Introductie

Saamhorigheid VS > Nationale vlag, nationale feestdag, veel herhaalde motto’s, metaforen

E pluribus unum (uit velen één) > veel staten, één federatie. Vanaf de burgeroorlog kreeg de federatie geleidelijk aan meer macht.

All men are created equal > Dus geen absolute macht van een koning. Later werden ook zwarten juridisch gelijkgesteld aan blanken.

City upon a hill > De VS ‘empire of liberty’, moest als modelsamenleving dienen voor de wereld. Eerst zonder buitenlandse interventies, later ook met. (WO I & II , koude oorlog)

Belangrijke presidenten

Washington

1789

-

Eerste president

Lincoln

1861

Republikein

Openlijk tegen slavernij

Emancipation Proclamation (1863)

Reconstructie (1865-1877)

Vermoord

A. Johnson

1865

Democraat

Werd vorige keer in de toets genoemd. Dit is dus niet de Johnson uit 1963!

Impeachmentprocedure

Hayes

1877

Republikein

Werd president door de reconstructie stop te zetten.

T. Roosevelt

1901

Republikein

Progressief

Vóór grote overheid

Trustbuster

Geloofde in superioriteit van de VS.

Cuba, rough riders

Panamakanaal

Wilson

1913

Democraat

Progressief

Vóór grote overheid

Verbood monopolies

WO I, War Industries Board (WIB)

Verdrag van Versailles

Veertien Punten, Volkenbond

Harding

1921

Republikein

Vóór vrijemarktmechanisme

New Capitalism

Protectionisme

Coolidge

1923

Republikein

Vóór vrijemarktmechanisme

New Capitalism

Protectionisme

Hoover

1929

Democraat

Niet voorbereid op beurskrach

Bleef beperkt ingrijpen

F. D. Roosevelt

1933

Democraat

New Deal

Second New Deal

Good Neighbor Policy

Neutraliteitswetten

WO II, oorlogseconomie

G.I. Bill

VN

Truman

1945

Democraat

Naoorlogs Amerika

Babyboom

President’s Committee on Civil Rights

Fair Deal

Trumandoctrine, begin Koude Oorlog

Marshallhulp

Koreaoorlog

Eisenhower

1953

Republikein

Gematigd

Militair-industriële complex

McCarthyisme

Little Rock Nine

Dominotheorie

Vietnam bevrijdt van Fransen

Kennedy

1961

Democraat

New Frontier politiek

Bestrijden armoede

Cuba-crisis

Begin Vietnamoorlog

Vermoord

L. Johnson

1963

Democraat

War on Poverty, Great Society

‘the treatment’ :D

Protestgeneratie

Civil Rights Act

Voting Rights Act

Vietnamoorlog, Tonkin-resolutie, populariteit kelderde

Nixon

1969

Republikein

Impeachmentprocedure

 

Hoofdstuk 1
Samenvatting

Na het tekenen van de onafhankelijkheidsverklaring ontstond er een machtsstrijd tussen de staten en de federatie.

Enerzijds wilde men niet nog eens een sterke overheerser hebben (zoals Groot Brittannië), maar anderzijds wisten de staten dat samenwerking noodzaak was om defensie en economisch verkeer te coördineren.

Bij de eerste grondwet (Articles of Confederation) werd een congres opgericht. Het ging om een vriendschappelijk verbond tussen staten; een zwak centraal bestuur dat volledig ondergeschikt was aan de deelstaten.

De Articles gaven niet genoeg macht om nuttig te zijn; staten werkten niet mee.

In Philadelphia kwamen de Founding Fathers bij elkaar om de Articles te herzien, maar die werden zonder de toestemming van de deelstaten helemaal geschrapt. Een nieuwe grondwet gebaseerd op de trias politica (Montesquieu) werd geschreven, en die is nu nog steeds van kracht. Een nieuwe grondwet bleek nodig om sterk tegenover het buitenland te staan, om basisrechten in te stellen en om bescherming te bieden tegen oneerlijke macht.

De president gaat over de buitenlandse politiek. Toen de VS belangrijker werd in de wereldpolitiek nam de macht die bij deze functie hoort dus toe.
De president kan als opperbevelhebber van het leger een ander land de oorlog verklaren  met toestemming van het congres. Dit valt te omzeilen door een gewapend conflict geen oorlog te noemen.
De president kan als hij langer in zijn ambt zit meer macht naar zich toetrekken door mensen met eenzelfde ideologie hoge functies te geven.
Het congres kan een impeachmentprocedure starten om de president af te zetten.

Voor een grondwetswijziging is toestemming nodig van 2/3 van de leden van beide huizen van het congres en 3/4 van alle parlementen van de lidstaten.

De Republikeinse partij was eerst voor een actieve en krachtige federale overheid, tegen slavernij en voor rechten voor zwarte mensen. Later waren ze tegen immigranten, tegen veel overheidsbemoeienis en voor veel morele wetten.

De Democratische partij was eerst tegen een actieve en krachtige federale overheid, voor slavernij en tegen rechten voor zwarte mensen. Later waren ze voor een progressief beleid, veel overheidsingrijpen en het beschermen van zwakke groepen in de samenleving.

 Belangrijke jaartallen (chronologie)

4 juli 1776

1781

1787

Onafhankelijkheidsverklaring

Articles of Confederation

Conferentie om The Articles te herzien

 

Hoofdstuk 2
Samenvatting

Bevorderende factoren industrialisatie VS:

  • Verstedelijking
  • Aanwezigheid van veel natuurlijke grondstoffen
  • Modernisering van de landbouw
  • Goede infrastructuur (spoorwegen)
  • Communicatiemiddelen (telegraaf)
  • Uitvinders
  • Nieuwe productietechnieken
  • Nieuwkomers in de steden (afzetmarkt, goedkope arbeid)
  • Liberaal overheidsbeleid

Dankzij het liberaal overheidsbeleid (laissez faire) konden bedrijven onbelemmerd streven naar maximale winst. Dit was goed voor de ontwikkeling van de VS en een kleine groep rijken, maar slecht voor een grote groep armen. Er ontstond een grote kloof tussen arm en rijk.

Arbeidsomstandigheden waren slecht. Arbeiders sloten zich aan bij vakbonden

Knights of Labor > betoging tegen spoorwegmaatschappijen die uitliep op gevechten in Heymarket square, Chicago. Radicaal & gewelddadig.

American Federation of Labor (AFL) > overkoepelende vakbond. (Samuel Gompers.) Pleitte voor hervormingen, maar sprak met geweldloze methode de massa ongeschoolde arbeiders niet aan.

De People’s Party en de Progressive Movement wilden hervormingen voor een betere samenleving. Ze wilden een einde maken aan corruptie en trusts, en probeerden beide de politiek in te gaan.

De People’s Party pleitte voor een agrarische samenleving met een kleine federale overheid, en werd gesteund door boeren.

De Progressive Movement pleitte voor hervormingen in de industrie met een grote federale overheid, en werd gesteund door de middenklasse. De overheid moest een einde aan corruptie maken, het sociaal welzijn waarborgen en overheidsinstituten efficiënter maken.

Progressieve journalisten (muckrakers) stelden misdaden aan de kaak.

Met name de Progressive Movement heeft invloed gehad op de politiek.
T. Roosevelt vergrootte de economische rol van de federale overheid, splitste trusts op en stopte veel corruptie.
Wilson verbad monopolies, beschermde het individu, en streed voor een federale overheid die de economie bewaakte.

De People’s Party stortte in nadat de strijdt om het presidentschap werd verloren.

Wilson draaide zijn progressieve beleid deels terug toen de VS zich ging mengen in WO I. De War Industries Board (WIB) zette oorlogseconomie op met zijn vergaande bevoegdheden.

Met het eindigen van de oorlog eindigde de actieve inmenging van de federale overheid. Door de economische groei van de jaren twintig was er veel minder behoefte aan sociale hervormingen.

-----

Het Zuiden was voor slavernij, maar het Noorden was tegen slavernij. Toen nieuwe staten zich bij de VS voegden was het voor het Noorden van belang dat het om vrije staten ging, en voor het Zuiden juist het tegenovergestelde.

Lincoln was de eerste president die openlijk tegen slavernij was. Als tegenreactie noemden elf Zuidelijke staten zich voortaan de Confederate States of America. Er ontstond een burgeroorlog. Lincoln probeerde de staten bij elkaar te houden en de ‘opstand’ te stoppen.

Zwarten dachten dat de Noorderlingen hen kwamen bevrijden. Zij vluchtten, waardoor het Noorden met een vluchtelingencrisis te maken kreeg. Lincoln besloot ze te houden als oorlogsbuit. Lincoln voerde de Emancipation Proclamation in. De federale overheid beschouwde alle slaven in de rebelse staten als vrije mensen.

Het congres vond de Reconstructie nodig om het Zuiden te hervormen omdat een hervormd Zuiden beter bij het Noorden zou aansluiten. Dit zou de federale overheid sterker (met minder conflicten) maken.
Het Freedmen’s Bureau had als taak om voormalige slaven te helpen met de overgang naar vrijheid.

Dertiende amendement > formeel verbod op slavernij
Veertiende amendement > volledig staatsburgerschap voor iedereen die in de VS is geboren
Vijftiende amendement > zwarte mannen mogen stemmen.

De Zuiderlingen bleven tegen de reconstructie, en in het Noorden verloor men de energie om te hervormen. Toen de Reconstructie eindigde probeerden de Zuiderlingen de zwarte bevolking ‘op hun plaats terug te duwen’. (bijvoorbeeld de KKK.)

De segregatie kreeg in de zuidelijke staten een wettelijke basis met de Jim Crowwetten.
Plessy vs. Furgunson > rechters verklaarden gesegregeerde voorzieningen grondwettig als ze gelijkwaardig waren. Het werd ‘seperate but equal’ genoemd, maar equal was het zeker niet.

Veel voormalige slaven deden aan sharecropping (pachtboer). Veel boeren konden hun leningen niet afbetalen en waren volledig afhankelijk van de plantagebaas. Tijdens WO I trokken veel voormalige slaven naar de steden omdat daar een groot tekort was aan arbeidskracht.

Booker T. Washington > adaptatie d.m.v. scholing
W.E.B. Dubois > juridische strijdt tegen ongelijkheid. Hij vond adaptatie toegeven aan racisme. (NAACP)

-----

Met de Monroe-doctrine wilde de VS voorkomen dat Europese landen invloed zouden krijgen op het Amerikaanse continent. Komt voort uit de Manifest Destiny > de ideologie dat Amerika voorbestemd was om het eigen continent te ontsluiten en te ontwikkelen.

Omdat de VS overschotten produceerde en vond dat haar kapitalisme en democratisch bestuur een voorbeeldfunctie had voor de rest van de wereld nam het isolationisme in de negentiende eeuw af.

De oorlogen in Cuba en de Filipijnen werkten negatief in op de economie van de VS, waardoor de VS zich ermee ging bemoeien.
Om handel te kunnen blijven met China stelde de VS een open door policy voor (vrijhandel).
T. Roosevelt ondersteunde de oorspronkelijke bewoners van Panama om in opstand te komen tegen Colombia, zodat de VS hier het Panamakanaal kon openen.

De VS ging uiteindelijk toch meedoen aan WO I vanwege de onbeperkte duikbotenoorlog en het Zimmerman telegram.

 Belangrijke jaartallen (chronologie)

1823

1861-1865

1 januari 1863

1865

1865-1869

1865-1877

1886

1890-1896

1890 (ong)

1895-1918

1898

1899

1906

1909

1914

1914-1918

Monroedoctrine

Burgeroorlog

Emancipation Proclamation

Oprichting Ku Klux Klan

13e & 14e & 15e amendement

Reconstructie

Oprichting AFL (vakbond)

People’s Party

Seperate but equal

Progressive Movement

Onafhankelijk Cuba

Open Door Policy

Opstand Cuba

Oprichting NAACP

Panamakanaal

WO I

Hoofdstuk 3

Samenvatting
Er ontstond economische krimp toen de oorlogseconomie ophield aan het einde van WO I.

Sociale onrust en angst dat de idealen van de Russische Revolutie zouden overspringen op de VS zorgden ervoor dat de Red Scare ontstond. Het was een soort heksenjacht op communisten waarbij de overheid maatregelen nam die tegen de grondwet ingingen.
Vrijheid van meningsuiting werd onder president Wilson overboord gegooid.

Tulsa outrage > Medewerkers van een communistische vakbond werden beschuldigd van het niet kopen van oorlogsobligaties (dit stond gelijk aan landverraad), en werden opgepakt. ’s Avonds werden ze naar de rand van de stad gereden en door een onderdeel van de KKK mishandeld, waarna ze vertelt werd dat ze nooit meer in Tulsa hoefde terug te komen.

Palmer Raids > Meer dan 4000 van communisme verdachte mensen werden opgepakt en mishandeld. Een deel van hen werd het land uitgezet. Velen vonden dat de overheid hier te ver ging, want de burgerrechten van de verdachten werden geschonden.

De industriële productie werd effectiever (Ford, massaproductie), en de producten daardoor goedkoper. Ook was er een groeiende vraag naar consumptiegoederen. Reclames wakkerde de vraag verder aan.

Er ontstond een consumptiemaatschappij en ook een vrouwencultuur.

Het New Capitalism (die het socialisme overbodig zou maken) zorgde voor een ongeremde economische groei (Roaring Twenties) doordat de bedrijven bijna onbelemmerd konden groeien. Er ontstond monopolievorming. Arbeidsomstandigheden verslechterde flink.

Met de beurskrach van 1929 kwam men erachter hoe zwak de economie eigenlijk was (een opgeblazen en geknapte bubbel).
Er was sprake van overproductie. De markt voor luxeproducten en ontroerend goed raakte verzadigd, en de productie groeide sneller dan het inkomen. Bedrijven leenden geld omdat ze nog steeds optimistisch waren over de toekomst.
Men kocht voor torenhoge bedragen aandelen met geleend geld, en gebruikte vervolgens deze onbetaalde aandelen als onderpand voor riskante speculaties. Hierdoor daalde de beurs en probeerde iedereen zijn aandelen weer kwijt te raken. De prijs kelderde en banken konden naar hun uitgeleende geld fluiten, waardoor ze failliet gingen.

Het consumentenvertrouwen daalde, en mensen werden bang om grote aankopen te doen. Ook de aankoop van luxeproducten verminderde. Bedrijven kregen hierdoor minder inkomsten, dus minder winst, en moesten noodgedwongen mensen ontslaan die vervolgens weer niet konden kopen, of gingen failliet.

President Hoover hield vast aan het New Capitalism, en de economie bleef verslechteren.

President F. D. Roosevelt stapte af van het liberalisme en greep juist flink in de economie in met zijn New Deal.
De NRA probeerde de industrieproductie te beperken en vaste lonen in te stellen, maar werd tegengehouden door het Hooggerechtshof die de maatregelen ongrondwettelijk verklaarde.
De AAA verstrekte subsidies aan boeren en was wel succesvol.
Er kwamen openbare werken om de werkeloosheid te verminderen.
Tegenstanders van de New Deal vonden het te ver of juist niet ver genoeg gaan. Een groot gedeelte van de New Deal werd ongrondwettelijk verklaard.
Langzaam kwam de economie weer op gang, maar stagneerde toen weer.

Een Second New Deal ging nog verder. Roosevelt ging de strijd aan met grote ondernemingen.

De economie kakte weer in.
Toen Roosevelt probeerde om zes nieuwe rechters te benoemen om de zes bestaande conservatieve rechters te neutraliseren werd hem verweten dat hij probeerde te veel macht naar zichzelf toe te trekken. Zijn reputatie was geschaad.  
Roosevelt ging weer bezuinigen omdat hij dacht dat het ergste voorbij was.
Banken gingen lastiger krediet verstrekken.

Dankzij de oorlogseconomie die op gang kwam tijdens WO II bloeide de economie weer op. Bedrijven werkten vrijwillig (door de overheid gestimuleerd) mee aan de oorlogseconomie. De werkeloosheid verdween dankzij de oorlogsproductie.

Arbeidsvoorwaarden verbeterden omdat bedrijven en de overheid zich geen stakingen konden veroorloven tijdens WO II. De macht van vakbonden nam toe.

-----

Zwarten vochten mee in WO I of hielpen mee met de oorlogsproductie om zichzelf te bewijzen als gelijkwaardig aan de blanken, maar werden bij terugkomst in de VS nog steeds flink gediscrimineerd.

Tijdens de Great Migration trokken vele zwarte Amerikanen naar noordelijke steden. Hier mochten ze stemmen en in de bus zitten, maar ook hier was discriminatie.

Er ontstonden rassenrellen want de blanken voelden zich bedreigd. Organisaties als de KKK werden veel groter.

Ook de zwarte bevolking organiseerde zich in nationalistische zelfhulporganisaties die voor zwarte economische onafhankelijkheid pleitten. (Garvey)
Er ontstond ook een zwarte cultuur, met jazzmuziek, literatuur etc.

In het Noorden kregen zwarten meer te zeggen in de politiek omdat ze konden stemmen, en er steeds meer zwarten in het Noorden woonden.

Na de beurskrach raakten sharecroppers diep in de schulden.

Roosevelt zette zich ook in voor zwarten met zijn New Deal. Omdat iedere staat zelf de New Deal uitvoerde, hadden de zwarten in de Zuidelijke staten er vrij weinig aan.

Scottsboro Boys > Acht zwarte jongeren werden beschuldigd van het verkrachten van twee blanke meisjes. Zij kregen de doodstraf ondanks het medisch bewijs dat zij niet verkracht waren. De NAACP hielp hen, en het proces werd ongrondwettig verklaard. Er kwamen nieuwe rechtszaken en vijf van de acht werden alsnog veroordeeld.

Tijdens WO II startte de NAACP de campagne Double Victory, het stoppen van racistische praktijken in nazi-Duitsland en de VS.

Zwarte soldaten wonnen het respect van hun meerderen tijdens WO II.

-----

De Veertien Punten van Wilson en zijn Volkenbond doe hij noemde tijdens de onderhandelingen voorafgaande aan het Verdrag van Versailles (met Clemanceau & Lloyd George) sloegen niet aan in de VS, want dit zou een terugkeer naar het isolationisme onmogelijk maken. Het zou ten koste van de Amerikaanse soevereiniteit gaan en koloniale expansie belemmeren. Ook was men bang om gedwongen te worden in te grijpen bij internationale conflicten.

De belangen van de VS in de wereld waren te groot om zich geheel afzijdig te houden. Alleen bij  bedreigingen van economische en/of politieke belangen van de VS wilde de regering ingrijpen. De VS bleef zonder militaire allianties en zonder inperking van de soevereiniteit internationaal actief.
Op economisch terrein werd protectionisme doorgevoerd, en de economie van Europese en Latijns-Amerikaanse landen gestimuleerd.

De Duitse economie kwam op gang dankzij het Dawes Plan: een lening waardoor Duitsland schulden aan Groot Brittannië en Frankrijk kon afbetalen, die vervolgens hun oorlogsleningen weer aan de VS konden terugbetalen. Duitsland belandde tijdens de economische crisis weer in de problemen omdat het in een keer het geleende Dawes Plan geld moest terugbetalen.

Amerikanen zagen in dat Duitsland behoorlijk sterk was en eventueel een gevaar kon vormen, en begonnen zich uit voorzorg voor te bereiden op een oorlog. Dit ondanks het isolationisme.

Toen Japan Mantsjoerije veroverde en later de Japans-Chinese oorlog begon, stopte de vrijhandel met China. Dit ging tegen de open door policy in.

Roosevelt startte de Good Neighbor Policy, die streefde naar eenheid tussen de landen van Amerikaanse continent en nauwere economische samenwerking.

Roosevelt ondertekende Neutraliteitswetten waarin de VS zich neutraal verklaarde in internationale conflicten. Ook werd wapenhandel met oorlogvoerende landen verboden.

Roosevelt deed aan cash-and-carryhandel in wapens met geallieerden troepen (tijden WO II) omdat hij zonder zelf soldaten te sturen de fascisten wilde verslaan.
Via de Lend-Lease Act ging hij nog een stapje verder omdat Duitsland de overhand leek te hebben.
In het Atlantische handvest beloofde Roosevelt in het geheim steun aan Groot Brittannië.

Door de Japanse aanval op Pearl Harbor (waarna Hitler de VS de oorlog verklaarde) ging de VS zich actief met de oorlog bemoeien.

Tijdens de conferentie van Jalta werd de basis gelegd voor het ontstaan van de koude oorlog, de toekomst van Duitsland bepaald en de VN opgericht.
Stalin wilde Duitsland zo zwak mogelijk houden omdat hij in korte tijd al twee keer door het land was aangevallen. Roosevelt was het niet met hem eens, want dat had tot instabiliteit geleid in Europa na WO I.

Belangrijke jaartallen (chronologie)

1914-1918

1919

1919

5 november 1917

1919-1920

1919-1930

24 oktober 1929

1931

1931

1933

1935

1935

1937

1939-1945

1941

7 december 1941

Februari 1945

WO I

Verdrag van Versailles

Volkenbond

Tulsa outrage

Red Scare

Great Migration

Black Thursday

Scottsboro Boys

Japan verovert Mantsjoerije

New Deal

Second New Deal

Belangrijkste neutraliteitswet

Chinees-Japanse oorlog

WO II

Lend-Lease Act

Pearl Harbor

Conferentie van Jalta

Hoofdstuk 4

samenvatting
Na het einde van WO II was men bang voor het ontstaan van een tweede depressie, maar de meeste oorlogsindustrieën schakelden vrij soepel over naar productie van duurzame consumptiegoederen.

De overheid kwam met de GI Bill zodat veteranen makkelijk weer de maatschappij in konden stromen.

Men was optimistisch over de toekomst, en er kwam een babyboom. Steeds meer mensen kwamen in de groeiende middenklasse terecht en konden ook meer gaan consumeren. Mensen trokken naar de suburbs.
De arbeidsproductiviteit ging omhoog.

Truman probeerde met zijn Fair Deal een verzorgingsstaat te ontwikkelen die Roosevelt had beloofd, maar werd flink tegengehouden door het conservatieve congres.

Eisenhower was gematigd en draaide de verzorgingsstaat niet terug.
Er ging steeds meer geld naar de Koude Oorlog toe. Er ontstond het zogenaamde militair-industriële complex met belangenverstrengeling tussen de wapenindustrie, de politiek en het leger.

Verschillende wetenschappers (Galbraith) wezen de consumptiemaatschappij af, want niet iedereen profiteerde ervan. De kloof tussen rijk en arm groeide.

Kennedy probeerde met de New Frontier politiek de sociale wetgeving uit te breiden. Hij probeerde armoede te bestrijden, maar slaagde hier slechts beperkt in. Hij gaf mensen wel hoop.

Johnson voerde een Great-Societybeleid en kondigde een War on Poverty aan. De  overheidsuitgaven aan sociale programma’s verdubbelde.
Hij had te maken met een protestgeneratie die niet makkelijk tevreden was.

De oplopende kosten van de Vietnamoorlog maakten het sociale programma onbetaalbaar, waardoor het deels werd teruggedraaid. Johnsons populariteit kelderde.

In eerste instantie ging de discriminatie na WO II door in het Zuiden. In propaganda van de Sovjet Unie werd genoemd hoe hypocriet de verdediger van democratie en gelijke rechten in Europa in eigen land bezig was.

Het segregatiesysteem werd langzaam ondermijnd. Zwarten en blanken hadden in Europa gevochten tegen het racisme en gezien hoe gevaarlijk het kon zijn.

Truman liet het President’s Committee on Civil Rights oprichten. Hij verbad discriminatie binnen het federale regeringsapparaat.

De NAACP behaalde met Brown vs. Board of Education of Topeka een grote overwinning. Het hooggerechtshof besloot dat segregatie in het openbaar onderwijs niet langer rechtsgeldig was, omdat de gesegregeerde voorzieningen niet gelijkwaardig waren wat volgens Plessy vs. Ferguson moest.
De NAACP hielp de Little Rock Nine om toegelaten te worden tot een blanke school. Eisenhower stuurde het leger om blank verzet in de kiem te smoren.

Nadat Rosa Parks werd gearresteerd omdat ze niet opstond voor een blanke man in de bus begonnen zwarten onder leiding van Rev. Martin Luther King de Montgomery busboycot. Na een jaar werd de segregatie in het openbaar vervoer van Montgomery ongrondwettelijk verklaard.

Na het aannemen van de Civil Rights Act en de Voting Rights Act waren zwarten op papier gelijk aan blanken, maar de discriminatie ging (vooral in het zuiden) door in de praktijk.

De zwarte bevolking zag het mislukken van de Great Society als de zoveelste niet nagekomen blanke belofte.  Ze waren het uitblijven van echte gelijkheid zat, en begonnen vreedzame integratie met racistische blanken onmogelijk en onwenselijk te vinden. Black is beautiful werd het motto.
Radicale groepen als de Nation of Islam en de Black Panthers ontstonden.

-----

Op de conferentie van Potsdam werden de Sovjet Unie en de VS het weer niet eens over de toekomst van Europa. Berlijn werd in vier delen opgedeeld.

Stalin had beloofd om de VS te helpen om de oorlog in Japan te winnen, maar Truman was bang dat de Sovjet Unie zou proberen om Japan communistisch te maken. Hij stopte de oorlog snel met twee atoombommen.

De ideologieën van de VS en de Sovjet Unie stonden recht tegenover elkaar, wat wantrouwen opwekte. Beide landen waren bang voor de macht van het andere land, waardoor beide landen hun invloedsfeer probeerden te vergroten en aan een wapenwedloop begonnen.

Toen de Sovjet Unie een atoombom ontwikkelde ging de VS zich voorbereiden op een nucleaire oorlog. Binnen de VS ontstond een tweede Red Scare (Mccartyisme).
Kinderen in de VS kregen nucleaire aanval trainingen.

Truman voerde een containment politiek door (Truman doctrine), waarbij de VS iedere bedreigde democratie te hulp zou schieten.

In Europa kwam Truman met de Marshallhulp, een financieel programma voor de wederopbouw van Europa. Zo konden Europeanen weer Amerikaanse afzetmarkt worden en kon voorkomen worden dat Europa communistisch zou worden.

De crisis rondom Berlijn leidde tot het streven naar collectieve veiligheid (NAVO).

Toen China communistisch werd ontstond in de VS de dominotheorie, wat het uitgangspunt werd van het Amerikaanse buitenlandse beleid.

De VS schoot Zuid-Korea te hulp toen het communistische Noord-Korea binnenviel. Nadat Noord-Korea was terug gedreven viel Truman Noord-Korea binnen waarna China Noord-Korea te hulp schoot en Zuid-Korea werd teruggedrongen. De Korea’s bleven verdeeld.

Toen in Cuba Fidel Castro aan de macht kwam probeerde de VS hem te vermoorden. De Sovjet Unie schoot te hulp en stationeerde nucleaire raketten op Cuba. De VS reageerde met een zeeblokkade rondom Cuba. Het conflict eindigde met een compromis waarbij de Sovjet Unie de rakketten weghaalde en de VS beloofde Cuba nooit binnen te vallen en kernraketten in Turkije weg te halen. Een nucleaire oorlog werd net voorkomen.

De VS had Zuid-Vietnam steun beloofd, maar de president Diem was niet populair. De Vietcong werd opgericht. Johnson wilde kosten wat het kost de oorlog winnen. Na het Tonkin-incident kreeg hij volledige macht over militaire operaties, waardoor heel veel GI’s naar Vietnam gingen. De oorlog koste een hoop, maar Johnson verloor. Zijn populariteit kelderde.

Belangrijke jaartallen (chronologie)

Zomer 1944

8 mei 1945

Juli 1945

15 augustus 1945

1947

1948

1948

1949

1950-1953

1954

1955-1956

1955-1975

1959

1957

1962

28 augustus 1963

1964

1965

GI Bill

V-E Day

Conferentie van Potsdam

V-J Day

Trumandoctrine

Marshallhulp

Fair Deal

Atoombom Sovjet Unie

Koreaoorlog

Brown vs. Board of Education of Topeka

Montgomery busboycot

Vietnamoorlog

Cubaanse Revolutie

Little Rock Nine

Cuba-crisis

‘I have a dream’

Civil Rights Act

Voting Rights Act

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.