De Belgische revolutie

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas aso | 1676 woorden
  • 21 mei 2004
  • 63 keer beoordeeld
Cijfer 5.7
63 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Interesse in een creatieve of digitale opleiding, maar nog geen keuze gemaakt?

Doe nu de keuzetest en ontdek welke 2- of 4-jarige opleiding bij jou past binnen media, communicatie, design of tech. Vergelijk en maak makkelijker je keuze. Inschrijven kan tot 1 juli.

Naar de keuzetest
De Belgische revolutie

Wanneer in 1830 Charles X van de troon wordt gestoten en maakt plaats voor Louis – Philippe, de burgerkoning, komt het idee van een revolutie ook in België bij enkele groepen voor.

25 augustus 1830: Brussel : de nacht van de Stomme van Portici.

Mijneigenaars uit het Henegouwse streefden naar een aanhechting bij Frankrijk. Er zouden dan geen tollen meer bestaan op de export van hun steenkool naar Noord – Frankrijk. (België was de grootste steenkoolproducent op het continent)
Ze wouden zo ook van het Hollands verlost worden.

Ook de intellectuele liberale burgerij reageerde vlug om te vermijden dat andere groepen de revolutionaire beweging naar eigen doeleinden zouden ombuigen.

De Stomme van Portici, die deze beweging op gang zette, was een al wat oudere opera, die door Willem in 1830 een tijdje was verboden omwille van de nationalistische gevoelens die erin werden uitgebeeld.

Het was het signaal dat een woelige massa opriep de huizen van de Nederlandse notabelen leeg te halen en te verwoesten. De burgerij liep storm, omdat ze wist wat er gebeurde en uit schrik voor haar bezittingen. Ze vormde een eigen militie die het ‘gepeupel’ in toom moest houden met aan het hoofd de jong-liberale intellectuelen (dagbladen,..) die ervoor zorgden dat de lage volksklassen niet te veel kwaad geschiedde.

Ze vroegen aan de Hollanders, die het Brussels stadsbestuur in handen hadden, dit aan hen over te dragen, zogezegd om de orde te handhaven. De Hollanders stonden dit vlug af, en plaatsten zich te Brussel buiten spel.

De dreigende opstand werd ook gebruikt als argument van de burgerij om een pak vrijheden op te eisen van Willem.

Men eiste van Willem reeds de administratieve scheiding.

Ondertussen had zich te Brussel een radicale groep gevord, de groep van de Réunion Centrale. Die zag niets in de onderhandelingen met de koning. Deze groep eiste meteen in republikeinse termen de volledige zelfstandigheid van het zuiden. Haar sterkte lag in de zeer goede contacten met het ‘gepeupel’.

De jonge liberalen herstelden hun contact met de massa. In plaats van tegen de Réunion Centrale in te gaan of op andere wijze hun populariteit bij de arme volkslagen opnieuw te vestigen, lieten ze eenvoudig het stadhuis in de steek en infiltreerden ze in de leiding van de Réunion Centrale. ( dat ze de het radicale, republikeinse programma moesten overnemen, was niet de geringste hinderpaal.)

Inmiddels toonde Willem I zich meer geneigd de bestuurlijke scheiding tussen noord en zuid toe te staan, maar zijn concessie kwam te laat. De revolutionairen hadden nu een volledig zelfstandig België op het oog.

Willem liet het Nederlandse leger Brussel binnentrekken. Blijkbaar had dit leger geen leiding die wist hoe ze moest opereren tegen dit soort stadsguerilla avant la lettre.

De Nederlandse troepen bliezen de aftocht.

Nicolaas I, tsaar van Rusland, trof voorbereidingen om een Russische troepenmacht naar België te sturen om de opstandelingen mores te leren. Maar toen kwamen ook de polen in opstand tegen de tsaar, zodat de Russen ineens hun handen vol hadden.

De aandeelhouders van de Société Générale, eigenlijk Willems bank, voor een deel opgericht om de industrie in het zuiden te helpen, maakte zich niet ongerust over de gebeurtenissen.

Engeland was evenmin boos. Het zag met vreugde een einde komen aan Willems autocratische handelspolitiek en het daaruit voor de Engelsen voortvloeiende probleem binnen te dringen op de Belgische markt.

Door een aantal Amsterdamse handelaars werd er bij Willem aangedrongen om België definitief los te laten, zodat er eindelijk een wetgeving kon komen die alleen het voordeel van de handel uitviel.

De arbeiders hadden de revolutie in de straten van Brussel uitgevochten. Juist in deze tijden was er veel werkloosheid en ze waren alsmaar bereid te geloven dat die ellende allemaal de schuld was van Willem.

 machinestorm na de opvoering van de Stomme van Portici.

Zonder het ‘gepeupel’ was een revolutie nu eenmaal niet mogelijk. Vandaar de angst van de burgerij, die de toenmalige leiders, die er steeds voor zorgden de werklozen bezig te houden en van het nodige te voorzien.

Toen Brussel in handen van de ‘patriotten’ was, kwam het erop aan de steden voor het nieuwe vaderland te winnen. Maar niet alle gemeenteraden waren het er onmiddellijk eens met het nieuwe regime. Soms hadden partijgangers van Willem I nog de meerderheid in de steden.

Er zijn pogingen geweest tot een contrarevolutie, zoals die van Ernest Grégoire, die in verbinding met de Gentse orangisten handelde.

De orangisten streven naar het herstel van het regime van het huis van Oranje. Ze bestonden voor een goed deel uit industriëlen. Zij leden immers groot verlies bij een scheiding, door het wegvallen van de Nederlandse koloniën als afzetmarkt en door het wegvallen van de uitvoer die door bemiddeling van Nederlandse kooplieden geschiedde.

In de loop der jaren zouden de orangisten het streven naar een nieuwe vereniging opgeven. Ze kwamen tot conclusie dat de economische alternatieven die de Belgische staat bood, uiteindelijk ook niet zo slecht waren.

Lange tijd wist Willem Antwerpen militair in zijn macht te houden. In 1831 trachtte hij België te heroveren, wat hem zou zijn gelukt, indien de Franse legers de Belgen niet onmiddellijk waren bijgesprongen.

Het bestaansrecht voor België was grotendeels te danken aan Engeland, het land dat in 1814 België aan de Nederlandse koning had toegewezen. De vrees voor Frans annexionistisch streven in de richting van België heeft er ook de andere mogendheden ertoe aangezet uiteindelijk in te stemmen met de nieuwe Belgische staat.

De Rothschilds, een grote Engels benkeriersfamilie, hebben gouden zaken gedaan met de leningen die de nieuwe staat in het buitenland moest opnemen om zijn eerste uitgaven te kunnen dekken. (op militair vlak vooral)

Nederlands was het enige land dat bleef weigeren om de nieuwe Belgische staat te erkennen. Dit heeft geduurd tot 1839 met Verdrag van de XXIV artikelen.

Het merkwaardige samengaan van katholieken en jonge liberalen (monsterverbond) had zijn nut bewezen onder Willem I, maar moest nu zijn verder nut bewijzen. De politiek om ten aanzien van de vele onzekerheden de belangentegenstelling voorlopig opzij te zetten en een unie te vormen heeft geleid tot de zogenaamde unionistische kabinetten die het tot 1848 hebben volgehouden.

Het lag voor de hand dat men een parlement zou oprichten waarin vooral plaats was voor de burgerij. Maar hiermee zou de machtige groep van de grootgrondbezitters totaal buiten de prijzen vallen. Dat zou een uitzondering vormen in Europa, want alle regeringen in Europa waren in de eerste plaats van grootgrondbezitters.

Alleen Engeland vormde een uitzondering. De grootgrondbezitters buiten spel zetten zou dus zonder twijfel hun collega’s grootgrondbezitters in het buitenland verontrusten en ongunstig stemmen t.o.v. het nieuwe België.

Het Nationaal Congres, het eerste voorlopige parlement, tot het oprichten van een Kamer van Volksvertegenwoordigers én van een Senaat. In de senaat zouden dan alleen maar de grootgrondbezitters mogen zetelen.

Er moest een hoog bedrag aan grondbelasting betaald worden om verkiesbaar te zijn. Dit bedrag was zo hoog gesteld dat men niet in alle provincies voldoende verkiesbare senatoren vond, zodat het hier en daar verlaagd moest worden.

Wie toen senator was, behoorde dus tot de allerrijkste grondbezitters. De Kamer daarentegen was meer voorbehouden aan hen die revolutie hadden gemaakt en hun soortgenoten.

Vanwaar samenwerking van katholieken en liberalen?

De Bretoense priester Félicité de la Mennais, Lamenais, zijn ‘Paroles d’un croyant’ werden op drie plaatsen tegelijk in het Nederlands vertaald. (ze waren zeer populair) Hij stelde doodeenvoudig dat de kerk en staat gescheiden moesten blijven, dat de kerk zich van politiek moest onthouden omdat dit het geloof perverteerde, en dat de staat zich niet moest bemoeien met het beleid van de kerk.

Maar toen de revolutie eenmaal voorbij was, kwam het er voor de Belgische kerk op aan haar machtspositie in de nieuwe staat uit te bouwen en toen kwam dit erg democratisch menaisiaanse uitgangspunt minder goed van pas.

De kerk wilde gevrijwaard blijven van invloed van de staat op haar eigen terrein, ze wilde de staatsinvloed ook op andere terreinen terugdringen. (onderwijs, verkiezingen,..) Nu waren discipline en gehoorzaamheid weer veel belangrijker voor de kerk. Rome veroordeelde het leergoed van de Bretoense priester.

De politieke macht was vooral in handen van de steden. De kiescijns die men had vastgelegd om te mogen kiezen, zorgde voor nogal wat stedelijke, dus liberaal ingestelde kiezers. In de Kamer vormden zij het tegenwicht tegen de hoofdzakelijk katholieke en behoudsgezinde senaat.

De gevaren voor de jonge staat verminderden, waardoor de noodzaak om een sterk unionistische politiek te voeren ook verzwakte. De belangen van de katholieken en de liberalen kwamen sterker naar voor.

De katholieken waren zeker even machtig door hun overwicht op het platteland. Dit brachten ze de liberalen onder ogen door een zeer felle campagne tegen één van de bepalingen van het verdrag der XXIV artikels. Het bepaalde dat Luxemburg en Hollands Limburg niet bij België zouden blijven. De Belgische Kamer, die het verdrag op haar beurt nog moest goedkeuren, kon de Belgen die in Limburg en Luxemburg woonden onmogelijk in de steek laten. Het zou onmenselijk zijn katholieke zielen in de armen te drijven van een protestantse vorst.

De Kamer aanvaardde het gebiedsverlies. Hiermee had de kerk niet alleen bewezen in geval van nood tot een dergelijke mobilisatie in de staat te zijn, maar een dergelijk gevaarlijke toestand van opwinding ook te kunnen kalmeren.

Zo was er het probleem van de universiteiten. Willem had in het zuiden drie Rijksuniversiteiten opgericht, Gent, Luik en Leuven. Deze werden gesloten met de revolutie. De katholieken als de liberalen dachten een eigen universiteit op te richten. (Mechelen: katholieken, Brussel: liberalen) De wet van 1835 schafte de Rijksuniversiteit van Leuven af. De katholieken brachten hun eigen universiteit van Mechelen naar leuven over.

De controverse tussen liberalen en katholieken werd intussen veroorzaakt door de veroordeling van de vrijmetselarij door de Belgische bisschoppen eind 1837. De circulaire van de bisschoppen die alle gelovigen verbood nog verder deel uit te maken van de vrijmetselarij loges. Ze gaven als reden dat de ze haarden waren van liberale denken en de liberale actie.
Door dit rondschrijven van de bisschoppen werd de kloof tussen katholieken en liberalen dieper dan die ooit voordien was geweest.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.