De Republiek

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 2413 woorden
  • 16 september 2015
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Politiek



Bourgondië



Aan het einde van de middeleeuwen werden de Nederlanden geregeerd door de hertog van Bourgondië, Filips de Goede. Hij centraliseerde door stadsrechten en andere privileges in te voeren. Andere methodes die  de hertogen van Bourgondië toepasten waren het instellen van de Gewestelijke Staten: een vergadering per gewest (=provincie) van de drie standen (burgerij, adel en geestelijken).Daarnaast werden de Staten-Generaal ingesteld, het overkoepelende overheidsorgaan van de Nederlanden. De Staten-Generaal wordt gezien als een uitwerking van de centralisatiepolitiek. De gewesten in de Nederlanden waren echter fel tegen deze centralisatiepolitiek, zij zochten hun heil in het particularisme: het opkomen voor de eigen belangen en privileges.



Habsburgers



Nadat Filips de Goede overleed zette zijn zonen Filips de Stoute de centralisatiepolitiek voort maar hij overleed snel. Door huwelijken behoorden de Nederlanden uiteindelijk tot Karel V, keizer van het Duitse Rijk. Karel V was in Brugge opgegroeid en bestuurde het rijk vanuit Brussel waardoor hij een affiniteit had laten ontwikkelen met de Nederlanden. Karel V centraliseerde verder, zo stelde hij in 1531 de Collaterale Raden in, welke inhielden dat gelden als de centrale bestuursraden van de Nederlanden, waaronder de landvoogd, de Raad van Financiën en de Geheime Raad behoorden.



 Reformatie



De hervormingen van Luther hadden ook gevolg voor de politiek. Door Luthers daden nodigde Karel V Luther in 1521 uit op de Rijksdag in Worms, waar Luther voor de laatste keer zijn woorden terug mocht nemen. Toen hij dit niet deed, belandde Karel V in een serie godsdienstoorlogen. In de Nederlanden groeide de aanhang voor het Lutheranisme, waardoor Karel V de Bloedplakkaten van 1550 instelden. Met deze plakkaten werden ketters door de inquisitie (de moordploeg van de kerk) vermoord. De instelling van deze Bloedplakkaten komt overeen met de centralisatiepolitiek van Karel V. De godsdienstoorlogen kwamen in 1555 ook ten einde met de vrede van Augsburg. Karel V had de oorlogen verloren en dus moest hij toestaan dat koningen en vorsten zelf mochten bepalen welk geloof zij aanhingen. Het was een religieuze (Karel was streng katholiek) en een politieke nederlaag (Karel moest macht afstaan aan de vorsten). In datzelfde jaar (1555) trad Karel V af, hij werd opgevolgd door zijn zoon Filips II.



Onder Filips II tot aan de hertog van Alva



 Filips II had zeer weinig met de Nederlanden, hij was er zelfs nog nooit geweest. Onder Filips II werd de centralisatiepolitiek voortgezet, zo kregen de Nederlanden een landvoogdes. Verder waren de bloedplakkaten nog altijd van kracht, veel mensen werden vervolgd vanwege hun geloof. Filips II was een zeer impopulaire vorst. De lage edelen van de Nederlanden vroegen aan de landvoogdes, Margaretha van Parma, of de vervolgingen iets minder konden zijn. De lage edelen dienden dus het Smeekschrift (1566)  in. Aangezien Margaretha de goedkeuring nodig had van Filips, keurde ze het schrift voorlopig goed, waardoor er in de Nederlanden hagenpreken ontstonden. Deze hagenpreken zorgden uiteindelijk voor de Beeldenstorm in 1566. Voor Filips was de Beeldenstorm de druppel die de emmer deed overlopen: hij stuurde de hertog van Alva naar het gebied.



Onder de hertog van Alva



Filips II mobiliseerde een groot leger met de hertog van Alva als leider. Veel Nederlandse edelen vluchtten de Nederlanden, waaronder Willem van Oranje. De hertog van Alva werkte de centralisatiepolitiek nog veel verder uit: hij stelde de Raad van Beroerten (ook wel de Bloedraad) in, een rechtbank die Beeldenstormers en de verantwoordelijken hiervan zou straffen. Daarnaast stelde Alva de tiende penning in, waardoor het gewone volk belasting moest betalen. Het leger kostte immers veel geld maar door de Tiende penning werd ook het gewone volk slachtoffer van de opstand.



Eerste jaren van de oorlog



Ondertussen bereidde Willem van Oranje een invasieleger voor tegen Alva. Samen met de geuzen (opstandelingen) waren zij de vijand van Alva. In het begin verliep de oorlog niet zeer rooskleurig voor Willem van Oranje, veel gewesten zagen in dat zij bij voorbaat kansloos waren tegen het Spaanse leger onder Alva. Maar doordat de geuzen  in 1572 per toeval het stadje Den Briel innamen, voegden de gewesten Holland en Zeeland bij Willem van Oranje om zodoende Alva te stoppen.



 Spanje slaat terug



Door de nederlagen besluit Alva keihard terug te slaan. In 1572 wordt de gehele bevolking van Naarden uitgemoord om te laten zien waar Spanje tot in staat is en dus moesten de Nederlandse steden zich maar overgeven. De uitmoording had echter het omgekeerde effect: mensen werden zo bang voor de Spanjaarden dat zij zich koste wat koste tegen de Spanjaarden gingen verdedigen, anders werden ze misschien ook wel net zo vermoord als de Naardenaren.



Politiek van Willem van Oranje



Willem van Oranje werd door de staat Holland, zonder de goedkeuring van Filips II, benoemd tot stadhouder. Belangrijk was de propaganda die Willem hierbij voerde. Zijn propaganda was tegen het Spaanse leger aangezien zij zorgden voor de verschrikkingen en zij waren de échte vijand, Filips gaf wel de orders, maar zat ver in Spanje. Zo ontstond er een nationaal doel: het verdrijven van het Spaanse leger.



Naar de pacificatie van Gent



De belegeringen van de Nederlandse steden duurden vaak lang voor de Spaanse soldaten en daarnaast kregen ze ook niks betaald. Vaak mislukte een belegering ook nog, zoals het beleg van Leiden in 1574. Dit ongenoegen zorgde uiteindelijk voor de Spaanse Furie, wat als gevolg had dat voornamelijk de steden in de Zuidelijke Nederlanden (België) uitgemoord en geplunderd werden. De Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden sloten daarna met z’n allen de Pacificatie van Gent van 1576  waarin stond dat de Gewesten gezamenlijk zouden gaan proberen om de Spaanse soldaten te verdrijven en er stond in dat zowel het katholicisme als het calvinisme toegelaten werd.



Verschillende unies



In 1579 kregen de Nederlanden te maken met een nieuwe hertog, de hertog van Parma. De hertog van Parma was een slim en vaardig man en het lukte hem dan ook om de Zuidelijke Nederlanden over te halen om in 1579 de Unie van Atrecht te sluiten, het verbond van de Zuidelijke staten dat zij Filips II trouw zouden blijven. Willem van Oranje probeerde ook een dergelijke Unie te vormen bij de Noordelijke Nederlanden, wat uiteindelijk, ondanks het particularisme, lukte. De unie van Utrecht was een reactie op de unie van Atrecht: er was een splitsing ontstaan tussen de Nederlanden. Deze unie van Utrecht leidde uiteindelijk   in 1581 tot het Plakkaat van Verlatinghe, waarin stond dat de Nederlanden Filips II afzwoeren als landheer en op zoek gingen naar een nieuwe.



De hertog van Anjou



De eerste keuze voor een nieuwe landsheer van de Nederlanden viel op de hertog van Anjou, een Franse hertog. Frankrijk was een sterk economische en militaire natie en vormde dus een goede bondgenoot tegen Spanje. Nadat de hertog van Anjou de stad Antwerpen had verloren (1585) en zich teveel met de religie bemoeid had, werd Anjou als nog afgezet. De Nederlanden moesten op zoek naar een nieuw soeverein.



Willem van Oranje en de graaf van Leicester



De Nederlanden kwamen helemaal in de problemen toen hun stadhouder, Willem van Oranje in 1584 vermoord werd door Balthasar Gerards, waardoor de Nederlanden nu geen vorst hadden en geen back-up. De Nederlanden probeerden het bij Engeland, maar de graaf van Leicester bleek geen goede opvolger te zijn.



De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden



In 1588 lijkt alles verloren voor de Nederlanden, een klein leger, Willem van Oranje dood en tot overmate van ramp bereidde Spanje ook nog een vloot om bondgenoot Engeland het zwijgen op te leggen. Deze Armada (Spaanse vloot) wordt echter door de Engelse-Hollandse vloot verslagen waardoor niet alleen de Spaanse vloot vernietigd is, maar ook het leger van Parma uitgeteld is. In de zware tijden die de Nederlanden kende stond Johan van Oldebarnevelt op, als raadspensionaris van de staat Holland. Door hem kan uiteindelijk de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstaan, de gewesten zonder staatshoofd, een staatsvorm die uniek was in Europa.



Het politieke systeem van de Republiek



De Republiek hechtte veel waarde aan het particularisme: het respecteren en in stand houden van privileges. De Republiek was hier dan ook op gebaseerd: elk gewest had andere regels etc. Maar naar het buitenland toe acteerde de Republiek als één land. Dus elk gewest had een eigen bestuur maar de Staten-Generaal vormde het overkoepelde orgaan dat optrad naar het buitenland.  De regenten waren de bestuurders van de republiek. Daarnaast had je nog twee mensen: de stadhouder en de raadspensionaris van Holland. De stadhouder was de aanvoerder van het leger en de vloot terwijl de raadspensionaris juist zorgde voor de economie.



Twaalfjarig bestand 1609-1621



Uiteindelijk lukt het van Oldenbarnevelt om het Twaalfjarig bestand met Spanje af te sluiten. Tijdens deze twaalf jaar vonden er geen confrontaties plaats tussen het Spaanse en het Nederlandse leger. Tijdens het Twaalfjarig bestand staan de raadspensionaris (van Oldenbarnevelt) en de stadhouder (Maurits) recht tegenover elkaar. Van Oldenbarnevelt wilde graag stoppen met de oorlog aangezien dit economisch gezien beter was maar Maurits wilde de oorlog voortzetten omdat de Nederlanden aan de winnende hand waren. Er was dus sprake van een constante spanning. Deze spanning verergerde zich doordat van Oldenbarnevelt en Maurits beide een religieuse partij moesten kiezen. Beide kozen voor een andere partij en van Oldenbarnevelt huurde troepen in om de vrede te bewaken. Dit was een directe aanval op de positie van Maurits als legeraanvoerder. Maurits kondigde de Nationale Synode af, wat een vergadering was van de protestante kerk en gezien kan worden als een voorbeeld van centralisatie. Van Oldenbarnevelt werd zo buitenspel gezet en werd onthoofd in Den Haag, Maurits had gewonnen en de oorlog werd in 1621 hervat.



Vrede van Münster



Door de samenwerking tussen Engeland, de Republiek en Frankrijk moest Spanje uiteindelijk capituleren. De vele oorlogen hadden de Spaanse schatkist volledig leeggehaald waardoor Spanje de vrede van Münster in 1648 tekende met de Nederlanden. De Tachtigjarige oorlog was ten einde. Er brak een korte tijd aan van geen oorlogen waar de Republiek geen stadhouder bij nodig had. In het jaar 1672, het rampjaar, werd de Republiek van verschillende kanten aangevallen. De Republiek koos een nieuwe stadhouder, sloeg alle aanvallen af, maar de oorlog had veel geld gekost waardoor de Gouden eeuw van de Republiek, die na de Val van Antwerpen was begonnen, ten einde was gekomen.





Religie



Aan het einde van de middeleeuwen waren de Nederlanden katholiek. Dit veranderde door de hervormingen van Luther en Calvijn. De Vrede van Augsburg was ook van invloed op de Nederlanden aangezien zij ook tot het Duitse rijk behoorden.  Calvijn kreeg in Nederland een grote aanhang doordat Calvijn zei dat een volk een heerser mocht verwerpen als de heerser niet voldeed aan de waarborging van het geloof. Aan het begin van de opstand waren er twee kampen in de Nederlanden ontstaan: een katholiek kamp en een protestant deel. Het katholieke deel bestond voornamelijk uit de Zuidelijke Nederlanden en een aantal steden en het calvinisme was vooral vertegenwoordigd in Utrecht en Zeeland. Door de vervolgingen die door de Bloedplakkaten en de Bloedraad mogelijk waren, keerden steeds meer katholieken zich tegen Spanje. Bij de pacificatie van Gent en de Unie van Utrecht werd afgesproken dat elk gewest zelf mocht bepalen welk geloof zij aanhingen en dat alle andere geloven getolereerd werden. In de Republiek ontstond er gewetensvrijheid.





Economisch



Binnen Europa



Doordat de Nederlandse gronden zeer drassig waren, kon er geen graan verbouwd worden. Dit graan werd uit het Oostzee gebied gehaald. Doordat Nederlandse boeren zich niet meer met hun primaire behoeftes qua voedsel bezig hoefden te houden, kon specialisatie ontstaan en kon men zich richten op de commerciele landbouw.. Door specialisatie kwamen er nieuwe producten op markt waardoor de Nederlanden ook goed handel kon drijven met buitenlandse handel. Wijn uit Frankrijk werd in het Oostzee gebied geruild voor graan.  Deze handel werd nog bevorderd door de val van Antwerpen in 1685. Antwerpen was altijd het handelcentrum van Europa maar Amsterdam verkreeg later deze titel door de goede ligging en het bekwame personeel uit Antwerpen dat gevlucht was voor de Spaanse Furie. Zodoende kon Amsterdam zich ontwikkelen tot een stapelmarkt.



Buiten Europa - VOC



In de 16e en de 17e eeuw waren er al veel handelsorganisaties in de Nederlanden die allemaal naar Oost-Indië (Azië) voeren. Omdat de concurrentie moordend werd, greep de Staten-Generaal in. Zij richtte één handelsorganisatie op voor de landen in den Oost: de VOC. Deze VOC had verschillende privieges zoals het voeren van oorlog. Daarnaast werd een gedeelte van de winst geïnvesteerd in het bedrijf om zo het bedrijf te doen groeien. Wat verder ook opmerkelijk was, was dat de VOC bestond uit aandelen. Daarmee kreeg de handelsonderneming financieel kapitaal om nieuwe handelsreizen en het bouwen van versterkte handelsposten mogelijk te maken en profiteerden de aandeelhouders van de winst die de VOC maakte.  Uiteindelijk daalde de winst van de VOC doordat Engeland en Frankrijk een steeds prominentere positie verwierven.



Buiten Europa – WIC



De WIC werd in 1621 opgericht. Dit jaar is niet toevallig, in 1621 was het Twaalfjarig Bestand ten einde en kon de Spaanse vloot weer gekaapt worden. De WIC speelde ook een rol in de transatlantische slavenhandel: slaven werden gekocht in ruil voor wapens, waarna ze verkocht werden voor geld en kruiden, waarna ze opgeslagen en verhandeld werden in Amsterdam.



Cultureel



In de Republiek heerste er dus gewetensvrijheid. Deze gewetensvrijheid zorgden ervoor dat wetenschappers zich konden ontwikkelen: nieuwe ideeën werden namelijk geaccepteerd. Zo droegen Nederlandse wetenschappers hun steentje bij aan de wetenschappelijke revolutie.



Door de economische groei was er ook geld beschikbaar om uit te geven aan kunst. Grote kunstenaars als Rembrandt werden in de tijd van de Republiek geboren.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.