De republiek

Beoordeling 0
Foto van Femke
  • Samenvatting door Femke
  • 6e klas vwo | 2588 woorden
  • 6 januari 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 1515-1648



De Nederlanden in de tijd vóór Karel V



Sinds 925 hoorde het Nederlandse grondgebied tot het Duitse rijk. Sinds de 12e eeuw groeiden de steden en begonnen hertogen van Bourgondië te streven naar het bezit van de Lage Landen. In de 15e en 16e eeuw versterkte de positie van steden en stedelijke burgerij nog meer:




  • Door gunstige ligging ontstond een druk handelsverkeer (door rivieren)

  • Door handelsverkeer nam de nijverheid toe (door aanvoer van grondstoffen)

  • Meer samenwerking tussen steden (de Hanze)



Door de versterkte positie en toenemende welvaart kregen de hertogen van Bourgondië steeds meer interesse in het bezit van de Nederlanden. Filips de Goede werd heer van een groot aantal gewesten, die zelfstandig opereerden. Filips ging daarom een centralisatiebeleid voeren, om een eenheid van de gewesten te maken en meer macht te krijgen. Hij riep één gezamenlijke vergadering in: de Staten-Generaal.



Door oorlog te voeren kreeg Karel V de gewesten van Filips en nog een paar andere gewesten in handen (in totaal 17 gewesten). Karel V werd in 1555 opgevolgd door zijn zoon Filips II.





1. De christelijke kerk in West-Europa valt uiteen



1568: begin van de opstand tegen Spanje in de Nederlanden. De opstand begon vanwege een meningsverschil over de manier waarop de overheid moest reageren op aanhangers van het protestantisme onder een minderheid van de bevolking in de Nederlanden. Het protestantisme ontstond doordat er kritiek op de kerk was, critici vonden dat de Bijbel door de Kerk anders werd uitgelegd dan dat juist was en dat de Kerk rare gebruiken had die niet in de Bijbel stonden, zoals aflatenhandel. Er werden nieuwe kerken gesticht. Dit noemen we de Hervorming of Reformatie. Er waren dus nu twee stromingen van de christelijke kerk:




  • Katholicisme / rooms-katholicisme (oude kerk)

  • Protestantisme (de hervormers), waarin de twee grote stromingen die het meeste aanhang hadden:

    • Calvinisme

    • Lutheranisme





De kritiek van Luther op de oude kerk:




  • Machtsaanspraken en zelfgemaakte wetten en regels van de kerk waren onterecht

  • Alleen de Bijbel was richtinggevend à iedereen moest de Bijbel kunnen lezen in de volkstaal, omdat priesters de Bijbel op een onjuiste, voor hun gunstige manier konden uitleggen

  • De aflatenhandel deugde niet en moest worden afgeschaft

  • Verder moest worden afgeschaft: pausschap, celibaat, sacramenten, heiligenverering en kloosterorden (stond niets over in de Bijbel)



Deze kritiek vatte hij samen in 95 stellingen, die hij op de deur van de kerk van Wittenberg spijkerde. Na zijn verschijning voor de Rijksdag (vergadering van vorsten in het Duitse rijk) werd hij vogelvrij verklaard. Hij werd gesteund door de vorst van Saksen en kon onder zijn bescherming veilig verder leven en werken.



In 1519 werd Karel V door de Duitse vorsten tot keizer gekozen. Karel wilde het katholicisme handhaven, mar Luther kreeg veel steun van de vorsten, omdat het lutheranisme voor hen aantrekkelijk was:




  • Zij werden het hoofd van de Kerk

  • Ze konden de kloosters sluiten en de bezittingen van de kloosters overnemen

  • De onderdanen moesten altijd de vorst gehoorzamen, ook al behandelde de vorst hen slecht



Daarom hebben de vorsten bij de Vrede van Ausburg in 1555 Karel V gedwongen de ‘cuius regio eius religio’ afspraak te maken: de vorst bepaalde het geloof van zijn onderdanen. Karel V voelde dit al een enorme nederlaag: handhaving van eenheid onder de christenen was een van zijn belangrijkste doelen.



Verschillen tussen de opvattingen van Calvijn en Luther




  • Bij de lutheranen is de vorst het hoofd van de Kerk. Bij de calvinisten bestuurt iedere ‘gemeente’ zichzelf door een raad van gekozen ouderlingen

  • Anders dan de lutheranen mogen calvinisten tegen hun vorst in verzet komen als deze handelt tegen ‘Gods gebod’



In de Nederlanden werd de calvinistische kerk (nu Nederlandse Hervormde Kerk) het belangrijkst.





2. De Opstand in de Nederlanden breekt uit



Oorzaken van de opstand:




  • Indirect:

    • De sterke positie van de stedelijke burgerij in de Nederlanden: door privileges weigerde Gent in 1539 bijdrage te leveren aan een bede à Karel V strafte met geweld à Gent nam vroeg deel aan de opstand (wraak)

    • De splitsing van de christelijke Kerk door de Hervorming: het merendeel van de bevolking bleef katholiek, maar er kwamen steeds meer protestanten



  • Direct:

    • Karel V en Filips II gaan de protestanten streng vervolgen: er kwamen een soort wetten (plakkaten) die zeiden dat alleen het katholicisme werd toegestaan

    • Karel V en Filips II streven naar centralisatie en ongedaan maken van de privileges: ze hadden een systeem bedacht met de drie Collaterale (centrale) Raden (Raad van State, Raad van Financiën en de Geheime Raad) in Brussel in combinatie met een landvoogd(es), maar dit beviel de burgerij (die vrijheidsrechten wilden behouden en vastleggen) niet.





April 1566: een groep lagere edelen biedt een smeekschrift aan aan de landvoogdes Margaretha van Parma met daarin het verzoek de plakkaten af te schaffen. Margaretha beloofde zich minder streng aan de plakkaten te houden en hierdoor durfden de calvinisten zich aan openlijke acties (zoals hagenpreken: kerkdienst in open lucht) te wagen. Ook kwamen in augustus groepjes calvinisten in verzet tegen de katholieke kerk tijdens de Beeldenstorm. Margaretha slaagde er echter in de orde te herstellen.



Filips was boos om de Beeldenstorm en stuurt Alva met een leger naar de Nederlanden. Volgens hem is de Beeldenstorm de schuld van de adel. Alva nam de plaats in van Margaretha als landvoogd. Hij stelde de Raad van Beroerten in als rechtbank om de opstandelingen te straffen. Stadhouder Willem van Oranje, die zich tegen het beleid van Filips II had verzet, werd vervangen door de graaf van Bossu.



Dit beleid van Alva werd de directe aanleiding van de Opstand. Willem van Oranje viel in 1568 met huurlegers vanuit het oosten op drie plaatsen de Nederlanden binnen. De huurlegers werden verslagen door de legers van Alva. Vanuit het westen vielen de Watergeuzen (calvinisten die voor Alva gevlucht waren naar Engeland of het Noord-Duitse kustgebied)  aan.  Op 1 april 1572 veroverden zij Den Briel. De calvinisten slaagden erin macht te krijgen over veel Hollandse en Zeeuwse steden, en delen van Overijssel en Gelderland. In juli 1572 kwamen ze bijeen in een Statenvergadering. Ze besloten:




  • Gezamenlijke financiële lasten van de verdediging op zich te nemen

  • Willem van Oranje te erkennen als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht



Waarom was de Statenvergadering revolutionair?




  • Alleen landheer Filips II, de landvoogd(es) of de stadhouder had het recht een Statenvergadering bijeen te roepen

  • Alleen een landsheer mocht een stadhouder benoemen



Alva deed niets tegen de opstand in Holland en Zeeland, waardoor de opstandelingen zich enigszins konden organiseren. Alva vreesde namelijk een aanval vanuit Frankrijk, omdat daar de hugenoten (Franse protestanten) en de katholieken ook ruzie hadden. Alva verwachtte dus dat de hugenoten de protestanten in de Nederlanden kwamen helpen. Hij probeerde de ruzie in Frankrijk te sussen door de katholieke zus van de Franse koning Karel IX te laten trouwen met een hugenoot, Hendrik van Navarra. Na de bruiloft werden bijna alle protestantse leiders vermoord (de bloedbruiloft), behalve Hendrik, die werd koning van Frankrijk en was verdraagzaam op het gebied van godsdienst. Na de bloedbruiloft (1572) was de kans op steun van de hugenoten geweken en kon Alva de opstandelingen harder aanpakken. Hij stuurde soldaten om de Geuzen te verslaan. Dat lukte goed, tot ze bij Haarlem kwamen. Na een lange en zware strijd verwon het Spaanse leger de stad. Maar daarna liepen ze vast bij Alkmaar en Leiden. Alva kon de opstand niet bedwingen, en daarom verving Filips II hem door Requesens. Maar ook Requesens faalde:




  • De langdurige belegeringen van steden kostten veel geld in verhouding tot de resultaten. Omdat Filips II ook oorlog voorde tegen de Osmaanse Turken, was hij voortdurend in geldnood. De troepen weden slecht of niet betaald en hadden daarom geen motivatie

  • Holland en Zeeland waren militair-strategisch gezien in het voordeel; ze konden de rivieren beheersen



Requesens stierf onverwachts in maart 1576, waardoor een gezagscrisis ontstond bij de Spanjaarden. Hier profiteerden de opstandelingen van.



Tussen Holland en Zeeland en de rest van de gewesten waren er een paar verschillen:




  • Het Spaanse leger veroverde alle opstandige steden, behalve een paar in Holland en Zeeland

  • In Holland en Zeeland was vrijheid van het geweten (een beperkte vrijheid van godsdienst, geen godsdienstvrijheid. Binnenshuis mocht men geloven wat hij/zij wilde, buiten was alleen de Gereformeerde Kerk toegestaan)

  • De overige gewesten waren trouw aan het Spaanse gezag



De overige gewesten kregen steeds meer last van overlast door Spaanse troepen die plunderden en daarom sloten de gewesten zich aan bij Holland en Zeeland: de Pacificatie van Gent (november 1576). Er werd een bondgenootschap gesloten met de volgende afspraken:




  • De Spaanse troepen moesten de Nederlanden verlaten

  • Er zouden geen vervolgingen meer plaatsvinden op godsdienstig gebied

  • In Holland en Zeeland was alleen het calvinisme toegestaan (wel gewetensvrijheid)

  • De overige gewesten mochten hun eigen godsdienstbeleid voeren



Maar de  Pacificatie van Gent mislukte; de calvinisten grepen de macht in Amsterdam en veel Brabantse en Vlaamse steden. Ze verboden het katholicisme à drie Waalse gewesten sloten een verbond (1579): de Unie van Atrecht. Ze onderworpen zich aan Filips II en erkenden de nieuwe landvoogd Parma (zoon Margaretha).



In de noordelijke gewesten was alleen het calvinisme toegestaan (in praktijk), er was nog wel gewetensvrijheid.



De Republiek der Verenigde Nederlanden in vier fasen.



1. De noordelijke gewesten stichten de Unie van Utrecht (1579) ter verdediging tegen de troepen van Parma.



2. Filips II verklaart Willem van Oranje vogelvrij (1580) à de breuk tussen vorst en opstandige gewesten is een feit



3. Filips II wordt afgezet met het Plakkaat van Verlatinghe (1581). De gewesten verklaarden in het plakkaat dat zij hun vorst mochten vervangen als die zich als een tiran gedroeg à definitieve scheiding tussen de gewesten die Filips II als vorst erkenden en de gewesten die dat niet deden. De opstandige gewesten hadden het moeilijk:




  • De moord op Willem van Oranje (1584)

  • Ze konden geen staatshoofd vinden

  • Parma had veel militaire successen (hij nam Antwerpen en vele andere steden in en drong het gebied van opstand terug naar Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel en Gelderland), maar hij moest van Filips II de prioriteit leggen bij de strijd tegen Engeland en Frankrijk, waardoor de opstandige Nederlanden minder aandacht kregen + de Armada (Spaanse vloot die Engeland moest veroveren) werd een flop, dus bleef de oorlog tegen Engeland doorgaan



4. De opstandige gewesten besloten in 1584 door te gaan zonder vorst. Zij stichten de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588). Hoe is dit gelukt?




  • Engeland en Frankrijk hadden steeds oorlog met Spanje en konden wel een bondgenoot gebruiken. Zij erkenden daarom snel de soevereiniteit van de Republiek.

  • Filips II voerde ook andere oorlogen die prioriteit kregen

  • Het leger van de Republiek was heel sterk door stadhouder Maurits en Frederik Hendrik

  • Er was veel internationale handel en dus veel geld



Willem van Oranje zijn beleid




  • Religievrede: het katholicisme en calvinisme moest worden toegestaan. Dit slaagde niet:


    • Radicale calvinisten waren goed georganiseerd en accepteerden religievrede niet

    • De calvinisten vonden de strijd tegen Spanje ook een strijd om het geloof à Willem kon hun steun goed gebruiken



  • Nationale invalshoek (in een tijd dat iedereen vooral gefocust was op zijn eigen gewest/stad/leefomgeving). Hij gebruikte veel propaganda, toch was die niet gericht op Filips II:

    • De calvinisten hadden de opvatting dat je niet in opstand mocht komen tegen de vorst, omdat hij door God was aangesteld

    • Filips II verbleef in Spanje, het was logischer kritiek te richten op de landvoogd







3. De afloop van de oorlog



1609: de oorlog wordt onderbroken door het Twaalfjarig bestand (wapenstilstand). De bedoeling was dat het bestand zou leiden tot een vredesverdrag, maar het conflict over voortzetting of beëindiging van de oorlog laaide weer op.



















Voortzetting



Beëindiging



Stadhouder Maurits



Overige gewesten



Johan van Oldenbarnevelt



Staten van Holland



Vreesde dat Spanje tijdens het Bestand haar troepen versterkte en alsnog aanviel



Veroveren van meer gebieden in het Zuiden om het calvinisme uit te breiden



Gunstig voor de Hollandse Handel (minder defensie-uitgaven)




Maurits won en in 1621 werd de oorlog hervat.



In 1648 eindigde de strijd met de Vrede van Munster in het Verdrag van Munster. De redenen op vrede te sluiten:




  • Spanje voerde in de Nederlanden strijd op twee fronten:

    • Noorden: tegen opstandige gewesten

    • Zuiden: tegen binnendringende Franse legers (hierop wilden ze zich concentreren)



  • Vooral Holland wilde vrede, want zij moesten de meeste oorlogskosten betalen + vrede was gunstig voor hun handel



Gevolgen:




  • De Republiek der Verenigde Nederlanden werd internationaal als onafhankelijke staat erkend

  • De Republiek erkende de grens met de Zuidelijke Nederlanden als definitief

  • De Schelde bleef gesloten (Amsterdam nam de rol van Antwerpen over als handelsstad)

  • Spanje ging zich concentreren op de verdediging van de zuidgrens van de Zuidelijke Nederlanden

  • Spanje en Portugal erkende de bezittingen van de Republiek in Brazilië en Azië, waardoor de handelspositie van de Republiek versterkte





4. Waardoor ontstond de Gouden Eeuw? (3 redenen)



De Gouden Eeuw was van 1600-1700 in de Republiek. Scheepvaart, handel en nijverheid, kunst en wetenschap kwamen tot grote bloei.



1. Economische groei tijdens de Opstand



Indirecte oorzaken:




  • De moedernegotie


    • Het importeren van goedkoop graan uit het Oostzeegebied à belangrijke vorm van handel



  • Het ontbreken van feodale traditie

    • Boeren in de Republiek konden vrij hun productie veranderen, omdat ze niet gebonden waren aan regels van de edelen. Ze konden dus overgaan op grootschalige productie





Directe oorzaken:




  • Specialisatie en commercialisering

    • Boeren gingen zich specialiseren en schakelden over naar commercialisering (producten voor de export produceren ipv eigen gebruik). Dit kon door het goedkope graan van de moedernegotie, omdat er voldoende voedsel was voor de bevolking kon het overschot worden geëxporteerd.



  • De val van Antwerpen en het afsluiten van de Schelde

    • Veel rijke kooplieden trokken naar Amsterdam à Amsterdam nam de rol van Antwerpen over als belangrijke handelsstad . Er kwam veel nieuw kapitaal en nieuwe kennis





2. De Staten-Generaal geven de VOC en de WIC het monopolie op de wereldhandel



De Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602) en de West-Indische Compagnie (1621) werden opgericht voor de handel met andere werelddelen. Ze kregen het monopolie op handel met Azië (VOC), Amerika en West-Afrika (WIC). Vooral de VOC was winstgevend. Ze sloten handelsverdragen met de inheemse bevolking, waarin stond dat specerijen alleen aan de VOC mochten worden verkocht. Ook stichtte de WIC een aantal koloniën:




  • Nieuw-Nederland à New York

  • Pernambuco à Brazilië

  • Suriname en de Nederlandse Antillen



Ook had de WIC een aandeel in slavenhandel.



3. De nijverheid profiteert van alle handel



De nijverheid kwam tot ontwikkeling door de scheepvaart en handel:




  • Er waren veel schepen nodig à scheepswerven en zeilmakerijen ontstonden

  • Veel handelsproducten werden eerst bewerkt in de Republiek en dan pas doorverkocht à vele soorten nijverheid ontstaan





5. Cultuur in de Gouden Eeuw



Bevolkingsopbouw (zie diagram)



Voor de rijkere 35% ontstond er een markt voor luxegoederen: boeken schilderijen, porselein, meubels, tapijten en zilverwerk. Er ontstond meer vraag naar schilderijen en daarom bloeide de schilderkunst op. Twee groepen mensen kochten schilderijen:




  • Een kleine groep van stadsbesturen en bestuurders van wees- en armenhuizen: grote groepsportretten

  • De gegoede en kleine burgerij



Schilders gingen zich specialiseren en konden daardoor sneller en beter werken. De meeste mensen kochten een schilderij om hun huis op te leuken.



Ook de boekdrukkunst bloeide op:




  • Drukkers gaven boeken uit die ook in het buitenland populair waren

  • Veel buitenlanders lieten hun boeken in de Republiek drukken, omdat het in eigen land verboden was

  • Internationale wetenschappers vestigden zich in de Republiek, aangetrokken door het tolerante klimaat





6. Het einde van de Gouden Eeuw



Engeland en Frankrijk gingen aan de Republiek voorbij, doordat:




  • Engeland en Frankrijk lange tijd veel binnenlandse problemen hadden, dus nu waren opgelost

  • Ze gingen hun handel en nijverheid beschermen door invoerrechten

  • Ze gingen ook zelfs steeds meer handel drijven



Toch bleef de Republiek een belangrijke handelsstaat. Er ontstond wel veel werkloosheid in de Republiek. 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Femke