De verenigde staten en hun federale overheid 1865-1965

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 5302 woorden
  • 25 maart 2013
  • 103 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 103 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor je werkstuk, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Gooi jij een week lang zo min mogelijk weg of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie! 

Check alle challenges!

De verenigde staten en hun federale overheid 1865-1965


 Staatsinrichting


1776 – onafhankelijkheids verklaring 1e 13 staten (oostkust)
vanwege verlichtings ideeën wilde zij zelf de baas zijn, ze kregen niet de inspraak die zij wilden


1787 – founding fathers creëren de grondwet.


55 vertegenwoordigers, centrale regering moet versterkt worden en de rechten beschermt.

Grondwet: basis is hetzelfde – aanpassingen door amendementen.


1791 – 1
e 10 amendementen op grondwet :  Bill of Rights – recht op vrijheid van meningsuiting en wapenbezit.

 Federatie staat


Gedeelde macht ( souvereiniteit)


 1 Federale overheid
- Buitenlandse politiek
- defensie
- financieën
- economisch verkeer




2 Deelstaten


- onderwijs
- politie
- rechtspraak


 Trias Politica



1 President – Uitvoerend


-Staatshoofd
-opperbevelhebber leger&vloot
benoemt ministers, ambtenaren, Hooggerechtshof
(veto recht)


2 Congres – wetgevend


-Senaat en Huis van Afgevaardigen, Deelstaatvertegenwoordigers
-Keuren: wetten, begrotingen, benoemingen – oneens betekent dat het niet doorgaat ( tenzij veto)
-impeachment procedure – zet de president af.


3 Hooggerechtshof


- toetsen wetten aan grondwet


 Macht President ( imperial presidency)


hoeveel invloed heeft hij eigenlijk? + Spil van Amerikaanse politiek


- Binnenlandse macht beperkt door: Vijandig congres (bijv. Republikeins congres met Democratische President)


- Deelstaten kunnen macht beperken door zelf wetten aannemen die reikwijdte beperken.


























































Republikeinen



Democraten



Congresleden gekozen door kiezers in eigen staat ( kiesdistrict)



Geen duidelijke ideologie



Progressief en conservatief beide in elke partij



19e eeuw



Afschaffing slavernij



Tegen afschaffing slavernij ( aanhang blanke zuidelijke bevolking)



Gelijkberechting zwarten



Tegen gelijkberechtiging zwarten



Sterke federale overheid die industrie beschermt d.m.v invoerheffingen



Tegen federale overheid


voor rechten deelstaten


Vanaf einde 19e eeuw



Conservatiever



Progressief



Opkomen voor bedrijfsleven en burgerij



Opkomen sociaal zwakkeren



Tegen immigranten



Voor federale overheidsingrijpen in economie



Tegen federale overheid bemoeienis met economie



Federaal overheidsingrijpen op sociaal gebied



Voor Regels morele kwesties ( bijbel, abortus etc.)





 Voorgeschiedenis 1789 -1865


vanaf 1789: Agrarische samenleving
Noord – vrije arbeid, kleine zelfstandige boeren bedrijven
Zuid – slavenarbeid, plantages
Uitbreiding bevolkingsaantal


- blanke protestantse immigranten
- verder trekken naar  territories ( naar het westen toe)


vanaf 1820


- industrialisatie : fabrieken, spoorwegen ( maken trek naar westen makkelijker)
- Indianen worden verdreven naar reservaten vanaf 1830 ( congres besluit)


vanaf 1840
- nieuwe immigranten vanuit europa door mislukte oogst dus hongersnood
- ook katholieke immigranten, maar protestantisme blijft overheersend in VS


WASP ( white anglosaxen protestants) – overheersende cultuur.


Manifest Destiny – Amerikanen zijn voorbestemd om heel Noord-Amerika te beheersen


Buitenlandse politiek – Monroe-doctrine ( 1823)


- Europa bemoeit zich niet met Amerika en insgelijks ( tot 2e wereld
oorlog is dit idee dominant)


Amerikaanse burgeroorlog 1861-1865


Zuid besluit zich af te sluiten van de VS en het Noorden


- omdat de regering besluit importtarieven te verhogen. Engeland importeert katoen vanuit zuidelijke plantages voor kleding – worden deze duurder en minder


verkocht in Amerika, verdienen plantages minder.


- Abolitionisme – Noordelijke staten verbieden een voor een slavernij, Zuid is afhankelijk van slavernij en voelen zich benadeeld. Wanneer in 1860 een abolitionist ( Abraham Lincoln) president wordt breekt een burgeroorlog uit – in 1865 wint het noorden en wordt via


amendement slavernij verboden en kort daarna wordt Abraham Lincoln vermoord.


Industrialisatie 1865-1918


Agrarische economie


rond 1900 wordt de VS de grootste industriële producent ter wereld, waarom?
- Grondstoffen waren aanwezig
- goedkope arbeidskrachten door immigratie ( vanaf 1890 veel uit Zuid-Europa)
- vanaf 1875 : succesvolle ondernemers, Thomas Edison ( gloeilamp) Graham Bell (telefoon)
- Nieuwe communicatie middelen en spoorwegen maakten alles makkelijker en verbond alles (Nationale economie)


Economische gevolgen


Kleine familie bedrijven worden verdrongen door corporaties.
Zij hadden meer geld voor machines – meer produceren – nieuwe technologieën uitvinden&proberen en om reclame te maken.


Kartels : maken afspraken over hoeveelheden en prijzen om elkaar niet kapot te concurreren en nieuwe concurrentie uit te sluiten.


Trust : Samenvoeging bedrijven (door kleine bedrijven te kopen en aan een grote toe te voegen)


Massaproductie: Zo veel, snel en goedkoop mogelijk dezelfde producten maken.


Standaardisering producten.


Arbeidsdeling: arbeiders zijn niet meer verantwoordelijk voor het eindproduct maar voor een klein ding van het proces.



Sociale gevolgen van de industrialisatie


( 1865-1918)


Urbanisatie: groei van de steden,


Er ontstonden sociale en etnische tegenstellingen ( sloppenwijk naast villawijk)
Andere bevolkingsgroepen en standen in één stad zorgden voor problemen.
Lagere inkomsten/armoede onder de kleine zelfstandigen – ongelijke concurrentie


corporaties


Door politieke invloed van corporaties – leidde tot corruptie
vanaf 1886 – overproductie graan dus minder vraag dus minder inkomsten
Deze boeren hadden geld geleend om hun bedrijf op te bouwen, en moesten geld lenen om hun geleende geld terug te betalen. Daarboven gingen de transportkosten omhoog voor treinen.
Arbeiders moesten het zwaarste werk doen en woonden in slechtste wijken. Werkloosheid door mechanisatie en er kwam geen sociale wetgeving om deze mensen te helpen.


Opkomst Socialisme in de VS


Oprichting vakbonden, 1886 AFL ( American federation of labor)


- streden voor hogere lonen, kortere werktijden en betere omstandigheden


Vaak werd er niet geluisterd naar vakbonden dat leidde tot demonstraties en stakingen. Hierdoor kreeg socialisme een slechte naam.


1891: People’s party ( een 3e politieke partij) Populistische partij(partij voor het volk)


Zuidelijke partij, moest niets hebben van urbanisatie, wilde een agrarische samenleving.


Vanaf 1890: Progressive Movement (geen politieke partij, maar een beweging)


Leden Hogere middenklasse.


Doel- bevolking opvoeden en maatschappij democratiseren, normen en waarden aanleren.


investeren in onderwijs, ze pakte maatschappelijke problemen aan. Door de steunvan vele populaire


pers werd deze partij een groot succes, de people’s party niet.


De overheid en de industrialisatie


1865-1918


Federale overheid is liberaal – weinig bemoeien met de economie en de vrije markt zijn werk laten doen.
Toch hielpen zij eigen industrie met invoerheffingen, dit vanwege Engelse concurrentie. Engelse producten werden duurden, meer Amerikaanse producten werden verkocht.


1900 – 1920 progressieve hervorming.


1901-1909- President Theodore Roosevelt


– republikein.


Nam wetten aan om consumenten te beschermen, voorstander krachtige overheid.


1906 – spoorweg en olie “trusts” opgebroken in kleine bedrijven.


grote bedrijven die macht misbruiken moeten vervolgd worden.


Samenleving moest minder materialistisch worden, vrijheid individu moetbeschermt worden tegen macht grote bedrijven.


1913 -1921 President Woodrow Wilson – Democraat zet Roosevelts werk voort en voert de federale handels commissie (1914)door die trusts moeten controleren.


1914- 1918 1e wereld oorlog.


vanaf 1917 deed de VS mee en kwam er een oorlogseconomie Woodrow wilson maakte de War Industries Board die grote macht hadden over de industrie en deze afstemde op de oorlogsvoering. Ze wezen grondstoffen toe, met voorrang voor wie voor de oorlog produceerde. Ze hielden bij wat en hoeveel er werd gemaakt. Ze voorkwamen stakingen omdat dat de oorlog zou hinderen en ze
verhoogde dus de lonen. Na de oorlog is dit wel meteen voorbij.


Burgerrechten in het zuiden 1865-1918


Reconstructie (1865-1877) de federale overheid probeert de burgerrechten van de freedmen in het zuiden te garanderen.


1866 – amendement (14e)  waarin staat dat iedereen een gelijke
behandeling krijgt, ongeacht kleur of ras.


1870 – amendement (15e) stemrecht zwarten mannen Zuidelijke staten weigeren het 14e amendement, met als gevolg dat in 1867 Noordelijke legers zuidelijke staten bezetten om de zwarte burger rechten te beschermen. Conservatieve staten kregen de macht in zuidelijke staten, ze wilden de situatie terug zoals voor de burgeroorlog.


 Ku Klux Klan (KKK)


Geheime organisatie van blanken in het zuiden die de zwarte bevolking en activisten voor zwarte burgerrechten terroriseerde. Dit werd steeds groter en extremer. Het congres zag in dat het fout was en trok de Noordelijke legers terug uit het zuiden (1877).


Begin segregatie (rassenscheiding) : 1887 – Jim Crow wetten, wetten tegen domme negers. Ze gingen tegen de amendementen in.


Kon de federale overheid hier iets tegen doen? Nee het hooggerechtshof  besloot dat het niet tegen de grondwet inging zolang blanken en zwarten dezelfde voorzieningen werden aangeboden. In de praktijk was dit anders, voorzieningen voor de blanken waren veel beter. Presidenten durfden niets te doen want ze hadden de stemmen ui het zuiden hard nodig.


 Zwarte bevolking in het zuiden


1865-1918


welke gevolgen waren er voor de zwarte bevolking?
In theorie hadden ze gelijken rechten, in praktijk waren ze achtergesteld.
Er waren barrières om te gaan stemmen: je moest kunnen lezen en schrijven,  een examen afleggen over de grondwet en de primaries ( bijeenkomsten voor alleen blanken mannen waar partijleden wordengekozen).Er was een verbod op gemengde huwelijken. Segratie in het openbare leven (treinen, parken en scholen etc.) Lynchpartijen, grote groepen blanken die zwarten veroordeelden en aanvielen, kosten duizenden zwarte levens.


Waarom vertrokken zwarten niet naar het noorden? Freedmen bleven vaak werken voor plantage eigenaren en werden sharecroppers ( delers van de oogst). Bevrijde slaven hadden nauwelijks geld om zelf een bestaan op te bouwen. Ze kregen een stuk grond en voorzieningen en moesten (vaak te veel) oogst inleveren. Ze leefde in grote armoede.


1886-1900: landbouw crisis, de plantage eigenaren en de sharecroppers kwamen in nog grotere problemen.


 Zwarte protest tegen economische en sociale achterstelling


Booker T. Washington – de zwarte bevolking moest respect verdienen door goed gedrag en scholing.


Hij richtte vakopleidingen op voor zwarten – dit heeft te maken met de


progressive movement, het helpen van de zwakkere in de samenleving.


W.E.B Dubois had kritiek op Booker – hij paste zich volgens hem te veel aan. Hij was van mening dat ongelijkheid


bestrijd moest worden via rechtszaken.


1909: oprichting NAACP – maakte gebruik van rechtszaken om de toekomst


van zwarten te verbeteren.


W.E.B woonde echter in het noorden dus had niet veel invloed op het zuiden.


Buitenlands beleid 1865-1918


tot einde van burgeroorlog voerdeVS een politiek van isolationisme.
waarom? Omdat ze nog bezig waren met het verleggen van de frontier.
In 1869 kwam de eerste intercontinentale spoorlijn.
1823 – Monroe doctrine: Het westelijk en oostelijk halfrond moesten zich niet met elkaar bemoeien.


2e helft 19e eeuw: Modern imperialisme ( streven naar een groter rijk) – kolonies.


redenen:
Economie – nieuwe grondstoffen en afzetmarkten.
Politiek – versterking van aanzien en macht.
Ideologie -  verspreiding Amerikaanse ideeën.


1853: 1e succes Amerika – opening van Japanse markt voor westerse mogendheden.


1883: 2e succes Amerika – Congres geeft opdracht voor bouw van moderne oorlogsvloot.


1893: verovering Hawaii met de nieuwe vloot.


1898: Spaans-Amerikaanse oorlog – Cuba wordt een Amerikaans protectoraat ( ze wilden onafhankelijk worden van Spanje) Amerika stuurde oorlogsschip om Amerikaanse burgers op Cuba te beschermen, deze ontploften en vele doden volgden.  Amerika gaf Spanje de schuld.


Cuba stond onder druk van Amerika – er was een Amerikaanse legerbasis op Cuba, ook moesten Cubaanse verdragen met het buitenland moesten worden gekeurd door de VS.


De VS zat in een groot debat over het imperialisme met voor en tegenstanders vanwege de gevechten op Cuba en de Filipijnen. Moest Amerika zich wel zo veel bemoeien? De voorstanders wonnen en de Filipijnen werd deel van de VS. Amerika telt nu mee als wereldmacht.


Theodore Roosevelt (1901-1909) onder zijn leiding wordt Amerika een wereldmacht.


De invloed van Amerika groeit in Latijns Amerika : Amerika steunde Panama met onafhankelijkheidsstrijd zodat ze een Panamakanaal konden aanleggen. Dit was een groot economisch voordeel.


Open door policy in Azië:  de Chinese markt moet vrij toegankelijk zijn voor alle landen. Veel landen proberen China’s economie toe te eigenen met exclusieve economische rechten in China.


China kwam in opstand tegen westerse invloeden met de Bokseropstand.


1900: de VS stuurt troepen om de Bokseropstand neer de slaan maar delen van China komen in handen van Europa en Japan. Amerika krijgt niks.


1e Wereldoorlog


VS was neutraal – Isolationisme en monroe doctrine, maar wel een voorkeur voor de Engelsen


1915: Duitse torpedo’s laten lusitiana boot zinken, Amerikanen komen om.
1917: Duitsland kondigt onbeperkte duikbotenoorlog af, ook met Amerikaanse.
1917: Zimmerman telegram onderschept door Britse geheime dienst, de Duitse minister van buitenlandse zaken wilden Mexico verleiden in een oorlog  met de VS. VS gaan mee strijden in 1917 ‘to make the world a safe democracy’.


Roaring twenties (1918-1929)
1918-1920: economie kreeg het zwaar door de oorlog


Inflatie ( alles wordt duurder), recessie ( achteruitgang economie) en stijgende werkloosheid door terugkomende soldaten uit Europa die een baan willen. Dit veroorzaakte een grote angst voor communisme ( red scare)


1917: russische revolutie – bolsjewieken ( Lenin met communistische revolutie)


1919: Oprichting comintern, de revolutie moest ook buiten Rusland plaatsvinden.


CPSA & communist labor party America waren de 2 grootste communistische partijen in Amerika.


1919-1920: Stakingen en bomaanslagen door onrust vanwege recessie dat leidde tot arrestaties van vermeende communisten – schending van burgerrechten.


vanaf 1920 – economische groei Auto industrie en elektrotechnische industrie vooral.Gedomineerd door corporaties/trusts
Rationelere (efficiënter) productie ( lopende band systeem)


Product kosten omlaag, salaris omhoog dus meer koopkracht.


men ging lenen en kocht dingen met afbetaling. Ze waren druk bezig met consumeren.


Groot optimisme en geloof ik New Capitalism, welvaart voor iedereen en goede werkomstandigheden.


Samenwerking tussen overheid en ondernemers zou een einde aan uitbuiting van arbeiders en harmonie onder de bevolking maken. Socialisme was niet meer nodig.
Warren Harding & Calvin Coolidge waren voor ondernemers en vrije marktmechanisme.


Invloed progressive movement was afgenomen.


De crisis van 1930


Federale overheid toonde onvoldoende begrip voor structurele problemen in de economie, zoals overproductie, verschil tussen rijk en arm en structurele werkloosheid in textielindustrie , mijnbouw en spoortwegen door de rationalisatie. En de overproductie van landbouw na de 1e wereld oorlog, want tijdens verkochten ze alles door aan Europa maar die bouwde na de oorlog hun eigen landbouw weer op.


Oktober 1929, de beurskrach vormt het begin van de grote depressie. Faillissementen van landbouw zorgden voor faillissementen van banken. Dit zorgde ook weer voor werkloosheid.


De overheid ( Hurbert Hoover  republikein, president) was voor geen overheidsingrijpen in de economie, ondernemers moeten het oplossen, vrije marktmechanisme lost het wel op.


Crisis verergert alsnog en vanaf 1932 bied hij leningen aan aan banken en industrie.


Vervolgens wordt er een Democraat gekozen als president ( Franklin Roosevelt)


 The New Deal 1933: 
Federale overheid moet een actieve rol nemen in de economie.


Nieuwe wetten:
AAA: Subsidies voor boeren die hun productie willen beperken
NIRA: Bedrijven moeten afspraken maken met de overheid over prijzen, lonen enz.


Nieuwe organisaties:
NRA: Zorgen voor naleving van de NIRA
TVA: Zorgen voor bouw stuwdammen in de tennessee rivier.


 Kritiek op new deal


- veels te socialistisch volgens zakenlieden


- meer invloed op de economie ( wellicht communisme?)


 - Hooggerechtshof keurt


new deal niet goed o.a. de NIRA


vanaf 1935: herkozen met grote meerderheid dat hem de kans gaf om de tweede new deal te starten.


Het  moest de maatschappij en economie hervormen met meer sociale wetgeving ( social security wet) Verzekerden werkers tegen werkloosheid invaliditeit en ouderdom – dit werd door werknemers en werkgevers betaald.


Werkprojecten voor werklozen.


Hielp de new deal? Nee.


1937: einde van de new deal – het was te duur, er was te veel tegenwerking van de republikeinen en zuidelijke democraten. Zuidelijke democraten kregen het gevoel dat hun landbouw partij te stedelijk en zwarte vriendelijk werd.


Tweede wereldoorlog


maakte einde aan grote depressie.


de productie is 2x zo groot en de werkloosheid daarmee minder.


Amerikaanse mannen gaan meer vechten en minder werken, dus gaan vrouwen meer werken.


Er was toename van de macht van vakbonden, de overheid zorgden dat er geen stakingen kwamen en  de vakbonden zorgden voor goede lonen.


 De zwarte bevolking 1918-1945


Zwarte bevolking leveren bijdragen aan de eerste wereldoorlog, ze werken in het noorden aan de oorlogsindustrie.


Ze gingen in het leger,NAACP: goed voor zwarte emancipatie.


Helaas kwamen er geen eind aan segregatie, 1919: Rassenrellen.
Na de oorlog blijven ze naar het noorden trekken, daar is minder racisme ( geen KKK)


Noorden is ook zwaar leven vanwege de getto’s en slecht betaald en ongeschoold werk.


Tegenstelling tussen zwart en blank blijven bestaan.


 Zelfhulporganisaties –NAACP, etc.


- Protestacties, stakingen demonstraties


- solidariteits groepen


- rechtszaken


 Tegenwerking blanken ( arbeiders vanwege baan inpikken wanner ze staakten)Geweld door politie en national guard ( deelstaat politie) Zwaardere straffen, valse beschuldigingen, blanke jury’s.


 jaren 1930: Grote Depressie zorgt voor grote werkloosheid.


New deal voor de zwarte bevolking, ze kregen ook uitkeringen. Maar deze waren vaak hoger dan hun loon dus stopten ze met werken en daardoor verlaagden de overheid de uitkeringen voor zwarten – ja, PROTEST. Zwarte boeren en sharecroppers worden niet geholpen via de AAA


 Tweede Wereldoorlog:
Oorlogsindustrie naar het noorden – rassenrellen ( zelfde als in de WW1)


NAACP: “ double victory” voor oorlog en discriminatie


1943: wet door Roosevelt, verbod op discriminatie in leger oorlogsindustrie


 Politiek van isolationisme 1918-1935


1918: veertien puntenplan van president Wilson. ( meevechten met de oorlog)


 Belangrijkste punten: Internationaal rechtssysteem, zelfbeschikkingsrecht van volkeren, afzien van oorlog bij territoriale conflicten, oprichting Volkenbond ( samenwerking van


landen om de internationale rechtsorde te handhaven.


Amerika deed echter uiteindelijk niet mee met deze Volkenbond, volgens het congres was het een bedreiging van de Amerikaanse soevereiniteit. Ze moesten zich richten op het binnenland: herstel van oude waarden ( zelfredzaamheid,gemeenschapszin etc)


1919: Politiek van isolationisme


 Harding, Coolidge en Hoover: Alleen ingrijpen bij bedreiging Amerikaanse economische en politieke belangen.


Buitenlandse economie protectionisme, hoge import tarieven voor buitenlandse producten.


Volledige terugkeer naar het isolationisme is niet mogelijk. Politieke en economische belangen zijn te groot. – internationale afspraken worden allen nog uit strategisch oogpunt aangegaan. ( Open door policy) VS gaat financiële hulp geven aan Duitsland. Omdat Duitsland Engeland en Frankrijk niet kon terug betalen en zij konden zo Amerika niet terug betalen dus investeerde ze in de Duitse economie. Dit werkte erg goed.Latijns-Amerika: Exclusieve invloedsfeer van de VS Economisch: Toezicht op financien – Imperialistische economische politiek


Politiek: Minder militair invloed vanwege isolationisme – alleen ingrijpen als economische belangen in gevaar komen.


 Roosevelt over Latijns-Amerika:


Good neighbour policy – geen militaire acties – meer eenheid tussen landen op westelijk halfrond – nauwere economische samenwerking -  verstrekken van leningen.


 De tweede Wereldoorlog 1935-1945


 1935-1936: Neutraliteit wetten aangenomen door congres – versterkten isolationisme – VS neutraal bij eventuele oorlog- geen wapens en leningen geven aan andere landen in oorlog.


Roosevelt was het hier niet mee eens, het werd steeds gevaarlijker in de wereld.


Extreem nationalistisch Japans regime bedreigt de open door policy.


Nationaalsocialistisch regime in Duitsland bedreigt vrede in Europa


- VS kan niks doen vanwege die wetten.


 1939: Duitse inval in Polen.


VS hebben sterke politieke en economische banden met Engeland, maar blijven neutraal. Ze betrekken zich indirect via de Lend Lease Act ( 1941) – het lenen vanoorlogsmaterieel aan geallieerden.


1941: Atlantisch handvest – doelen na de oorlog: Collectieve veiligheid, ontwapening, zelfbeschikkingsrecht ( recht op eigen staat), economische samenwerking, vrijheid op zee.


Dit stond lijnrecht tegenover Hitlers idee.


 1941: Japanse aanval op Pearl Harbour – dat was de aanleiding voor de VS om mee te vechten met de geallieerden – Grote Drie (Rusland –Stalin, Engeland- Churchill, VS- Roosevelt)


1945: Conferentie van Jalta zorgt voor onenigheid onder de grote drie. Waaronder herstelbetalingen door Duitsland, Stalin was voor en de rest tegen. Na de 1e wereld oorlog had het ook een negatief effect gehad namelijk de opkomst van Hitler.
Daarnaast wilde Rusland Polen communistisch hebben, de VS en Engeland eiste democratie maar kregen dat niet.
De verdeling van Duitsland tussen Engeland, Rusland, de VS en Frankrijk ( Frankrijk omdat Churchill bang was dat de VS zich weer terug zou trekken in isolement)


Ze waren het wel eens over de oprichting van de Verenigde Naties ( idee van Roosevelt)


- Vrede en orde in de wereld.


- Veiligheidsraad moest er voor zorgen dat de VS en grote mogendheden het voortouw zouden nemen.


 Toenemende welvaart 1945-1961


Amerika was bang voor nieuwe economische depressie na WOII. (oorlogsindustrie stopt dus minder banen, maar meer werkloosheid door veteranen die baan willen).
Na WOII  - oorlogsindustrie wordt duurzame consumptie goederen productie. Veel Amerikanen hadden gespaard en lonen stegen -  dus een toenemende vraag van consumenten.
Veteranen werden tegemoetgekomen door de GI Bill met o.a.: Studie vergoeding,huisvesting, eigen bedrijf starten.
Demobilisatie verloopt zonder al te veel problemen en de economie groeit sterk in de jaren ’50 en ’60.
Verdere redenen voor economische groei:
Nieuwe welvaart voor lagere middenklasse en blanke arbeidersklasse. Zij verhuisden van stad naar buitenwijken waar nieuwe huizen gebouwd moesten worden, ze


consumeerde meer en kregen veel kinderen ( Babyboom enorme populatiegroei) 
Stijgende arbeidsproductiviteit door automatisering zorgde voor hogere lonen en zo steeg de vraag nog verder.
President Truman ( democraat): Hij wil de New deal voortzetten met de vergroting van werknemersrechten en vermindering van armoede.Hij had echter wel een vijandig congres die de New deal wilde terugdraaien,want de overheid bemoeit zich te veel met de bevolking.


In 1948 wordt hij onverwachts herkozen en komt er een democratische meerderheid in het congres. Dit maakte de Fair Deal mogelijk:
- steun voor openbare scholen, ziektekosten verzekering voor alle Amerikanen.


Het congres bleek echter conservatieve democraten en de republikeinen die het er niet mee eens waren. Wel kwam er loonsverhoging en werd de sociale zekerheidverder verruimd.


1953 – President Eisenhouwer ( Republikein): De afhankelijkheid van de publieke sector wordt  verminderd, mensen moesten meer zelf doen. Het bedrijfsleven moet geen hinder ondervinden omdat zij voor de welvaart zorgden.


- dus een einde aan loon en prijscontrole, en vermindering van landbouwsubsidies.


een einde aan de New en Fair Deal? Nee omdat Eisenhouwer een gematigd republikein was en hij een democratisch congres had.


Eisenhouwer waarschuwt voor de groei van het militair-industrieel complex: een Bundeling van belangen van politieke leiding, militaire leiding en wapen industrie. Zij vonden dat er zo veel mogelijk geld naar defensie moest gaan. Er was een groei van uitgaves in defensie ook na WOII vanwege de koude oorlog ( 1945-1989). Er was weer een grote angst voor het communisme, mede door McCarthy die vertelde dat het communisme overal is. Er volgt een soort jacht op communisme in de VS ( McCarthyisme) waarbij velen onterecht worden beschuldigt en ontslagen.
Naar een great society? 1961-1965


Kan de grote welvaartstijging doorgezet worden?
VS groeien uit tot een welvarende consumptiemaatschappij zonder


klassentegenstellingen ( behalve zwarten en alleenstaande moeders)


Econoom Galbraith- had kritiek op de consumptiemaatschappij: Amerikanen hadden hierdoor geen oog voor problemen in de publieke sector – de overheid schoot ook ernstig tekort aan onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer. Het onderwijs was te particulier en privaat en moest centraler. Om dit mogelijk te maken moesten de belastingen omhoog.


President Kennedy (democraat) was geinspireerd door Galbraith – New Frontier, amerikanen moesten anders tegen hun land aankijken. De VS moest opnieuw in beweging komen. Hij stelde ideaalbeelden voor ( mens op de maan in de jaren’60, Peace corps en bestrijding van armoede en werkloosheid)


De New Frontier slaagt gedeeltelijk. Hij had ook een vijandig congres, ook wordt hij in 1963 vermoord. Zijn vice President Johnson neemt het over en begint de War on Poverty waardoor een groot deel New Frontier toch wordt aangenomen (men durfde ook niet zo goed tegen de vermoorde Kennedy in te gaan).


1964: The great society moet de Fair Deal voltooien en uitbreiden. Hij zet het idee van een sterke federale overheid voort.  Hij had de kans want het congres was ook democratisch.


Zijn ideeën waren: Uitbreiding gezondheidszorg, verstrekking voedselbonnen voor armen, steun aan onderwijs, Model Cities Act: aanpak getto’s, Voting Rights Act: stemrecht zwarten, en Milieuwetten.


Dit is allemaal echter erg duur, wat redelijk te betalen is door de hogere belastingen en economische groei.


vanaf 1967 moet Johnson bezuinigen op zijn hervormingsprogramma vanwege de deelnamen aan de Vietnam Oorlog.


In de jaren ’60 groeit de armoede in de getto’s en de hippie cultuur die tegen de consumptie maatschappij waren en de vonden dat er onvoldoende democratie was en ze waren tegen de Vietnam oorlog. Men vraagt zich ook meer af of de regulerende overheid wel zo slim is.


 Burgerrecht: Succes en frustratie 1945-1965


Sociale ontwikkelingen in de jaren ’50. Er ontstond een zwarte middenklasse door welvaartsstijging en er was een groeiende acceptatie onder blanken van de gemengde samenleving.


Truman: Federale regering moet zwarte bevolking beschermen en hun wens voor gelijke rechten steunen. Dit doet hij door een verbod op te leggen op discriminatie bij de federale overheid en een einde aan de segregatie in het leger.
Vanaf 1955: Groei van de zwarte burgerrechtenbeweging. ( NAACP ‘09, SCLC ‘57, Nation of Islam ‘31, Black Panthers’66) – een grote sociale beweging ( Civil rights movement)


Martin Luther King jr.: De personificatie van gelijkberechtiging van zwarten.


Geweldloze protesten : marsen, boycotten en sit-ins


 Succes van de Civil Rights Movement:


NAACP rechtzaken dat leid tot het besluit van het Hooggerechtshof dat segregatie in het onderwijs in strijd is met de grondwet.


Little Rock Nine (1957): In Arkansas weigert zwarte scholieren te beschermen. President Eisenhouwer besluit de National Guard onder federaal gezag te stellen zodat ze alsnog naar school konden.


Montgomery busboycot (1955-1956): Rosa Parks weigert zitplaats af te staan aan een blanke en wordt gearresteerd. Martin Luther King begint een protest door een jaar lang zwarte mensen geen gebruik te laten maken van bussen. Het Hooggerechtshof besluit daarna dat segregatie in het openbaarvervoer ook instrijd is met de grondwet.


Reacties in de zuidelijke staten zijn heel verschillend maar vaak gewelddadig.


Hardhandig optreden van de politie en blanke bevolking en de nieuwe opkomst van de KKK


Door de nieuwe media gingen de beelden van het blanke verzet de wereld over, er kwam meer sympathie voor de civil rights movement.


Kennedy dient in 1963 de Civil Rights Act in bij het congres. Dit was onderdeel van de New Frontier.


Er was angst dat het congres deze niet zou aannemen en dus volgde er een mars naar washington waar blanke en zwarten het congres wilden overhalen hem toch aan te nemen. Hier houd Martin Luther King zijn I have a dream speech.


Johnson krijgt na de dood van Kennedy de kans om veel  belangrijke zaken per wet geregeld te krijgen zoals: Verbod op discriminatie in openbare gelegenheden en op de werkvloer (1964)


Voting Rights Act: Federale overheid mag ingrijpen in staten waar minder dan de helft van de zwarten mag stemmen ( 1965)


Great Society faalt en in de praktijk blijft de ongelijkheid bestaan. In de zomer van 1965 en de zomers erna volgden rellen tussen de zwarte bevolking en gezaghebbers.


Dit zorgt ervoor dat de Civil Rights Movement radicaliseerd – Black power movement ( tegen samenwerking met blanken). Dit werd vooral gesteund door Nation of Islam en Black Panthers.


Ze hadden ook iets tegen het Christendom want dat was een blanke religie. Malcom X was tegen Martin Luther in het begin omdat hij vond dat hij zich te veel aanpaste maar veranderde laten van gedachten en werd vervolgens vermoord door zijn eigen Nation of Islam.


De Black Panthers wilden het gehele kapitalistische systeem omver werpen, ze keurde geweld tegen politie goed. Ze vechten tegen blanke overheersing.


 De eerste jaren van de Koude Oorlog


1945-1949


1945 feb: Conferentie van Jalta – De grote drie spraken over de verdeling van Duitsland


1945 mei: Duitsland gaf zich over en de Grote drie kwamen overnieuw bij elkaar ( conferentie Potsdam) want de VS en engeland hadden nieuwe leiders.


Truman mocht Stalin niet. De conferentie leverde niet veel op.


Verslechterde verhouding tussen VS en SU zorgden ervoor dat ze het niet eens konden wordne over de toekomst van Europa. Ze hebben elkaar nooit direct aangevallen.


1945: Amerikaanse atoombommen op Japan beëindigen Tweede Wereldoorlog, maar zijn ook een signaal aan de SU. Niet spotten met de VS.


De VS had voor WOII te laat opgetreden tegen het fascisme dat vervolgens uit dehand liep. Nu wilde ze een communistische wereldrevolutie op tijd tegenhouden.


Na WOII bleef het rode leger in oost Europa, en ze waren bang dat dit het begin van de communistische wereldrevolutie was. Dus nam de VS een centralere rol aan in de internationale rechtsorde. Dit betekende het einde van het isolationisme, maar ook goed nieuws voor het militairindustrieel complex. Zij konden hier veel geld aan verdienen.
De SU zag dat de VS bezig was met Westers imperialisme, en dat wilde ze tegen gaan.


Er waren dus twee vijandbeelden.


1947: Communistische dreiging in Griekenland en Turkije was een aanleiding voor de Truman-doctrine: Het helpen van democratische landen die door het communisme bedreigt worden.


Dit doelde op containment, het verspreiden van communisme tegengaan.


Amerika gaf veel geld aan west Europa zodat er geen problemen vormden die het communisme een kans zou geven. Dit was bedacht door Marshall, vandaar Marshallhulp.


1948: Westerse geallieerden voeren nieuwe munt in in westerse bezettingszones in, dit moet de zones er bovenop helpen. Stalin vind dit niks omdat het zijn beeld van westers imperialisme bevestigde. Dus begint hij een blokkade van westerse toegangswegen naar West-Berlijn. De geallieerden zetten een luchtbrug op vanuit west Duitsland naar West-Berlijn. Stalin geeft de blokkade op.


1949: Duitse deling – BRD ( kapitalisme) – DDR ( communisme)


de angst voor het communisme nam toe omdat de SU ook een atoombom had, en China wordt ook communistisch. De VS besloot allianties aan te gaan en Amerikaanse bases op te zetten over de hele wereld. Dit leidde tot de oprichting van de NAVO: militair bondgenootschap van VS, Canada, Turkije en West-Europa.


 Wereldwijde Koude Oorlog 1950-1965


Containment politiek ook in Azië toegepast.


Korea-oorlog 1950-1953: tijdens Conferentie Potsdam wordt Korea verdeeld in kapitalistisch zuid en communistisch noord.


1950: Noorden van Zuiden binnen = Korea Oorlog.


VS roept de VN op om Zuid-Korea te helpen, China helpt Noord-Korea.


1953: Wapenstilstand, Korea blijft verdeeld in Noord en Zuid. ( geen officiële vrede tot op de dag van vandaag)


1954: Containment politiek gaat samen met Dominotheorie en ‘massive relation’: Als een land communistisch wordt volgt de rest in de regio ook. Er moest voorkomen worden dat de eerste communistische domino steen zou vallen.


Massive relation: Scherpere reactie op communistische agressie waarbij het gebruik van nucleaire wapens niet worden uitgesloten.


 Vietnam 1945-1954


communistisch Vietminh wil Vietnam onafhankelijk maken van Frankrijk.
1954: Frankrijk verliest de guerillaoorlog en trekt zich terug. Vietnam
wordt noord en zuid. VS neem te strijd tegen Vietminh over. Zuid krijgt wel beperkte steun.


 De strijd om de ruimte


1957: Sovjetunie brengt een satelliet in een baan om de aarde.
1961: Sovjetunie voeren eerste door mens bemande ruimtereis uit.
Kennedy wil als eerste een mens op de maan zetten.
1961: Sovjetunie maakt een einde aan de massale uittocht van
Oost-Duitsers door de bouw van de Berlijnse muur.
Kennedy is bang voor een directe confrontatie met de SU en staat de bouw toe.


 Cuba


1959: Cubaanse revolutie onder leiding van Castro.
1962: Sovjetunie installeert raketten op Cuba – Cubacrisis.


Kennedy zegt dat deze raketten weg moeten, er komt een blokkade van Cuba en er volgt een dreigement dat wanneer er een raketaanval vanaf Cuba komt, er gereageerd zal worden met een kernaanval op de SU. Chroetsjov geeft toe aan VS en haalt de raketten weg. Na de Cuba crisis wordne de eerste stappen gezet voor vermindering van


nucleaire dreiging:


- Directe telefoonlijn tussen het Witte huis en het Kremlin, en het beperken van kernbomproeven.


 Kennede breidt steun aan Zuid-Vietnam uit:


- Militaite adviseurs, nepalm ( brandbaar goed). De ondemocratische regering van Zuid-Vietnam brengt VS in verlegenheid. Zuid vietnam lijkt een politie staat te worden.


Johnson laat het conflict escaleren.


1964: Johnson laat het congres de Tonkinresolutie aannemen. Hiermee heeft hij geen toestemming meer nodig om oorlog te voeren en stappen te nemen.


vanaf 1965: Escalatie Vietnamoorlog, er was een ongekende omvang van de Amerikaanse troepen in Vietnam en in Amerika was massaal verzet tegen de oorlog.


De zwarte bevolking was van mening dat Vietnam hun nooit kwaad hadden gedaan maar dat in Amerika nog genoeg racisme was om te bestrijden, waarom zouden ze meevechten in Vietnam?


Amerika heroverweegde  hun rol in de wereld politiek.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

Te veel, dit is geen samenvating

7 jaar geleden