Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hoofdstuk 4, 5 en 6 Kennistheorie

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 1933 woorden
  • 9 augustus 2005
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Immanuel Kant

[Hume was een scepticus en empirist -> hij maakte korte metten met samengestelde ideeën en causaliteit. We kunnen gewoon niet zo iets al oorzaak waarnemen. Er is in ons kenvermogen geen basis om aan te nemen dat er dingen zijn die op oorzaak en gevolg berusten….We zien gebeurtenissen elkaar wel opvolgen, maar we zien niets [energie etc] dat die gebeurtenissen met elkaar verbindt. Het is alsof we dat erbij denken, waardoor we het ook zien]

Kant werd geïnspireerd door zowel het empirisme als het rationalisme. Daarnaast is hij ook gevormd door de gedachte van de verlichting.


[Verlichting -> De mens hoort zijn denkvermogen zelfstandig te gebruiken en zich los te maken van allerlei religieuze bindingen etc. Een mens is verlicht als hij zich ontdoet van de onmondigheid –onvermogen zijn verstand te bedienen zonder leiding van een ander - die hij zichzelf te wijten heeft. Als die mens geen gebrek heeft aan verstandelijke vermogens, heeft hij die onmondigheid aan zichzelf te danken. De oorzaken zijn dan meestal luiheid en lafheid. Het gevaar van onmondig zijn is in feite niet zo groot, want door vallen en opstaan leert men veel.]

Kant kwam in aanraking met de verlichting, het rationalisme, empirisme, het denken van Hume en van Newton. Hume stond sceptisch tegenover kennis, maar Kant geloofde wel geloofde wel dat er kennis bestond met praktische consequenties. Kant heeft onderzoek gedaan naar de fundamenten van ware kennis.

Rationalisme -> Leidt tot tegenstrijdigheden die niet met de werkelijkheden kunnen overeenkomen [denken zoekt naar begin van heelal en automatisch naar wat er voor dat begin komt. Er is dus een begin en geen begin….voor het begin ook nog een begin.]
Je kan dus niet ALLEEN op grond van logisch redeneren tot ware kennis komen, maar net zoals Galilei en Descartes eerst rationeel wetten opstelden en die daarna empirisch toetsten.
Maar Causaliteit -> zie Hume

Kant zag dus een confrontatie tussen rationalisme en empirisme. Rationalisme doet alleen uitspraken over de buitenwereld voor zover deze overeen komen met de wetten van het denken, zoals in de logica. Hij moest dit scepticisme overwinnen om tocht de vraag te beantwoorden hoe we “weten”dat er bij een gebeurtenis sprake is van een oorzaak en gevolg.
Hoe is kennis mogelijk? [Kant begint zijn onderzoek met nadenken over verschillende oordelen]

De analytische oordelen: [a-priori]

De betekenis zit al besloten in het begrip. Er is geen waarneming nodig. Een begripsanalyse is al voldoende om de waarheid te bepalen. Deze uitspraken voegen niets toe aan onze wereldkennis. [b.v. Een cirkel is rond, een vrijgezel is een ongetrouwde man.]

De synthetische oordelen: [a-postriorie]
Bij synthetische oordelen worden dingen samengebracht. Hier wordt wel iets toegevoegd aan het begrip dat er niet al in besloten lag. [b.v. In ned. Heeft het gisteren gesneeuwd.] Dit is daarom een ervaringsoordeel. We weten het niet bij voorbaat, a-priori, maar volgend op de waarneming [a-postriorie]
De synthetische – a-priori:
“Alles wat gebeurd heeft een oorzaak”. Deze uitspraak is ook synthetisch. Maar deze gebeurtenis is niet door waarneming te achterhalen. We “weten” bij voorbaat dat dit zo is.
Transcendentaal onderzoek [een duik in ons kenvermogen om te kijken wat er voorafgaat aan kennis]

Dit is een onderzoek naar wanneer een synthetisch oordeel a-priori mogelijk is. Hierbij kijk je verder dan de zintuiglijke waarneming om te zien op grond waarvan wij tot een kennisoordeel komen.
Kant wilde uitvinden wat wij kunnen kennen. Deze vraag stelt dat je onderzoek gaat doen naar de grenzen van je kennis. We kunnen echter niet voorbij die grenzen om te bepalen hoever die voor ons liggen. Wat we wel kunnen is onderzoeken wat noodzakelijk ten grondslag ligt aan onze eigen kennisoordelen.

Tijd en ruimte:
Wij kunnen alleen ervaringen doen in de structuren tijd en ruimte. Kennis begin volgens kant met de zintuiglijke waarnemingen. Buiten deze twee structuren kunnen we niets waarnemen. Deze structuren kunnen we niet kennen door ervaring. Het is dus a-priorie [ruimte is in de eerste instantie een in ons aanwezige lege structuur, maar die vervolgens wordt gevuld met de dingen die in ruimtelijke verhouding waargenomen worden. Ruimte en tijd zijn relatieve begrippen.

De categorieën

Naast zintuiglijke waarneming erkent kant ook de rol van het verstand. Bij het bewustzijn zagen we al dat het bewustzijn niet passief is en alleen maar indrukken ontvangt en registreert. Alleen zijn met ons verstand niet tijd en ruimte als a-priori vormen gegeven, maar de zogenaamde categorieën. Dit zijn denkstructuren [het verstand is altijd al op een bepaalde manier gestructureerd.] Deze denkstructuren zijn a-priori aanwezig en met ons menselijk verstand gegeven. [kant onderscheidt 12 categorieën, zoals realiteit, negatie, causaliteit]
De categorieën zijn lege vormen die met waarneming gevuld worden.

Copernicaanse wending

Kant zei: we zien de wereld alleen zoals we hem zelf noodzakelijk zien. Net alsof we een bril ophebben waardoor we de wereld op een bepaalde manier zien. We weten dus alleen hoe de wereld aan ons verschijnt [fenomenaal] en niet hoe die wereld daadwerkelijk is.
Kant zei dat de wereld zich richt naar onze kenvermogens. Hij zei dat dit als tweede cop. Revolutie gezien kon worden. [alle filosofen voor kant gingen ervan uit dat kennis zich vormt door indrukken van de natuur]. Kant zei dat alleen datgene van de wereld aan ons verschijnt wat in onze denkkaders past. Dus binnen tijd,ruimte en categorieën.

Kant zegt dat kennis iets subjectiefs is. Subjectiviteit is bij kant dat het menselijk verstand de wereld op een bepaalde manier ordent en kent. Hij heeft geprobeerd kennis te funderen en een grens te geven van wat we kunnen kennen.

Taalfilosofie

Als we ervan uit gaan dat denken en taal nauw verbonden zijn, dan zou het kunnen dat we de wereld begrijpen dor de taal die we gebruiken

[Kennis is macht: Francis Bacon. Volgens Bacon is kennis een hulpmiddel om macht te verkrijgen. Wetenschappelijke kennis moet volgens hem op zo een manier bruikbaar zijn dat ze leidt tot de verlichting van het lot van de mens en verbetering van de samenleving –beheersing van de natuur- Het maatschappelijk belang staat bij Bacon voorop]

PLATO

Het proces van kennisverwerving wordt volgens Plato zeer goed gekoppeld aan wat goed en zinvol is. Plato zag twee problemen-> 1. Is er blijvende en zekere kennis mogelijk in een veranderlijke wereld ? 2. Is kennis betrekkelijk?
[De sofisten waren de eerste echte scepticisten, ze geloofden niet in zekere kennis. Ze geloofden in de mogelijke macht van het woord.

Plato`s inzet in de filosofie -> Is de mens in staat relatieve en betrekkelijke kennis te overstijgen ? [Hij gaf dus een reactie op het sceptiscisme.]

Volgens Plato is het uiteindelijke doel van de mens: zorg voor de ziel. Kennis is voor hem uiteindelijk liefde. Als de mens door kennis en inzicht zijn ziel op de juiste zaken weet te richten is er ook sprake van een toenemend geluk voor die mens.[inzicht in de werkelijkheid = beter leren kennen van jezelf als bezield wezen v.v.]

De oervormen

Iedereen heeft van tevoren al een bepaald beeld van de dingen in zich. Plato noemde dit beeld “eidola” [iedee]. Omdat iedeen veranderlijk en contextafhankelijk zijn kunnen wij dit beter “oer-vorm” noemen. Deze oervormen zijn onstoffelijk en alleen herkenbaar met de geest.Ze hebben een zelfstandig bestaan en geven richting aan ons denken.
Het is de taak van het verstand je te ontdoen van alle onjuiste meningen, om te leren kennen wat altijd al essentieel is.

Het schone

Plato zei dat de mens verlangt naar inzicht in het goed, ware en schone [eros]. Dit verlangen is te zien bij verliefde mensen, mensen die dingen maken etc. Hiervoor beperken we ons nu tot de oervorm “het schone”. Alle mooie dingen hebben 1 ding gemeen: het mooi-zijn. Door de mate van mooi-zijn begrijpen we de relatie van het voorwerp en het mooi-zijn. Zo deelt alles in het mooi zijn. Het komt in meer of mindere mate in het afzonderlijke object tot uitdrukking.
1. Hierbij stellen we dat we mooi-zijn als zodanig moeten vooronderstellen.
2. Als mooi-zijn tot uitdrukking komt in het afzonderlijke ding, hoe mooi moet mooi dan zelf zijn.
Voor we de dingen zien kennen we het mooie al. Het is mooier dan de dingen afzonderlijk.
Hierdoor onderscheiden we 2 soorten kennis:
1. een die we al hebben
2. kennis van het mooi-zijn-als-zodanig

Volgens plato is het menselijk verlangen erop gericht iets tot stand te brengen dat blijvend is en de verandering overstijgt. [De mens wordt in staat geacht boven bepaalde beperkingen uit te stijgen.] Door het verlangen kunnen we iets scheppen dat verder reikt dan hier en nu.
In het symposium beschrijft Diotima hoe we door gericht te zijn op blijvende kennis en door deze over te brengen op anderen steeds dichter bij de schoonheid komen. We worden steeds mooier. Voor Plato is mooi tevens goed. Alles heeft deel aan het goede/mooie [dat wat behoudt/bevordert].

Na eerst geraakt te worden door de schoonheid van een lichaam en vervolgens alle mooie lichamen, is het vooral de schoonheid van het innerlijk [ziel] die ons raakt [door iemand beter te kennen]. Die kunde tot herkenning bezitten we intuïtief. Schoonheid is niet iets wat door de mens aan zaken toegevoegd wordt, maar wat overal al inzit en alleen herkend moet worden. De ziel heeft deze kennis verworven en wordt tijdens ons leven opgewekt door de zintuigen hoewel de kennis niet uit waarneming stamt.

De correspondentietheorie [overeenstemming]

Hierbij is de waarheid in overeenstemming met de werkelijkheid. [het regent buiten]. We gaan hier uit van een kenbare buitenwereld.[realistisch] Bij deze theorie is het makkelijker te weten dat er een werkelijkheid bestaat. In een uitspraak koppelen we zaken aan elkaar.
Als het gene waar naar ook verwezen wordt daadwerkelijk bestaat is de theorie waar. [zintuiglijk waarnemen kan een maatstaf zijn].

Het positivisme

[Iets wat in de waarneming is gegeven]. August Compte vond dat alle kennis op zintuigelijke waarneming moest berusten. Men moest volgens hem alleen rekening houden met ervaringsfeiten. Waar is hier wat dat overeenstemt met de feiten. De kennis moet wetenschappelijk verantwoord zijn door op feiten te bouwen. [Moet empirisch zijn]
- Hieruit ontstond het logisch positivisme. Hierbij lag de nadruk naast de waarneming op de taal. Voor logisch positivisten moest een uitspraak direct of langs een logische weg tot een waarnemingsgegeven geleid kunnen worden.

De coherentietheorie [samenhang]

Een uitspraak is waar als deze logisch strookt of samen hangt met de rest van onze kennis. Hierbij is het belangrijk dat de regels of grondstellingen als waar worden geaccepteerd. Bv “elk ding tracht, voorzover het van hem afhangt in zijn bestaan te volharden.”
Problemen:
1. Coherentie van beweringen-> ze hangen op een passende manier samen. Dit kan alleen beoordeeld worden a.d.h.v. de regels van de logica. 1 daarvan is de wet v.d niet-tegenspraak. Hoe logisch deze regel ook is, hij kan niet bewezen worden.
2. Binnen deze stelling wordt er afgezien van de context waarin beweringen worden gedaan.
[b.v. een discussie over coherentietheorie zou dan ook waar zijn.]

De conventie theorie [afspraak]

Wat op een bepaald moment door een bepaalde groep waar gevonden wordt is waar. [nadruk op sociaal maatschappelijke omstandigheden.]
Voorbeeld: Michel Foucoult-> Wat de “machtsorganen” als waar beschouwen laat men circuleren als waar. Wat als onwaar geldt wordt buitengesloten.

De pragmatische waarheidstheorie [functioneel]

Als iets werkt is het waar. Het geloof in waarheid van iets hangt af in hoeverre het nuttig is voor ons leven. Waarheid betreft het nuttige op lange termijn en is op het geheel van de samenleving betrokken.
Nietzsche zei dat mensen streven naar kennis en waarheid om rust en orde te scheppen in een wereld van onrust, chaos en veranderlijkheid. Waarheid is het zich houden aan afspraken waardoor men samen kan leven.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

hey, een persoon die dringen hulp nodig heeft:o!
of je ook een hele samenvattig hebt die gaatover t boek wij denken over kennistheorie5vwo
bedankt of je em heb of nie

16 jaar geleden