De Sovjet Unie onder Stalin en Breznjev

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 3189 woorden
  • 22 december 2003
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 26 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
EEN SYSTEEM ONDER SPANNING:
DE SOVJET-UNIE ONDER STALIN EN BREZNJEV

Hoofdstuk 1: de revoluties van Stalin en Lenin

§ 1. 1: revolutiejaar 1917

Voor WO I: Rusland was een machtig tsarenrijk, maar ook met zwakke punten:
1. veelvolkerenstaat; v.a. 1900 opkomst van nationalisme, maar door inspeling van de
2. economie; langzame opkomst van Industriële Revolutie
Sinds 1894 had Tsaar Nicolaas II de macht, die rustte op 3 punten:
- de kerk; Russisch-orthodox

- bureaucratie
- veiligheidsdiensten (leger en politie)
In het 3e jaar van WO I stortte Russisch Tsarenrijk in à Februaristaking in 1917 tsaar trad af.
Chaostische periode met 2 regeringen:
- Voorlopige regering; gesteund door Doema en vertegenwoordiger van bezittende klassen
- Petersburgse Sovjet (raad); vertegenwoordiger van lagere klassen
Revolutionair en aanvoerder van de bolsjewieken Vladimir Iljitsj Lenin nam de roep van de boeren over en won aan populariteit, zeker naarmate de voedselsituatie verslechterde.
Op 25 oktober pleegden de bolsjewieken een staatsgreep (bestorming van het Winterpaleis)à begin van Oktoberrevolutie. Voorlopige Regering gaf zich over.

§ 1.2: van burgeroorlog naar NEP

Uit de sociaal-democratie komen 2 partijen voort naar ideeën van Karl Marx:

- Bolsjewiki; meerderheidssocialisten (wachten op spontane revolutie)
- Mensjewiki; minderheidssocialisten (boeren zijn te stom! Helpen!)
Idee van Karl Marx: ‘Kapitalisme zal ten ondergaan en vervangen worden door socialisme, door onvrede m.b.t. klassenstrijd zal proletariaat een spontane revolutie beginnen en bourgeoisie verliest. Er ontstaat een klassenloze samenleving en productiemiddelen zijn in handen van de maatschappij.’
Rusland was echter nog niet eens kapitalistisch en mensjewieken vonden dat de socialisten moesten meewerken aan ‘burgerlijke’democratie en kapitalistische economie. Maar Lenin wilde z.s.m. socialistische revolutie à door revolutie kan snelle industrialisatie doorgevoerd worden. Hij zette een gedisciplineerd leger op en gematigde socialisten waren uit den boze na 1917. Bolsjewieken noemden zich vanaf toen communisten.
Na de Oktoberrevolutie was niet heel Rusland onder controle en in de zomer van 1918 brak er een burgeroorlog uit. Tal van partijen streden om de macht:
- Witte legers; die wilden de monarchie herstellen (boerenlegers, buitenlandse legers, legers van onafhankelijke staten)
- Rode legers: professionele leger van de bolsjewieken
In 1922 werd de communistische Sovjet-Unie gevormd in 1922. In de burgeroorlog hadden de communisten achter de linies afgerekend met de klassenvijand en tienduizenden ‘vijanden van het volk’waren vermoord à ‘Rode terreur’.
Eerste maatregel in communistische Sovjet-Unie was gelijkberechting van man en vrouw. Economisch beleid werd geïmproviseerd nadat economie was ingestort in 1918. Reactie: oorlogscommunismeà boerenopstanden. In maart 1921 voerde Lenin de Nieuwe Economische Politiek (NEP) in.

§ 1.3: een korte adempauze

Door NEP bloeide economie op, maar communisten hadden argwaan. In januari 1922 overleed Lenin. Discussies over NEP; radicale communisten (o.l.v. Trotski) wilden NEP direct afschaffen en terug naar communistisch systeem, gematigde communisten (o.l.v. Boecharin) wilden dat boeren zich verrijkten en zo zelf de economie op gang brachten. Jozef Stalin besliste en volgde Lenin op. Stalin koos eerst partij voor Trotski en schakelde hem daarna uit, vervolgens deed hij hetzelfde met Boecharin en werd absoluut leider. Hij voerde ‘de Grote Doorbraak’ in (een tweede revolutie); boeren moesten zich weer aansluiten bij collectieve boerderijen. Doel: einde maken aan zelfstandige boerenopstand en Rusland in recordtempo het industriële tijdperk inloodsen. Redenen afschaffing NEP:
1. opvolgingsstrijd tussen Stalin, Boecharin en Trotski
2. gevoel van bedreigde minderheid van communisten
3. gevoel van internationaal wantrouwen; cordon sanitaire: groep anti-communistische Europese staten na W.O.I tegen Rusland (omsingeld rond Rusland). Om veiligheid te versterken moest men industrialiseren.
4. invoering van industrialisatie van ‘bovenaf’.
Maar tijdens industrialisatie nauwelijks vernieuwingen en boeren hielden achter om zelf te overleven à grote hongersnood in 1927.

§ 1.4: Stalins industriële revolutie

Stalin wou dat de Communistische Partij alle macht moest hebben met hem als enige leider. In een klassenloze samenleving waren collectieve belangen en er was dan ook maar een partij nodig, volgens Stalin. Hij wilde absolute macht. Reden: Sovjet-Unie moest in 10 jaar een economische inhaalslag van 50/100 jaar maken. Het Gosplan (centraal economisch instituut) legde in de vijfjarenplannen de doelen vast, zo ontstond de commando-economie (economie waarin de productie via orders van bovenaf tot stand komt), met Moskou als centrum. Na onduidelijk vijfjarenplan (resultaat nooit bekend, maar wel bekend dat deze indrukkend moest zijn) werd in 1933 (na 4 jaar!) het 2e vijfjarenplan gepresenteerd. Nadruk lag op zware industrie, energie, bewapening en infrastructuur en vrouwen werden ook ingezet voor dit zware werk (dubbele banen). Eind jaren dertig was Rusland van agrarisch land veranderd in een industrieland. 3 keerzijden van het succes van de industrialisatie:
1. honderdduizend doden door absurde planning en slechte omstandigheden
2. slechte producten door tijdsdruk en verwaarlozing
3. dramatische toestanden op platteland

Hoofdstuk 2: Stalins terreurbewind
§ 2.1: de collectivisatie


Kolchozen: collectieve boerderijen. Sovchozen: reusachtige staatsboerderijen
Doelen van collectivisatie:
1. collectivisatie zou leiden tot hogere opbrengsten
2. bestrijding van koelakken (zelfstandige boeren)
Collectivisatie liep uit op totale oorlog tegen platteland; communistische brigades trokken over het platteland om koelakken mores te leren en plunderingen. In 1930 braken er rellen en opstanden uit en honderden brigadisten werden gedood. Na een korte pauze werd collectivisatie hervat. Goelag-archipel: stelsel van kampen waar gevangen een soort slavenarbeid verrichtten. Hoogtepunt van collectivisatie in ‘32/’33 in Oekraïne: hongerige boeren ontvluchtten platteland, maar in hongergebieden werden versperringen opgericht om te voorkomen dat mensen de dorpen zouden verlaten. Meer dan 10 miljoen mensen zijn de dood ingejaagd.

§ 2.2: moderne horigheid

Eeuwenoude dorpsgemeenschappen waren voor een belangrijk deel vernietigd. Traditionele dorpscultuur bleef enigszins behouden doordat de kolchoz meestal samenviel met het dorp, bleef er nog wel iets van het oude gemeenschapsgevoel bestaan. De kolchoz werd geleid door een hoger benoemd partijlid, de kolchozvoorzitter, en deze werd gestuurd door het machine en tractorstation (MTS). Daarnaast was kolchozvoorzitter ondergeschikt aan hogere partijfunctionarissen. Tijdens hongersnood van ‘32/’33 werd binnenlands paspoort ingevoerd, maar boeren kregen deze niet, zodat zij gebonden werden aan de grond waar zij werkten.Collectieve landbouw bleef inefficiënt:
1. gebrek aan zaaigoed en machines
2. tijdverlies door verplichte ideologische scholing
3. reactie van boerenbevolking op collectivisatie uitte zich in z.m. niksen tijdens het werk
4. richtlijnen waren absurd.
In 1935 werd onder druk van voedselgebrek bepaalt dat kolchozboeren een lapje grond rond hun huis en wat vee mochten hebben en opbrengst was verbluffend, een groot succes.

§ 2.3: de revolutie verslindt haar kinderen

In de partij gold democratisch-centralisme: ieder partijlid moest zich onvoorwaardelijk neerleggen bij besluiten van de meerderheid. Partij werd geleid door Politbureau, dat uit 5-10 leden bestond, die gekozen werden uit Centraal Comité. Centraal Comité werd zelf gekozen door het Partijcongres. Deze samenstelling werd bepaald door partijsecretariaat en Stalin benoemde zichzelf tot secretaris-generaal en had daardoor alle macht in handen.
In 1934 bracht Stalin de OGPOe (staatsveiligheidsdienst) en de politie samen bij de NKVD, het volkscommissariaat (ministerie) van binnenlandse zaken. In 1936 benoemde Stalin Nikolai Jezjov tot hoofd van NKVD (bekend als bloedhond) en meteen wordt de terreur opgevoerd. Er kwamen showprocessen en bekentenissen waren verkregen door foltering. Stalin was extreem achterdochtig en hij zuiverde al zijn mogelijke vijanden weg. Maar hij besefte dat de Grote Terreur het voortbestaan van de SU in gevaar bracht en Jezjov kreeg de schuld. In december 1938 werd hij vervangen door Lavrenti Beria.

§ 2.4: de Stalin-partij

In 1936 kreeg de Sovjet-Unie een nieuwe grondwet, de Stalin-constitutie; de partij was de leidende kern van alle maatschappelijke en staatkundige organisaties. De partij had de taak de maatschappij te controleren en ‘na te jagen’. De partij was een propaganda-instrument:
1. Het regime hield bevolking beeld voor van helden van de Sovjet-Unie, zoals Alexej Stachanov de mijnwerker en Angelina Praskovja de traktorbestuurster.
2. Persoonlijkheidscultus van Stalin
Het Stalin-geloof werd versterkt door angst en terreur, voor de bevolking leek hij de enige houvast. Stalin zelf bleef het liefst op de achtergrond, hij hield er niet van zich te vertonen aan het volk. Daarnaast schepte hij door zijn onzichtbaarheid als dictator op het Kremlin het beeld van een Griekse god op Olympus.

Hoofdstuk 3: een totalitaire samenleving
§ 3.1: Stalins culturele revolutie

Stalin wilder een totalitaire samenleving; een samenleving waarin de staat het hele leven bepaalde. Het individu speelde geen rol, Stalins ideale nieuwe sovjetmens was één met de massa. Om deze nieuwe mens te creëren organiseerde Stalin een culturele revolutie. Onderwijs speelde daarbij een grote rol en Stalin bereikte daarin indrukwekkende resultaten. Het onderwijs moest niet alleen het opleidingspeil verhogen, maar ook helpen bij de vorming van de nieuwe mens. Veel tijd werd gestoken in politieke vorming en in verering van Lenin en Stalin. Kinderen werd geleerd dat het collectief boven alles ging. Vanaf de basisschool werd het marxisme-leninisme erin gepompt.
In alle wetenschappen was Stalin de geniale deskundige die de enig juiste weg wees. Erfelijkheidsleer paste niet bij het communistische geloof in de maakbare samenleving; Stalinistische biologen beweerden dat het geloof in erfelijke eigenschappen antimarxistisch was. Volgens hen was alles het gevolg van uiterlijke omstandigheden. De sovjetlandbouw leed er grote schade door.

§ 3.2: vrije tijd met Stalin

Onder Stalin was de communistische jeugdbond Komsomol van groot belang. Jongeren werden opgeleid om later de partij te gaan leiden. Komsomolleden maakten propaganda voor het vijfjarenplan en voor de socialistische wedijver; de concurrentie tussen arbeiders en fabrieken om de hoogste productiecijfers te halen. Leden wisten dat ze de nieuwe elite en dus de toekomst waren en gedroegen zich alsof de wereld van hen was. Het leven van miljoenen jongeren speelde de Komsomol een overheersende rol. Leden kwamen in hun vrije tijd samen in ‘cultuurpaleizen’. 3 voorbeelden van door Stalin georganiseerde tijdsbesteding:
1. gecontroleerde vakbonden voor volwassenen hadden enorm aanbod aan activiteiten en cursussen
2. georganiseerde sportbeoefening
3. kerkelijke feestdagen werden vervangen door feestdagen van de staat
Vanaf 1934 was de enige toegestane kunststroming het socialistisch realisme:
1. kunstenaars moesten werkelijkheid realistische en voor de massa begrijpelijk weergeven
2. verplichte verheerlijking van de nieuwe sovjetmens en de successen van de sovjeteconomie
Kunst moest voldoen aan de volkse smaak van de partijleiders.

§ 3.3: een volledige omkeer?

Jongeren waren oprecht enthousiast over het communisme. Ze sloten hun ogen voor negatieve kanten van het communisme en voor de negatieve aspecten die ze wel hadden, verklaarden ze ‘dat het tijdelijk was’. Volwassenen waren heel wat minder positief over het communisme, de werkelijkheid week teveel af van de propaganda. Volgens communisten was de Sovjetunie de meest democratische staat ter wereld, maar iedereen wist dat mensen plotseling verdwenen en nooit meer terug kwamen. Toch sprak niemand erover, uit angst. De Sovjetunie was op weg naar het communisme en zonder onderdrukking zou de godsdienst vanzelf verdwijnen. Stalin hielp een handje en het geloof verdween uit het dagelijkse leven en werd ondergronds voortgezet. In de jaren twintig werd het huwelijk afgeschaft en de abortus toegestaan. In 1934 maakte Stalin zich vooral zorgen over de scherpe daling van het aantal geboortes, dat bracht de industrialisatie en de verdediging van het land in gevaar. Nog datzelfde jaar werd de abortus weer verboden en het huwelijk in ere hersteld.

§ 3.4: de Grote Vaderlandse Oorlog

Op 22 juni 1941 viel het Duitse leger de Sovjetunie binnen. Het duurde ruim 2 jaar voordat de Duisters verslagen waren. Er vielen aan de sovjetzijde 27 miljoen doden. Tweede Wereldoorlog heet in Sovjetunie de Grote Vaderlandse Oorlog, met 3 gevolgen;
1. productieapparaat van de Sovjetunie was zwaar beschadigd
2. industriële centra in West-Rusland en Oekraïne waren verwoest
3. agrarische productie viel terug tot 60 % van voor de oorlog
De zwakte van het sovjetsysteem werd duidelijk door:
- gebrek aan voorbereiding à iedereen had het zien aankomen, maar niemand durfde iets te zeggen/doen. Stalin had geruchten afgedaan als leugens en
daardoor was de oorlog voor zichzelf en het volk een totale verrassing.
De kracht van het sovjetsysteem werd duidelijk door:
- reusachtig defensieapparaat, opgebouwd door Stalin
- massale transporten van mensen en fabrieken
- toenamen van eensgezindheid naarmate de oorlog vorderde
- pragmatisch optreden van Stalin
- Stalin stimuleerde nationalisme en band met volk werd hechter.


Hoofdstuk 4: van stabilisatie naar stagnatie
§ 4.1: destalinisatie


De Sovjetunie was door de oorlog uitgeput, toch eiste Stalin nieuwe krachtinspanningen. Hij was doodsbang voor een Amerikaanse aanval en daarom moest het militaire apparaat versterkt worden. Overeenkomst: ook na de oorlog bleef armoede bestaan. Verschil: de onderdrukking was wel minder bloedig dan in de jaren dertig. Op 5 maart 1953 overleed Stalin. Partijleiders wilden voor hun eigen veiligheid voorkomen dat er ooit weer één man alle macht zou krijgen. Iedereen vreesde Beria (leider NKVD), de belangrijkste man na Stalin. Na samenspanning werd deze vermoord en zijn staatsveiligheidsdienst werd gezuiverd. Onder de naam KGB kwam de dienst onder bevel van het Centraal Comité, oftewel alle gezamenlijke partijleiders. Partijleiders stelden collectief leiderschap in, maar Nikita Chroesjtsjov greep de macht. Op het 20e Partijcongres begon hij met destalinisatie;
- ‘Stalin schoft, communisme wel goed!’
- politieke gevangenen werden vrijgelaten
- vrijheid voor kunstenaars en intellectuelen
- herdenking en medelijden aan slachtoffers
- Chroesjtsjov legde nadruk op leger en zware industrie
Aanvankelijk had Chroesjtsjov succes, maar door grote tegenstellingen met VS raakte landbouw rond 1960 in een crisis.

§ 4.2: gematigd stalinisme

In 1964 spanden ontevreden partijleiders tegen Chroesjtsjov samen o.l.v. Breznjev. Na aftreden benoemde Centraal Comité Breznjev tot partijleider. Hij bleef 18 jaar aan de macht. Zijn succes was te danken aan zijn sociale karakter, zijn middelmatigheid, gebrek aan eigen ideeën en hij wist iedereen te vriend te houden.Chroesjtsjov had de Sovjetunie willen veranderen, toch had hij Stalins systeem grotendeels intact gehouden. Er was meer vrijheid voor kunstenaars, maar de partij bepaalde de grenzen, de kerken kregen zelfs minder vrijheid.
Breznjev wilde het door Stalin gecreëerde systeem handhaven, maar dan zonder permanente terreur en willekeur. Hij was bang dat dat ereherstel aan Stalin teveel onrust zou veroorzaken, daarom moest Stalin voortaan verzwegen worden. Kenmerken die onder zijn regime nauwelijks veranderden:
1. de Communistische Partij hield onder Breznjev haar leidende rol
2. politiestaat bleef intact
3. centraal geleide planeconomie en collectieve landbouw bleven gehandhaafd
4. persoonverheerlijking van Breznjev deed denken aan Stalin


§ 4.3: een conservatief land

In 1982 overleed Breznjev. Conservatieve bovenlaag had de macht stevig in handen. Er was geen plaats voor nieuwe mensen met nieuwe ideeën; de KGB rapporteerde misstappen en de weg naar de top was lang. Marxisme-leninisme werd meer en meer gezien als holle praat, waarin niemand nog echt gelooft. Dissidenten die het regime openlijk bekritiseerden, werden intensief vervolgd. Dissidenten hadden gemeen dat zij vrijheid van informatie en respect voor burgerrechten eisten. Belangrijkste actiemiddel was Samizdat, het uitgeven van verboden publicaties. Grootste angst van partijleden was het ‘sneeuwbaleffect’van de dissidenten in de Sovjetunie zelf. Bekendste dissident is Solzjenitsyn, die uiteindelijk zijn opvattingen publiceerde in West-Europa. Op den duur waren alle dissidenten vervolgd (rond 1980).
Onder Breznjev werd godsdienst getolereerd, o.v.d. gelovigen de staat steunden en opvattingen niet verspreiden. Het regime voerde een voorzichtige nationaliteitenpolitiek. Alle groeperingen kregen ruimte, maar Russen bleven de baas. Deze politiek van russificatie (Russisch als voertaal) was succesvol en over het algemeen heerste er vrede in het multi-etnische rijk.

§ 4.4: een vastlopende economie

Vanaf 1970 liep de economie vast. Stalin wou van het achterlijke Rusland in hoog tempo een moderne industriële samenleving maken die militair weerbaar was. Breznjev wou dat de Sovjetunie militair en economisch gelijkwaardig aan het Westen was. Voor 1970 gingen inspanningen voor het leger ten koste van de economie. Na 1970 kocht Sovjetunie technologie in het Westen. Breznjev brak het ideaal van de autarkie, het streven om niet afhankelijk te zijn van importen. De planeconomie werkte steeds slechter à groei van tweede economie. Bevolking kocht steeds meer producten en diensten in de particuliere sector. Partijleiders waren betrokken bij de tweede economie en corruptie, zwarte handel en vriendjespolitiek kregen een ongekende omvang à informele decentralisatie van de macht. CCCP laat het begaan, uit angst voor complete stagnering van de economie.
De investeringen in de landbouw leverden steeds minder op. De voornaamste oorzaak was de planeconomie. Kolchozen moesten voldoen aan steeds dikkere pakken voorschriften en elke vorm van initiatief van de boeren werd gesmoord, prestaties werden niet beloond. Het gevolg was dat het op den duur niemand meer iets kon schelen.

Hoofdstuk 5: stagnatie en ondergang
§ 5.1: algehele demoralisatie


Er heerste ontevredenheid, corruptie, machteloosheid in de Sovjetunie en mensen stelden zich passief en gehoorzaam op. De relatie tussen de staat en de burgers kenmerkte zich door dwang en passiviteit. Dit was een belangrijk verschil met de West-Europese parlementaire democratieën. Daar waren de burgers steeds mondiger geworden. De macht van de staat was beperkt gebleven en de burgers hadden er veel invloed op.Het levenspeil in de Sovjetunie nam tot halverwege de jaren zeventig toe, toch heerste er ontevredenheid over de planeconomie:
- gebrek aan goede koopwaar in staatswinkels
- overal stonden rijen, winkelpersoneel snauwde klanten af en was alles behalve behulpzaam
- er kwamen steeds meer nieuwe artikelen die niet in officiële winkels verkrijgbaar waren
De ontevredenheid over de planeconomie bleek ook uit de lage arbeidsmoraal:
1. alles werd getolereerd
2. het malaisegevoel uitte zich in schrikbarend drankmisbruik
De staat deed er weinig tegen; de drank hield mensen rustig en bracht geld in de staatskas.

§ 5.2: boeren, vrouwen en jongeren

De kloof tussen staat en burgers was het grootst op het platteland. Televisie vormde een raam naar het Westen en maakte de achterstand duidelijk. Boeren voelden zich tweederangs burgers en na jarenlange onderdrukking heerste er een onverschillige houding. Als reactie daarop vluchtten veel jongeren naar de stad. Boerinnen en stadsvrouwen werden met het zwaarste werk belast en deden ook het huishouden. De meeste mannen zagen hun vrouw als hun bediende. Door het zware werk, wilden vrouwen hooguit 2 kinderen en het aantal abortussen was twee keer zoveel als het aantal geboortes. Jongeren geloofden niet meer in communisme, ook voor hen werd duidelijk dat het verschil tussen propaganda en werkelijkheid te groot was. Er werden maandsalarissen uitgegeven aan de symbolen van het betere leven; muziek en uiterlijk van westerse leeftijdgenoten (jeans, Beatles).

§ 5.3: conservatieve onmacht

Niemand kon voorzien dat de Sovjetunie het eind van de eeuw niet zou halen. Bij Breznjev’s dood leek de situatie stabiel. Oorzaken stagnatie van de economie:
1. ondergeschikten durfden hun meerderen niet te confronteren met onaangename informatie
2. gebrek aan concurrentie
Het hoofd van de KGB, Youri Andropov, waarschuwde Breznjev meerdere malen voor een crisis. Toch gebeurde er niets. De meeste burgers stonden wantrouwend tegenover vernieuwingen. Ze wisten uit ervaring dat die onaangename gevolgen konden hebben en zij hechtten aan de zekerheden van het systeem. De leiders hielden rekening met deze gevoelens, ze waren bang de bevolking tegen zich in het harnas te jagen. Het was duidelijk dat de hervormingen tot heftige reacties konden leiden. Redenen voor uitblijven van hervormingen:
1. partijfunctionarissen dankten macht en rijkdom aan zwarte economie
2. deze macht was een hindernis voor centraal geleide hervormingen
3. hervormingen konden de macht van de partij aantasten
Ook na Breznjev’s dood bleven hervormingen uit en zijn opvolger, KGB-topman Andropov overleed nog voor hij leiding kon geven aan de hervormingen (1984). Zijn opvolger Tsjernenko voerde deze politiek als Breznjev, maar ook hij overleed een jaar na zijn aanstelling. Gorbatsjov probeerde het opnieuw met meer discipline en dit leek succes te hebben.

§ 5.4: het einde van de Sovetunie

Gorbatsjov vatte zijn politiek samen in 2 woorden: glasnost en perestrojka - openheid en hervorming. Problemen van Gorbatsjov:
1. hervorming ging langzaam door tegenwerking en dalende olieprijzen
2. maakte meer kracht los die hij niet kon beheersen.
Eind 1990 ging Gorbatsjov samenwerken met conservatieve communisten over het uiteenvallen van de Sovjetunie tegen te gaan. Op 18 augustus 1991 deden conservatieven uit zijn eigen regering een greep naar de macht en deden een poging de nieuwe president, Boris Jeltsin, te vermoorden. Dit mislukte en hij deed geen moeite meer de Sovjetunie te redden. Op 21 december 1991 werd de Sovjetunie opgeheven en in haar plaats kwamen 15 onafhankelijke staten. Jeltsin poogde van Rusland een democratie met een vrijemarkteconomie te maken, zonder succes. Op 31 december 1999 trad Boris Jeltsin af en heeft de Rus minder vertrouwen in de toekomst dan ooit.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.