Hoofdstuk 1

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 563 woorden
  • 26 augustus 2008
  • 27 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 27 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Passé composé
Parler > j’ai parlé
Ik heb gepraat
Rencontrer > j’ai rencontré
Ik heb ontmoet
Rester > je suis resté(e)
Ik ben gebleven
Aller > je suis allé
Ik ben gegaan
Faire > j’ai fait
Ik heb gedaan
Prendre > j’ai pris
Ik heb genomen
Avoir > j’ai eu
Ik heb gehad
Être > j’ai été
Ik ben geweest
Phrases clé
Tu es allé(e) en Angleterre? > Ben je naar Engeland geweest?
Où êtes-vous allés? > waar zijn jullie heen gegaan?
Tu as fait du camping ? > heb je gekampeerd?

Vous avez passé de bonnes vacances? > Hebben jullie een leuke vakantie gehad?
Qu’est-ce que tu as fait? > Wat heb je gedaan?
Non, je suis allé(e) aux États-Unis > Nee, ik ben naar de Verenigde Staten Geweest
Nou sommes restés en France > wij zijn in frankrijk gebleven.
Non, on a été dans un hotel > nee, wij zijn in een hotel geweest.
Oui, vraiment super! > Ja, helemaal geweldig!
J’ai fait de la voile > Ik heb gezeild
À = Gebruik je bij stad of een dorp
Au = mannelijk , bij landen betekend en
En = vrouwelijk, meestal eindigt op
Aux = meervoud Pays-Bas, États-Unis

PHRASES CLÉ

Tu vas aux Pays-Bas ? > > Ga je naar Nederland?
Vous allez en Espagne? > Gaan jullie naar spanje?

Tu habites à Poitiers? > woon je in Poitiers?
Quel est ton pays préféré? > wat is je favoriete land?
Quelle est ta passion? > Wat is je lievelingshobby?
Tu as acheté des fournitures scolaires? > Heb je schoolspullen gekocht?
Tu as un stylo? > Heb je een pen?
Oui, je vais à Amsterdam > ja, ik ga naar Amsterdam
Non, nous allons en France > Nee, wij gaan naar Frankrijk
Non, j’habite à Lyon > Nee, ik woon in Lyon.
C’est la France > Dat is Frankrijk
Ma passion, c’est le sport > Mijn lievelingshobby is sporten.
Oui, j’ai acheté un cahier >Ja , ik heb een schrift gekocht
Non, je n’ai pas de stylo > Nee, ik heb geen pen.

VOILOIR (willen)

Je veux
Tu veux
Il/elle/on veut
Nous voulons
Vous voulez
Ils/elles veulent
Passé composé : j’ai voulu
=Ik heb gewild
Beleefd : Je voudrais
=Ik zou graag willen
Woorden
la rentrée de eerste schooldag
qu'est-ce que wat
passer doorbrengen
été geweest
faire du camping kamperen
faire de la planche à voile voile surfen
rencontrer ontmoeten
rester blijven
sous onder
faire du ski nautique waterskiën
raconter vertellen
eu gehad
la carte postale de ansichtkaart
pris genomen

1.2

donc dus
sans zonder
le choix de keuze
dormir slapen
faire la queue in de rij staan
déprimant deprimerend
parce que omdat
finalement ten slotte
ambiance sfeer
plein de veel
passer la nuit de nacht doorbrengen
la caravane de caravan
l'étoile de ster
sauf behalve
il pleut het regent
dehors buiten
il y a du monde het is druk

1.3

le fournitures scolaires schoolspullen
le stylo de pen
le taille-crayon de puntenslijper
l'agenda de agenda
une paire de ciseaux een schaar
le classeur een ordner
le règle de liniaal
l'équerre à dessiner de geodriehoek
le cahier het schrift
l'épreuve de wedstrijd
le cyclisme het wielrennen
comparer vergelijken
le vainqueur de overwinnaar
le maillot de trui
le maillot à pois rouges de bolletjestrui

1.4

comme ci, comme ça zo zo
le cartable de schooltas
le pays préféré het favoriete land
définir omschrijven
je voudrais ik zou graag willen
le chiffre het cijfer

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.