De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Filosofie Samenvatting Hoofdstuk 6
§1 Inleiding

Samenleven is wel menseigen, maar geenszins specifiek voor onze soort.
Wat maakt een samenleving menselijk?
- feitenvraag: descriptief observeren
- norm: welke norm is volgens jou menselijk?
sociale filosofie: de filosofie over het samenleven, over de wijze waarop wij als mensen samenleven en onze samenleving inrichten.
politieke filosofie: filosofie over de inrichting van de staat, de verhouding tussen overheid en burgers

§2 De Maatschappij als Theater
Je vervult oneindig veel sociale rollen op het maatschappelijk toneel. Bij die rol moet je aan bepaalde verwachtingen en normen voldoen. Het is sociale leven is een oneindig rollenspel. Als je faalt – rol van outcast
Behoeftigheid verklaart in belangrijke mate onze bereidheid mee te draaien in het sociale rollenspel. Je kan niet anders. Totaal afhankelijk waren we als we volkomen vrij waren van onze behoeften.
Veel moedige daden kun je ten dele verklaren uit dezelfde sociale neigingen die ook tot laffe daden kunnen aanzetten. We willen niet alleen (over)leven, maar er ook bij horen.
Behoeftige wezens: Alle soorten behoeften (elementaire, dierlijk, etc.) motiveren ons doen en liggen aan de basis van ons gedrag. Omdat we behoeftig zijn, zijn we gevoelig voor macht.
Macht: Het vermogen invloed uit te oefenen op iemand gedrag, dat van je jezelf of dat van anderen.
Anderen hebben macht over mij, maar alleen als ze inspelen op de behoeften en de middelen beschikken om die behoeften tegemoet te komen.
Zonder behoeften om op in te spelen heeft macht geen betekenis meer. Als het voorwerp van verlangen niet langer verlangd wordt, wanneer de behoefte -basis van macht- is uitgedoofd.

§3 De arena van het handelen: de polis
Politiek handelen: Het in woord en daad uiting geven aan datgene waar je voor staat
(betreft niet alleen het bestuur, maar ook het terrein van het handelen)
Politiek als het terrein van het handelen in strikte zin: de daden en uitingen waarin ik mijzelf ‘publiekelijk’ (openlijk) laat kennen: ‘politiek’. De daad waarmee je als individu openlijk voor iets durft uit te komen.
Hannah Arendt: Drie activiteiten voor de condition humaine:
- arbeiden (activiteit die noodzakelijk is voor overleving van de biologische soort: sociale rollenspel)
- werken (activiteiten die niet direct in dienst staan van de consumptie, maar die resulteren in een duurzaam product: economische bedrijvigheid)
- handelen (wie handelt, betreedt de arena van de politiek, treedt uit anonimiteit en wordt iemand)
Kritiek van Arendt: Politiek-filosofen geven aandacht aan arbeiden en werken(oikos), maar niet aan handelen, terwijl dat in feite het onderwerp is bij de filosofie. (zie Grieken: polis)
Menselijke samenleving: Samenleving die recht wil doen aan het specifiek menselijke, de condition humaine, moet zich ook richten op het handelen. Een samenleving waarin de voorwaarden voor het handelen dus veilig zijn gesteld, zodat je door te handelen je eigenheid kunt tonen en uit je anonimiteit kan kruipen. (de behoefte om iemand te zijn)
Belang: Voordelen op grond van de sociale rol
Ideaal: Een droom van iets dat perfect is en waar je naar streeft, persoonlijke keuze
Wil je iemand echt leren kennen, dan zeggen de idealen heel wat meer dan zijn belangen. Belangen: ‘wat’ hij is (zijn sociale rol), idealen: ‘wie’ hij is(zijn persoonlijkheid).
Door de politieke macht is de mensenmaatschappij geschieden van de dierenmaatschappij.
Verschillende vorm van macht kun je onderscheiden door te letten op:
- de machtsrelatie (bv. overheid-burger)
- de machtsbasis (bv. waarop berust macht? democratische verkiezing)
- de machtsmiddelen (bv. sociale voorzieningen)
Politieke vrijheid: De ruimte die er is om te handelen
Negatieve vrijheid: Het ontbreken van vrijheid (vrij zijn van..)
Positieve vrijheid: Het vermogen tot zelfbepaling (vrij zijn tot..)
Contractdenkers: Filosofen die er van uit gaan dat de legitimiteit van de staat berust op redelijk instemming van haar burgers: Hobbes, Locke, Rousseau & Rawls
Legitimiteit(rechtvaardigheid) van de staatsmacht (je erkent de macht van de staat) kan berusten op goddelijke afstamming, erfelijkheid, instemming van het volk of een ideologie.
Ideologie: Een stelsel van ideeën en opvattingen die op verborgen wijze het handelen van overheid en burgers motiveren

§4. Politiek-filosofische visies
§4.1. Plato
‘De staat is in zekere zin een uitvergrote versie van de individuele ziel’.
Verklaring oorsprong van de staat: de noodzaak om taken te verdelen om zo iedereen van zijn behoeften te voorzien (arbeidsverdeling)
Standen in de staat Deugden Lagen in de ziel Individuele deugden Resultaat
Koning-filosofen Wijs, dapper, matig Rede Wijsheid RECHT-
Wachters/ soldaten Dapper en matig Moed Dapperheid VAARDIG-
Werkers Matig Begeerte Matigheid HEID
Zo is de staat een spiegel van individuele ziel. Rechtvaardigheid van de samenleving spiegelt het karakter van een individu dat de perfecte balans heeft bereikt tussen zijn drie zielsvermogens en een optimaal gebruik van de drie deugden.
Hoofdtaak van de staat is opvoeding: het aanleren van matigheid (iedereen), praktische vaardigheiden(werkers), hardheid(soldaten), zelfbeheersing(heersers).
Deze ideale staat is niet gemakkelijk te realiseren. Hij beschrijft 4 staatsvormen en schetst wat daaraan mankeert:
a. Aristocratie: Zijn eigen staat, ingericht als een standenmaatschappij waarin de beste de leiding hebben. De staat biedt de juiste voorwaarden voor het rechtvaardige menstype.
b. Timocratie: De staatsvorm waarin de eerzuchtigen de leiding hebben, die zich laten leiden door het emotionele en eerzuchtige deel van de ziel. Gaat ten onder aan innerlijke spanningen.
c. Oligarchie: De macht is in handen van enkelen (de bevoorrechte klassen) die zich ten koste van de andere burgers hebben weten te verrijken. Gaat ten onder aan rijkdom.
d. Democratie: Staatsvorm waarbij iedereen vrij is om te doen wat hij wil en te regeren. Degene die regeert, hoeft zich niet aan de grondige opvoeding (3 deugden) te onderwerpen zoals bij een aristocratie. Gaat ten onder aan vrijheid.
e. Dictatuur: Staatsvorm waarbij een leider alles onderdrukt. De tirannieke mens is nooit tevreden, wordt opgejaagd door nieuwe begeerten. Gaat ten onder door onderdrukking.

§4.2. Aristoteles
Het goede, menselijk leven is het hoogste doel van de politieke gemeenschap.
Oorsprong van de staat: Natuurlijke relaties liggen aan de basis van deze natuurlijke gemeenschap. Man-vrouw, heerser-slaaf. → gezinnen → dorp → staat die in alle noodzakelijke levensbehoeften kan voorzien.
Kern van Aristoteles’ gedachtegang is dat de natuur van elk ding en elk levend wezen gelegen is in de telos(doel, bestemming). Volgens Aristoteles is de telos van het samenleven én de telos van de individuele mens gelegen in de staat.
Rechtvaardige staat: Een gemeenschap waarin de burgers tot optimale ontplooiing kunnen komen. De monarchie, aristocratie en de republiek staan in het teken van algemeen belang.

§4.3. Aurelius Augustinus
Hij beschrijft de wereldgeschiedenis met behulp van historische feiten en de Bijbelse geschiedschrijving. Je hebt het aardse burgerschap en het burgerschap Gods. Het aardse burgerschap is niet meet dan een ontwikkelingsgang in de richting van een herstel van de goddelijke staat op aarde. De kerk is de vertegenwoordiger.
Oorsprong staat: Natuurlijke neiging van liefde tot anderen.
Rechtvaardigheid kan nooit gelegen zijn in tussen mensen afgesproken regels of wetten. De ware gerechtigheid is niet die van het geschreven recht, maar een morele rechtvaardigheid. Hij omschrijft de rechtvaardigheid in termen die deels teruggrijpen op god.

§4.4. Thomas van Aquino
Noodzaak samenleving: Mensen zijn gemankeerd en missen de eigenschappen die dieren hebben om te overleven. Ze hebben alleen de rede, maar in zijn eentje beschikt hij onvoldoende kracht om deze taak te klaren. Zelfde ideeën over staat als Aristoteles: de noodzaak van staatsvorming, van onderschikking aan een menselijke overheid, is dus gelegen in een de menselijke natuur
Onrechtvaardige regeringsvormen:
1. tirannie: geweld
2. oligarchie: enkele machthebbers, onderdrukken m.b.v. rijkdom
3. demovratie: macht aan de meerderheid, volk is tiran
Rechtvaardige regeringsvormen:
1. politiestaat: macht in handen van groep soldaten
2. aristocratie: heerschappij vaqn de besten
3. monarchie: één persoon (koning), maar in de Bijbelse zin van het woord
Monarchie meest rechtvaardig. Het verschil met Aristoteles is dat Aquino vindt dat het doel door God is ingesteld. Het belangrijkste doel van de staat is de vrede bewaren.
Vorstenspiegel: De Regiminie Principum, handleiding voor rechtvaardig leiderschap. Leiders moeten voor leden van de gemeenschap als geheel zorgen, het algemeen welzijn.
Natuurrecht: Morele principes, die af te leiden zouden zijn uit de menselijke natuur. Bijvoorbeeld: Mensen streven naar waarheid
Goddelijke wet: Kennis van de eeuwige goddelijke wet is niet slechts een kwestie van kennis van de openbaring, maar kan worden verkregen door kennis van de menselijke natuur. Hierover is discussie mogelijk.
Positieve recht: Geschreven recht van de staat
Hoewel het doel van de koning vrede, eenheid en welzijn van de burgers in de staat moet zijn, dient de staat uiteindelijk voor een hoger doel. Voor Aquino is het hoogste goed niet de staat zelf, maar de aanschouwing van God.
Niccolò Machiavelli schreef de eerste vorstenspiegel. Hij is de grondlegger van de politiek als wetenschap. Hanteert principe van ‘het doel heiligt de middelen’.

§4.6. Thomas Hobbes
Hobbes had een mechanistisch mensbeeld. Mensen zijn materiële, bewegende lichamen, geregeerd door natuurwetten. Basiskenmerken van de mens:
- begeerte naar macht
- afkeer, ingeboren angst voor de dood
- redelijke wezens
Natuurtoestand: gedachte-experiment, een situatie waarin mensen van nature zouden verkeren wanneer staatsvorming nog niet heeft plaatsgevonden
Natuurrecht: Het recht op zelfbehoud en alles wat tot zelfbehoud dient
Natuurwet: De plicht tot zelfbehoud
Staat volgens Hobbes:
Contract bevolking ↔ soeverein
De taak van de staat is slechts negatief: bescherming veiligheid van lijfsbehoud bieden
Er is plaats voor arbeiden en werken, maar niet voor politiek handelen.
Deze staat is niet geschikt voor een menselijke samenleving, want het streven naar zelfbehoud voert de boventoon en onze biologie zegt weinig over onze menselijkheid.

§4.7. John Locke
Locke introduceert het principe van volkssoevereiniteit. Hierdoor ontwijkt hij het gevaar van despotisme (gezag leider verdwijnt). Hij zorgt voor een extra taak van de staat: bescherming particuliere eigendom
Natuurtoestand Locke: Mensen hebben in de natuur niet alleen recht op leven, gezondheid en vrijheid, maar ook op eigendom (natuurrecht). Wel geldt een verbod op verspilling. Er heerst vrede. Enkele overtreders zullen het behoud van eigendom onzeker maken, waarvoor een beperkte overheid nodig is om de eigendommen te beschermen

§4.8. Jean-Jacques Rousseau
‘Pas wanneer we erin slagen de afstand te nemen van de mens van wat hij geworden is, kunnen we een beeld krijgen van de natuurmens in zijn ongekunstelde ware gedaante.’
Rousseaus natuurtoestand: Mensen zijn van nature lui en pas wanneer er dwingende omstandigheden zijn, zullen zij uit hun oorspronkelijke toestand van rust worden gewekt. Er is weinig verschil met de dieren en geen fysieke ongelijkheid, door het ontbreken van sociale relaties. Er heerst vrede, want iedereen kan zelfstandig zijn behoeftes bevredigen. Extra aangeboren eigenschap: het vermogen tot medelijden, ingeboren afkeer lijden van anderen
Vervreemding: De verwijdering van de natuurlijke behoeften van de mens. De natuurmens heeft namelijk aan zichzelf genoeg, maar de maatschappelijke mens verliest zich aan behoeften die hem aangeleerd zijn door de maatschappij en de sociale relaties.
Verschil mens en dier
- dieren handelen instinctief, mensen zijn vrij in handelen
- mensen hebben het vermogen om zich te vervolmaken m.b.v. omstandigheden (perfectibilité)
Het streven naar zelfbehoud (amour-de-soi) ontaardt in het streven naar eigenliefde (amour-propre). De natuurlijke behoeften verdwijnen steeds meer en vervreemding neemt toe. 2 revoluties die tot de volgende ontwikkeling van de staat leiden:
1. Bevolkingstoename + schaarste → activeren vermogens perfectibilité → door omgang gaan mensen vergelijken → besef van verschillen → dit zelfbewustzijn en een gevoel van trots zorgt voor de definitieve breuk met de natuurstaat → cultuur
2. Natuurlijke verschillen veranderen in verschillen in rijkdom → sociale ongelijkheid groeit → concurrentiemaatschappij → mensen doen zich beter voor en komen met zichzelf in tegenspraak → wil tot macht → grote wederzijdse afhankelijkheid maakt terugkeer onmogelijk
Ontstaan staat:
Er ontstaat pseudocontract, een contract dat vooral de belangen van de rijke dient → door economische ongelijkheid ook machtsongelijkheid
Maatschappelijk verdrag: Contract dat de vrijheid en gelijkheid van de burgers waarborgt.
Kern: Algemene Wil: Rousseau verdedigt de volkssoevereiniteit. Het volk met gemeenschappelijke belangen vormt het collectief, het soeverein zelf. Hierbij is de algemene wil(gemeenschappelijke belangen) voorwerp van discussie, die aan veranderingen onderhevig blijft en open staat voor toekomstige generaties (formeel contract, niet inhoudelijk). Niemand geeft hierbij zijn vrijheid prijs
Verschil volkssoevereiniteit Locke & Rousseau: Hobbes’ contract houdt in dat de individuen hun vrijheid opgeven en hun macht overdragen aan een boven de wet verheven soeverein, terwijl bij Rousseau de individuen hun vrijheid en macht behouden, aangezien die immers liggen bij het collectief, het volk zelf.

§4.9. John Rawls
A Theory Of Justice
Hij postuleert een natuurtoestand, maar niet om daarmee de toestand in beeld te brengen, maar alleen als schets van de condities waaronder principes van rechtvaardigheid gekozen zouden moeten worden.
Het model van een rechtvaardige samenleving:
Berust op minstens twee veronderstellingen
- mensen zijn redelijke wezens
- iedereen doet altijd wat zijn eigenbelang dient en weet dat anderen dat ook doen
Verschillende activiteiten van mensen moeten zodanig op elkaar zijn afgestemd, dat het geheel niet in strijd is met de rechtvaardigheid.
Hij wil een basisstructuur van de samenleving schetsen waarin sociale rechtvaardigheid gegarandeerd is.
Rawls’ centrale vraag: volgens welke principes moet een dergelijke maatschappij georganiseerd zijn om sociaal rechtvaardig genoemd te kunnen worden?
Deze vraag kan beantwoord worden met Rawls’ gedachte-experiment. Daarbij neem je een situatie zonder voorrechten of kennis van wie je bent. 2 verschillende uitkomsten:
- principe van gelijkheid ten aanzien van verdeling rechten en plichten
- principe van ongelijkheid in verdeling sociale en economische goederen

§4.9. Georg Friedrich Wilhelm Hegel
Dialectische methode: Denken in termen van tegenstellingen en hun synthese.
Hegel kiest als vertrekpunt voor zijn politieke filosofie juist de realiteit van de intussen gegroeide staatkundige verhoudingen. De cultuurverschijnselen moet te begrijpen zijn vanuit wetten die in de cultuur zelf besloten liggen.
Het werkelijke is redelijk: De rede kan alles begrijpen: zij is in staat alles te doorgronden waarom het is en waarom het is zoals het is
De wetten en de telkens nieuwe aanvullingen en aanpassingen ervan vormen de objectieve weerslag van eisen die de gedurig veranderende maatschappij stelt (eerdere ontwikkelingen worden niet ongedaan gemaakt, maar liggen besloten in de wetgeving die zich aan de geest van de tijd aanpast)
List van de rede: Sommige individuen denken dat wetten worden ingevoerd door individuen als verbeteringen. Maar de nieuwe wetgeving vormt zich uit een samenspel van verschillende belangen en wensen.
Dialectiek in schema:
These ↔ Antithese

Synthese
De drijfveer van de geschiedenis die uiteindelijk leidt tot de vorming van de staat is volgens Hegel het streven naar erkenning. De geschiedenis die Hegel beschrijft is niet alleen de opkomst van de staat, maar ook de geschiedenis van de voortdurende ontwikkeling van de menselijke natuur. Ook ziet hij de mens als een sociaal wezen.
De verwerkelijking van de rede voltrekt zich in drie stadia:
1. Grieken met algemeen belang, was maar voor enkele burgers weggelgd
2. Christendom met vrijheid voor alle mensen. Protestantisme met het individualistische vrijheidsprincipe waarbij je verantwoording aan God moet afleggen
3. De moderne staat realiseert de verzoening tussen algemeen belang en individuele vrijheid
Zedelijkheid: De concrete uitwerking van recht en geweten in maatschappelijke instellingen(bv. het huwelijk).
Sfeer van zedelijkheid in drie niveaus:
1. Het gezin
2. De burgerlijke samenleving
3. De staat
De ware staat volgens Hegel, de constitutionele monarchie. Macht in drieën:
1. Koning
2. Regering (uitvoerende macht)
3. Wetgevende macht
Redelijkheid is dus het ordeningsprincipe van de staat als de plaats waar individuele vrijheid en algemeen belang tot synthese zijn gekomen.
Omdat dit idee van de verzoening van individuele vrijheid en algemeen belang de grondslag vormt, wordt deze filosofie gekenmerkt als idealisme.

§4.10. Karl Marx
Historisch materialisme: Het zijn de materiële omstandigheden, in het bijzonder het economische krachtenspel, die de geschiedenis voortstuwen.
Deze materiële basis wordt gevormd door:
- productievoorwaarden (natuurlijke omstandigheden)
- productiekrachten (gereedschappen)
- productieverhoudingen(manier waarom werk is verdeeld)
Wetten, godsdienst, moraal, etc. zijn berust op deze basis.
Das Kapital: Een studie naar de economie met aandacht op de economische wetten van de beweging van de kapitalistische maatschappij. Voor Marx staan in de economische wetenschap de mens en zijn activiteiten centraal. Hij stelt als taak van politieke economie:
- verklaren wie welke goederen, diensten of status krijgt en waarom
- bezighouden met mensen en activiteiten, geen levenloze objecten
- onderwerp bestuderen aan de hand van regels van de kapitalistische markteconomie
De kapitalistische economie: Een economie waarin alles(arbeid, prijs investeringen) wordt ingezet voor het scheppen van meerwaarde.
Meerwaarde: De waarde van het product na aftrek van het loon en de productiekosten
Door de economie en de spanning tussen de kapitalisten en de arbeiders ontstaan beweging:
Een strijd tussen kapitalisten(behoudend) en proletariërs(progressieven).
Revolutie lijkt in strijd met dialectisch materialisme: het zijn immers niet ideeën maar materiële omstandigheden die de politieke ontwikkelingen bepalen. Maar Marx meende dat de tijd van de ze revolutie vanzelf aanbreken, het proletariaat had geen andere keuze.

§5 Tot besluit
Elke politieke filosofie is in die zin normatief: hoe een samenleving georganiseerd moet zijn om ‘menselijk’ te mogen heten, valt niet af te leiden uit de feiten, maar vereist een keuze.
Recht doen aan de condition humaine stelt eisen in de inrichting van de samenleving:
- Een visie op de mens, een opvatting over de aard
- De menselijke samenleving spiegelt dit mensbeeld in zoverre zij
- de natuur wil bedwingen
- de natuur rect wil doen
- optimale waarden wil schetsen waaronder deze natuur leeft
Bezwaren op deze eisen:
- uitspraken over natuur onmogelijk, want de natuur is niet constant
- politieke organisaties die op zo’n mensbeeld zijn gericht zijn meestal betuttelend
Samenleving moet voldoen aan: voorwaarden scheppen voor elke mogelijke leefwijze en levensstijl, en voldoende mogelijkheden bieden, die bovendien voor iedereen toegankelijk zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

bedankt voor de samenvatting, dit bespaart me ontzettend veel werk! Nu kan ik rustig aan al het andere huiswerk werken xd

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast