE GLOBAL DIVISION OF LABOR AND POWER, Regionalism and Globalization. Nieuw is de manier waarop en de mate waarin politieke economieen gepenetreerd worden door globaliseringfenomenen. Overal gaat dit verschillend. Op zoek gaan naar 1 enkel patroon is zinloos, bovendien staan regionale verdelingen van arbeid constant onder invloed van snelle veranderingen.

De rol van de staat en de interstatelijke organisaties blijft belangrijk, doch veranderd. Door subsidies e.d. kon een land als Singapore haar concurrentiepositie verbeteren en zo het bedrijfsleven aantrekken. In veel ontwikkelingslanden ontstaan Export Processing Zones (EPZ's) - 200 in 1989, 15 miljoen arbeiders-, enorme conglomeraties van exportproductiebedrijven. De staat kan ook invloed uitoefenen door grote directe invloed op het productiesysteem te houden, of via het “just-in time”-systeem dat vanuit Japan ook in andere landen voeten aan de grond krijgt. Met dit systeem worden de opslag- en overproductiekosten ingeperkt, door net op tijd alles af te hebben en zo nooit met te veel te zitten. Op regionaal niveau heb je inner globalization-patroon en outer ~. In Azie probeert men ze samen te voegen. Bij de eerste wordt het minder bureaucratisch en groots georganiseerd en kijkt men vooral naar de regionale markt, bij de tweede probeert men alles uit de mogelijkheden van de wereldmarkt te halen. De Asian Regional Division of Labor (ARDL) werd opgericht om lokale loonsverschillen te beperken, inmiddels werken de subregio's als intermediair tussen de grote bedrijven en goedkope arbeidskrachten. In Azie zijn twee krachtsteden (Hong Kong en Singapore) die steunen op de verschillende industrieen om zich heen en andersom. Het `outer globalization'-patroon krijgt vorm op continentaal of globaal niveau (liberal multilateralism). De internationale instituten zijn er om de internationale economie vorm te geven, maar lopen (hopeloos) achter op de ontwikkelingen. Hierom bestaat er ook een roep om transformative multilateralism, waarin alle politieke, economische, sociale en culturele krachten vertegenwoordigd worden om problemen die het globaliseringproces te weeg brengt, op te lossen. Invloed op het proces dus. Zo'n instituut ontwikkelen is lastig. Wat zich nu lijkt te ontwikkelen is truncated multilateralism, waarin ieder land op zich met verschillende onderlinge relaties er zoveel mogelijk uit te halen, daarbij zich protesten van door globalisering benadeelde bewegingen op de hals halend. Er ontstaat ook ongelijkheid (N-Amerika, Eur + O-Azie vs. de rest).

Door Daan B: Samenvatting h2, deel 2, Interregionale en Intraregionale Migratie



Alhoewel migratie even oud is als de wereld, zijn de hedendaagse migratie bewegingen ongekend in grote. Volgens een VN rapport uit 1993 zijn er in de wereld tenminste 100 miljoen immigranten die buiten hun geboorteland leven. In New York is 35% van de inwoners in het buitenland geboren. Ook in veel Europese landen is het aantal immigranten enorm toegenomen. Ondanks dat door de marktwerking kapitaal en arbeid steeds Internationaler worden blijft de staat het belangrijkste uitgangpunt, ook al is dit vaak niet meer relevant. De regulatie van immigranten arbeid geschied niet allen via de staat en formele multilaterale processen, ook informele (multiculturele) mechanismen spelen een rol. De aanwezigheid van immigranten met een totaal andere cultuur brengt in veel landen spanningen met zich mee. In een land als Duitsland met meer dan 5 miljoen immigranten is nog nauwelijks sprake van een multiculturele maatschappij, de Duitsers zien Duitsland als een afgebakende culturele eenheid waarin voor buitenlanders geen plaats is. Een Turk of Griek blijft altijd en Turk of Griek ook als hij al zijn gehele leven in Duitsland woont.



Arbeid is een onderdeel van het productie proces. Als de productie steeds internationaler wordt geld dat ook voor de immigratie bewegingen. Internationale Productie processen lopen tegenwoordig dwars door staten en worden bij elkaar gehouden door handels stromen. Cultuur en een gemeenschappelijke achtergrond spelen hierin echter een belangrijke rol. Internationale handels stromen komen vaak voort uit een regionaal netwerk van mensen met een zelfde cultuur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de 40 miljoen Chinezen verspreid over Zuid - Oost Azie die een informeel netwerk vormen met het vaste land van China waarbinnen de handel enorm toe is genomen. Chinese immigranten die naar andere landen in de regio zijn verhuisd verkregen daar een positie die voor de lokale bevolking dankzij een gebrek aan geld niet konden verkrijgen. De hechte Chinese gemeenschappen vormden een nieuwe middenklasse. Ze zenden geld naar huis of laten voor hun bedrijf goedkoop goederen fabriceren of het Chinese vasteland wat daar de werkgelegenheid weer ten goede komt. Een typische voorbeeld van zo'n regionaal door cultuur gebonden systeem is dat van een Chinees bedrijf met het hoofdkantoor in Hong Kong en de onderzoek afdeling in Taiwan zijn producten fabriceert in China zelf waar de arbeid nog goedkoop is.



Conclusie


Het hoofdstuk is geschreven om een basis te bieden voor de drie belangrijke historische theorieen over arbeids verdeling. Het gaat hierbij over het klassieke IDL systeem van Smith en Ricard, de nieuwere NIDL (New International Division of Labour) en de GDLP(Global Division of Labour and Power). Het IDL gaat vooral over het belang van specialisatie en de voodelen van goedkope handelsproducten. Het NIDL over de verspreiding van productie naar derde wereld landen en het GDLP over de informele regionale en internationale aspecten van de handels keten. Volgens de schrijver zijn de IDL en de NIDL niet geschikt om te bepalen welke kant de globalisatie opgaat omdat ze zich teveel beperken tot nationale handels systemen en marktwerking en onvoldoende met de macht van cultuur, gemeenschap en vertrouwen. De GDLP geeft een nauwkeurig beeld van waar de macht ligt, niet bij de staat maar bij de internationale handelsstromen. Hierdoor is de macht van de staat afgenomen, de staat kan slechts voorwaarden scheppen voor een sterke economie. Globalisatie is een ongelijk verdeeld proces dat door staten niet te controleren is.


Samenvatting chapter 3, door Loes.

Hoofdpunt Mittelman: verband tussen herstructurering van globalisering en migratie. De vraag die daar bij komt : bestaan er migratie-reguleringen bij verschillende regimes.

Migratie algemeen

* Intra-regionaal: migranten blijven binnen regio

* Inter-regionaal: Migranten verhuizen naar plaats buiten hun regio

Historisch overzicht:

1500-1815 kolonisatie en slavenhandel

1815-1914 Industriele revolutie, migratie gaat door

1945- enorme groei migratie. Tussen 1989 en 1992 is het aantal migranten verdubbeld.

Migratie heeft altijd al bestaan, laatste decennia veel veranderd, door herstructurering van productie. (Precies aantallen zijn niet mogelijk door illegale migratie)

Momenteel is er voornamelijk sprake van intra-regionale migratie. Voornamelijk van Zuid naar Noord. (bv Mexico-VS)

Oorzaak

*De onevenwichtige verdeling van kapitaal (kapitaal trekt werk) en flexibel werk is voor handen.

* Post - Fordisme: Meer flexibel, gefragmenteerd en gedecentraliseerd productiesysteem. Er wordt gebruik gemaakt van geografische spreiding van werkkrachten en kleine firma's

(Fordisme bestaat nog steeds in sommige sectoren, vooral onopgeleide krachten, arbeidsintensieve processen, bv fastfood)

*Vrijwillige en niet-vrijwillige migranten die door politieke, godsdienstige etc redenen moeten vertrekken.

*Kern-periferie theorie

Gevolg

Versturende landen:

`Brain-drain': te kort aan (hoog)opgeleide mensen

geldstromen van immigranten

verlies arbeiders > productie-kosten omhoog> leningen van westen>meer afhankelijkheid

Ontvangende landen:

Multiculturele samenleving> intolerantie lokale bevolking

Slechte positie migranten

Economisch voordeel

Beleid van staten en internationale regimes

Er bestaat geen gezamenlijk beleid. Alle landen hebben een eigen regelgeving. Pogingen als ILO (international labour org) hebben weinig resultaat opgeleverd. Reden: tegenstrijdige belangen en soevereiniteitbeginsel.

Volgens Mittelman moet de migratie niet gestopt worden, nog nooit is de productie zo groot geweest. Wel moet de sociale positie van immigranten flink verbeterd worden.


Door Hester B: HOOFDSTUK 4 `GLOBAL POVERTY AND GENDER'

De hoofdvragen van dit hoofdstuk zijn:

Welke samenhang tussen globalisering en armoede komt aan het licht?
Wat is de sleutel tot het begrijpen van armoede?

Mittelman laat in dit hoofdstuk zien wat de neo-liberale opvattingen over armoede zijn, gaat daar tegenin en biedt een alternatieve manier voor het begrijpen van armoede. Hij let daarbij vooral op de production of poverty.

Neo-liberalisme

Globalisering is een proces (syndroom) dat verbonden is met het neo-liberalisme. Het neo-liberalisme gaat uit van een vrije werking van de markt. De neo-liberale ideologie ziet de expansie van de markt als natuurlijk en onvermijdelijk, terwijl de bestaande sociale regelingen binnen een economie worden gezien als iets wat van de economie losgekoppelt moet worden. (Polanyi beweert echter dat de markt bewust door overheden aan de maatschappij is opgedrongen) Er wordt daarbij vanuit gegaan dat dit miljoenen mensen van hun armoede zal ontdoen. Er wordt uitgegaan van een win-win-situatie in plaats van een winner-take-all-proces. Vanuit een neoliberaal gezichtspunt neemt de armoede als percentage van de wereldbevolking af.

Mittelman's interpretatie

Mittelman beweert dat hoe verder de globalisering zich voltrekt, hoe meer armoede er ontstaat. Dit proces voltrekt zich met grote intra- en interregionale verschillen. De toename van de armoede valt het best uit te leggen als een uitkomst van de interacties tussen globalisering, marginalisering en geslacht. Mittelman legt marginalisering uit als een combinatie van het woord `marge' en het economische gebruik daarvan, dat is namelijk het punt waarop de inkomsten nauwelijks meer de gemaakte kosten dekken.
De marginalisering van veel mensen (dat is dus het tot over de rand van een bestaansminimum geduwd worden) komt doordat de economische globalisering zorgt voor een afname van de uitgaven voor sociale diensten en de economische hervormingen loskoppelt van de sociale politiek. Vooral vrouwen worden door deze ontwikkelingen geraakt (zie case-studies). Door economische herstructurering zijn het vooral de vrouwen die de verantwoordelijkheden op zich nemen, terwijl ze ook nog steeds thuis het huishouden doen. De arbeidsverdeling op basis van geslacht is een van de factoren die globalisering mogelijk maken. Vrouwen nemen namelijk de sociale diensten over van de staat, zodat die zich kan toeleggen op economische ontwikkeling. Daarnaast hebben vrouwen minder toegang tot het productieproces dan mannen. Omdat de markt losgekoppeld wordt van de maatschappij, zijn het vooral de vrouwen die hiervan het meest te leiden hebben. Door de onderwaardering van sociaal, productief werk werken ze harder en meer uren.
De overheersende defenitie van armoede is het indelen op basis van het consumptieniveau, het leven onder het bestaansminimum. Mittelman ziet armoede als marginalisering, men wordt tot de rand van de economie geduwd, waar de opbrengsten van het werk lager zijn dan de inzet die ervoor gegeven is. Deze gedachtegang verschilt op twee punten van de gangbare opvattingen over armoede, namelijk:
- De focus op productie, om te laten zien dat armoede ontstaat binnen arbeidsrelaties, en niet als een gelijktijdig met werkloosheid optredend verschijnsel.
Het verbindt armoede met het proces van marginalisering in plaats van het te
Beperken tot een bepaalde groep mensen.

Mozambique

Mozambique is een land met een grote schuldenlast. De burgeroorlog en het gelijktrekken van de prijzen met de internationale prijzen hebben het land in armoede gedompeld. Vooral vrouwelijke boeren zijn erg arm, hoewel Mozambique het grootste percentage werkende vrouwen van heel Afrika kent. Doordat veel mannen naar de steden en aangrenzende landen zijn getrokken, runnen 60% van de vrouwen een huishouden, in verhouding tot 43% gemiddeld in Afrika. Omdat Mozambique veel honger kent, is er een markt nodig om voedsel te bemachtigen. Veel land is naar commerciele grootgrondbezitters gegaan. Arme boerenfamilies hebben zo hun bezittingen verloren. Om een hogere voedselproductie te krijgen, besloten de IMF en de Wereldbank in 1988 om de subsidies op voedselprijzen af te schaffen om zo de productie te stimuleren. Dit leidde echter tot een verslechtering van de levensomstandigheden. Het verbouwen van voedsel voor het eigen onderhoud wordt door vrouwen gedaan. Door de privatisering van het land zijn het vooral de vrouwen die hun land verliezen aan mannen die voor de markt produceren. De gezondheid van de vrouwen wordt slechter, omdat ze harder moeten werken en daarnaast nog evenveel in het huishouden moeten doen. Toegang tot de gezondheidszorg hebben ze echter niet, omdat door privatisering van die sector de prijzen erg gestegen zijn. De vrouwen in Mozambique zijn tot werkomstandigheden gedwongen die nauwelijks hun welzijn verbeteren.

Filipijnen

In de Filipijnen zijn er veel export processing zones (EPZ) gesticht. Buitenlandse bedrijven vestigden zich in die gebieden. Het succes van de EPZ's is vooral te danken aan de vrouwelijke arbeiders, die zo'n 85 - 90% van het totale personeel uitmaken. Een van de redenen om in een EPZ te gaan werken, is het ondersteunen van familie elders door middel van geld. De EPZ's leiden echter tot armoede. Het loon is er erg laag in vergelijking met andere industriele gebieden, vrouwen krijgen vaak minder dan het minimumloon. Daarnaast zijn de voedselprijzen in deze gebieden duurder dan elders en de huisvesting is duur en slecht. Daarnaast zijn de werkomstandigheden gevaarlijk. Niet het feit wat voor werk het is, maar wie het werk doet, leidt tot de benaming van arbeid van hoog en laag niveau.

Door Sophia van T: Samenvatting hoofdstuk 5

Marginalisering: het openen van de markt in Mozambique

Mozambique heeft, wat betreft globalisering, dezelfde weg gevolgd als de rest van Afrika: Van hoge verwachtingen tot een marginale positie in de GDLP (Global Division of Labor and Power).

De reden hiervoor is volgens Mittelman te vinden in regionale processen, migratie, handelsnetwerken en cultuur.

Doel van dit hoofdstuk is het aangeven van verschillende links tussen Globalisering en Marginalisering. Mittelman gebruikt Mozambique als voorbeeld.

Mittelman begint het hoofdstuk met het beschrijven van de historische structuren van heel Afrika. Vervolgens geeft hij verschillende empirische gegevens van de gevolgen die globalisering heeft voor Mozambique. Denk hierbij aan de markt-gerichte economie van het land en het verlies van controle over het land als gevolg van transnationale relaties. De conclusie is gericht op het dilemma van democratisering en economische revitalisering.

Afrika in de GDLP

Eind 1970 vormden de ontwikkelde landen een vrijwel heterogene groep. Gekenmerkt door economische groei en tekeken van democratisereing. Afrika maakte hier echter nauwelijks deel van uit. Industrialisatie had hier een dualistische economie als gevolg. Rond 1980 was de economische groei van nationale economieen in Afrika nul, terwijl de bevolking groeide en het continent de grootste lange-termijn lening had van de wereld.

Mozambique is interessant omdat het land onderaan de globale ladder staat, maar tevens de meest strategische ligging van het zuidelijk deel van Afrika (spoorwegen, havens) en economische potentie heeft.

Het ontstaan van de marginalisering in Mozambique

Voordat Mozambique een kolonie van Portugal werd, verzorgde zij al het transport van de haven naar de binnenlanden van Afrika.

Tijdens de koloniale periode produceerde Mozambique voornamelijk basis materialen voor de ontwikklede landen. Tevens diende zij als afzetmarkt voor Portugal. De Portugezen ontwikkleden een economische infrastructuur voor Mozambique. De Portugezen verkochten arbeiders uit Mozambique aan Zuid Afrika voor het werk in de goudmijnen daar.

In 1975 kreeg Mozambique haar onafhankelijkheid. Het land had toen een economie waarvan de opbrengsten van de export minder dan de helft van de kosten van de import konden dekken. 93% van de bevolking was analfabeet.

De FRELIMO regering reageerde hierop met een versterking van de nationale economie, met als doel verminderde afhankelijkheid van buitenlandse import en een grotere export. Tevens sloot het land zich in 1984 aan bij de IMF en de wereldbank. Kort hierna kreeg Mozambique ook nog te maken met een burgeroorlog. Toen deze 12 jarige oorlog eindigde waren er een miljoen mensen dood en de schade aan de economie bedroeg zo'n 30 biljoen dollar.

In 1990 stegen de voedselprijzen en ontstonden er als gevolg hiervan burgeropstanden. Mozambique ontwikkelde zich niet zoals Westerse landen en had geen andere keus meer dan te gehoorzamen aan de machtige Westerse wereld. Mozambique is afhankelijk van import, 80% van de bevolking werkt in de agrarische sector en zij zijn tevens afhankelijk van voedselhulp.

In de GDLP neemt Mozambique, net als de rest van Afrika de plaats in van een service economie. Om een betere plaats in te nemen binnen de GDLP zal Mozambique producten met een hogere marktwaarde dan basis materialen moeten gaan exporteren. Tevens moet zij vrede en een stabiele regering zien te handhaven. Oplossing: New Regionalism. (hfd 6)

Door Brecht: Uittreksel hoofdstuk 6

Het nieuwe regionalisme


Na een aantal veranderingen te zijn ondergaan, heeft het regionalisme zich ontwikkeld tot een sterke kracht binnen globaliseringsprocessen. Regionalisme heeft een tweezijdig karakter; enerzijds is het gewoon een hoofdstuk uit het globaliseringsboek en anderzijds roept het een tegenkracht op.

De nieuwe regionalistische benadering breekt met de traditie en bekijkt eigentijdse vormen van transnationale samenwerking vanuit een vergelijkend en historisch perspectief. Hiernaast wordt dit fenomeen vanuit meerdere niveaus bekeken. Bijvoorbeeld vanuit het macro-, sub-, of microregionalisme.

De nieuwe regionalistische benadering

Tijdens de jaren dertig van de vorige eeuw waren handelsgebieden en de muntsoort die daar in omloop was, gelijk aan elkaar. Dit duidde op protectionisme dat leidde tot een flinke daling van de wereldhandel; autocentrisch regionalisme. Tegenwoordig komen die gebieden niet meer met elkaar overeen, neem als voorbeeld de U.S. dollar in China.

Het neoliberale regionalisme is in tegenstelling tot de bovenstaande naar buiten gericht en wil vermindering van de greep van staten op handels- en geldrelaties. Het wil een wereldwijd bereik hebben, uitbreiden naar meer regio's met meer buitenlandse aanknopingspunten. Supermachten bewegen dit regionalisme niet van buiten- en bovenaf maar het ontstaat spontaan van onderop en binnenuit.

Het Europese model vs. Afrikaanse en Aziatische modellen

Er zijn een aantal verschillen tussen de modellen. Als eerste kan het Europese model niet als een paradigma gelden voor alles buiten Europa. De Europese Unie wilde in 1958 haar leden op gelijke manier juridisch aan zich binden. Voor iedereen dezelfde juridische maatstaf. Dit soort integratie is nooit een doel geweest van Afrikaanse en Aziatische landen omdat de regio's uit beide landen de politieke aanhang misten voor een opstap naar betere integratie. Dit heeft geleid tot het ontwikkelingsintegratie model. Ten tweede was veiligheid de belangrijkste reden voor het oprichten van de SADC en ASEAN door resp. Zuid-Afrika en Azie, dit in tegenstelling tot de EU. Ten derde kozen beide organisaties voor een bureaucratisch mechanisme in plaats van te worden geleid door een secretariaat. Bovendien wordt vooral in ASEAN vanuit de private sector geïnvesteerd. Dit komt vaak vanuit Japan waardoor uniformiteit binnen de organisatie dreigt te verdwijnen.

Neoliberalisme

Vanaf 1980 wordt al vanuit het neoliberalisme gedacht. Het nieuwe regionalisme heeft het neoliberalisme meegesleept. Ook het neoliberalisme wil zich meer betrekken bij de globale economie. Ondanks het feit dat meer economisch integreren destijds niet heeft geholpen in de ontwikkelingslanden om het welvarender te maken, wordt er nu wel veel geld gepompt in regionale projecten aldaar.

Neoliberalen beweren dat landen die exporteren alleen maar kunnen concurreren met de wereldmarkt mits ze niet gehinderd worden door prijscontroles, tol- of tariefmuren.

Samen met de opkomst van het neoliberalisme komt ook de opkomst van gespecialiseerde regionale productiesystemen. Dit maakt een regio alleen maar belangrijker want als deze productiesystemen nabij bepaalde industrieen liggen, betekent dat lagere kosten en grotere mogelijkheden om aan de vraag te kunnen voldoen.

Hiernaast heeft ook het sociaal-culturele aspect invloed op het drukken van de kosten. Zoals al gezegd werd ASEAN voornamelijk gefinancierd door Japan. Door sterke familiebanden binnen Chinese familieondernemingen kon Japan deze banden bij wijze van spreke gebruiken als kanalen om zo verder te kunnen investeren in nog meer ondernemingen. Bovendien ontstaat er een vertrouwen wat de handel vergemakkelijkt.

Met de opkomst van de macroregio's als de EU en de NAFTA wordt ook de mobiliteit van kapitaal en arbeid verbeterd. Hierdoor ontstaan flexibele productie- en arbeidsmarkten.

Machtsrelaties

Volgens de neoliberale theorie kunnen de regels voor economische ontwikkeling overal op worden toegepast; van de meest ontwikkelde tot de minst ontwikkelde landen. Wordt het individueel benaderd, dan wordt de ongelijkheid die zichtbaar wordt, verzwegen. Als regionalisme streeft naar grip op de wereldmarkt, dan kan regionale integratie in principe worden overgeslagen. Sommige regio's worden als het ware overgeslagen omdat een regio het machtigst is; regionale hegemonie.

Door het tegenstrijdige karakter van globalisering werd er gezocht naar een nieuwe benadering van het nieuwe regionalisme. Integratie tegenover desintegratie. Aan de ene kant is centralisatie zichtbaar met aan de top Europa, de VS en Japan. Aan de andere kant is het zaak het microniveau niet te laten ondersneeuwen door de centralisatie. Juist op het gebied van het microregionalisme worden nieuwe productiemethoden en technieken ontwikkeld die specialisatie en verscheidenheid van producten tot gevolg hebben.



Door Nina den B en Marjolein K:Samenvatting H8 Subregional Responses to Globalization

Hoofdvraag:

Wat zijn de voornaamste interacties die de dialectiek van globalisering en subregionalisme vormen?

(Dialectiek= denken van twee polen uit; oplossen van innerlijke tegenstrijdigheid.)



Het neoliberalisme wil alle economieen en samenlevingen openstellen voor de wereldmarkt. Er zijn hierop twee reacties van de subregio mogelijk: accepteren of verwerpen. Dit hoofdstuk gaat over het accepteren van globalisering, dus het deelnemen aan de wereldmarkt.

Subregionale patronen vormen zich binnen de globalisering, binnen macroregio's. Dit gaat over grenzen heen en kan staten of delen van staten bevatten. Er bestaan verschillende subregionale processen:

Super-NIC (newly industrializing country)

stadstaten en entrepots: Singapore/Hongkong

Bijna-NIC's: Maleisie Filippijnen

Groei-driehoeken/polygonen

transfrontier- recource area's

De subregionale activiteiten worden zowel door initiatieven van bovenaf als van beneden gevormd. Van bovenaf gedirigeerd door bijvoorbeeld de staat en van onderaf ontstaan door bijvoorbeeld familiebanden.

Mittelman richt zich op Azie, en gebruikt Afrika als check van de Aziatische structuren en ideeen op het gebied van subregio's.

Mittelman beschrijft drie verschillende interpretaties van het NIC-model: neoliberaal, cultureel en vanuit staatsvisie.

-Neoliberalen:

Stellen dat het “wonder” van de NIC's het gevolg van de marktlogica is, dus bevorderd wordt door de logica en de goede eigenschappen van de vrije markt.

De groei wordt vooral gestimuleerd door een export-georienteerde economie en banden met het westen.

-Cultureel:

De waarden van Confucius zouden voor een bloeiende economie gezorgd hebben: geduld, collectief doel, opoffering en gehoorzaamheid aan autoriteit. Echter, de slechte economische tijd van voor het “wonder” werd toen ook al aan de Confuciaanse waarden geweten.

-Staatsvisie:

Spreekt de neoliberalen tegen. Stelt dat er al wel een positief economisch klimaat was, maar dat het deskundig beleid van de staat tot groei leidde door te investeren in educatie, stabiliteit en landbouw.

Deze visie besteedt weinig aandacht aan de veranderingen in de wereld sinds 1960, en negeert de moeilijkheden die de NIC's hebben om van een kapitaal- naar een technologie-economie over te stappen.

De invloed van de staat op de nationale economie neemt af omdat zij steeds meer onder invloed van het globaliseringproces komt te staan.

Toch stelt Mittelman niet dat de economische planning voor een staat onmogelijk wordt; als het maar `globalisation planning' is. “Globalisation conditions, but does not eliminate possibilities for national development.”



Driehoeken en polygonen

Politieke en economische veranderingen met name in Azie maken subregionale initiatieven mogelijk. Een tweetal vormen hiervan zijn groeidriehoeken en groeipolygonen.

Een groeidriehoek wordt door Mittelman omschreven als investering en industrialisatie over grenzen heen om tot regionale welvaartsgroei te komen, door gezamenlijk gebruik van bronnen en productiemiddelen te stimuleren. Een voorbeeld hiervan is de “Southern China Growth Triangle” ook bekend als de Guandong-driehoek.

Een groeipolygoon is een transnationale economische zone uitgespreid over afgebakende geografische gebieden, drie of meer landen betreffend. Een voorbeeld hiervan is de Mekong subregio (Cambodia, Laos, Myanmar, Thailand, Vietnam en de Chinese Yunnan provincie)

Groeidriehoeken en polygonen bevorderen de vestiging van TNC's (TransNational Corporations) die de subregio's als een geheel zien. Deze regio's hebben zowel economische als culturele overeenkomsten als bijvoorbeeld taal. De kenmerken van deze “growth-areas” zijn: geleid door prive-sector, aangedreven door marktwerking, door de staat ondersteund en weinig geïnstitutionaliseerd.

De nadruk op de economie verschuift van schaal naar netwerk. Het productieproces wordt over meerdere landen uitgesmeerd, er bestaan geen echte centra meer, maar periferieen. Kleine corporaties kunnen zo directer participeren aan de globalisering.



EPZ's en Transfrontier Recource Area's.

Subregionalisme houdt o.a. in dat EPZ's (Export Processing Zones) gevormd worden, vrije industriezones voor multinationals. Deze hebben voor- en nadelen. Aan de ene kant werkgelegenheid, stimulatie voor eigen economie, technologie en kapitaal. Aan de andere kant geen bescherming van werknemersrechten, sociale netwerk valt weg (sociale zekerheid), eigen economie kan benadeeld worden.

Het debat over de EPZ's gaat eigenlijk over globalisering zelf: kansen en risico's.



In het geval van een Transfrontier Recource Area wordt een concept uitgedragen door bedrijven, regeringen en internationale agentschappen om economische groei binnen landen en over grenzen heen te bevorderen.

Een voorbeeld hiervan is de Maputo Development Corridor waarbij de haven van Maputo toegankelijk wordt gemaakt, zodat de Zuid-Afrikaanse markt hierdoor, samen met Mozambique ook deel kan nemen aan de wereldeconomie.



Subregionale reacties op globalisering

Dit zijn het NIC-model (Japan), de groeidriehoeken en polygonen (vaak met EPZ's), development corridors en grensoverschrijdende groeigebieden (Maputo).

Ontwikkelingslanden zien de NIC-formule nog steeds als de manier om hun economie te ontwikkelen. Echter, subregionale strategieen zijn altijd gebonden aan een historische en sociale structuur. Het NIC-model (grote economische groei met een op exportgerichte handel) kan niet zomaar overal worden toegepast en kent ook vele nadelen, bijvoorbeeld milieuverontreiniging.

Het NIC-model is te statisch om als prototype voor andere landen te dienen. Het is meer een ideologisch en politiek ideaal voor neoliberalen. Bovendien biedt het model geen sociale zekerheid die dus door de maatschappij moet worden opgevangen, echter de maatschappij valt uiteen door de globalisering.



Van cruciaal belang is de manier waarop de markt, staat en maatschappij samenwerken bij het vormen van subregionale reacties op de globalisering.


Door Alex van B: Samenvatting hoofdstuk 9: Conceptualizing Resistance to Globalization Deel 1

Hoofdvraag: Wat is de betekenis van verzet in de context van globalisering?

Omdat het neoliberalisme en de liberale democratie geen gelijke tred houden, ontstaat er een grote asymmetrie tussen het economische en politieke niveau in het globaliseringproces die verzet tegen globalisering oproept. Verzet tegen globalisering is echter niet alleen een politieke reactie: verzetbewegingen komen volgens Mittelman ook voort uit culturele processen; de hoofdstelling van dit hoofdstuk. Daarbij zou het ook te gemakkelijk zijn om verzet alleen als een georganiseerde oppositie tegen gevestigde economische en militaire machten te zien. Mittelman verkent dit vraagstuk door drie theoretici te bespreken:

Antonio Gramsci's counterhegemony: Om economisme te vervangen, ontwikkelde Gramsci het concept van hegemonie: een dynamisch levend proces waarin sociale identiteiten, relaties, organisaties en structuren gebaseerd op een ongelijke spreiding van macht en invloed, zijn ingesteld door de heersende klassen. Op die manier wordt hegemonie zowel economisch als ethisch-politiek, want het schept de relaties van overheersing en onderwerping. De hegemonie kan echter nooit volledig zijn, omdat ondergeschikte groepen hieraan niet zullen meewerken en verzet zullen bieden: counterhegemony. Hieronder vallen de zogenaamde `wars of movement' (directe aanvallen op de staat zoals werkstakingen of militaire actie) en `wars of position' (geweldloos verzet zoals een boycot). Hoe en waarom brengt deze counterhegemony individuen samen tot een openbaar collectieve confrontatie met de staat?

In het antwoord hierop speelt common sense (gezond verstand) een cruciale betekenis: het is het product van de relatie van een individu met een verscheidenheid aan sociale groepen waaraan hij of zij zich conformeert. Volgens Gramsci bezitten individuen en groepen kritisch bewustzijn en zijn ze zich bewust van hun ondergeschikte plek in de samenleving waarmee hij de dubbelzinnigheid van verzet erkent. Doordat een individu tegelijkertijd deel uit kan maken van verschillende groepen kan hij of zij progressief op het ene vlak en reactionair op het andere zijn.

Met de hedendaagse globalisering zijn de allianties die verschillende mensen met elkaar aangaan tegenstrijdiger dan ooit. Zo kan het voorkomen dat vrouwelijke fabriekswerksters in export processing zones tegelijk lid zijn van Islamitische bewegingen in Zuidoost Azie. Hoewel wars of movement en position nog steeds zichtbaar zijn, creeert de compressie van tijd en ruimte steeds meer collectief verzet dat nationale grenzen overschrijdt. Hedendaagse sociale bewegingen bezetten tegelijkertijd lokale, nationale, transnationale en globale ruimte als gevolg van vooral technologische innovaties als het internet en mobiele telefoons.

Karl Polanyi's double-movement: Om sociale controle over de `vrije' markt te houden, bestaan er allerlei beschermende maatregelen of countermovements die alle vlakken van het dagelijks leven raken. Deze hedendaagse counter- of social movements kunnen als een vorm van verzet worden gezien omdat ze gedefinieerd worden als `een vorm van collectieve actie, gebaseerd op solidariteit, dat doorgaat met een conflict en de grenzen breekt van het systeem waarin de actie zich voordoet'. Hier zijn echter twee problemen aan gekoppeld: de term `movement' impliceert een verenigd front terwijl de praktijk een veel gefragmenteerder beeld laat zien en impliceert een duidelijke organisatorische structuur terwijl dat in werkelijkheid veel onduidelijker is. Verzet moet daarom ook gezien worden in de manier waarop mensen hun dagelijks leven leiden en binnen een bepaald sociaal netwerk als het gezin bijvoorbeeld alleen biologische producten kopen. Zulke daden hebben zowel economische als politieke consequenties.


Door S. Bille: Samenvatting hoofdstuk 9: Conceptualizing Resistance to Globalization. Deel 2

James C.Scott introduceert de term `infrapolitiek' als een alledaagse vorm van verzet. Dit kan individueel of collectief zijn, maar in ieder geval is er geen sprake van openlijk protest. Er is meer sprake van informeel protest. Bijvoorbeeld op de werkvloer, binnenshuis en lokale gemeentes.

Infrapolitiek kenmerkt zich door `publieke' en `verborgen' transcripten. Het publieke transcript is een zelfportret van hoe de dominante groep zichzelf ziet. De ondergeschikte stemmen hierbij vrijwillig in met wat de dominante partij doet. (hegemony)De verborgen transcripten bestaan uit wat de ondersgeschikten zeggen en doen, deze gaan verder dan wat de heersende over zichzelf denken. Dus als ze bijvoorbeeld een grapje maken over de gang van zaken bij de overheid of denken dat het eventueel anders kan.

De studie naar infrapolitiek is gebaseerd op `ontologische vertellingen'. Er vindt een proces plaats tijdens het vertellen van de verhalen door de sociale actoren. Ze komen te weten hoe hun plaats is in de maatschappij en hoe hun portret eruit ziet, hierdoor zien ze dat ze dingen kunnen veranderen en hoe ze het kunnen veranderen.

Infrapolitiek is een product van de manieren hoe de zichtbare obstakels en mogelijkheden de niet-dominante groep beïnvloed.

Mittelman vindt dat Scott onterecht de staatsstructuren en beleid buiten beschouwing laat. Terwijl deze wel invloed hebben op de ondergeschikten. Denk maar aan urbanisatie, woongelegenheid en werkgelegenheid. Scott heeft de complexiteit van het niet openlijk verzet niet beschreven. Infrapolitieke activiteiten bestaan niet alleen uit het verzet tegen de dominante groep die controle heeft over de ondergeschikte.Volgens Mittelman ondermijnt Scott de doeltreffendheid van infrapolitieke activiteiten. Binnen de ondergeschikten is er ook nog een dominante groep die misschien bepaalde afspraken maken of besluiten nemen.

Het analyseren van de twee transcripten kan de condities verduidelijken waarin sommige dimensies van counterhegemonic bewustzijn zich ontwikkelt. Ook zie je hierdoor hoe er tussen de verschillende en in conflict liggende perspectieven worden onderhandeld en hoe ze worden opgelost in het alledaagse leven.

Het concept Infrapolitiek biedt een goede ingang voor theoretische studie naar de alledaagse reacties op globalisering. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met het complexe karakter van verschillende identiteiten. De studie naar de transcripten laat ons de veranderlijke concepten van werk, familie en politiek zien.

Men moet niet alle reacties op globalisering tot verzet rekenen.



Emerging framework.

De drie theoretici erkennen dat verzet ontstaat uit specifieke manieren van leven. Maar zij zien andere dimensies in de vormen van verzet. Zie tabel 9.1 op bladzijde 176.

De verschillende opvattingen van de theoretici laten de veranderende condities van het (sociale) leven zien. De verschillende opvattingen bestaan dan ook naast elkaar. Zij helpen de verschillende vormen van verzet te definieren en daarbij dus ook de politiek.

Forms of resistance

Politiek en economische macht is steeds minder geinstutionaliseerd en dat houdt in dat dat bij vormen van verzet ook zo is. Het kijken naar wat je koopt en wat je draagt is ook al een vorm van verzet. Het niet naar buiten treden met je verzet, zorgt ervoor dat de betekenis van politiek ook veranderd.

Agents of resistance

Vroeger waren het vooral rebellen, vakbonden, studenten en andersdenkende mensen die zich verzetten. Tegenwoordig vindt je ze in alle lagen van de maatschappij. (tot de middenklasse). Deze verscheidenheid zorgt ook voor een uitbreiding van het gebied met betrekking tot de traditionele kanten van de politiek.

Sites of resistance

Verzet is lokaal, regionaal en globaal terwijl de economische globalisering dwars door alle grenzen heen gaat. De scheiding prive vs. Publiek gaat niet meer op, want alles is globaal aan elkaar gelinkt.

Er vindt ook verzet via het internet plaats. De staat heeft hier geen controle over, maar heeft vaak wel ( mits een computer hebben) toegang tot het internet. Dat maakt dat het voor sommige wel een openlijk protest is.

Strategies of resistance

Met strategieen bedoelt Mittelman de dreiging van de globalisering. De betekenissen van verzet kunnen verschillen, maar er kan wel gecommuniceerd worden met mensen die het met jou eens zijn in bijvoorbeeld een andere streek of land. Dit kan door bijvoorbeeld het internet. Het verzet is niet altijd ondergeschikten tegen de heersende. Het kan ook heersende tegen heersende zijn.



Door Renke M: Chapter 10, deel1: Verzet tegen globalisering door Milieubewegingen

Inleiding

Doordat globalisering de barrieres tussen nationale markten opheft, verscherpt het de concurrentie in alle landen. Bedrijven worden daardoor genoodzaakt om zo efficiënt mogelijk te werken, ongeacht de milieuschade. Ook wordt het moeilijker voor overheden om milieumaatregelen door te voeren.

De vragen die Mittelmann over milieubewegingen wil stellen zijn:

Waar vind ecologisch verzet plaats?

Welke strategieën worden gebruikt?

In hoeverre is het verzet locaal, regionaal of globaal

De ontologie van Milieu

Mittelmann meent dat we het milieu niet als een entiteit moeten beschouwen (“reify the environment”), maar dat het samen met de mensheid één geheel vormt, één “causal stream”. Dit illustreert hij met het Paul Kruger park: dit park was een blank project, vol mythes over de blanken als beschermers van de natuur. Zwarte boeren verzetten zich hiertegen. Hierin zie je dus dat “milieu” ook een sociale constructie is, en bovendien voor persoonlijk gewin ingezet kan worden.

Scott en Polanyi

Scotts theorie van counterdiscourses bevat het idee van stil verzet. Volgens Mittelmann is dit een nuttig instrument, maar kan het niet tot drastische veranderingen leiden: daarvoor is openlijk verzet nodig.

Polanyis werk biedt aansluiting, omdat hij meent dat de economie in stricte zin te belangrijk is geworden, schaarste is volgens hem geen goede definitie van de economische kwestie: in plaats daarvan moet beseft worden dat mensen behoefte hebben aan een omgeving. Milieufactoren spelen daarbij dan ook een rol.

Oorzaken van milieu-verzet

Ecologische afbraak heeft vele oorzaken. Sommige zijn direct aan globalisering gekoppeld, andere zijn historisch. Algemeen kan echter doorgaans over een economische noodsituatie gesproken worden. (Vervuiling?) Vaak worden mensen simpelweg gedwongen om grondstoffen te vernietigen. Verzetsbewegingen zijn daarom ook uit op toegang tot welvaart, en pleiten voor economische hervormingen en sociaal beleid.

Plaatsen van verzet

De mogelijkheden die ecologisch verzet heeft om zich te ontwikkelen zijn sterk afhankelijk van de politieke situatie in een land. Toch kan een milieubeweging in een land met een autoritaire regering (bv Singapore) nog best wat bereiken. Hoe sterk en met name groot een beweging is hangt echter af van de gewoonte van de bevolking om in actie te komen.

Door Willem J: Samenvatting Mittelman hoofdstuk 10, tweede gedeelte (189-202)

De milieubeweging is geen coherent geheel. Civil Society is de drijvende kracht achter het verzet tegen globalisering vanuit milieuoogpunt. Het meest effectieve verzet is direct van aard en georganiseerd. Binnen de Civil Society zijn vijf lagen van verzet te onderscheiden:

Internationale milieuorganisaties

Dit zijn veelal Westerse organisaties, zij hebben misschien niet dezelfde agenda als lokale personen.

Nationale samenwerkingsverbanden van NGOs

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de precieze samenstelling en werking van deze netwerken.

Individuele NGOs die nationaal werken

De rol die een dergelijke NGO speelt kan zeer divers zijn.

`People's Organizations' en `Community-Based Organisations'

`grassroot' organisaties. Dit zijn organisaties die zich bezig houden met de implementatie van projecten.

de `ongeorganiseerde massa'

`Unorganized but not unconcerned'.

Problemen in de praktijk

Er is sprake van een `NGO bureaucracy', waarbij iedere NGO zijn eigen territoir heeft, bovendien is er sprake geweest van een explosieve groei van het aantal NGOs. Misschien is er teveel diversiteit? Er zijn geen regels over wat een NGO nu precies is. Sommige NGOs zijn helemaal niet `civil-society-driven'. Hoe garandeert een NGO onafhankelijkheid? En is het wenselijk dat NGOs deelnemen aan verkiezingen?

Strategieen voor verzet

Het is de vraag op welke manier sociale controle kan worden uitgeoefend over het proces van neoliberale globalisering. Hiervoor zijn volgens Mittelman vijf belangrijke strategieen. Als eerste noemt hij een sociale overeenkomst (social compact), in deze overeenkomst scharen alle partijen zich achter bepaalde doelen en handelswijzen. De tweede strategie is `environmental education'; informatie verzamelen en bekend maken aan het brede publiek. De derde is schaalvergroting, door doelstellingen steeds breder te definieren en zich te verbinden aan andere groeperingen wordt het effect van een beweging vergroot. De vierde strategie is internationale of regionale samenwerking. De vijfde strategie is het omzeilen van de markt.

Tenslotte ziet Mittelman vijf `microcounterglobalizing' trends. Veel verzet van milieubewegingen is beperkt tot een enkel onderwerp en lokaal van aard. Er worden echter steeds vaker allianties gesloten tussen verschillende groepen en er ontstaan netwerken binnen en tussen regio's. Strategieen die blijken te werken worden ook in andere situaties ingezet. De belangrijkste strategieen gaan niet uit van een verwijdering of `delinking' van de groepering van de markt of de staat. Het verzet gaat steeds meer omvatten.


Door Pieter H: Samenvatting Hoofdstuk 11 “Global Organized Crime” Deel I


Belangrijkste thema:

Transnationaal georganiseerde misdaad vormt zowel een belichaming als een tegenwerkende kracht van het neoliberale globaliseringsproces.

De georganiseerde misdaad is gedurende de afgelopen jaren een snelgroeiend transnationaal probleem geworden. Tot nu toe was dit een onderbelicht aspect van globalisering.

Dit hoofdstuk streeft ernaar de theoretische implicaties van de globalisering van georganiseerde misdaad te belichten. De specifieke banden tussen de dynamiek van het globaliseringsproces en de georganiseerde misdaad worden hier belicht.

POLANYI AND GLOBAL ORGANIZED CRIME

Polanyi (The Great Transformation) werkt met het zogenaamde double movement-begrip.

Er zijn een aantal redenen waarom Polanyi's `double movement' instructief is bij het uitleggen van mondiaal georganiseerde criminaliteit:

Zo speelt de niet-statelijke marktwerking een belangrijke rol naast die van de staat. Transnationaal georganiseerde criminele groepen reageren namelijk op prikkels van de markt, zij het buiten de legale wegen om.

Belangrijker nog is Polanyi's nadruk op de `top-down' en de `bottom-up' krachten. Met `top-down' bedoelt hij marktgedreven en staatsgeleid en met `bottom-up'verzetspolitiek vanuit de maatschappij. Volgens ene Robert Cox vervagen de grenzen hiertussen en hiermee ook de grenzen tussen legaal en illegaal. Er bestaat een gebied met coöperatieve en conflictuele relaties. Dit gebied tussen de staat en de opkomende maatschappij noemt hij de `covert world'.

Daarbij maakt Polanyi ons erop attent dat er interactie bestaat tussen het reorganiseren van markten en het uitbreken van oorlog, dit dan vooral tussen criminele groepen zelf. Transnationaal georganiseerde criminele groepen kunnen niet werken zonder samenwerking wat betreft transport en distributie, maar blijven door etnische verschillen, wantrouwen en verchillende manieren van handelen toch vervreemd van elkaar. Door globalisering verdwijnen grenzen van interne en externe bewegingsgebieden van criminele groepen en zo kan georganiseerde misdaad al snel een van de grootste gevaren zijn van het wereldsysteem.

Polanyi's referentiekader was nationaal gericht. Nu, met de globaliseringstrend, komen er andere sociale machtsrelaties met nieuwe begunstigden en slachtoffers. De autonomiteit van de staat wordt nu beperkt door verscheidene cross-border stromen: qua mensen, goederen en technologieën. Daarnaast heeft een neoliberale consensus voor deregulatie als gevolg dat de staat haar autonomiteit nog verder verliest. Ook de markt oefent disciplinaire macht uit over de staat.

Daarom vallen vele activiteiten tussen de traditionele rechtsgebieden van nationaal en internationaal recht in. Wat hieraan bijdraagt zijn nieuwe vormen van criminaliteit, die soms plaats vinden in de elektronische sferen. Vooral wat betreft financiële speculatie zorgt het versnellen van de globalisering voor vele onduidelijkheden op rechtelijk en ethisch gebied.

Kortom, globalisering zorgt voor vele mogelijkheden tot illegaliteit.

Er is sprake van ontwrichting, door de marktwerking, uit de socioculturele context. Dit geldt zowel voor legale als illegale economische praktijken, zoals georganiseerde misdaad. Dit corrumpeert de `civil society' als een virus.

THE NEW CRIMINALITY

Globaliserende trends sinds de jaren 1970 transformeren de georganiseerde misdaad. Er zijn nieuwe prominente vormen van misdaad die de bestaande codes van het internationaal recht op de proef stellen.

Wat georganiseerde misdaadgroepen vooral proberen, is het uibuiten van de groeimechanismen van globalisering.

Voorbeeld: Triads (Chinese criminele netwerken).

De toename van transnationale georganiseerde misdaadgroepen wordt aangewakkerd door technologische innovaties en deregulering.

Zoals bij multinationals werken deze criminele groepen zowel `boven' als `onder' de staat. Boven de staat buiten zij de openheid van grenzen en de algemene tendens tot deregulering uit. Onder de staat reiken de criminele organisaties uit naar de verpauperde delen van de bevolking en nemen die op in de criminele sferen. Deze verpauperden vormen dan het zogenaamde verzet tegen het neoliberale globalisme.

De ciminele groepen worden net als multinationals gezien als economische actoren. Maar aangezien ze vooral de belangrijkste actoren in het globaliseringsproces ondermijnen, moeten deze groepen ook als een politieke component in het globaliseringsproces gezien worden. Zowel inherent aan de globalisering als als antwoord op.

Het is wel zo dat deze criminele organisaties vooral gebaseerd zijn op losse netwerken en familieverbanden.

De bases van de transnationale georganiseerde misdaadsgroepem zijn te vinden in de wereldsteden, zoals New York, Londen en Tokyo, die ook het epicentrum van globalisering vormen. Deze steden zijn verzamelplaatsen van grote, diverse groepen mensen en agglomeraties van financiële instellingen, bronnen van technologische innovaties en geavanceerde transport- en communicatiesystemen.


Door Tamara W: H11, deel 2
Global organized crime and neoliberalism

In deze paragraaf gaat Mittelman door met zijn vergelijking tussen georganiseerde misdaad en multinationals. Kenmerkend is dat beiden meegaan in het proces van neoliberalisme en ook vindingrijke strategieen bedenken om dat te doen. Net zoals bedrijven hebben verschillende criminele groepen een constante strijd met elkaar om de meeste macht/controle. Maar net zoals bedrijven werken ook verschillende criminele groepen met elkaar samen om op die manier een zo sterk mogelijke positie te verkrijgen. Het liberaliseren van de markt, vooruitgang van de technologie enz. hebben het mogelijk gemaakt voor de georganiseerde misdaad om zich steeds verder te ontplooien en banden aan te gaan met georganiseerde criminele groepen in de rest van de wereld. Toch blijft er een zekere concurrentiestrijd bestaan tussen verschillende criminele groepen. Zo proberen alle groepen zo veel mogelijk te kosten te drukken en is er ook concurrentie over de vestigingsplaatsen. Alle groepen willen zich uit breiden en zich vestigen op een plaats waar er veel geld verdiend kan worden. Vaak minder ontwikkelde gebieden. Â

Criminalization and the rise of the state as a courtesan

De staat word veelal gezien als een neutrale speler die monopolie heeft over rechtmatig gebruik van de macht. Echter globalisering van de misdaad verzwakt de staat en beperkt zijn vermogen. Want hoewel georganiseerde misdaad zich niet richt op het overnemen van de staat ondermijnen zij wel het gezag van de staat, vooral waar het gaat om geweld en rechtspraak. Zo wordt er gereageerd op de markt maar buiten legitimiteit. De staat is zo niet in staat grip te krijgen op de organisaties en kan de misdaad niet aanpakken.

Behalve dat de globalisering de georganiseerde misdaad veel macht geeft richt deze zich ook op globale handel in wapens, waardoor bepaalde groeperingen ( dit geldt ook voor sommige Staten, zoals Congo) totaal afhankelijk worden van de georganiseerde misdaad. Op deze manier worden er gedeeltes van defensie geprivatiseerd. De samenwerking tussen staat en georganiseerde misdaad leidt ook tot een groei van geweld dat beloond wordt.

Vaak wordt de aanwezigheid van georganiseerde misdaad bij een conflict verzwegen. Zo werd de oorlog in Somalie beschreven als een conflict tussen verschillende clans, terwijl het smokkelen van drugs over de grens daar een grote rol speelde. Ook wordt er vaak gesproken over conflicten tussen verschillende etnische en religieuze groeperingen terwijl het eigenlijk gaat om concurrerende criminele groeperingen. Volgens Mittelman kun je het echter ook omdraaien. Daar waar anarchie heerst komt de georganiseerde misdaad in actie.

Door het steeds onbelangrijker worden van grenzen wordt het ook moeilijker voor de staat om de grenzen te controleren, waardoor het voor de georganiseerde misdaad makkelijker is te ontsnappen aan de rechtspraak. Want rechtspraak op basis van een territorium gaat niet meer op nu niet meer duidelijk wie wat op wiens terrein heeft gedaan. Op deze manier glipt de georganiseerde misdaad door de mazen van het net.

Volgens Mittelman is er direct verband tussen een zwakke staat, ontwikkeling en democratisering. Georganiseerde misdaad maakt autoriteiten van de staat vaak corrupt. Zij sturen geld terug van publieke geldkisten en ondermijnen zo het gezag van democratische instituten. Doordat de staat op die manier verwikkeld is met georganiseerde misdaad wordt het moeilijker om deze te bestrijden. Om druk te leggen op de landen die verwikkeld zijn met georganiseerde misdaad is de zogenaamde `decertification'; het niet sturen van hulpgelden als er niet aan de bilaterale hulpeisen tegemoet gekomen wordt. Zoals de V.S. dat al bij enkele landen heeft gedaan.

Mittelman geeft vervolgens een voorbeeld van de verschillende soorten omstandigheden waardoor een land zo diep verwikkeld kan raken met de georganiseerde misdaad. Hij vertelt

daarin over het voorbeeld van Zuid-Afrika dat door een teruggang van sociaal beleid de weg heeft vrijgemaakt voor de georganiseerde misdaad. Dit is volgens hem een van de meest voorkomende redenen waardoor georganiseerde misdaad een kans krijgt zich te ontwikkelen in een land.

De landen willen zich economisch graag omhoog werken in de rangorde in de GDLP. Daardoor wordt er vaak weinig aandacht besteed aan de sociale aspecten in een land. Doordat er op zo'n moment veel chaos is wat betreft de wetgevingen en de grenzen vaak open staan heeft de georganiseerde misdaad er vaak open spel. Zo'n land ontwikkeld zich regelmatig als een `crime -exporting state'. Er zijn maar een aantal landen die in staat zijn zich open te stellen voor een open markt en toch nog de georganiseerde misdaad in eigen land in de hand kunnen houden, resistant states. En alleen de meest machtige staten ( V.S.) kunnen een hoofd bieden tegen globalisering, al is de staat niet zo autonoom als die ooit geweest is. In zijn positie verslechterd door neo-liberalen en georganiseerde misdaad.

The corruption of civil society

Naast de overheid die steeds corrupter wordt, wordt ook de civil society corrupt. Onafhankelijke instituten die de staat zouden moeten controleren, worden zelf steed smeer verbonden met het corrupte web waar de staat zich in bevindt. Mittelman zegt echter dat deze twee dingen niet eens zoveel verschillend zijn, omdat ze beiden de staat in stand houden.

Het zwakker worden van de staat maakt het voor de georganiseerde misdaad makkelijk ook de civil society corrupt te maken. Weer geeft Mittelman Zuid-Afrika als voorbeeld waar de politie na het winnen van de verkiezingen door de Government of National Unity niet meer in staat is de drugshandel te stoppen. Uit frustratie over het slechte werk van de politie is er daar de PAGAD ( People Against Gansterism And Drugs) opgericht. Een groep die het nu zelf opneemt tegen bendes. De PAGAD en de drugsbendes zijn beiden gewapende groeperingen binnen de civil society die te maken hebben met een regering die de problemen niet aankan. De PAGAD is een vorm van zelfverdediging, zoals hij in nog meer landen voorkomt, daar waar de corrupte politie het werk niet meer doet. Je ziet dat de staat zijn monopolie over geweld kwijt is en dat zijn macht, op sociaal gebied ernstig beperkt wordt door globalisering.

Situaties als bovengenoemde in Zuid-Afrika noemt men een proces van dedifferentation, waarbij de relaties tussen staat en civil society eigenlijk omgedraaid worden. Daar waar de staat eigenlijk de burger zou moeten beschermen is het nu de burger die zichzelf beschermt tegen de corrupte staat.

Een andere reactie van de civil society op de georganiseerde misdaad is dreigen het bedrijfsleven plat te leggen totdat de staat iets onderneemt tegen de georganiseerde misdaad.

Mittelman zegt op het eind van het hoofdstuk nog dat hij vindt dat de politiek zeker gefaald heeft wat georganiseerde misdaad betreft, maar hij zegt ook dat er zoveel invloeden zijn van bovenaf en onderaf enz. dat het in sommige gevallen bijna onmogelijk is om het tegen te gaan.


Door Tanja E: Samenvatting Chapter 12 - Conclusion: Contents and discontents I

Polanyi, met zijn concept van de double movement, gold voor Mittelman, ten tijde van zijn onderzoek naar globalisering, als een zeer voorname bron van inspiratie. De daaruit voortgevloeide conclusie wordt hieronder in het kort uiteengezet.



Algemeen bezien is het belangrijk om de onregelmatige natuur van marktontwikkeling in acht te nemen, wat betreft globaliseringsfactoren; de groei en integratie van markten zijn ongelijke processen. De markt dient blootgelegd te worden om vervolgens de machtsrelaties achter deze abstractie te onthullen. Volgens Mittelman bestaat er dan de mogelijkheid dat er meer dan een double movement ontdekt kan worden.

Vier ideeën staan centraal in dit boek. Ten eerste wordt de dominante vorm van globalisering, op de bodem van de hiërarchie van rijkdom en macht, ervaren als een historische transformatie van een gemeenschappelijk bestaan en de wijze waarop dit vormgegeven wordt. Daarmee gepaard gaan een vermindering van zowel politieke controle als de waarde van culturele ontwikkelingen en waarnemingen daarvan. Daarom is globalisering een syndrome of processes and activities. Het gaat hier om de omvang en natuur van de betreffende veranderingen, die systematisch van aard zijn. Ze zijn zowel een hoger niveau van bekende als nieuwe relaties tussen politieke, economische en sociale spelers.

Het tweede idee omvat de volgende driehoekige structuur aangaande globalisering:

Global division-of-labor and power

New regionalism

Resistance to globalisation



Deze constructie is afgeleid van de conventionele Smithian/Ricardian division of labor, welke zich richt op het basisconcept van specialisatie in het productieproces en handel. Echter, de GDLP-interpretatie, die door Mittelman naar voren wordt gebracht, verwerpt de economische benadering in klassieke division-of-labor-theorieën, en centraliseert de veelvoudige, grensoverschrijdende stromen en de verscheidene herverdelingen, die te verklaren zijn in termen van sociale machtsrelaties en culturele activiteiten. Bijzondere aandacht gaat ook uit naar de ruimtelijke reorganisatie van productie.(Fröbel 1977) Gerelateerd aan technologische innovaties wordt de afstand tussen ` rijk en arm' steeds groter.

New regionalism is zowel een onderdeel van als een reactie op globalisering. Het is nieuw, omdat er meer facetten in het spel zijn dan tussen regionale allianties tijdens het interbellum. Daarnaast moet het nieuwe regionalisme bezien worden in een meer multipolaire en beweeglijkere geopolitieke context na de Koude Oorlog. De regionale hegemonie van de Verenigde Staten, Duitsland en Japan wordt gerepresenteerd door respectievelijk NAFTA, de EU en APEC; de activiteiten van deze drie-eenheid overheersen de grensoverschrijdende stromen van kapitaal. Echter, subregionale projecten als de ` growth triangles' en de ` polygons' in Oost-Azië (netwerken in verschillende landen) en de ` transfrontier parks' (het idee om te voegen bij reeds bestaande nationale parken en natuurreservaten) in Zuid-Afrika dienen niet genegeerd te worden.

De twee voorgaande dimensies `stimuleren' het verzet tegen globalisering, dat in verscheidene vormen zich uit: variërend sluimerend en cultureel van aard of meer open en formeel vastgelegd.

Vervolgens stelt Mittelman, ten derde, de hypothese dat als globalisering een gecompliceerd proces is, dan is een soortgelijke benadering van toepassing. Globalisering is het resultaat van veranderingen in marktrelaties, en de effecten daarvan uiten zich duidelijk in omstandigheden van culturele integratie en disintegratie en ook raakt de relatie tussen de mens en zijn leefomgeving (environment) in zekere zin ontaard. Dit alles wordt in niet onbelangrijke mate gestuurd door politiek, zoals bijvoorbeeld te constateren valt in delen van Oost-Azië, waar de nadruk met name gelegd wordt op economische groei, in plaats van te zorgen voor een evenwichtige ontwikkeling.

Tenslotte geeft Mittelman aan dat neoliberalisme de voornaamste vorm van globalisering is en daarbij eigen variaties kent. Het is een ideologie die het vrijmaken van markten rechtvaardigt. Bijgestaan door internationale organisaties als het IMF, de Wereldbank en de WTO staat neoliberalisme ook voor deregulatie, liberalisering en privatisering. Het voorbeeld van het verzet tegen de MAI (Multilateral Agreement on Investment 1995-98) illustreert dat de neoliberale formule geenszins toepasbaar is voor alle staten, omdat ze niet in dezelfde positie verkeren. Het verzet tegen de “ Washington consensus” (jaren `70) is tevens hiervoor tekenent . Echter, vaak zwakt het protest van landen af, indien zij steunen op IMF-financiering ten behoeve van hun integratie op de wereldmarkt. (Nuance: IMF-steun kan ook bijdragen aan de mogelijkheid om maatschappelijke organisaties op te richten, die resulteren in contra-bewegingen…)

Voorname kenmerken van de globalisering zijn hypercompetitie en nieuwe tegenstrijdigheden. De herverdeling van economische macht en de daarbij verschoven politieke macht na de Koude Oorlog heeft ertoe geleid dat de staten aan de onderkant van de economische ladder keihard verliezen. Migratie, armoede, gender, environment en georganiseerde misdaad ontspruiten vervolgens uit de spreekwoordelijke bodem.

Globalisering heeft in principe tot gevolg dat, op verschillende niveaus, alle staten hun autonomie verliezen in het gecompliceerde globalisation system, want sterke invloeden van de markt disciplineren staten met bijvoorbeeld IMF-voorwaarden en valutaspeculaties. Toch kan bij bepaalde staten de afname van macht in een positief daglicht geplaatst worden; die passen de stromen op wereldniveau aan, om ze vervolgens te gebruiken voor nationaal en lokaal voordeel. Om toch verzekerd te zijn van voldoende macht, hebben staten een hoog geïnstitutionaliseerd systeem ontwikkeld. (Europol, G7, Group of 15 in ontwikkelingslanden, MAI) Helaas corresponderen vele van deze internationale samenwerkingsverbanden niet of nauwelijks met een steeds groter wordend deel van de wereldpolitiek en -economie.

Door Dylan B: Chapter 12, deel 2Â : Discontents

Mittelman begint ermee te zeggen dat een belangrijk punt van aandacht in de kritiek op globalisme het ontbreken van orde is. Zeker na aanleiding van de Aziatische crisis eind jaren 90. Toen werd onomstotelijk duidelijk dat er iets moest gebeuren, aangezien de toenmalige vorm van globalisme een destructieve uitwerking kon hebben. Er kwam een roep naar een nieuwe vorm van regulering, of een vorm, want zoals hij zegt: No one is in charge.

Een gevolg van globalisme in de zin van ontevredenheid is te vinden in Oost-Azie en zuidelijk Afrika. Daar zijn subregionale hegemonieen de (economische) dienst gaan uitmaken, w.t.w. Japan en Zuid-Afrika. Het verschil tussen beide subregios is dat de burgermaatschappij in Oost-Azie veel sterker is dan in zuidelijk Afrika, qua macht en dus in kracht. De oorzaak hiervan is dat in Oost-Azie men een grote voorsprong heeft op het gebied van communicatie, technologische ontwikkeling en kennis economie. In zuidelijk Afrika is veel meer armoede waar eerst mee afgerekend dient te worden en zijn de etnische spanningen veel groter. Mede hierdoor is het in zuidelijk Afrika zo dat er niet echt een maatschappij is, maar meer submaatschappijen.

Mittelman noemt vier aandachtspunten van fundamentele spanningen. Ten eerste de spanning tussen staten aan de ene kant en macro-, sub-, en microregios aan de andere kant. Ten tweede de botsing tussen het verre en ontoerekenbare globalisme en de wens om deregulering. Ten derde noemt Mittleman dat globalisme leidt naar universilarisering (?) van neoliberale normen en het inherente verlies van andere, bestaande normen. Als laatste heeft globalisme marginalisering tot gevolg, waarbij bepaalde groepen mensen buiten gesloten worden.

Mittelman komt men een aantal alternatieven voor de huidige vorm van globalisme. Hij maakt daarbij het onderscheid tussen veranderingen binnen de huidige structuur en structurele veranderingen. Een voorbeeld voor een alternatief voor de huidige globalisering binnen de bestaande structuur is Frankrijk. Hier heeft de staat juist veel macht en is ze dus niet in dienst van het neoliberale bestel. Een ander alternatief is dat staten zich conformeren naar de normen van het IMF. Zij moeten transparant zijn en toerekenbaar zijn, dan zal alles goed komen. Een andere verandering binnen de huidige structuur is het indammen van de markt om kwetsbare economieen te beschermen, o.a. met behulp van de Tobin Tax (p. 244).

Om het globalisme structureel te veranderen komt Mittelman met een andere indeling van de wereldmaatschappij, namelijk ingedeeld in identiteiten. Zoals binnen een religie, een nationaliteit, met behoud van de soevereine staat.

Een derde alternatief is dat identiteiten van mensen naar een nieuw niveau wordt gebracht. De wereld wordt steeds meer een geheel, globalisme is een gegeven en men gaat zich niet meer verenigen in naties e.d., maar in nieuwe globalistische identiteiten. We spreken hier dan over het zogenaamde democratisch globalisme.

Tot besluit komt Mittelman met een paar punten om over na te denken. Is globalisme bijvoorbeeld ethisch houdbaar aangezien er grote ongelijkheden tussen mensen ontstaan? Neoliberalisme hoeft niet per se tot liberaal democratie te lijden. Door de keerzijdes van het neoliberalisme kan het zijn dat men een ander regime wil. Globalisme zou democratie genereren, maar op bijvoorbeeld het punt van gelijkheid en vrijheid willen globalisme en democratie nog wel eens botsen. Daarbij is democratie een op de staat gericht iets en globalisme heeft o.a. tot gevolg dat mensen in hun eigen land bij buitenlandse bedrijven gaan werken en heeft men te maken met de diaspora van verschillende volken. Democratie zou hierbij gedeterritorialiseerd en gedenationaliseerd moeten worden om echt binnen het globalisme te passen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

1 De geheimen van de vrije mark economie:
( Laatste aanpassing: 10 - 07 - 2004 ) (Deze gedachte maakt deel uit van de open debat cultuur, het zogenaamde vrije denken.)
Homosapiens wat niet meer betekent als: de denkende mens of de verstandige mens, het verschil tussen mens en dier is zijn denken en het overwinnen van zijn extreme instincten en driften, ongemanipuleerde informatie verhoogt het bewustzijn.

Het grote geheim van onze totale vrije markteconomie is gebaseerd op het principe dat het uitbuiten van mens door mens kan,

deze respectloosheid voor eigen rasgenoten is de hoofdspelregel van onze totale vrije markteconomie.


Tevens gehoord respectloosheid tegenover de natuur tot één van de belangrijkste spelregels.
60% van de wereldbevolking versmacht in het ideologische principe van “het eigenbelang” dit door onbegrip en gebrek aan respect en vertrouwen in de medemens, zolang de jacht op het geld open is zal er eigenbelang en uitbuiting van mens door mens zijn, elke vorm van gedwongen of ongedwongen slavernij eindigt vroeg of laat in een conflict situatie.
De prachtigste vorm van leven is in vrijheid leven, totale vrijheid echter is een extremisme, een fundamentalisme een chaos die de samenleving ontwricht en op lange termijn vernietigt, volledige en onbegrensde vrijheid zal ons uiteindelijk in het stenen tijdperk terugslingeren.


Willen we ons systeem ontdoen van oorlog, criminaliteit, terreur, racisme, dan moeten we deze belangrijkste spelregels vroeg of laat veranderen.
In 1830 schreef een zeer kleine groep rijke niet-analfabeten de basis spelregels van onze samenleving “de grondwet” met als doel hun rijkdom te behouden, zolang deze basis spelregels niet worden aangetast hebben politiek en democratie vrij spel.
Zij die deze spelregels niet accepteren worden door de wetgever aanzien als burgerlijk ongehoorzaam en zijn staats gevaarlijk.


De godin van vooruitgang, luxe en materialisme is in werkelijkheid een grote hoer die niet te verzadigen is.


Het hart van deze hoer is onze economie, een reusachtige machine, een pletwals die door niets of niemand nog gecontroleerd of bestuurd wordt.

Om de 50 à 60 jaar is deze hoer ongesteld en brult om oorlog, geweld en racisme, het enige geneesmiddel tegen deze kwaal.

Drie keer was deze hoer reeds ongesteld, de laatste oorzaak van deze geloofskwaal is een virus, het Islam virus.

De beurs, de koorts thermometer van deze grote hoer is uit elkaar gespat.

Deze hoer braakt niets dan viezigheid, uitbuiting, werkloosheid, oorlog en racisme uit, dat wat ze de laatste 50 jaar heeft gevreten.

Haar bordeel, het oude westen is leeg, in paniek wil ze haar terrein vergroten en zet haar deur open voor het oosten.
Deze aderlating zal haar fataal zijn, de oude hoer zal uiteindelijk leegbloeden.

De hoofdslagader van het hart van deze hoer is de auto-industrie, het status symbool auto eist jaarlijks op wereldschaal 5 miljoen dodelijke ongevallenen en 15 miljoen invaliden, oorlog en terrorisme voor petroleum en andere grondstoffen, het totaal aantal gemotoriseerde voertuigen die zich voortbewegen met fossiele brandstoffen verbruiken 100 x meer zuurstof dan de mens zelf, de luchtvervuiling die ons status symbool nummer 1 meebrengt breekt onze gezonde atmosfeer in sneltempo af, mijn auto mijn vrijheid, maar ten koste van wat?

Om van haar stress te bekomen kijkt deze hoer tussen haar schaamlippen, en ziet hoe de eigenaars van multinationale en andere bedrijven, wapenfabrieken, petroleum giganten, topsporters, topmanagers, pop idolen, aandeelhouders, yuppies, m.a.w de eigenaars van de totale vrije markt economie verzuipen in weelde en extreme rijkdom, ze sluit haar benen en noemt dit bankgeheim.
Volledig geautomatiseerde bedrijven stellen geen mensen te werk en maken ontzaglijke winsten, deze dienen meestal voor privé gebruik.
Toekomst: in 2025 bezit 2% van onze samenleving 95% van onze economie waarvan 90% volledig zal geautomatiseerd zijn.

Onze totale vrije markteconomie, de oude hoer, moet naar de beautyfarm omwille van economische crisis, oorlog, racisme, terrorisme, fundamentalisme en extremisme.

Deze economie is niets anders dan een ongecontroleerde wildgroei van zeer gemotiveerde initiatiefnemers die zich niet willen organiseren omwille van geld, macht en aanzien, het kind heeft ook al een naam: totale vrije markt terrorisme.


Deze vorm van terrorisme brengt onze economie en de totale mensheid in gevaar.


Economie is een middel om de welvaart en in de eerste plaats het welzijn van de mens te verbeteren, het mag geen doel op zich zijn, welvaart ten koste van welzijn leidt naar de ondergang van onze beschaving.
De economie is een werktuig voor onze samenleving, met als doel de mensheid te dienen en het welzijn van ieder mens verbeteren en waarborgen.
De verdiensten van de economie moeten ten dienste van de totale bevolking staan, en niet enkel aan de eigenaars van de totale vrije markt.


Machines, robots, automatisering, ploegen arbeid, nachtarbeid, zwartwerk, een tweede baan, gastarbeid, kapitaalsvlucht, verhoging van het pensioen gerechtigde leeftijd en de samen arbeid van man en vrouw, deze zijn een doel op zich en tasten het welzijn van de mens aan, ze veroorzaken een te kort aan beschikbare arbeid, met als gevolg: grote werkloosheid en een extreme rijkdom voor de eigenaars van de totale vrije markt economie.

Extreme rijkdom veroorzaakt extreme armoede, (de wet van oorzaak en gevolg) vertraging en op lange termijn een stilstand van onze economie.

Een stilgevallen economie terug op gang brengen is onmogelijk en zeer gevaarlijk.

De laatste beschikbare arbeid verschuift in laatste instantie naar de dienstensector.

Economie en studie is niets meer dan een niveau van kennis op een bepaald moment, het is niet: de waarheid in laatste instantie.


Het opvoeden van kinderen, sporten, reizen, geestelijke ontplooiing, ontspanning, sociaal leven, deze zorgen voor een menswaardig bestaan, maar worden naar de achtergrond geschoven omwille van welvaart.


De sterkte van onze economie is gebaseerd op het evenwicht tussen werkgever en werknemer, de koopkracht van de burger hangt af van zijn loon.




Onze economie kan zich geen minimum lonen en geen uitbuiting van mens door mens permitteren.


Menswaardig bestaan is de norm en de maatstaf voor motivatie en ontplooiing van de mens, het is de basis en de toekomst van de economie en van onze samenleving.


De vrije markt economie wordt hier niet in vraag gesteld, maar wel zijn extremen en excessen, zij moeten worden uitgesloten.
Het alternatief op de totale vrije markt economie is zeker geen staatseconomie en zeker geen beperkingen op de verdiensten van bedrijven, maar wel een beperking op de privé-verdiensten van ieder mens, zo simpel is dat.
De mens moet zelfkritisch genoeg zijn om te beseffen dat in ieder van ons, zowel het goede als het kwade schuilt.
Bestaansminimum en maximum zullen in alle respect voor de medemens, moeten worden opgenomen in de mensenrechtenwetgeving in het hoofdstuk discriminatie.
Hoe kleiner het verschil tussen het bestaansminimum en het bestaansmaximum, hoe groter de vrije ontplooiing van de mens, en dit zonder discriminatie, agressie, oorlog, terrorisme, extremisme, fundamentalisme en racisme.


Wil onze vrije markt economie overleven, dan moeten we haar kankergezwel van extremen en excessen wegsnijden, deze zijn: extreem privaat kapitaal, extreem grote privaat landerijen, extreem grote privaat woningen, extreem grote privaat tweede en derde woningen enz, extreem grote en dure privaat auto’s, extreem grote en dure privaat boten, extreem grote en dure privaat vliegtuigen enz, vele van deze extreme decadente mensen hebben ook extreme hobby’s zoals: roze balletten, sex fuiven, pedofilie, jacht op wezen, drugs, mensenhandel, mensen uitbuiting, kindermoord, incest, verkrachting, partner bedrog enz, indien er geen vraag naar deze onmenselijke excessen was, dan is er ook geen aanbod.
Het doel is Europa te bevrijden van haar economische dictators, despoten en alleenheersers samen met hun persoonlijke extreme rijkdom en bezit.


De politieke chirurgen die dit werk willen doen, zijn de grondleggers van onze toekomst, het nieuwe denken en de nieuwe wereld.


Europa kan deze etterende kanker nog verwijderen, laat ons hopen dat de terminale kanker van Amerika nog te behandelen is.
Oorlog is: een aangelegenheid waarbij mensen die elkaar niet kennen en die niets tegen elkaar hebben, elkaar doden op bevel van mensen die elkaar wel kennen en wel wat tegen elkaar hebben, maar elkaar echter niet doden.


17 jaar geleden

Ook geschreven door Simon