Het Expertisebureau Online KinderMisbruik (EOKM) en Slachtofferhulp Nederland doen onderzoek naar financiële afpersing met naaktvideo’s onder jongens (ofwel: sextortion). Is dit jou overkomen? Deel dan jouw ervaringen door mee te doen met het anonieme onderzoek. Met jouw bijdrage help jij de hulpverlening verbeteren!

 


Naar het onderzoek


6.1 Inleiding
Samenleven is niet voorbehouden aan de menselijke soort. We leven ook samen met andere soorten die onze aarde bevolken. Onze manier van samenleven verschilt  van die van andere soorten. Sociale filosofie: wat maakt onze samenleving menselijk?
-> feitenvraag: feiten omtrent menselijke samenleven beschrijven zonder waardering (descriptief).
-> behoefte om een norm te stellen: hoe zou een samenleving georganiseerd moeten zijn, zodat ze met recht ‘menselijk’ kan worden genoemd? Waarderingen onvermijdelijk. Waardering veronderstelt doel waarnaar leden (van samenleving) kunnen streven + biedt kritische maatstaf voor beoordeling (normatief).
Sociale filosofie: bestudeert samenleven mensen.
Politieke filosofie: manier inrichten samenleving/staat, verhouding overheid en burgers.

6.2 De maatschappij als theater
Ieder van ons is medeacteur op het maatschappelijk toneel. Bij alle rollen zijn verwachtingen en normen waaraan je moet voldoen om je rol naar behoren te spelen. Opgroeien: binnengroeien in de sociale wereld, klaarstomen voor het maatschappelijke rollenspel. Sociale controle behoedt ons voor onaangepast gedrag.
Mensen geboren als behoeftige wezens, afhankelijk van anderen. Ook al overwinnen we deze totale afhankelijkheid, de behoeftigheid blijft. Totaal onafhankelijk pas als we volkomen vrij waren van be­hoeften.
Veel moedige daden kun je ten dele verklaren uit dezelfde sociale neigingen die ook tot laffe daden kunnen aanzetten. We willen erbij horen en door de anderen als één van hen worden erkend, zo niet als held worden binnengehaald. Het hangt er vanaf aan welke groep je je aanpast; een club vandalen kan de moed van elk lid voortdurend op de proef stellen, toch noemen we hun daden laf.
Erbij willen horen sterke sociale behoefte, die eerder neigt naar conformisme (neiging zich aan te passen) dan opstandigheid. Mensen kunnen op een punt komen waarop ze zich niet langer willen conformeren; er is iets belangrijker dan risico veroordeeld, afgewezen, buitengesloten (etc.) te wor­den.
Behoeften motiveren ons doen en laten, liggen aan de basis van ons gedrag. Je hebt macht over je­zelf wanneer je je behoeften wanneer nodig kunt beheersen. Macht: het vermogen invloed uit te oefenen op iemands gedrag, dat van jezelf of dat van anderen. Anderen hebben enkel macht over mij als ze over middelen beschikken om aan mijn behoeften tegemoet te komen: macht is wederkerig. Je hebt slechts macht over anderen als zij, op grond van hun behoeften, die macht erkennen. Conchita kan haar wrede spel slecht spelen, zolang Mathieu aan zijn behoefte toegeeft en zo haar macht er­kent. Behoeftigheid en macht zijn dus onafscheidelijk.
Respect voor een ander mens betekent ook respect voor zijn behoeftigheid. Er is een grote behoefte aan erkenning: ik wil dat jij mij respecteert, dat je erkent dat ik een mens ben als jij, met gevoelens, gedachten en verlangens.
Alleen wie volkomen vrij is van behoeften is niet ontvankelijk voor macht. Geloofs-  en denkrichtin­gen geprobeerd een dergelijke staat van verlossing te bereiken. Strenge leefregels, afzien, ontbering en onthouding maken je soeverein: heer en meester over hoe en wanneer de bevrediging van be­hoeften. Op de soevereine mens hebben anderen minder vat (vrijheid).
Wie beschikking heeft over middelen mijn behoeften te bevredigen, heeft macht over mij. Schaar­sere middelen -> meer macht voor wie ze heeft.

6.3 De arena van het handelen: de polis
Protest: Je treedt buiten je rol, je laat zien wie je bent. Politiek handelen is het in woorden en daad uiting geven aan datgene waar je voor staat.
Politiek: Etymologisch naar Griekse ‘polis’; stadstaten oude Griekenland. Politiek zelfstandig. Denken over politiek is opgekomen tijdens en gekoppeld aan overgang mythe -> logos (rede), die weer ver­weven is met de opkomst van de polis. Politiek: ‘het handelen in de hiervoor beschreven zin’ (niet enkel voor besturen van de staat). Daden en uitingen waarin ik mijzelf publiekelijk laat kennen zijn politiek; daad van iedereen die de moet heeft zijn nek uit te steken. Je handelen zet iets in gang en laat zien wie je bent.
Hannah Arendt (1906 - 1975)
Drie activiteiten die noodzakelijkerwijs deel uitmaken van de condition humaine (de wezenlijke con­dities van het menselijke bestaan):
- Arbeiden (primaire behoeftenvoorziening; brood): noodzakelijk voor overleving, waardoor we deel uitmaken van de kringloop van de natuur.
- Werken (wereld; meubels, huizen): activiteiten die niet direct in dienst staan van de consumptie, maar die resulteren in producten die een zekere duurzaamheid hebben en zo onze wereld uitmaken.
- Handelen: valt niet meer te begrijpen vanuit het sociale rollenspel of de economische bedrijvigheid. Zodra iemand handelt laat hij zien wij hij is, betreedt de arena van de politiek, wordt iemand.
Vele denkers koppelen de politiek-filosofische kwesties aan de twee eerste activiteiten; kritiek Arendt. Arbeiden en werken hebben de aandacht van politiek-filosofen opgeëist. Arendt sluit hier­mee aan bij onderscheid oude Grieken tussen oikos (huishouden, economie -> arbeid en werk) en polis (vrije mannen lieten hun stem horen -> handelen). Veronachtzaming van het handelen door politiek-filosofen zou een veronachtzaming van precies hun onderwerp zijn.
Handelen: mensen hebben er behoefte aan iemand te zijn, gezien, erkend, gewaardeerd en geres­pecteerd te worden. Geen algemene behoefte: niet bij alle sociale dieren, maar bij uitstek bij men­sen. Hierin komt het menselijke aspect van het sociale dier ‘mens’ haarscherp naar voren: als je door te handelen pas je eigenheid kunt vertonen, kunt laten zien wat voor mens je bent, dan is de taak van een samenleving, wil ze ‘menselijk’ heten, de voorwaarden voor het handelen veilig te stellen -> een samenleving die haar leden verbiedt of belet te handelen is ‘onmenselijk’.
Sociaal gezien gaat mijn bestaan op in het vervullen van rollen. Op grond van mijn sociale rol heb ik bepaalde belangen. Ook groepen of instellingen hebben belangen. Je kunt ook idealen hebben, meestal wil je deze verwezenlijken. Belangen verraden welke rol je vervult, ideale hebben meer te maken met persoonlijke keuzes; je hebt ze ongeacht je sociale rol. Idealen zeggen meer over iemand dan belangen. Belangen verdedig je, voor idealen sta je. Kunnen samenvallen of strijdig zijn.
Handelen is verweven met macht en onmacht: het vermogen om te handelen, om het eigen hande­len of dat van anderen te bepalen. Politieke macht speelt daar waar mensen handelen of waar hen het handelen wordt belet. Politiek: staatsmacht, macht van de overheid tegenover de burger. Uitslui­tend bij mensen te vinden. Wie zijn verlangens bedwingt, is niet ontvankelijk voor macht. Als de drie activiteiten bepalend zijn voor de condition humaine, kan de politiek niet beperkt zijn tot de organi­satie van de eerste twee. Verschillende vormen van macht onderscheiden door te letten op:
- De machtsrelatie (bijv. overheid - burger);
- De machtsbasis, waarop berust de macht? (bijv. democratische verkiezing);
- De machtsmiddelen waarover men beschikt (bijv. om de behoefte te bevredigen, bijv. sociale voor­zieningen, of om zijn macht kracht bij te zetten, bijv. politie).
Waar gehandeld wordt, moet natuurlijk de mogelijkheid zijn om te handelen. Iemand die daarin wordt tegengewerkt of belemmerd is onvrij. Vrij om te handelen ben je als dergelijke tegenwerkin­gen of belemmeringen ontbreken -> negatieve vrijheid (‘vrij zijn van…’). Deze vorm van vrijheid niet voorbehouden aan mensen. Politieke vrijheid in negatieve zin betreft de ruimte die ik heb om te handelen zonder daarbij door anderen te worden belemmerd/tegengewerkt. Positieve vrijheid (‘vrij zijn tot…’): hoe meer ik zelf mijn handel bepaal, des te vrijer ik ben (vermogen tot zelfbepaling).
‘Waarom een staat?’ -> De legitimiteit van de staatsmacht moet gelegen zijn in de redelijke instem­ming van alle burgers. Dat zij de macht over zichzelf deels overdragen en zich onderwerpen aan het gezag en de wetten van de overheid, moet een redelijke grond hebben. Filosofen die zo denken: contractdenkers. Gaan ervan uit dat de legitimiteit van de staat berust op redelijke instemming van haar burgers. Hobbes, Locke, Rousseau, Rawls.
Dat we ons aan de staatsmacht onderwerpen en haar wetten volgen, of haar rechtspraak herkennen, geeft aan dat we die macht erkennen. We achten haar rechtmatig oftewel legitiem, zodat de over­heid daadwerkelijk gezag geniet. Waarop berust de legitimiteit van de staatsmacht? Stammen: li­chaamskracht leider/kwaliteiten als jager of vechter. Absolute heersers geschiedenis: goddelijke afstamming. Monarchie: erfelijkheid. Parlementaire democratie: uitdrukkelijke instemming van het volk. Soms berust het gezag dat een overheid geniet bij haar burgers op ideologie. In 20e eeuw be­stond veel politieke filosofie in ideologiekritiek: filosofen willen de verborgen motieven blootleggen en laten zien dat de overheid de belangen dient van een enkele groep of klasse. Politiek-filosofen uiteenlopende visies hoe een staat georganiseerd moet worden en waaraan de heersers hun macht ontlenen. Oudste: Plato.

6.4 Politiek-filosofische visies
Plato (427 - 347 v.C.) - De staat als spiegel van de ziel
Zijn politieke filosofie niet meer dan opstapje naar de behandeling ethische vraag ‘Wat is rechtvaar­digheid?’. Staat is uitvergrote versie van individuele ziel. Onderzoek staat om die reden behulpzaam bij onderzoek individuele ziel. Als we begrijpen hoe en waarom een staat ontstaat zouden we ook het ontstaan van rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid in de staat te zien krijgen. Er is de noodzaak taken te verdelen, willen mensen in hun diverse behoeften kunnen voorzien. Arbeidsdeling is de ont­staansreden voor die samenlevingsvorm die ‘staat’ heet. Het is praktischer als de een zich wijdt aan een aparte behoefte waar hij de meeste aanleg voor heeft en de vrucht van zijn arbeid inbrengt ten behoeve van allen. Daarnaast zijn er handelaars nodig, zodat de ambachtslieden daaraan geen kost­bare tijd hoeven te verspillen en ieder zich op zijn eigen taak kan concentreren. Zolang de staat zich beperkt tot het voorzien in de noodzakelijke behoeftebevrediging, is zij relatief klein, overzichtelijke n gezond. Er zullen altijd lieden zijn die meer willen dan wat de staat te bieden heeft. Het gaat mis zodra de staat haar natuurlijke grenzen wenst te  overschrijden -> oorlog. Gezonde staat weren tegen mogelijke aanvallen van zo’n ongezonde, op veroveringen azende staat, zal ze behalve werkers (am­bachten en handelaren) ook moeten voorzien in een goed en sterk leger (wachters). Twee aparte standen (werkers en wachters), krijgen beiden op basis van hun natuurlijke aanleg hun taak toege­wezen. Zijn opvoeding, in handen van de staat, moet de eigenschappen (zoals vlug, sterk, dapper etc.) bevorderen. Literatuur, muziek, zang en dans strikte censuur. Ook klasse regeerders nodig ge­selecteerd uit klasse wachters. Alleen besten geschikt: diegenen die in hoge mate wachterskwalitei­ten bezitten en van jongs af aan via allerlei testen hebben bewezen te allen tijde  het belang van de staat voorop te stellen. Deze hoogste wachters zijn filosofen; hebben meningen en ware kennis. De belangrijkste eigenschap van de leiders is dat zij voortdurend gericht zijn op de waarheid en daardoor het best in staat zijn de staat volgens principes van waarheid en rechtvaardigheid te leiden. Mannen en vrouwen zullen samenwonen in een gemeenschap van leiders, zonder bezittingen. Weten niet wie hun kinderen zijn -> beschouwen en behandelen alle jongeren als hun zoon/dochter.
Om te voorkomen dat burgers zich tegen deze natuurlijke standenindeling verzetten, kinderen op­brengen geloof in legende. Legende: alle mensen in de staat broeders, enkelen van de wachters bij hun geboorte leiderskwaliteiten gekregen, vergelijkbaar met puur goud -> maakt hen tot waardigste mensen en leiderstypen. In natuur andere wachters zilver bijgemengd, boeren en andere handels­werklieden ook ijzer en brons. Een orakel voorspelde dat de staat zal vergaan, wanneer hij bewaakt wordt door ijzeren/bronzen wachter. Als de traditie die dit verhaal staande houdt maar sterk genoeg is zal niemand zich tegen de staatsorde verzetten.

Standen

Deugden

Lagen

Individuele deugden

Resultaat

koning-filosofen

wijs, dapper, matig

rede

wijsheid

  

Rechtvaardigheid

wachters/soldaten

dapper en matig

moed

dapperheid

werkers

matig

begeerte

matigheid


Een rechtvaardige samenleving spiegelt het evenwichtige karakter van een individu dat de perfecte balans heeft bereikt tussen zijn drie zielsvermogens: geest, moed en begeerte. Een optimaal gebruik van deze vermogens resulteert in een leven volgens de drie deugden. Diezelfde deugden zijn terug te vinden in de evenwichtige ordening van de samenleving  in standen. Alle drie worden ze gekenmerkt door matigheid, zodat de samenleving autarkisch kan zijn: geen schaarste, want niemand begeert meer dan dat waarin de staat kan voorzien. Het evenwicht wordt bewaard door de wachters, op deze manier is een staat sterk en bestand tegen aanvallen van buitenaf. De ordening is een natuurlijke ordening. Dat lukt alleen wanneer de regering inzicht heeft in deze ordening, en ervoor zorgt dat de burgers overeenkomstig hun natuurlijke aanleg worden opgevoed, zodat ieder het zijne toekomt -> rechtvaardigheid gegarandeerd. De hoofdtaak van de staat is opvoeding: het aanleren van matigheid aan iedereen, praktische vaardigheden aan de arbeiders; soberheid en hardheid aan de soldaten en zelfbeheersing, theoretische kennis en plichtsbesef aan heersers. Dergelijke opvoeding -> rechtvaar­dige leiders -> rechtvaardige staat.
Plato onderscheidt vijf staatsvormen en vijf daarmee corresponderend menstypen. Toetst de vier laatste aan het model van de ideale staat. Ze lopen over in elkaar.
1. Aristocratie (ideale staat): Standenmaatschappij waarin de beste wachters filosofen en leiders zijn. Juiste voorwaarden voor het rechtvaardige menstype.
2. Timocratie (eerzuchtige hebben de leiding): Diegenen die gedreven worden door zucht naar eer en rijkdom hebben de leiding. Het hartstochtelijke deel van de ziel voert boventoon. Ook individuen zonder wachterskwaliteiten aangetrokken tot rijkdom. Als de onenigheid te hoog oploopt, gooien ze het op een akkoordje en het land en andere zaken onder elkaar verdelen. Hun medeburgers zullen ze gaan onderwerpen. Menstype: laat zich leiden door het emotionele en eerzuchtige deel van de ziel.
3. Oligarchie (regering in handen van de rijken): Rijken bezitten qua opvoeding en vorming niets meer van de wachterskwaliteiten. Macht in handen van enkelen die zich ten koste van de andere burgers hebben weten te verrijken en een bepaalde hoeveelheid eigendom tot voorwaarde voor regeringsdeelname uitroepen.
4. Democratie (eenieder vrij om te zeggen wat hij denkt en om te doen wat hij wil. Niemand ge­dwongen te regeren): Wie wil regeren behoeft zich slechts voor te doen als vriend van het volk, hij wordt overladen met eerbewijzen. Ongebreidelde begeerte. De democratische mens geeft ongehin­derd toe aan alles wat hij begeert.
5. Dictatuur/tirannie De tirannieke mens wenst in geen enkel verlangen gehinderd te worden. Pro­beert iedereen aan hem te onderwerpen. Voldoende aanhang -> dictator. Tirannieke mens nooit tevreden, altijd opgejaagd nieuwe begeerten. Kan niet gelukkig zijn, geldt des te meer voor onderge­schikte.
Hoe groter de ontaarding, hoe verder de staatsvorm verwijderd raakt van het ideale model, hoe on­rechtvaardiger zij is en hoe ongelukkiger haar burgers. Ook de ziel drie delen: begerende, moedige, redelijke. Het gelukkigst is diegene in wiens ziel het redelijke deel het heersende is en het begerende en eerzuchtige aan zich onderwerpt.

Aristoteles (384 - 322 v.C.)
Het goede menselijk leven, is het hoogste doel van de politieke gemeenschap. Oorsprong van de staat: gelegen in de gemeenschap tussen man en vrouw. Een andere natuurlijke relatie is de relatie tussen diegenen die van nature heerser en onderdaan zijn. Tijd Aristoteles slavernij gewoon. Eerste samenlevingsvorm: gezin. Daarna gemeenschap van gezinnen. Aantal dorpen groeien samen tot autarkische gemeenschap -> staat geboren. Staat (voor Aristoteles polis, stadstaat, relatief klein) natuurlijke gemeenschap. De natuur van elk ding en levend wezen is gelegen in het telos, datgene wat iets is wanneer het volledig tot ontwikkeling is gekomen (eikel -> eik). Telos samenleven: samen volledig in de eigen behoeften kunnen voorzien. Telos individu gelegen in staat. Diens doel is opti­maal mens zijn en de staat is bij uitstek de gemeenschap die daartoe de voorwaarden schept. De mens is van nature niet alleen een sociaal dier maar bovenal een politiek dier.
Taalvermogen praktisch: dient communicatie van wat wel en niet bevorderlijk is voor het doel. Be­vorderlijk voor welzijn staat is goed/rechtvaardig. Wat de staat schaadt slecht/onrechtvaardig. Het schadelijke is onnatuurlijk en dus verwerpelijk. Het idee van rechtvaardigheid is verankerd in de na­tuur van mensen: natuurrecht, moet tot uitdrukking komen in wetten. Beoordeelde staatsvormen uitgaande van de vraag in hoeverre deze aan het doel van de staat beantwoordt: gemeenschap waarin de burgers tot optimale ontplooiing kunnen komen. Dienen algemeen welzijn: rechtvaardig, regering jaagt eigenbelang na: onrechtvaardig. Onderscheidt drie vormen die in het teken staan van algemeen belang: monarchie, aristocratie, republiek. Kunnen ontaarden en omslaan in: tirannie, oli­garchie, democratie. De beste staat is een staat waarin vele vrije burgers betrokken zijn bij het be­stuur en waarin de rechtvaardigheid door wetten wordt gegarandeerd. Slaven en vrouwen uitgeslo­ten, van nature ongeschikt leiding geven. Zelfde diegenen productie/handel.
De mens is een politiek dier, omdat hij over rede beschikt. Politiek veronderstelt logos, denk- en taal­vermogen. Logos is het hoogste vermogen van mensen, daarom kan een samenleving niet ‘menselijk’ heten wanneer zij mensen niet in staat stelt dit vermogen te ontwikkelen en uiten (handelen). De politiek, het handelen, behoort daarom tot de activiteiten waarin we pas waarlijk mens zijn.

De staat van God: Aurelius Augustinus (354 - 430)
Plato had zijn filosofie opgeschreven in de vorm van dialogen. De neoplatonisten verwerkten zijn gedachten tot een samenhangend geheel. Augustinus’ visie op de staat is verankerd in zijn christe­lijke overtuiging. Eerste poging wereldgeschiedenis te schrijven. De historische feiten en Bijbelse geschiedschrijving brengt hij onder in één grote wereldhistorische samenhang die berust in een strijd tussen de aardse staat en het rijk Gods. De geschiedenis begint wanneer twee afvallige engelen een tweede rijk creëren naast de staat Gods. De wereldlijke staat is niet meer dan een vervalsvorm van de goddelijke staat, en de geschiedenis is een ontwikkelingsgang in de richting van een herstel van de goddelijke staat op aarde. Kerk vertegenwoordiger van de staat Gods op aarde -> kerk meer macht toekennen dan de staat. Grondslag middeleeuwse heerschappij kerk over staat. Mens komt van na­ture tot staatsvorming vanuit natuurlijke neiging tot liefde voor anderen. Gezin hoeksteen staat en positie vergelijkbaar vorst. Deze dankt macht aan God ipv volk. Benaming staatsopvatting: theocra­tie. Men is gehoorzaamheid verschuldigd aan de vorst zolang diens bevelen niet tegen goddelijke geboden ingaan. God regeert de wereld, maar de rechtvaardigheid van Gods oordelen is verborgen of ondoorgrondelijk. Er is geen direct verband tussen zonde en straf (ook slechte mensen leven soms in geluk en voorspoed). Goede daden moeten niet gemotiveerd zijn door een streven naar aards geluk, maar allereerst in het teken staan van de zoektocht naar het eeuwige leven; het tijdelijke le­ven is ‘de leerschool voor het eeuwige leven’. Rechtvaardigheid kan nooit gelegen zijn in tussen men­sen afgesproken regels. Ware gerechtigheid is niet die van het positieve (geschreven) recht maar een morele rechtvaardigheid, waarop wetten gebaseerd moeten zijn. Rechtvaardigheid: aan ieder het zijne geven, in de eerste plaats aan God. Deze rechtvaardigheid bestaat enkel waar de ene God wordt vereerd, in de goddelijke staat of de stad van God (Jeruzalem). Staat tegenover aardse stad, gevormd demonen en heidenen. Twee steden op aarde en in geschiedenis gemengd, maar aan einde der tijden gescheiden. Hemelse stad alles/iedereen gericht op liefde tot God, in aardse stad eigen­liefde. Splitsing: aardse stad afsterven, bewoners eeuwige bestraffing, inwoners hemelse stad eeu­wige leven. Sleutel stad van God Christus. De genade van de middelaar tussen God en de wereld zal over deze stad heersen, waardoor er volmaakte rust en vrede zal heersen.

Thomas van Aquino (1225 - 1274)
Het enige middel dat een mens kan inzetten ten dienste van zijn overleving is zijn verstand. In zijn eentje onvoldoende kracht -> natuur zelf die hem noodzaakt met zijn soortgenoten samen te leven. Mens van nature een politiek dier dat een maatschappelijke en politieke organisatie behoeft om zich te kunnen handhaven. De staat natuurlijk doel van de mens. Kennis te overleven met anderen delen door taal. Behoefte aan leiding doordat de van nature gegeven menselijke gemeenschap doelmatig functioneert. Rede noodzakelijk als leidend principe, zodat het individu zich niet verliest aan zaken die zijn overleven in de weg staan. Leider van staat noodzakelijk ervoor te zorgen dat het reilen en zeilen in de gemeenschap op het algemeen welzijn gericht is en eenheid te bewaren.
Onrechtvaardige regeringsvormen: 1. Tirannie; één tiran door geweld, 2. Oligarchie; enkelen macht, onderdrukken volk met hun rijkdom, 3. Democratie; macht aan meerderheid, volk is de tiran.
Rechtvaardige regeringsvormen: 1. Politiestaat; leiding groep soldaten, 2. Aristocratie; heerschappij van de besten, 3. Monarchie; leiding één persoon, ‘koning’ heerst over anderen als herder die waakt over zijn kudde, en voortdurend het algemeen welzijn nastreeft.
Monarchie meest rechtvaardig want meest doelmatig. Belangrijkste doel staat en regering moet zijn om eenheid, vrede te bewaren. Macht meerdere personen, kans verdeeldheid. Geheel belangrijker dan delen. De monarchie die hij beschrijft is vooral een norm waaraan werkelijke monarchieën zou­den moeten voldoen. Vorsten kunnen ‘De regimine principum’ een handleiding lezen voor recht­vaardig leiderschap, ‘vorstenspiegel’ genoemd. Tirannie meest onrechtvaardig want regering dient slechts belang tiran. Elk organisme streeft van nature naar zelfbehoud. Mens heeft rede -> streeft bovendien naar kennis, waarheid. Uit deze neigingen aantal principes afleiden, deze morele princi­pes, af te leiden uit menselijke natuur, vormen ‘natuurrecht’. Natuurrecht richtsnoer voor handelen. Door zijn inzicht in de natuurlijke wetten heeft de menselijke rede deel aan de goddelijke wet. Kennis van de eeuwige goddelijke wet kan worden verkregen door kennis van de menselijke natuur. Thomas wil vermijden dat de eeuwige wet een kwestie zou zijn van goddelijke willekeur. Over kennis van de van nature gegeven ethische wetten is discussie mogelijk. Verschil natuurlijke en goddelijke wet. Postieve recht; geschreven recht van de staat. Wetten van de staat moeten in overeenstemming zijn met de natuurlijke wetten, dan kunnen de wetten van de staat gezien worden als nadere formulering van natuurlijke ethische wetten. De ware wetten van een rechtvaardige staat vertegenwoordigen goddelijke wetten. Staat dient hoger doel. Hoogste goed is niet de staat zelf, maar de aanschouwing van de hemelse God. Kerk voor dit doel beste leidinggeven -> staat ondergeschikt kerk.

Niccolò Machiavelli (1469 - 1527)
Machiavellistisch: sluwe, gewetenloze staatkunde of onderneming (waarbij het doel de middelen heiligt). Hield pleidooi voor de monarchie. Regeren pure machtsstrijd. Voornaamste taak vorst: een­heid van staat bewaren en haar macht tegenover andere staten te bewaken. Verdedigt dat díe mid­delen gerechtvaardigd zijn, die dit doel op grond van rationele overwegingen het best dienen. Vaak geportretteerd filosoof principe ‘het doel heiligt de middelen’. Om zijn taken te kunnen vervullen heeft de vorst macht en gezag nodig: het volk moet zijn macht eerbiedigen. Zal het enkel doen als het de nodige vrijheid geniet.

Thomas Hobbes (1588 - 1679)
Kennis van de menselijke natuur moet voor contactfilosofen het ontstaan van de staat als redelijke beslissing op grond van de natuur begrijpelijk maken. Ze postuleren een soort natuurtoestand, wan­neer staatsvorming nog niet heeft plaatsgevonden om erachter te komen waarom staatsvorming noodzakelijk was. Als de instemming van een overheid berust op redelijke instemming van haar on­derdanen, is het begrijpelijk dat deze burgers de macht van de staat erkennen. Hobbes’ voorstelling van de natuurtoestand is overduidelijk geïnspireerd door de onrust in zijn land en zijn vrees voor burgeroorlog en chaos. Mechanistisch mensbeeld. Uitgangspunt strikt materialistisch: materiële, bewegende lichamen vormen de basis van de gehele werkelijkheid, die geregeerd wordt door na­tuurwetten -> zijn filosofie gekenmerkt door streng determinisme. Mensen worden allereerst be­paald door bewegingen van afstoting, afkeer of aantrekking, begeerte. Basiskenmerk mensen: rust­loze, ongebreidelde begeerte naar macht (aantrekking), hierdoor concurrenten. Tweede basiseigen­schap: ingeboren angst (afkeer) voor de dood. Derde: mensen zijn van nature redelijke wezens. Na­tuurtoestand aanvankelijk volstrekte gelijkheid. Natuurmensen gedreven door dezelfde wensen. Schaarste bepaalde gewenste goederen: strijd, oorlog van allen tegen allen. Blijft bestaan zolang de begeerte naar macht overheerst. Streven naar zelfbehoud en menselijke redelijkheid brengen de natuurmens op andere gedachten en leiden ertoe dat mensen deze natuurtoestand vermijden/verlaten. In de natuurtoestand heerst natuurrecht; recht op zelfbehoud, het recht op alles wat dit zelfbehoud dient. Natuurwet; plicht tot zelfbehoud, volgt uit het natuurrecht. Plicht tot zelfbehoud eist dat alle mensen in hun eigen belang naar vrede en veiligheid streven. Natuurrecht en natuurwet leiden tot een tegenspraak. Een voorwaarde voor vrede is daarom dat eenieder afstand doet van het natuurrecht, wat enkel kan als iedereen dat tegelijkertijd doet. 
Een contract is de enige redelijke oplossing uit de natuurtoestand te komen. Beschrijft dit in de Leviathan (monster als symbool voor staat). In het contract doe ik afstand van mijn onbeperkte rechten en draag ik deze over aan een soeverein. Deze moet ervoor zorgen dat eenieder zich aan de overeenkomst houdt en krijgt daartoe absolute macht. De burger accepteert deze macht zolang deze de vrede en veiligheid waarborgt. Taak staat: bescherming bieden, het lijfsbehoud van de burgers. John Locke voegde daar bescherming van eigendom aan toe. Staat wil ideologisch neutraal zijn, maar achter de sluier van vermeende neutraliteit gaat veelal een bepaalde mensvisie schuil. In Hobbes’ voorstelling van de staat is wel plaats voor sociale wezens die arbeiden en werken, niet voor politieke dieren die handelen. De morele vrijheid, de vrijheid je eigen waarden te stellen en volgens deze te leven, impliceert dat er tragische situaties kunnen zijn waarin je je diepste verlangens moet prijsgeven omwille van je menselijkheid, je waardigheid als mens. Handelen is de bevestiging van deze waardigheid, en als zodanig een politieke daad. De veiligheid die Hobbes vaststelt als doel en legitimatie van de staat, en tot hoogste waarde verheft, is uiteindelijk ontoereikend voor een samenleving van mensen. Ze is geënt op een mechanistisch mensbeeld waarin het streven naar zelfbehoud de boventoon voert. De ‘politieke filosofie’ is ontoereikend omdat de mensvisie waarop zij berust tekortschiet: onze biologie zegt in laatste instantie te weinig voer onze menselijkheid en verliest het van al diegenen die tegenover de macht hun waardigheid willen behouden.

John Locke (1632 - 1704)
Klassieke tekst voor het liberalisme. Probleem van Hobbes’ systeem gevaar voor despotisme, dat ontstaat wanneer de stilzwijgende instemming waarop de legitimiteit van de absolute heerser berust afbrokkelt. Locke vervangt het principe van stilzwijgende instemming door de instelling van een verkiesbaar parlement. De leden moeten het volk vertegenwoordigen -> volkssoevereiniteit. Ruimere opvatting taken staat: behalve bescherming en veiligheid bieden mbt lijfsbehoud, ook bescherming particuliere eigendom. Maatschappij die Locke postuleert als voorafgaand van de invoering van de staat: mensen in de natuur recht op leven, gezondheid, vrijheid en eigendom (recht op eigendom natuurrecht). Aarde en alle vruchten die zij voortbrengt in den beginne aan iedereen gemeenschappelijk eigendom, mensen op grond van natuurlijke recht op leven ook recht op de vruchten van de aarde, zoveel als ze nodig hebben in hun levensonderhoud te voorzien. Mijn lichaam mijn bezit -> de arbeid die ik met dit lichaam verricht mijn eigendom. Een verbod op verspilling, God heeft de aarde niet geschapen om haar vruchten te verspillen. Regel: ik mag mezelf niet meer toe-eigenen, wanneer er niet genoeg voor anderen overblijft/wanneer anderen door de manier waarop ik eigendom vergaar schade wordt toegebracht. Te weinig overtreders in de natuurtoestand de overdracht van alle natuurrechten aan een absolute heerser te rechtvaardigen. Vrede, welwillendheid en hulpvaardigheid. Enkele overtreders zullen elk individu dwingen maatregelen te nemen ter bescherming van zichzelf en zijn eigendommen. Reden overheid instellen die zoveel macht krijgt als nodig om hun personen en eigendommen te beschermen. Een zo ingestelde staatsmacht is dus beperkt en blijft altijd het product van vrije individuen die haar instellingen (oa wetten) kunnen veranderen, als een meerderheid daartoe beslist. Natuurtoestand evenwichtig; niemand eigent zich meer toe dan hij voor zijn leven nodig heeft. Niet door eigen arbeid te verkrijgen, verkregen door ruil. Oppoten van goederen die aan bederf onderhevig zijn is voor niemand wenselijk en bij de natuurwet verboden. Gaat mis zodra geld word ingevoerd; kan worden opgepot -> verbod op verspilling niet langer grenzen aan het bezit, start ongelimiteerde eigendomsvermeerdering. Iedereen ingestemd invoering geld -> geen bezwaar tegen deze vorm van zelfverrijking. Economisch gezien kan het evenmin veel kwaad, omdat een stuk land in privé-eigendom meer producten oplevert dan gemeenschappelijk land. Zo is ook tegemoetgekomen aan de eis dat eigendomsverwerving is toegestaan, zolang anderen daardoor niet worden belemmerd in hun recht op overleving. Geen grond, nog altijd bezit lichaam -> arbeid verkopen. Vrijenmarktdenken dat kenmerkend is voor liberalisme.

Jean-Jacques Rousseau (1712 - 1778)
Onbevooroordeelde zelfinkeer verschaft toegang tot de ware aard van de menselijke natuur en geeft inzicht in het  leven van de oorspronkelijke natuurmens. Mensen zijn van nature lui, en ik doen in natuurlijke omstandigheden niet meer dan hun primaire behoeften bevredigen. Bij dwingende omstandigheden zullen ze hun creativiteit inzetten om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen. Arbeid leidt niet enkel tot de vereiste aanpassing maar intensiveert relaties en leidt tot vorming van telkens nieuwe behoeften. Terwijl de natuurmens aan zichzelf genoeg heeft, in het heden leeft en volledig met zichzelf samenvalt, verliest de maatschappelijke mens zich in behoeften die hm van nature vreemd zijn. Deze verwijdering van zijn natuurlijke behoeften en zelfgenoegzaamheid = vervreemding. Ontwikkeling van de maatschappij steeds verdergaande vormen vervreemding. De mensen die opgaan in hun sociale relaties, strevend naar de bevrediging van hun aangeleerde behoeften, en verwijderd van hun eigen natuurlijkheid, leven in een schijnwereld gekenmerkt door groeiende sociale ongelijkheid. In natuurtoestand enkel ongelijkheid die berust op feitelijke verschillen. Erkent dat het ontwerp van een natuurstaat noodzakelijk is om de noodzaak en legitimiteit van de politieke orde te verhelderen. Pas wanneer we erin slagen de mens te bezien los van wat hij geworden is, kunnen we een beeld krijgen van de natuurmens in zijn ongekunstelde ware gedaante. Rousseau zocht naar manieren om aan de vervreemding te ontkomen en het natuurlijke zelf te hervinden. De natuurmens is gezond en sterk, in tegenstelling tot de moderne mens die een ziekelijk en zwak gestel heeft ontwikkeld. Tussen man en vrouw bestaat geen vaste permanente band. De fysieke ongelijkheid heeft in de natuurstaat nauwelijks invloed, de verschillen tussen mensen nú zijn grotendeels het werk van gewoonte, opvoeding en leefwijze. Zelfs de verschillen die er bestaan spelen nagenoeg geen rol zolang de sociale relaties ontbreken waarin die verschillen kunnen worden uitgemeten. In natuurtoestand verschil mensen andere dieren. Mens fysiek net als andere dieren een machine, onderworpen aan de wetten van de natuur. Dieren handelen instinctief, mensen handelen vrij. Mensen gekenmerkt door vermogen zich te volmaken (perfectibilité). Deze volmaakbaarheid van menselijke individu en soort strekt hem eerder tot nadeel. Met zijn ontwikkeling beginnen ook het verval en de vervreemding. In de natuurstaat is men autark en solitair -> vrede. Versterkt aangeborgen eigenschap: vermogen tot medelijden, afkeer lijden van anderen. Streven naar zelfbehoud ontaardt in de samenleving echter in eigenliefde, egoïsme. Ontstaan van staten; de natuurlijke, ‘echte’ behoeften verdwijnen steeds meer naar de achtergrond, terwijl vervreemding, ongelijkheid en uitbuiting hun greep op de mensen verstevigen. In deze ontwikkeling twee belangrijke breekpunten, revoluties die elk een beslissende stap naar het volgende stadium van ontwikkeling én verval uitmaken. Eerste revolutie: bevolkingstoename -> schaarste -> menselijke soort moet zich over groter gebied te verspreiden en zijn sluimerende vermogens activeren (intelligentie, werktuigen, arbeidsdeling) -> deze nieuwe middelen stellen e natuurmens in staat zich aan te passen aan een natuur die hem niet meer onmiddellijk geborgenheid biedt -> mensen gaan zich met elkaar vergelijken, besef van verschillen en groeiend gevoel superioriteit tegenover andere dieren. Dit zelfbewustzijn en gevoel van trots tegenover andere dieren betekent definitieve breuk met de natuurstaat.  Veel uitvindingen, zodat met het verlaten van de natuurstaat de veranderingen elkaar razendsnel opvolgen. Vergemakkelijking van het leven leidt tot verzwakking lichaam en geest, gewenning leidt tot afhankelijkheid van de nieuwe vindingen.
Piramide van Maslow, hiërarchie van behoeften:

  • Zelfontplooiing
  • Behoefte aan waardering en erkenning
  • Behoefte aan sociaal contact
  • Behoefte aan veiligheid en zekerheid
  • Lichamelijke behoeften

Samen leven en arbeiden leiden ertoe dat mensen door wederzijdse behoeften aan elkaar gebonden raken. Geleidelijk grotere gemeenschappen. Problemen ten gevolge uitvinding smeedkunst. Tweede revolutie: nieuwe vinding -> verdergaande arbeidsdeling en ontwikkeling landbouw. Minder handen kunnen nu voorzien in het voedsel van ook degenen die zich niet met de voedselvoorziening bezighouden -> rechtvaardig dat degene die jarenlang een stuk grond bebouwt niet allen de vruchten ervan, maar ook dit stuk grond zelf als zijn eigendom beschouwt. Sociale ongelijkheid groeit. Deze concurrentiemaatschappij dwingt individuen ertoe zich beter voor te doen dan ze zijn om zo hun eigen belangen beter te kunnen dienen, ten koste van anderen. Schijn -> vervreemding. Toenemende gelijkheid -> toenemende armoede. Het streven naar zelfhandhaving is door al deze verwikkelingen verworden tot een wil tot macht. Wederzijdse afhankelijkheid, terugkeer natuurtoestand onmogelijk. Om aan deze toestand van oorlog te kunnen ontsnappen en zich tegen het ‘recht van de sterkste’ te wapenen, bedenkt de rijke een uiterst slim plan: laten we ons verenigen de zwakken te beschermen tegen onderdrukkingen, de eerzuchtige in bedwang te houden en voor ieder het bezit van wat hem toekomt veilig te stellen; rechtsregels en vredesbepalingen opstellen. Laten we in onze krachten samenbundelen in een hoogste macht die ons bestuurt volgens wijze wetten, die alle leden van de gemeenschap beschermt en verdedigt, die gemeenschappelijke vijanden verdrijft en ons in blijvende eendracht bijeenhoudt. Geweld -> wet en de legitimering van macht op basis van instemming van iedereen. Dit contract is een pseudocontract daar het vooral de belangen van de rijke dient. Legitimeert de ongelijkheid van arm en rijk en maskeert deze met een schijn van rechtmatigheid. Ongelijkheid is de ideologie die achter deze rechtstaat schuilgaat. Economische ongelijkheid leidt tot machtsongelijkheid. De armen en onmachtigen zullen onvrede uiten door ongehoorzaamheid en protest. Er is een nieuw contract mogelijk; ‘het maatschappelijk verdrag’. Dit ‘echte’ maatschappelijke verdrag moet de vrijheid en gelijkheid van de burgers waarborgen. De kern van dit echte sociale contract is het concept van een gemeenschappelijke, algemene, wil. Locke verdedigt de volkssoevereiniteit. Het volk wordt gevormd door de verzameling individuen die hun gemeenschappelijke belangen als hun algemene wil vastleggen in het maatschappelijk verdrag en op basis daarvan een collectief vormen. Als burger stelt het lid wetten op, waaraan hij als onderdaan gehoorzaamt. Hij gehoorzaamt alleen de wetten die hij zelf heeft opgesteld, en geeft dus zijn vrijheid maar zeer ten dele prijs. De algemene wil vindt haar neerslag in wetgeving die aan veranderingen onderhevig blijft en aan telkens nieuwe omstandigheden wordt aangepast. Ze valt niet samen met de wil van allen. Haar invulling blijft steeds open voor toekomstige generaties. Het ware eigenbelang is vanzelf algemeen belang. Een tegenspraak betekent dat één of beide niet waarlijk zijn zoals ze zich voordoen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.