Feniks geschiedenis samenvatting

Beoordeling 8.3
Foto van Hajar
  • Samenvatting door Hajar
  • 1e klas vwo | 1420 woorden
  • 9 oktober 2022
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 8.3
4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Fix onze energie!

Studeer energie & techniek. Iedereen staat te springen om jou! We hebben namelijk veel technische toppers nodig die de energie van morgen fixen. Met een opleiding in energie & techniek ben je onmisbaar voor de toekomst. Check Power Up The Planet en ontdek welke opleiding het beste bij je past! 

Check Power Up The Planet!

Geschiedenis Feniks 

De oudheid begon 3000VC

De oudheid duurde tot 500NC

Poleis

  • Polis : stadstaat (stad + omliggende = land)
  • Onafhankelijk
  • Allemaal een andere bestuursvorm
  • Griekse stadstaten samen : Hellas.
  • Taal
  • Cultuur
  • goden
  • Belangrijke poleis:
  • Athene
  • Sparta

Kenmerkende polis

Acropolis

  • Betekenis : Hoge Stad
  • Is een versterkte heuvel
  • Tempel

Agora

  • Centrale ontmoetingsplaats
  • Belangrijk voor bestuur en handel

Staatsvormen

  • Democratie
  • Monarchie (koning)

Betekenissen

  • Monos (alleen) - archein (heersen)
  • Vorst aan het hoofd

Toen

  • Absolute monarchie (alle macht in de handen van een koning)

Nu

  • constitutionele monarchie
  • Koning is gebonden aan constitutie (grondwet)

Aristocratie

  • Aristos (de beste) - archein (heersen)
  • Klein groepje heerst, vaak op basis van:
  • Intelligentie
  • Ervaring

Ook door

  • Rijkdom
  • Kracht
  • status

Tirannie

  • Turannos (dictator)
  • Alleen heersen door middel van geweld
  • Vaak aan de macht door staatsgreep

Democratie

  • Demos (volk) – archein (heersen)
  • Bevolking bestuurt

Verschil NL en GR:

Toen

  • directe democratie
  • Iedere burger mag stemmen over de wetten

Nu

  • Indirecte democratie
  • Iedere burger kiest een vertegenwoordiger die stemt over wetten

Athene  1e democratie

Dit wil je ook lezen:
  • Idee van Kleisthenes
  • Doel: zorgen dat de macht eerlijk verdeeld is

Hoe

  • Volksvergadering op uitnodiging
  • Vrije mannen boven de 18 laten stemmen
  • GEEN VREEMDELINGEN, VROUWEN EN SLAVEN

Schervengericht

  • Methode om tirannie te voorkomen
  • Jaarlijks mogen stemgerechtigde een naam op een scherf kerven van iemand die ze wantrouwen.
  • Straf: Verbanning!

Sparta

  • Luid grootste polis
  • Monarchie en aristocratie
  • 2 koningen voor het dagelijks bestuur
  • Gerousia (raad van 28 oudsten)

Sterk op land-> gebiedsuitbreiding door plunderen platteland->  onderverdeling bevolking

  • Hoplieden
  • Omwonenden
  • Slaven

Militaire samenleving

  • Geen stadsmuren
  • Gekeurd worden
  • Streng opgevoed
  • Spartaanse opvoeding (klappen krijgen etc.)
  • Oudere kinderen werden aangemoedigd tot pesten
  • Kinderen leren stelen zonder betrapt te worden (anders straf)
  • Als je 21 bent is je opleiding klaar en moet je in het leger

Voorbeeld Spartaanse dopperheid

  • 480 VC = slag bij Thermopylae
  • De Hellas worden aangevallen door de Perzen (nu Iran)
  • De perzen hadden een groter leger (terugtrekken)
  • Koning Leonidas met 300 man naar Thermopylae (bergpas)

Perzische rijk

  • Vanaf 6e eeuw VC enorme veranderingen -> nemen Griekse koloniën
  • Steden in opstand 499 VC -> vragen hulp aan Athene
  • Athene wint, maar nu in oorlog met de Perzen

Alexander de grote

  • Macedoniër
  • Prins (jong koning geworden)
  • Geboren 365 VC
  • Grieken verenigde door hem
  • Vermoorde zijn broers en zussen
  • Aristoteles was zijn leermeester
  • Strijd met Perzië
  • Egypte en grote middeloosten (tot India) in bezit genomen

Hellenisme

  • Verspreiding Griekse cultuur
  • Door kolonisatie en uitbreiding rijk wordt deze cultuur verspreid.
  • Cultuur: taal, geloof, architectuur, kunst en wetenschappen.

Soorten zuilen en standbeelden

  • Dorisch (genoeg)
  • Ionisch (veel)
  • Korintisch (super veel)
  • Naakte mannen en vrouwen
  • Om hun lichaam te showen

Kunst

  • Veel aandacht voor anatomie(dus naakt)
  • Veel sport/ en of goden
  • Veel details/versieringen

Paragraaf 2.1

De tijd van de grieken en de romeinen was vanaf 3000 VC tot 500 NC. Elke griekse stad haar eigen manier van besturen en haar eigen wetten. Athene had geen koningen meer en de adel was niet meer zo bealngrijk, er was sprake van democratie. Sparta en de meeste stadstaten waren tegen democratie. Sommige grieken geloofden de goden verhalen niet meer, ze gingen op zoek naar natuurlijke oorzaken voor gebeurtenissen. Het begin van het westenschappelijke denken begon vanaf de 6e eeuw VC. De grieken hebben grote invloed op onze cultuur zoals kunst en literatuur.

Paragraaf 2.2

Na 1200 VC verdwenen steden, schrift, paleizen, handel met verre streken. In de donkere eeuwen leefden ze dus in kleine boeren gemeenschappen, onder leiding van edelen. (aristocratie).  De Grieken vormden steeds meer een eenheid qua cultuur, bijvoorbeeld de Olympische spelen. De spelen werden ter ere van de goden gespeeld. Vanaf 850 VC ontstonden er weer steden, er waren bijna nergens meer koningen. Rond 800 VC was er minder eten, daardoor begonnen mensen nieuwe steden en koloniën.

Paragraaf 2.3

In de donkere eeuwen bij Athene rond 1100 tot 800 VC was er sprake van monarchie en overal verdwenen er koningen. Bijna elke polis werd bestuurd door middel van Aristocratie. Een tyrannos hoorde misschien wel bij de monarchie maar kreeg toch veel steun van de ontevreden burgers. In Athene was er sprake van democratie, al was je een man of een vrouw, iedereen was gelijk. Doormiddel van een volksvergadering werd besloten wie de baas was. De godin Democratia gaf een krans aan haar volk als teken voor stemrecht. Het volk besloot alles in Athene, er was sprake van democratie, maar in Sparta regeerde de Gerousia en 2 koningen over het volk, maar er waren volksvergaderingen waarin de mensen mee konden beslissen. Daar was sprake van Aristocratie en Democratie.

De samenvatting gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen
Gids Eindexamens

Alles wat je moet weten over de eindexamens

In de donkere eeuwen bij Athene rond 1100 tot 800 VC was er sprake van monarchie en overal verdwenen er koningen. Bijna elke polis werd bestuurd door middel van Aristocratie. Een tyrannos hoorde misschien wel bij de monarchie maar kreeg toch veel steun van de ontevreden burgers. In Athene was er sprake van democratie, al was je een man of een vrouw, iedereen was gelijk. Doormiddel van een volksvergadering werd besloten wie de baas was. De godin Democratia gaf een krans aan haar volk als teken voor stemrecht. Het volk besloot alles in Athene, er was sprake van democratie, maar in Sparta regeerde de Gerousia en 2 koningen over het volk, maar er waren volksvergaderingen waarin de mensen mee konden beslissen. Daar was sprake van Aristocratie en Democratie.

Paragraaf 2.4

Vanaf de 6e eeuw VC ontstonden er grote veranderingen, Ionie nam vele Griekse steden in beslag. Die Griekse steden kwamen in 499 VC in opstand, ze vroegen hulp aan Athene. Athene won, maar is nu in oorlog met de perzen.  In 480 VC nam de slag bij Thermopylae plaats. De Hellas werd aangevallen door de perzen, de perzen hadden een groter leger dus trok Sparta zich terug. Koning Leonidas was met 300  man naar Thermopylae gegaan.

Paragraaf 2.5


Philippos van Macedonië versloeg in 338 v. Chr. De Griekse poleis. Om te voorkomen dat ze daarna weer tegen hem gingen vechten wilde hij met hun samen tegen de Perzen oorlog gaan voeren. Voordat hij dit plan kon uitvoeren werd hij vermoord op de bruiloft van zijn dochter. Zijn zoon Alexander (later Alexander de Grote) die pas 20 was, volgde hem op. Hij voerde het plan van zijn vader uit en veroverde in 10 jaar tijd het grote Perzische rijk. Hij was maar  33 jaar toen hij stierf. Hij had een enorm rijk en zijn generaals vochten onder elkaar om de macht. Het rijk viel in drie stukken uit elkaar. Een in Egypte, een in Azië en een in Griekenland en Macedonië. Vanaf 200 v. Chr. Worden deze rijken veroverd door de Romeinen. Het hellenisme. Veel soldaten van Alexander blijven in de veroverde gebieden achter en krijgen daar veel macht en aanzien. Ook veel Grieken komen over naar de veroverde gebieden en vormen de bovenlaag van de samenleving. Als je wilde laten zien dat je belangrijk was moest je Grieks leren en de Griekse gewoonten en cultuur overnemen. Hellenisme is de verspreiding van de Griekse taal en cultuur over het hele rijk van Alexander de Grote. (Hellas is de naam die de Grieken nog steeds gebruiken voor Griekenland ).

Paragraaf 2.6

De Grieken zaten al bijna tien jaar dicht op elkaar tussen hun schepen. Er waren veel dieren, en dus ook veel besmettelijke ziektes. Als mensen plotseling dood gingen, dachten de Grieken aan Apollo: de god va de gebeeskunde (kon ook ziektes veroorzaken). De Grieken haalden er een waarzegger bij om uit te vinden waarom Apollo boos was, hij zei dat de epidemie zou stoppen als de priester zijn dochter terug had. In 403 vc (het begin van peloponesische oorlog) brak ook in Athene de pestepidemie uit, geen enkele smid werd besmet door de ziekte. Dat komt omdat in de smederij heet en droog was. Er waren veel dingen in de natuur die Grieken niet konden verklaren zoals pestepidemieën, zonsverduistering, aardbevingen en onweer. Als er iets ongewoons gebeurde, probeerde ze uit te vinden welke god ze beledigd hadden en hoe ze het goed konden maken. Je kon daarvoor naar een waarzegger of orakel. Orakel waren heilige plaatsen waar je via priesters antwoord kon krijgen op je vragen, of kon uitvinden wat de wil van de goden was. Uit de verhalen van de goden kon je van alles leren, wat er gebeurde als je de goden niet vereerde en het ontstaan van de aarde en van de seizoenen. Rond 600 VC gingen dommige mensen anders tegen deze verhalen aan kijken. Door de handel met de perzen en de Egyptenaren kwamen ze erachter dat deze volken heel andere verhalen hadden voor natuurverschijnselen.  de mensen daar wisten daar ook alles over wiskunde en sterrenkunde. Zo kwam het dat er (vooral in havensteden) Grieken die zelf gingen nadenken ober natuurverschijnselen heten filosofen (vrienden van de wijsheid). Zij staan aan het begin van de moderne wetenschap. Ongeveer 2500 jaar geleden hebben Grieken dingen waarmee ze in de wetenschap nog mee verder gaan. Demokritos kwam met het idee (460-370 v chr.) dat alles bestaat uit deeltjes: atoma. In de hellenistische tijd: 300 v chr. Werd Alexandrië in Egypte het belangrijkste centrum van wetenschap, waarbij het verder werd verspreid naar de rest van de wereld. Vanaf de 5e eeuw begonnen de filosofen steeds meer na te denken over de mens en samenleving: was er goed en kwaad, welk staatsvorm was het beste, waren alle mensen gelijk? Ruim 50 jaar voor aristoteles liep er een vreemde man: sokrates. Iedere athener kende hem. Hij was vaak met jonge mannen uit rijke families. Sommige mensen vonden hem irritant, omdat de een '''slechte invloed'' had. In 399 vc werd hij ten dood veroordeeld.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Hajar