Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Examenonderwerp De Republiek

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas havo/vwo | 19474 woorden
  • 26 maart 2013
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 9 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

De Republiek in een tijd van vorsten


Inleiding


Chronologische context


Tijdvak 4: tijd van steden en staten: 1000 - 1500


Tijdvak 5: tijd van ontdekkers en hervormers: 1500 - 1600


Tijdvak 6: tijd van regenten en vorsten: 1600 - 1700


Tijdvak 7: tijd van pruiken en revoluties: 1700 – 1800


1477 – 1555: centralisatie en reformatie


1555 – 1588: de Nederlandse opstand


1588 – 1648: een Gouden Eeuw voor de Republiek


1648 – 1702: de Republiek verliest haar voorsprong


1477:   eind Bourgondische landen


            begin Habsburgse overheersing


1702:   dood stadhouder-koning Willem III


            begin tweede stadhouderloze tijdperk


Hoofdlijnen


Politiek:          particularisme en centralisme


Religieus:        godsdienstvrijheid en staatsgeregelde godsdienst


Economisch:   vrijhandel en handelsbarrières



De druk ligt op het gewest Holland. Ook worden in elk hoofdstuk de situatie in Frankrijk en Engeland behandelt.


Hoofdstuk 1 – Een keizer met 72 titels (1477 – 1555)


1.1 – Machtswellust en overmoed van de Bourgondiërs


De zuidelijke Nederlanden behoorden tot het Bourgondische rijk met Brussel als regeringscentrum. De hertogen van de Bourgondische landen streefden naar centralisatie.


Vorsten                       > centralisatie


Adel                           > particularisatie


Opkomende burgerij > particularisatie


Er was een strijd om de macht tussen de vorsten, de adel en de burgerij.


Door huwelijkspolitiek, veroveringen, erfenissen en bondgenootschappen breidden de hertogen van Bourgondië hun rijk uit


1464:   invoeren van de Staten-Generaal:   


vertegenwoordiging van alle gewesten . Met de Staten-Generaal maakte de vorst afspraken over het geld dat de gewesten moesten opbrengen voor de centrale kas, de zogenoemde bedes.


Bedes:             verzoek van de vorst aan de gewesten om geld.


Gewest:          apart staatje onder leiding van graaf of hertog (heer). Deze heer regeerde samen              met de staten (standen).


1477:   Karel de Stoute sneuvelt tijdens het beleg van Nancy. Dochter Maria volgt hem op.        Onder druk van Frankrijk staat Maria Bourgondië af. De Nederlandse gewesten laten       Maria het Groot Privilege ondertekenen.


Groot Privilege:        



  • Geen van de gewesten kan tot een bede worden gedwongen.

  • De vorst mag geen oorlog voeren zonder de toestemming van de                            Staten-Generaal.

  • Staten-Generaal mogen op eigen initiatief bijeenkomen.


1.2 – Een eenheidsstaat als levenswerk


Karel V:          1500 – 1555:   regeren


                        1515:               (lands)heer der (17) Nederlanden


                        1516:               koning van Spanje en Amerikaanse koloniën


                        1519:               Oostenrijkse erflanden, gekozen tot keizer van Duitsland


Landvoogd(es):          plaatsvervanger van de vorst in Nederlander.


Stadhouder:              plaatsvervanger van de vorst in de gewesten: bevel over het leger en de                           vloot.


Karel slaagt er door oorlogen in alle Nederlanden in handen te krijgen.


1343:   Gelre (het laatste gewest) wordt veroverd > Karel V: heer der 17 Nederlanden


Onder Karel wordt de centralisatiepolitiek van de Bourgondiërs verder voortgezet. Dit resulteert in politieke en staatkundige veranderingen.


Het bestuur van de Nederlanden


De centralisatiepolitiek van Karel V: respect voor de privileges van de gewesten (zelfstandig bestuur, eigen rechtsregels, en andere vrijheden). Maar Karel vormde 3 nieuwe centrale bestuursinstellingen in 1531:


De burgerij won dus aardig macht ten koste van de adel, ondanks dit behield de adel nog wel  veel macht via de stadhouder, die waren afkomstig uit de hoge adel.


De gewesten waren voorstander van het particularisme, ze wilden privileges behouden. Ze konden nog macht uitoefenen via de bedes. Karel voerde veel oorlogen en had zodoende veel geld nodig. Via bedes konden de gewesten zo nog macht uit oefenen, ook werden veel regels uit Brussel niet nageleefd door de gewesten.


Pragmatieke Sanctie(1549): de 17 gewesten zijn één ondeelbaar erfgoed.


1555:   Karel doet afstand van de troon.


            Zoon Filips II erft:     - Spanje (+ Amerika)


                                               - Nederlanden


            Broer Ferdinand erft: - Oostenrijk


                                               - Duitsland (+ keizerstitel)


1.3 – Dood aan de ketters


Renaissance:   Wedergeboorte van de belangstelling van de klassieke beschaving (renaître)


                        > andere levenshouding en kijk op de kunst.


Humanisme:    Vernieuwing in de wetenschap onder invloed van de oudheid.


Erasmus:         humanist, wegbereider van de reformatie.


                        Vulgaat: Nieuwe Bijbelvertaling in het Latijn (1516).


                        schreef: Lof der Zotheid, kerkelijke misstanden werden aan de kaak gesteld.


                        brak niet met de Rooms-katholieke kerk.


Aflaten:          - Een mens moet boete doen voor zijn zonden om in de hemel te komen.


                        - Wie goede werken doet kan een aflaat krijgen.


                        - Op ten duur konden aflaten tegen betaling, zonder berouw, verkregen worden.


31 oktober 1517:        Hervormingsdag: Luther nagelt zijn 95 stellingen op de kerkdeur in                                  Wittenberg.


1520:   Luther in de pauselijke ban.


1521:   Rijksdag van Worms > Luther in de rijksban (vogelvrij) > in opdracht ontvoerd >           Wartburg > Nieuwe testament in het Duits vertaald.


Door de uitvinding van de boekdrukkunst verspreiden nieuwe ideeën zich sneller.


1555:   de godsdienstvrede van Augsburg: “Wiens land, diens godsdienst.” (De landheer           bepaalt de godsdienst in een land) > Duitsland verdeelt in Lutherse en Katholieke    gebieden.


Luther:                        Vorst is de baas in de kerk (aristocratisch kerkbestuur).


Calvijn:           Diakenen en ouderlingen, gekozen door de gemeente, vormen het kerkbestuur                (democratisch kerkbestuur)


Luther:                        Een onderdaan mag nooit tegen de vorst in opstand komen.


Calvijn:           Een onderdaan mag wel tegen de vorst in opstand komen als deze geen                           godsdienstvrijheid geeft. (> spreekt veel Nederlanders aan).


Onderdrukking in de Nederlanden


Karel V trad hard op tegen het protestantisme:        - boekverbrandingen


                                                                                  - inquisitie: een rechtbank voor het                                                                                        opsporen van en bestraffen van ketters >                                                                            ketterverbrandingen


1.4 – Rijkdom en rebellie


1477:   Vlaanderen en Brabant de rijkste en economisch meest ontwikkelde Nederlandse           gewesten.


Handelscontacten:      - over zee met de Hanzesteden rond de Noordzee en Oostzee.


                                   - over land met Venetië en Genoa.


Antwerpen werd eind 15e eeuw het centrum van de wereldhandel.


In de loop van de 16e eeuw komt Amsterdam op.


Meer dan een derde van de bevolking woonde in de stad. Om aan de grote behoefte aan voedsel te voldoen ontstaat moedernegotie.


Moedernegotie:         de graanhandel uit het Oostzeegebied. Om dit financieel mogelijk te                                maken: gecommercialiseerde landbouw: landbouw waarbij de boeren                               produceren voor de markt > specialisatie:  - vetweiderij


                                                                                                          - handelsgewassen


                                                                                                          - zuivelproducten


1.5 – Frankrijk en Engeland


Frankrijk:        heroverd delen van het Bourgondische rijk


Frans I (tijdgenoot van Karel V):      centralisatie:    - krijgt in 1516 het recht om zelf                                                                                           belangrijke geestelijken in de Franse                                                                                    Rooms-katholieke kerk te benoemen.


                                                                                  - bestrijdt Franse protestanten/Hugenoten


                                                                                  - regeert absoluut: parlement geen invloed


Engeland:       Hendrik IIX (Tudor)(bekend om zijn 6 vrouwen)


                        Parlement sterk tegenwicht voor de vorst.


Aanleiding tot conflict met de pais was dat deze weigerde het huwelijk met Catharina van Aragon te ontbinden.


1534:   Supremecy Act: niet de paus is het hoofd van de kerk in Engeland maar de                                                koning > begin Anglicaanse kerk.


Hoofdstuk 2 – Geboorte van een republiek (1555 – 1588)



2.1 – Groeiende onrust


Er kwam onrust over: - strenge godsdienstpolitiek (inquisitie)


                                   - hoge belastingen


                                   - centralisatie (ging tegen de privileges/autonomie van de gewesten in)


1559:   Filips II vertrek terug naar Spanje, Margaretha van Parma wordt de nieuwe         landvoogdes.


Willem van Oranje (*1533 (te Dillenbrug) – 1584 (Delft))


Moeder:  Juliana van Stolberg


Vader:    Willem van Nassau


Broers:    Jan, Lodewijk, Hendrik en Adolf


1544:   Dood René van Châlon, de erfenis (o.a. het prinsdom Oranje) gaat naar de jonge            (lutherse) Willem, die nu Rooms-katholiek wordt opgevoed aan het hof te Brussel.


            Willem behoort nu tot de hoge adel in Nederland.


            Willem zal leider worden van het verzet tegen Filips II. Hij wordt stadhouder van          Holland, Zeeland en Utrecht. Onder zijn leiding was de hoge adel fel tegen de politiek             van Filips II (met name omdat de Raad van State een adviesorgaan was geworden en          de benoemingspolitiek van Filips II).


            Willem van Oranje was voorstanden van gewetensvrijheid.


Godsdienstvrijheid:  vrij geloven en dat uitdragen (vrijheid van eredienst).


Gewetensvrijheid:     vrij geloven maar niet uitdragen.


Willem van Oranje wilde gewetensvrijheid zodat er rust heerste in de Nederlanden en uit principe. Hij wilde geen dwingende rol van een centraal bestuur in geloofszaken.


De steden hingen Willen van Oranje aan omdat de inquisitie de rechtelijke macht aantaste. Ook wilden de steden rust in een stad.


2.2 – Geboorte van een nieuwe staat


1566:   - Aanbieding van het smeekschrift aan de landvoogdes Margaretha door de lage adel    onder leiding van Lodewijk van Nassau en Hendrik van Brederode (geuzen).


            - Jaar van de hagenpreken.


            - Hongerjaar.


            - Beeldenstorm begint in Steenvoorde. 3 soorten aanhangers: - Rooms-katholieke kerk                                                                                                         haters


                                                                                                               - tuig (wilden slopen)


                                                                                                               - dieven


Smeekschrift:    In het smeekschrift waarschuwden de lage adel Margaretha dat er oproer als zij het plakkaat waarin Filips II opdracht gaf tot strengere kettervervolgingen, zou uitvoeren.


Hagenpreken:   Preken in de openlucht omdat het verboden was zich te organiseren in een kerk. De dienst werd gehouden te midden van alle karren met daarop uitkijkposten.


1567:   - komst van Alva (landvoogd tot 1573) met Spaanse legers.


            - instelling van de Raad van Beroerten (Bloedraad) > protestanten werden verbannen       of gedood.


              Terechtstelling van Egmond en Hoorne, hierdoor vlucht Willem van Oranje terug            naar de Dillenburg.


              Andere protestanten vluchten het bos in of de zee op > watergeuzen > harde kern           van het verzet.


            - Alva wil de 10de penning invoeren maar stuit op teveel verzet.


3 belastingen van Alva


- 100ste penning:          eenmalige belasting van 1% op alle bezittingen.


            - 20ste penning:            omzetbelasting van 5% op verkoopprijs van onroerend goed.


            - 10de penning:            omzetbelasting van 10% op verkoopprijs van roerend goed.


De 10de penning stuit op veel verzet van zowel de hoge burgerij: slecht voor de handel, als de adel: verlies van de bede zou machtsverlies betekenen. 


1568:   Begin van de Opstand (tachtig jarige oorlog). Geen oorlog met Spanje (Spaanse volk)     maar opstand tegen de Spaanse overheerser in Nederland.


            Willem van Oranje trekt vanuit Duitsland Nederland binnen. Adolf sneuvelt bij deze      eerste slag (Heiligerlee) van de tachtigjarige oorlog.


            Willem van Oranje wil:          - herstel oude privileges (adel)


                                                           - minder dwingende rol centrale bestuur bij geloofszaken


                                                           - persoonlijk motief: zijn bezittingen in de Nederlanden                                                       kwijt geraakt


1 april 1572:    Inname Den Briel door de watergeuzen.


Juli 1572:        ‘vrije statenvergadering’ door de Hollandse steden > Willem van Oranje              erkend als leider.


1572 – 1573:   wraaktocht van Don Frederik (Spanje). Mechelen, Zutphen en Naarden worden              uitgemoord.


1573 – 1574:   Beleg rond Haarlem> uitgemoord.


                        ‘Bij Alkmaar begint de victorie’ (dijken worden doorgestoken).


                        Leiden houdt wel stand en krijgt als dank een universiteit.


1576:               Dood van de Requesens (landvoogd) > plunderingen in Brabant en                                  Vlaanderen > Spaanse Furie > Brabant en Vlaanderen vragen Willen van                        Oranje om hulp.


In de Staten-Generaal begonnen koningsgetrouwe gewesten met Holland en Zeeland te onderhandelen over vrede > Pacificatie van Gent > alle gewesten eens.


Pacificatie van Gent:    - Spaanse troepen moesten vertrekken


- Kettervervolging moest stoppen


                                       - Holland en Zeeland mochten calvinistisch zijn


                                       - Er mocht niets tegen het katholieke geloof worden ondernomen


De eensgezindheid van de Staten-Generaal was een hoogtepunt voor Willem van Oranje.


Na 1576 is er opnieuw verdeeldheid binnen de Staten-Generaal:   - Particularisme


                                                                                                          - Kloof tussen                                                                                  Holland/Zeeland en de                                                                     zuidelijke gewesten                                                                                    (geloof, taal, sociale                                                                      klasse)



1578 – 1592:   Parma landvoogd


Begin januari 1579:    Unie van Artecht (Artois):     - Trouw aan Spanje


                                                                                  - Rooms-katholieke kerk de enige


Eind januari 1579:      Unie van Utrecht onder leiding van Jan van Nassau (meest Noordelijke                            gewesten).


                                   Doel: de gemeenschappelijke verdediging tegen Spanje.                


1579:                          geboortejaar Nederlandse staat > scheiding noordelijke en zuidelijke                                Nederlanden.


Willem van Oranje teleurgesteld door de verdeeldheid.


1580:   Willem van Oranje door Filips II in de rijksban gedaan. Hij gold als bedreiging voor       Filips II.


1581:   Acte van Verlatinghe: De Staten-Generaal van Noordelijke Nederlanden zwoeren hun   heerser af.



Willem van Oranje durft het niet aan de macht in de Nederlanden te krijgen.


Hertog van Anjou (Frankrijk) wordt aangesteld. Geen succes: katholiek, slecht politiek leider.


1584:   Willem van Oranje wordt vermoord door Balthazar Gerards > Maurits stadhouder.


Graaf van Leicester (Engeland) wordt aangesteld. Geen succes: dubbel agenda (probeerde vrede te sluiten met de zuidelijke Nederlanden van Parma), slecht leider, verbood handel met Spanje.


Beide buitenlandse landvoogden waren geen succes. De Statenvergadering nemen zelf de soevereiniteit op zich > De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588 – 1795)


1588 – 1598:   De Tien Jaren > militaire successen Maurits, mede door staand leger.


Marits en Willem Lodewijk leiden de Republiek militair.


Johan van Oldebarnevelt leidt de Republiek politiek.


De Republiek staat nu aan de vooravond van de Gouden Eeuw


2.3 – Nieuwe politiek in de Republiek


Staatindeling rond 1588


Land:  Decentraal bestuur > de vertegenwoordigers van de verschillende gewesten kwamen      bijeen in de Staten-Generaal. De Staten-Generaal hield zich bezig met zaken die het   algemeen belang dienden:      - Financiën


                                                           - Buitenlandse zaken


                                                           - Defensie


                                                           - Het bestuur van de Generaliteitslanden


                                                           - Onderlinge geschillen


            Binnen de Staten-Generaal had elk gewest 1 stem en het vetorecht.


Stadhouder:    Onder Filips II; plaatsvervanger van de koning.


                        In 1600; dienaar van de gewesten.


                        - Opperbevelhebber van leger en vloot.


                        - Benoemen van bestuurders/regenten in steden.


                        - Recht van gratie (iemand gratie kunnen geven; straf kwijtschelden)


Raadspensionaris (landsadvocaat):    Hoogste ambtenaar van het gewest Holland, in dienst van                                                 de Staten van Holland. Hij leidde de staten van Holland                                                   naar de Staten-Generaal.


Regenten:       Hoge overheidsbestuurders in de Republiek. Leden van het bestuur van steden,              gewesten, platteland en Generaliteitslanden.


Calvinistisch geloof:   Gereformeerde kerk werd de officiële kerk, maar geen staatskerk.


                                   De gereformeerde kregen politieke en ambtelijke functies.


Officieel was de rooms-katholieke verboden, maar in de praktijk werden katholieken niet vervolgt. ze mochten wel hun kerken niet meer gebruiken en moest zodoende de preken houden in schuilkerken.


Ook andere andersdenkenden, zoals joden, doopsgezinden en remonstranten, werden niet vervolgt.


2.4 – Economische bloei van Holland


De stedelijke bevolking groeide en de moedernegotie in zijn kielzog ook. Hierdoor nam de gecommercialiseerde landbouw in de zeegewesten Holland en Zeeland toe. Hierdoor ontstond er in deze twee gewesten een gezamenlijke markt.


In Holland en Zeeland is een groot voordeel ten opzichte van andere gewesten en buurlanden; die gewesten hadden geen feodale traditie, hierdoor was er de mogelijkheid tot schaalvergroting voor de boeren.


In de landgewesten(oosten van de Republiek) had de adel veel macht, zij waren grootgrondbezitters. Op die grond bebouwden zelfvoorzienende keuterboeren het land en waren lokale markten. Hierdoor was er in de landgewesten minder innovatie en groeiden de steden minder.



Engeland en Frankrijk zijn nog geen concurrenten, zij blijven op de ‘oude’ kleine schaal landbouw bedrijven. Er heerst een burgeroorlog in Frankrijk en Engeland richt zich meer op het Midden-Oosten voor voedsel.


Rond 1588:     Stedelijke en regionale economieën. Er was geen samenhangend economisch                   beleid(tolbarrières, gebrekkige samenwerking inzake infrastructuur)  >                             particularisme.


Val van Antwerpen


1585:   Filips II neemt Antwerpen in. Als reactie hierop sluiten de watergeuzen de Schelde af    > economische doodsteek voor Antwerpen > komst van kapitaal en kennis naar het          noorden > Holland wordt het centrum van handelskapitalisme: het begin van de            Gouden Eeuw.


2.5 – Frankrijk en Engeland


Frankrijk


1560 – 1598:   godsdienstenoorlogen tussen rooms-katholieke kerk en                                                      hugenoten.


Rooms-katholieken onder leiding van de familie De Guise.


Hugenoten onder leiding van de families De Coligny en De Bourbon.


1572:   Hugenoten leider Hendrik de Bourbon/van Navarra gaat trouwen met de zus van de       Franse koning.


            Hendrik wordt katholiek: “Parijs (de troon) is me wel een mis waard.”


            Veel hugenoten vluchten naar het Noorden(de Republiek).


24 augustus 1572:      Bloedbruiloft/Bartolomeusnacht: duizenden hugenoten worden in                                                Parijs, aanwezig in verband met de bruiloft, door katholieken vermoord.


Engeland


Hendrik VIII †1547: goederen/bezittingen van de katholiek in beslag genomen en verkocht                              >Anglicaanse kerk wordt de Staatskerk met de koning aan het hoofd.


Edward VI †1553:     protestants, vervolgd katholieken.


Bloody Mary †1558:  fanatiek katholiek: vervolgd protestanten.


Elizabeth I (1558 - 1603†)     > Anglicaanse kerk: protestants van binnen(de leer), katholiek                                           van buiten. de vorst blijft het hoofd van de Anglicaanse kerk.


De katholieken accepteren dit niet.


Hoofdstuk 3 – De jonge Republiek in Europa (1588 – 1648)


3.1 – Jaren van onverwachte voorspoed


1588 – 1598:   De Tien jaren


Militaire overwinningen door:           - Maurits, uitmuntend militair leider, was kapitein-                                                                generaal van het leger. Onder zijn leiding waren er                                                             grote legerhervormingen > beroepsleger (snel en                                                     wendbaar), nieuwe technieken en aanvalstactieken.


                                                           - Filips II was in oorlog met Frankrijk (aandacht weg van                                                    de Republiek).


1588:   De Armada wordt opgericht: onoverwinnelijke Spaans vloot (Filips).


Bestuur


De Republiek was een statenbond: 7 zelfstandige gewesten (vergelijk VS en Duitsland nu).


Deductie van Vrancken (1587):        Soevereiniteit ligt bij de gezamenlijke staten van de                                                           gewesten en dus niet bij een landsheer.


                                                           Particularisme overheerst.


Elk gewest stuurde vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal.


            - Last(brief): hierin stond wat de vertegenwoordiger moest zeggen en stemmen van het   gewest.


            - Ruggespraak: de vertegenwoordiger moest eerst overleggen met het gewest voordat       er een besluit werd genomen (erg vertragend bij besluitvorming).


Holland was het rijkste en meest invloedrijke gewest.


Particularisme: typerend voor statenbond:    de neiging om als gewest voor alles zelf en in het                                                               eigen belang te beslissen > particulier belang                                                                      boven algemeen belang.


1588                                                               nu


Vroedschap (regenten)                                  gemeenteraad


burgemeesters                                                burgemeester en wethouders


schout                                                            (politie)korpsofficier


rakkers                                                                       agenten


schepenen                                                      rechters


3.2 – Een nieuwe speler in het internationale veld


1589:   Huwelijk Hendrik van Navarra > koning Hendrik  IV (katholiek)


1596:   Drievoudig verbond:  Frankrijk, Engeland en de Republiek tegen Spanje (eerste                                                  erkenning van de Republiek als eigen staat).


1598:   Vrede tussen Frankrijk en Spanje (geld was op): einde Drievoudig verbond.


1598:   Edict van Nantes:       hugenoten krijgen vrijheid van godsdienst en eredienst in steden                                      waar ze de meerderheid hebben.


Lodewijk XIII volgde in 1603 zijn vader koning Hendrik IV op. Samen met zijn minister Richelieu (ook kardinaal) zette hij de centralisatie door.


Frederik Hendrik (zoon en opvolger van Maurits) wilde een verdrag met Lodewijk XIII sluiten over de verdeling van de zuidelijk Nederlanden, maar dit stuitte op veel verzet in de Republiek.


Engeland


Tijdens Elizabeth I was Engeland voortdurend in oorlog met Spanje.


Opvolger Jacobus I (Stuart) sloot in 1604 vrede met Spanje > de Rep staat er alleen voor tegen Spanje.


Puriteinen: Engelse Calvinisten.


Karel I regeerde van 1629 tot 1640 zonder parlement en als absoluut vorst.


1640:   opstand van de schotten, alleen het parlement kon aan Karel I toestemming geven voor belastingen om de oorlog te financieren maar deden dit niet.


Huis Stuart


Jacobus I: 1603 – 1625: personele unie (2 aparte landen met dezelfde vorst) met Schotland.


Karel I: 1625 – 1649: Door het weigeren van belastingen van het parlement had Karel op een                            andere manier geld nodig. Hij hoopte op steun van de Republiek >


1641:   Huwelijk Mary Stuart en de latere Republikeinse stadhouder Willem II, hiermee                         werd het aanzien van de Oranje groter.


Het Duitse Rijk


1618 – 1648:   de dertigjarige oorlog


Protestanten               ß>                 katholieken


- Engeland                                         - Spanje


- de Republiek                                               - de Paus


- Frankrijk (tegen Spanje, niet protestant of tegen katholieken)


1648:   - eind dertigjarige oorlog


            - vrede van Munster > eind tachtigjarige oorlog.


Bepalingen bij de vrede van Munster:


            - Spanje erkende de Republiek als onafhankelijke staat, die al het veroverde gebied          mocht houden, ook in de koloniën.


            - De Schelde blijft gesloten.


            - Vrijheid van godsdienst voor de katholieken hoeft de Staten-Generaal niet te geven,       zelfs niet in de generaliteitslanden.


3.3 – De machtsstrijd


Rond 1600 werden de militaire successen van Maurits bescheiden, dit kwam door:                                                                                                                              - Minder geld


                                                                                                                      - Spanje had vrede                                                                                                                 met Frankrijk en                                                                                                                   kan zich nu                                                                                                                           volledig richten op                                                                                                               de Republiek.



1600:   Slag bij Nieuwpoort (Maurits moet van Van Oldebarnevelt op Spaans grondgebied         (België) vechten, zijn leger wordt bijna in de zee gedrongen, maar kan nog net    wegkomen).


            De relatie tussen Maurits en Van Oldebarnevelt bekoelt.


1609 – 1621:   Twaalfjarig Bestand


                        Van Oldebarnevelt is voor; het is goed voor de handel.


                        Maurits is tegen; hij is bang dat ie te oud is om na het bestand nog succesvol te               vechten.


Tijdens het Twaalfjarig Bestand kwam het bijna tot een burgeroorlog: een godsdienstige en politieke strijd.


Maurits                                   ß>                             Van Oldebarnevelt


overige 6 gewesten                                                    Holland


strenge calvinisten =                                                  gematigde calvinisten =


preciezen =                                                                rekkelijken =


gomaristen                                                                 arminianen


contraremonstrant                                                     remonstrant


Er was geen scheiding van kerk en staat.


1617:   Scherpe Resolutie aangenomen door de Staten van Holland:


            - Nationale Synode (kerkvergadering) is in strijd met de soevereiniteit van de                    gewesten (particularisme).


            - Steden kregen toestemming om troepen (waardgelders) in te huren om onrust de kop     in te drukken. Deze troepen gehoorzamen de Staten van Holland > het gezag van          Maurits aangetast.


Een burgeroorlog dreigt.


Maurits gaat met zijn legers de Hollandse steden langs (gemachtigd door de Staten-Generaal/bij meerderheid besloten (Amsterdam, contraremonstrant, was voor > minderheid in Holland)).


Augustus 1618: Van Oldebarnevelt wordt gevangengezet.


Arminianen worden uit het stadsbestuur gezet (de wet verzetten).


1618/19           Nationale Synode te Dordrecht (onder leiding van Johannes Bogerman).


                        - Leer van Arminius veroordeeld > eenheid van calvinistische kerk versterkt.


                        - Nieuwe Bijbelvertaling > Statenvertaling


Hugo de Groot wordt gevangen genomen.


1625:   dood Maurits.


            Frederik Hendrik stadhouder tot 1647 †


Frederik Hendrik:


                        - Versterkt positie stadhouder/Oranje; beginnen Koninklijke trekjes te krijgen:


                                                                            ▪ Paleizen


                                                                            ▪ Grootse huwelijken


                                                                            ▪ Contact met vorstenhuizen


                  - Versterkt positie Republiek:            ▪ 1628: overwinning op de zilvervloot


                                                                            ▪ 1629: Den Bosch veroverd


                                                                            ▪ 1632: Maasveldtocht


                  - Gematigde binnenlandse politiek: rust


3.4 – Een economisch wonder


Amsterdam: centrale stapelmarkt en financieel centrum van Europa (de wereld).


1609:   Wisselbank: hier konden kooplieden geld in bewaring geven, betalingen                          verrichten en geld overboeken.


1611:   Koopmansbeurs: kennis over prijzen van goederen, transportkosten en                  verzekeringskosten.


1614:   Bank van lening: geld lenen.


De bloeiende handel geeft de economie vele impulsen:       - Nijverheid:   ▪ textiel


                                                                                                                      ▪ zeilen (VOC)


                                                                                                                      ▪ tonnen (aan boord)


                                                                                                                      ▪ schepen (VOC)


                                                                                              - Landbouw:   ▪ lastdieren


                                                                                                                      ▪ nieuwe apparaten



Gunstige economische ontwikkelingen werden gestimuleerd door bewust beleid van de overheid/Van Oldebarnevelt (bijv. VOC in 1602).


1609 – 1621:   Twaalfjarig bestand: hoogtepunt in de Oostzeehandel.


VOC 1602


1595/96:          Tocht van Houtman en de Keyzer over de Indische Oceaan naar Indonesië.


Er waren teveel private Compagnieën van verre (voorcompagnieën), hierdoor ontstond er veel concurrentie > De VOC (1602). De Staten-Generaal gaven de VOC een handelsmonopolie: De VOC had soevereine rechten (eigen vlag); ze mocht: oorlog voeren, verdragen sluiten, vestingen bouwen, soldaten in dienst nemen, gebieden besturen.


De VOC was de eerste multinational (vestingen in meerdere landen) en gaf al aandelen uit. Het bestuur van de VOC was in handen van de Heeren XVII.


Oranje – De Oranjes.


Blanje – kleur van de Hugenoten.


Bleu – Nassau’s.


VOC:  Ten oosten van Afrika; doel: (specerijen)handel op de oost tot ontwikkeling brengen      en winst maken.


De VOC was een publiekprivate organisatie, die in Azië de Nederlandse overheid vertegenwoordigde.


Rechtsgeleerde Hugo de Groot schreef: ‘Mare Librum’, zee van vrijheid: -  inlanders zijn vrij                                                                                                                 om te handelen                                                                                                                     met wie ze willen.


                                                                                                                      - de zee is net als de                                                                                                                lucht volkomen                                                                                                                    vrij.


VOC was in de 17de eeuw het grootste bedrijf ter wereld (succesvoller dan het Engelse East India Company).


1619:   Gouveneur-generaal Jan Pieterzoon Coen sticht Batavia.


1621:   WIC:   eind Twaalfjarig bestand, vuist maken tegen Spanje.


                        ten westen van Afrika en ten oosten van Amerika:  ▪ kaapvaart


                                                                                                          ▪ slavenhandel;                                                                                                                       driehoekshandel.


WIC was minder succesvol dan de VOC


Hoofdstuk 4 – Van Ware Vrijheid via het Rampjaar naar het einde (1648 – 1702)


4.1 – Republiek zonder stadhouder


1647:   dood Fredrik Hendrik; opvolger: Willem II (1647 - 1650†) in Staten van Holland.


Willem II wil na 1648 (vrede van Munster) vasthouden aan een sterk leger en besteedt veel aan buitenlandse politiek (tot onvrede van veel regenten in de steden van Holland in verband met de handel).


1650:   - Jacob de Witt en 5 andere regenten worden gevangen genomen op slot Loevestein.


            - Amsterdam wordt onder druk gezet door Willem II en geeft toe, net als andere                          Hollandse steden.


            - Willem II trouwt met Mary Stuart > Willem III.


            - Willem II sterft > 1ste stadhouderloze tijdperk (Holland, Zeeland, Overijssel, Gerle         en Utrecht) tot 1672.


Na de dood van Willem II ontstonden er 2 partijen, de prinsgezinden en de staatsgezinden.


Staatsgezinden                      ß>                                         Prinsgezinden


- Particularisme                                                                      - centralisme


- Bestuur zonder stadhouder                                                - leider nodig voor leger en staat


                                                                                                > Oranjes zorgen voor veilighei                                                                                                 en eenheid


- Erfelijke macht is een bedreiging


  voor vrijheid.


- Macht moet voortkomen uit kwaliteit.


Het volk was overwegend prinsgezind maar had te weinig invloed om iets uit te richten..


Het bestuur rustte in de stadhouderloze tijd op de kwaliteit van lokale regenten en het staatsmanschap van Johan de Witt (raadspensionaris van 1653 – 1672).


Volgens Johan de Witt was ‘ware vrijheid’: - Particularisme.


                                                                       - Een republiek.


                                                                       - Keuze van bestuurder op kwaliteit/geschiktheid.


4.2 – Dreiging vanuit Frankrijk en Engeland


Frankrijk


Lodewijk XIV (1661 – 1715).


                        - Absoluut vorst, koning niet gebonden aan wetten/parlement.


                        - Droit divin, God had Lodewijk aangesteld vond Lodewijk zelf.


                        - Centralisatiepolitiek > veel ambtenaren en een groot leger > erg duur >                Colbert: belastinghervormingen.


                          > Protectionisme/Colbertisme: export bevorderen en import beperken                                    door hoge invoertarieven (=mercantilisme, slecht voor de Republiek).


                        - Streven naar natuurlijke grenzen van zijn rijk.


                        - Één Rooms geloof (1685: intrekken Edict van Nantes).


1667: Franse inval in de zuidelijke/Spaanse Nederlanden.


Na de Franse inval in de zuidelijke Nederlanden wil de Republiek zich wapenen tegen een eventuele aanval van Frankrijk. Maar er is verdeeldheid op welke manier; met een vloot of leger.


Landgewesten willen een sterk leger, de zeegewesten gaan voor een sterke vloot.


Engeland


Karel I wilde absoluut regeren, van 1629 – 1640 regeerde hij dan ook zonder parlement.


1640 – 1649:   Engelse burgeroorlog.


                        Parlement ß> Koning Karel I > onthoofd in 1649.



Engeland wordt een Republiek onder leiding van Olivier Cromwell (dictator) > Lord Protector (†1658).


Onder Cromwell begint ook in Engeland mercantilisme.


1651:   Acte van Navigatie:   - Producten naar Engeland mogen alleen vervoerd worden op                                             Engelse schepen of schepen uit het land van herkomst (europa).


                                               - Producten uit andere werelddelen mogen alleen vervoerd                                                  worden op Engelse schepen.


                                               - Saluut ter zee, Nederlandse schepen moesten altijd Engelse                                               schepen groeten.


De Acte van Navigatie was een ernstige bedreiging voor de welvaart van de Republiek.


Er kwamen 2 zeeoorlogen met Engelannd:   - 1652 – 1654


                                                                       - 1665 – 1667


1660:   Restauratie onder leiding van het parlement en koning Karel II Stuart (bewonderaar       van Lodewijk)            .


4.3 – Het Rampjaar 1672


Johan de Witt:                        - Leiding geven aan de buitenlandse politiek:          - Oorlog voorkomen


                                                                                                                      - Engeland en                                                                                                                                     Frankrijk tegen                                                                                                                     elkaar uitspelen


                                   - Belangen Holland voorop.


                                   - Sterke vloot > zeegewesten en internationale handel beschermen.


Engeland en de Republiek waren grote concurrenten van elkaar in de internationale handel.


1668:   Triple Alliantie: de Republiek, Engeland en Zweden tegen Frankrijk.


Aanloop 1672: Meningsverschillen over:      - Verdediging de Republiek (leger/vloot)


                                                                       - Positie Willem III


1667:   Staten van Holland: Het eeuwig edict, geen stadhouder meer.


1672:   Aanval van 4 kanten: Het Rampjaar.


Frankrijk valt met Engeland, Münster en Keulen de Republiek aan.


Februari 1672:            Willem III: Kapitein Generaal van het leger


Maart 1672:                Oorlog met Engeland begint


Juni 1672:                   Fransen trekken bij Lobith ons land binnen.


-          Vlootvoogd Michiel de Ruyter voorkomt de Engelse vlootlanding.


-          Het verwaarloosde leger is kansloos tegen het sterke en goed georganiseerde Franse leger.


-          De waterlinie houdt stand en voorkomt verovering van Holland.


-           Groningen en Friesland houden stand.


In de Republiek heerst een grote interne onrust. Het volk plundert en er zijn rellen. De woede van het volk is vooral gericht tegen de slappe regenten die proberen te vluchten.


‘Het land is reddeloos, radeloos en redeloos’.


Reddeloos: Het land (kansloos gevecht).


Radeloos: Het bestuur (ze weten niet wat te doen).


Redeloos: Het volk (er heerst woede en onrust).


Willem III wordt benoemd tot stadhouder en moet de Republiek redden.


20 augustus 1672: Gebroeders De Witt worden vermoord in Den Haag.


Brandenburg en Spanje komen de Republiek te hulp. Spanje is bang voor een te sterke grootmacht Frankrijk.


Willem III blijkt een goede legeraanvoerder en staatsman te zijn.


1673: De kansen keren:          - De Ruyter verslaat nog 3 vloten.


                                               - Verassing van Bonn. Willem slaagt erin Bonn aan te vallen, in                                          Bonn is het wapendepot van de Fransen. De aanval zorgt                                                              ervoor dat de Fransen zich terugtrekken.


Willem III: erfelijk stadhouder van 5 gewesten (alles behalve Friesland en Groningen).


Staten-Generaal: Erfelijk Kapitein Generaal Admiraalschap.


Willem III heeft veel grote bevoegdheden niet gebruikt voor de hervorming van de staatsinstellingen van de Republiek > meer centralisatie.


Er kwam meer belangstelling voor de buitenlandse en binnenlandse politiek.


1678:   Vrede van Nijmegen


            - Geen grondverlies voor de Republiek.


            - Handelsvoordelen.


Willem III was tegen de Vrede van Nijmegen: Hij vertrouwt Lodewijk totaal niet.


Hollandse regenten waren voor de Vrede: Rust is goed voor de handel.


4.4 – Franse hegemonie afgewend


Willem III richt zich op de internationale situatie. Hij krijgt twee levensdoelen:  


                                                                                  - Veiligheid protestantisme waarborgen.


                                                                                  - Veiligheid Republiek waarborgen.


Frankrijk is het tegenovergestelde van Willem zijn levensdoelen en Lodewijk wordt zo zijn permanente vijand.


Er worden verschillende coalitieoorlogen (in verschillende samenstellingen) ondernomen tegen Frankrijk om een overwicht te voorkomen. Bij deze oorlogen wordt het belang van de Republiek achtergesteld bij dat van Europa.


1685:   - Ommekeer in het denken van de Hollandse regenten > protestantisme werd                    bedreigd.


            - Lodewijk herriep het Edict van Nantes , veel hugenoten trokken weg uit Frankrijk          naar de Republiek met hun geld en kennis.


            - De Roomse Jacobus II werd koning van Engeland (bewonderaar van Lodewijk XIV).


1688:   Zoon voor Jacobus II, Willem III steekt over naar Engeland om protestantisme te           beschermen.


            ‘Ik zal de protestantse godsdienst en de vrijheden van het Engelse volk handhaven’.      (Je maintiendrai).


            - Glorious Revolution, protestantse revolutie zonder bloedvergieten.


            - Bill of rights, veel nieuwe vrijheden voor parlementariërs > parlementaire                         democratie: samenwerking tussen parlement en koning.


Er komt een personele unie tussen de Republiek en Engeland, de as van een coalitie tegen Frankrijk.


4.5 – Economische stagnatie en intellectuele bloei


Gouden Eeuw: 17de eeuw; vanaf val van Antwerpen in 1585 tot het Rampjaar in 1672.


In die periode was de Republiek het best:    - Militair


                                                                       - Economisch


                                                                       - Politiek


                                                                       - Intellectueel (kunst en wetenschap)


De Republiek kreeg te maken met de wet van de remmende voorsprong: de economie van de Republiek groeide nog wel, maar die van Frankrijk en Engeland harder. Relatief gezien gingen we achteruit.


Oorzaken stagnatie:    - Mercantilisme in plaats van vrijhandel > nadelig voor handel en                            nijverheid.


                                    - Stagnatie in bepaalde economische sectoren:         - haringvisserij


                                                                                                                      - moedernegotie


                                                                                                                      - houthandel


                                   - Hogere belastingen > financiering oorlogen.


De teruggang van de handel in combinatie met de kosten van oorlogvoering > neerwaartse spiraal.


Er was geen sterk centraal gezag, maar sterke stedelijke autonomie met kapitaal krachtige burgers, zij gaven de toon aan in Holland > gewetensvrijheid; geen controle, geen censuur, geen vervolging in de Republiek > tolerantie > de Republiek als intellectueel knooppunt > veel buitenlandse publicaties.


Na 1685: komst van veel hugenoten/Franse geleerden.


Rene Descartes (‘Ik denk dus ik besta’.) > rationalisme.


Tolerantie kende grenzen, zo werd het ontkennen van het bestaan van God van Spinoza verboden door de Staten van Holland.


1702:   Dood stadhouder-koning Willem III


1702 – 1747: Tweede stadhouderloze tijdperk.


In die tijd:       - Gesloten groep regentenfamilies (oligarchie).


                        - Decentraal bestuur/particularisme, dit was niet slagvaardig.


                        - Oorlogsinspanning/financiële problemen.


                        - Opkomst Engeland.


1702:   Einde van de Republiek als grootmacht.


            Begin van de Zilveren Eeuw.


Syllabus geschiedenis vwo centraal examen 2013.


Bron: College voor Examens, Utrecht (2012)


Periode 1477-1555


De strijd om macht en invloed tussen vorsten, adel en opkomende burgerij zette in de 16e eeuw door. De vorsten probeerden hun positie ten opzichte van adel en steden te verstevigen door een politiek van centralisatie. In Frankrijk ontstonden hierdoor de eerste ideeën over absolute macht. In Engeland bleef de rol van het parlement traditioneel sterk als tegenwicht voor de vorstelijke macht.


Vanaf 1477 stonden de zuidelijke Nederlanden onder Habsburgs gezag. Door vererving en


verovering vielen vanaf 1543 ook alle Noord-Nederlandse gewesten onder het gezag van de


Habsburgse vorst Karel V. Hij zette de centralisatiepolitiek van zijn voorgangers voort door een landvoogd en drie centrale raden, de Raad van Financiën, de Raad van State en de Geheime Raad, te benoemen. Deze raden adviseerden hem en zorgden mede voor uitvoering van zijn beleid.


Daarnaast verhoogde hij vaste belastingen om zijn inkomsten te vergroten. In 1555 werd hij in zijn Spaanse en Nederlandse bezittingen opgevolgd door zijn zoon Filips II. 


De kerngewesten van de Nederlanden waren traditioneel Brabant en Vlaanderen. Vergeleken met Frankrijk, grote delen van Engeland en andere gewesten in de Nederlanden, waren deze gewesten sterk verstedelijkt. De Vlaamse handelssteden maakten deel uit van een internationaal handelsnetwerk bestaande uit het Oostzeegebied, Italië, Frankrijk en Engeland. 


De steden in Holland waren relatief klein en de voedselvoorziening werd bedreigd door de lage opbrengsten van de landbouw in Holland. Door vervening was de grond niet geschikt voor graanbouw. Men slaagde erin de landbouw winstgevend te maken door middel van


commercialisering en specialisatie. De Moedernegotie zorgde voor de aanvoer van goedkoop graan. Zo waren de Hollandse steden in staat hoge belastingen op te brengen en flink bij te dragen in de kosten die Karel V maakte in zijn oorlogen. Net als de overige gewesten in de noordelijke Nederlanden probeerde Holland in ruil voor de financiële bijdrage aan het centrale bestuur zoveel mogelijk regionale autonomie te verkrijgen. 



Discussies over het ware en zuivere geloof en de situatie in de Katholieke Kerk leidden in het begin van de 16e  eeuw tot een breuk in het christendom tussen katholieken en protestanten: de reformatie. De weg voor de reformatie was mede bereid door het humanisme, waarvan Erasmus de belangrijkste vertegenwoordiger was in Noordwest Europa. Vanuit de gedachte dat meerdere geloven in één gebied slechts chaos konden opleveren, kozen de meeste vorsten voor onderdrukking van andersdenkenden. In Engeland was de Anglicaanse Kerk in 1534 onder druk van koning Hendrik VIII door het parlement tot staatskerk uitgeroepen. Afhankelijk van de oriëntatie van de heersende vorst werden daar afwisselend katholieken en protestanten vervolgd. In Frankrijk waren het voornamelijk protestanten die werden vervolgd. Karel V koos ervoor in de Nederlanden uitingen van het protestantisme te onderdrukken. Bij de vrede van Augsburg in 1555 werd hij echter gedwongen om in Duitse gebieden waar de lokale vorst protestants was de protestantse eredienst toe te staan. 


Periode I555-1588


Onvrede over de strenge godsdienstpolitiek, de hoge belastingdruk en de centralisatiepolitiek


waardoor de elites in de steden en gewesten hun autonomie dreigden te verliezen, zorgden in de Nederlanden voor opstandigheid tegen Filips II. Om de rust in hun gewesten te herstellen


probeerden edelen in 1566 via een smeekschrift Filips II over te halen de kettervervolgingen te matigen. Deze poging had weinig resultaat. Door de Beeldenstorm werd de kloof tussen de edelen en de landsheer Filips II vergroot. Deze wilde de verantwoordelijken voor de Beeldenstorm straffen en stuurde daartoe de hertog van Alva naar de Nederlanden. De vervolging van de protestanten verhevigde. Hiervan waren met name aanhangers van het, in de Nederlanden populaire, gedachtegoed van Johannes Calvijn de dupe. Het conflict met de Spaanse landsheer liep uit op een oorlog die pas in 1648 eindigde. Onder leiding van Willem van Oranje verspreidde de opstand tegen Filips II zich over de Nederlanden. De gewesten probeerden samen een oplossing voor de burgeroorlog en de godsdienstige tegenstellingen te vinden. Dit leidde in 1576 tot de Pacificatie van Gent. Maar nadat een aantal gewesten zich achter Filips II schaarde, raakten de Nederlanden in 1579 verdeeld. De zuidelijke gewesten verenigden zich in de Unie van Atrecht en de noordelijke gewesten in de Unie van Utrecht. De breuk tussen de vorst en de opstandige gewesten werd een feit vanaf het moment dat Filips II Willem van Oranje vogelvrij verklaarde. De noordelijke gewesten namen formeel afscheid van Filips II in 1581 met het Plakkaat van Verlatinghe en gingen op zoek naar een nieuwe. Kandidaten uit Frankrijk, de hertog van Anjou, en Engeland, de graaf van Leicester, bleken niet geschikt. In 1588 besloten de gewesten zonder koning verder te gaan; de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstond.


Willem van Oranje zag in verdraagzaamheid en de acceptatie van een meer pluriforme


samenleving een mogelijkheid tot herstel van de orde. Oranje wees een dwingende rol van


overheden in geloofskwesties af. De politieke situatie en het verzet tegen het Spaanse gezag gaven een betrekkelijk kleine groep orthodoxe protestanten de ruimte een belangrijke positie in te nemen in de opstand. Hun calvinistisch geloof bood inhoudelijke steun voor hun strijd tegen het Spaanse gezag maar sloot niet aan bij de denkbeelden van Oranje. In deze fase van de strijd was de steun van deze groep echter zeer welkom.


Vrijheid van geloof in de aangesloten gewesten was één van de bepalingen bij de totstandkoming van de Unie van Utrecht. In de aangesloten gewesten ontstond discussie over de mate waarin de religievrijheid moest worden toegestaan. Veel stadsbesturen besloten uiteindelijk tot een compromis: ‘vrijheid van geweten’ werd toegestaan, ‘vrijheid van eredienst’ hadden alleen de calvinisten. In de praktijk hing de mate waarin dissidente groepen werden getolereerd vaak af van het beleid van de soms gematigde, dan weer orthodoxe stadsbesturen. Volledige godsdienstvrijheid kwam er niet. Katholieken ondervonden hiervan de meeste hinder. Naast de publieke gereformeerde kerk werden kerkgenootschappen van de lutheranen, doopsgezinden en joden gedoogd.


Ook elders in Europa zorgde de scheuring in de kerk voor veel beroering. Zo ontstond er in


Engeland na de dood van Hendrik VIII onrust tussen katholieken en protestanten. Met het


bestijgen van de troon door Elizabeth I werden rust en orde hersteld. Zij maakte een einde aan de kettervervolgingen ondanks aanhoudende druk van de paus en Spanje op de Engelse troon. 


In Frankrijk bestreden hugenoten en katholieken elkaar. In een poging deze strijd te sussen, liet de Franse koning zijn zus in 1572 trouwen met Hendrik van Navarra, een hugenoot. Navarra wist de slachting op hugenoten, die volgde op deze ‘Bloedbruiloft’, te ontkomen. Door het overlijden van de laatste katholieke erfgenaam werd de Franse troon inzet van een burgeroorlog.


Vanaf het aantreden van Filips II stond de economie van de noordelijke Nederlanden in dienst van het Spaanse rijk. De opbrengsten van de vaste belastingen werden vooral gebruikt om de vele oorlogen te bekostigen. Samen met de gevolgen van handelsblokkades door de oorlog met Frankrijk, waarin Filips tot 1559 verwikkeld was, versterkte dit het verzet tegen zijn


centralisatiepolitiek. Het voornemen van Alva om nieuwe vaste belastingen, zoals de Tiende


Penning, in te voeren voedde de afkeer van het Spaans gezag. 


Tijdens de Opstand begon voor de noordelijke Nederlanden een periode van economische groei. De groei van de stedelijke bevolking en de ‘Oostzeehandel’ leidde in de zeegewesten, Zeeland, Holland en Friesland, tot verdere uitbouw van een gecommercialiseerde landbouw die zich richtte op de stedelijke markt. Het ontbreken van een feodale traditie in de zeegewesten bood de boeren mogelijkheden tot schaalvergroting. De nijverheid profiteerde van de groeiende handel.  Hoewel in Engeland de lagere adel zich meer op de commerciële landbouiw ging richten, bleef het grootgrondbezit op het platteland daar de belangrijkste bron van welvaart. In Frankrijk bleef de machtige adel zich voornamelijk richten op traditionele landbouw.


De Republiek bestond rond 1588 uit vele stedelijke en regionale economieën die van elkaar


gescheiden werden door onder andere tolbarrières en gewestelijke handelsbeperkingen. Alleen Holland en Zeeland vormden een gezamenlijke markt door het beleid van kooplieden-regenten. Na de val van Antwerpen in 1585 groeide Holland en in het bijzonder Amsterdam uit tot het centrum van de Europese handel. De kooplieden en ambachtslieden die naar Holland trokken, versterkten met hun kennis en kapitaal deze ontwikkeling. De concurrentie van Frankrijk en Engeland was beperkt; terwijl de politieke situatie in de Republiek tot bedaren kwam, kampte Frankrijk met burgeroorlogen en richtte Engeland zich op internationale handel met bijvoorbeeld de Levant. 


1588 – 1648


De jonge Republiek hield stand tegen Spanje, geholpen door de uitputting van de Spaanse


financiën na de ondergang van de Armada in 1588 en de voortdurende oorlog tussen Spanje en Frankrijk. Stadhouder Maurits van Oranje en landsadvocaat van Holland Johan van Oldenbarnevelt zetten zich in om de militaire macht respectievelijk de handelspositie van de Republiek te versterken. In de Republiek lag de soevereiniteit sinds de Deductie van Vrancken bij de Staten. De Republiek werd een statenbond waarin het gewest Holland de boventoon voerde als belangrijkste financier van de defensie-uitgaven.


In 1609 begon het Twaalfjarig Bestand. Naarmate de beslissing over voortzetting van het Bestand dichterbij kwam, nam de religieuze en politieke verdeeldheid in de Republiek toe. Op godsdienstig gebied kreeg de orthodoxe richting binnen de protestantse kerk, waarbij Maurits zich zou aansluiten, de meeste invloed.


In het religieus conflict stonden de aanhangers van Arminius en Gomarus tegenover elkaar. De aanhang van Arminius woonde overwegend in Utrecht en Holland, die van Gomarus in de andere gewesten. De steden in het gewest Holland waren echter verdeeld. In 1617 liet Van


Oldenbarnevelt, die de arminianen steunde, de Scherpe Resolutie aannemen. Daarbij spraken de Staten van Holland zich uit tegen een nationale synode om het religieuze conflict te beslechten en gaven ze steden toestemming soldaten in te huren om het conflict de kop in te drukken. Maurits steunde Gomarus en verzette zich tegen dit leger waarvan hij geen bevelhebber was. De religieuze strijd eindigde met de Synode van Dordrecht die partij koos voor Gomarus.


Op politiek gebied ontstond er tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt een machtsstrijd met op de achtergrond de belangen van de gewesten tegenover die van de Republiek dan wel van het gewest Holland tegenover die van de andere gewesten. De machtstrijd tussen stadhouder en


landsadvocaat eindigde in 1619 met de onthoofding van Van Oldenbarnevelt op het Binnenhof. Dit bevestigde de positie van Maurits en de Staten-Generaal en overeenkomstig hun wens werd vervolgens de strijd tegen Spanje hervat. 


Frederik Hendrik van Oranje volgde Maurits na diens dood op en hij versterkte de positie van de stadhouder en de Republiek verder. Hij veroverde strategische gebieden in wat later de


Generaliteitslanden gingen heten. Zo kwamen de (Meierij van) ‘s Hertogenbosch en (de Baronie) van Breda, evenals Maastricht in Staatse handen. 


Internationaal gezien had de Republiek het tij mee. In 1596 hadden Engeland en Frankrijk de


soevereiniteit van de Republiek al erkend door het Drievoudig Verbond tegen Spanje te tekenen. De Franse koning Hendrik IV zag zich twee jaar later, door de blijvende onrust in het eigen land, gedwongen een vrede met Spanje te sluiten. Hij vaardigde in 1598 het Edict van Nantes uit om een einde te maken aan de godsdienstoorlogen in zijn land en om verder verzet tegen zijn centralisatiepolitiek te voorkomen. Met een conflict tussen katholieken en protestanten begon in de Duitse gebieden van het Habsburgse rijk in 1618 de Dertigjarige Oorlog. Spanje koos partij voor de katholieken. Frankrijk, beducht voor de invloed van Spanje, steunde de protestanten. Frederik Hendrik overwoog een verbond met Lodewijk XIII en Richelieu over de samenwerking en de verdeling van de Zuidelijke Nederlanden na de oorlog, maar er was in de Republiek veel tegenstand tegen samenwerking. Men zag ertegen op het machtige Frankrijk tot buurland te krijgen. 


Met Engeland werden de banden hechter. Elisabeth I had de Republiek openlijk gesteund tegen Spanje. Later bevond de Engelse koning Karel I zich in nijpende financiële problemen en hij was afhankelijk van het parlement. Hij wilde met steun van de Republiek zijn zelfstandigheid behouden. In 1641 huwde Karels dochter Maria Stuart met Willem II, waardoor Spanje en Engeland weer uiteen werden gedreven. De verbintenis met het koningshuis Stuart verhoogde het aanzien van de Oranjes. In 1648 sloot de Republiek vrede met Spanje in de Vrede van Münster.


De politieke en religieuze strubbelingen hielden de economische groei van de Republiek niet tegen. Zolang de opbouw van staten in Europa nog gaande was, kon de Republiek profiteren van de slagvaardigheid die de kleine schaal waarop men werkte met zich meebracht. In de 17e eeuw groeide het volume van de handel van de Republiek. Engeland en Frankrijk richtten zich op traditionele kostbare producten en het volume van hun handel bleef achter. De Europese handel groeide uit naar internationale handel. Om dit te vergemakkelijken, werden de Amsterdamse Wisselbank en Amsterdamse Beurs opgericht en stelde men wekelijks een prijslijst van goederen op. In de Republiek ontstond een grote handelsvloot doordat kooplieden onderling gingen samenwerken. Als opvolgers van de private ‘voorcompagnieën’ werden bijna tegelijkertijd in Engeland en de Republiek door de overheid publiekprivate organisaties als de East India Company en de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht.Ten gevolge van dit vroege handelskapitalisme vestigden Engeland, Frankrijk en de Republiek handelsnederzettingen en koloniën in Azië en Amerika.


De VOC legitimeerde haar recht op deelname aan de handel op grond van de theorie van de vrije zee zoals neergelegd in het geschrift Mare Liberum van Hugo de Groot. De West-Indische Compagnie hield zich bezig met de driehoekshandel en met kaapvaart tegen Spanje. De kaapvaart stond echter het functioneren van de WIC als handelscompagnie in de weg.


Periode 1648 – 1702


In 1650 stierf stadhouder Willem II. De regenten namen het besluit geen nieuwe stadhouder te


benoemen. De stadhouders waren in hun ogen te oorlogszuchtig terwijl oorlog duur was en de


handel schaadde. Dit eerste Stadhouderloze Tijdperk duurde tot 1672. Over de inrichting van de Republiek als statenbond met of zonder een stadhouder en de mate van soevereiniteit van de gewesten bestond onenigheid tussen staatsgezinden en oranjegezinden. Het dagelijks bestuur van de Republiek functioneerde dankzij bestuurlijke kwaliteiten van lokale regenten en het staatsmanschap van de raadspensionaris van Holland, Johan de Witt. Als ambtenaar van de Staten van Holland opereerde hij in het landsbelang, maar bij conflicten verdedigde hij toch vooral de belangen van de Hollandse regenten. 


In Frankrijk nam in 1661 Lodewijk XIV de regering zelf op zich. Hij slaagde erin van Frankrijk een centraal bestuurd land te maken, waarin de vorst absolute bevoegdheden kreeg. In Engeland ontstond een burgeroorlog die leidde tot de onthoofding van Karel I Stuart en die een overwinning


opleverde voor het parlement. Oliver Cromwell bestuurde het land enkele jaren als Lord Protector. De Republiek bleef neutraal inzake de Engelse burgeroorlog. In 1660 werd de monarchie door het Engelse parlement hersteld, de Restauratie. De Engelse koning Karel II Stuart bleef in financieel opzicht afhankelijk van het parlement. 


In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd de positie van de Republiek in toenemende mate bedreigd door de opkomst van Engeland en Frankrijk. Lodewijk XIV streefde naar een groter Frankrijk, omgeven door natuurlijke grenzen. Het land verkeerde onder zijn regering in een bijna permanente staat van oorlog, onder andere met de Republiek. Het was voor de Republiek moeilijk deze bedreigingen het hoofd te bieden. Land- en zeegewesten hadden verschillende prioriteiten met betrekking tot de landsverdediging. De buitenlandse politiek van Johan de Witt was erop gericht via afwisselende bondgenootschappen de beide andere naties uit elkaar te spelen. Deze politiek mislukte toen Karel II Stuart en Lodewijk XIV in 1672 gezamenlijk de Republiek aanvielen. Het Rampjaar leidde tot herstel van het stadhouderschap in alle gewesten en de moord op De Witt. Onder andere dankzij de Hollandse waterlinie en de inspanningen van Willem III als legeraanvoerder en Michiel de Ruyter als vlootvoogd bleef de Republiek overeind. Willem III kon zich ontwikkelen tot een gezaghebbend stadhouder met ruime bevoegdheden. Deze zette hij niet in om het staatsbestel van de Republiek te hervormen. Hij richtte zijn aandacht vooral op de internationale situatie in Europa, waarin hij als grote tegenstrever van Lodewijk XIV vele coalitieoorlogen leidde. 


Een bondgenootschap tussen Engeland en de Republiek in de vorm van een persoonlijke unie


ontstond toen de katholieke Stuart-koning Jacobus II door een protestante meerderheid in het


parlement werd afgewezen en deze meerderheid toenadering zocht tot Willem III als


troonopvolger. De Glorious Revolution (1688-1689) maakte een langdurige protestantse coalitie tegen Frankrijk mogelijk, die een Franse hegemonie in Europa uiteindelijk voorkwam. Engeland werd door de, aan de troonsbestijging van Willem III gekoppelde Bill of Rights definitief een parlementaire monarchie, waarin de volksvertegenwoordiging het laatste woord had. In de Republiek besloten de meeste gewesten na de dood van Willem III in 1702 opnieuw geen stadhouder te benoemen. 


De economische voorsprong die de Republiek had opgebouwd, kon met de opkomst van Engeland en Frankrijk in de tweede helft van de zeventiende eeuw niet worden vastgehouden.


Mercantilistische maatregelen van zowel Engelse als Franse kant bevorderden hun eigen economie en ondergroeven de positie van de Republiek extra. Frankrijk verhoogde de importtarieven en het Engelse parlement nam in 1651 de Acte van Navigatie aan die de Hollandse handel en nijverheid benadeelde. Dit leidde tot handelsoorlogen tussen Engeland en de Republiek. 


In de Republiek zette de teruggang van de Hollandse handel en nijverheid een neerwaartse spiraal in werking. De teruglopende handelsinkomsten van de zeegewesten en de toenemende schulden als gevolg van de oorlogen waarin de Republiek betrokken was, beperkten de financiële armslag van de gehele Republiek, met name waar het ging om de landsverdediging.


In de Republiek was een samenleving ontstaan waar kapitaalkrachtige burgers de toon aan gaven. Door het ontbreken van een centraal gezag en de sterk ontwikkelde stedelijke autonomie waren controle, censuur en vervolging in de Republiek niet alleen praktisch gezien nauwelijks mogelijk, het werd door de meeste regenten ook als onwenselijk beschouwd omdat zij uitgingen van gewetensvrijheid. Veel buitenlandse publicaties werden in Amsterdam gedrukt. Het tolerante klimaat trok internationale wetenschappers zoals Descartes aan. Toch kende ook de tolerantie in de Republiek grenzen; de werken van de filosoof Spinoza werden na diens dood verboden door de Staten van Holland.


Tijdens het tweede Stadhouderloze Tijdperk (1702-1747) bleek dat de weinig slagvaardige


decentrale bestuurscultuur van regenten niet langer voldeed in het internationale krachtenveld


waarin Engeland en Frankrijk nu de boventoon voerden. Het bestuur van de Republiek kwam in handen van een vaste groep regentenfamilies.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.