Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 12-18

Beoordeling 0
Foto van Luca
  • Samenvatting door Luca
  • 4e klas vwo | 3040 woorden
  • 6 april 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Hoofdstuk 12: MOET KUNNEN



Religieuze ethiek: wat is het goed (om te doen) gebaseerd op de geloofskwesties.





Filosofische ethiek: wat is het goed (om te doen) gebaseerd op de rede/verstand/ratio.





3 filosofische ethieken: 




  1. Deugdenethiek (Aristoteles)

  2. Utilisme (gevolgenethiek)



Uitgangspunt: zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen.



2 utilisten:




  • Jeremy Bentham, kwantiteit (lekker eten)

  • John Stuart, kwaliteit (gezond eten)

  • Deontologie = plichtethiek (Kant)



Uitgangspunt: goede wil.



Er is geen uitzonderingspositie (gelijke monniken, gelijke kappen).



Je moet jezelf maxime (basisregels) opleggen.



Autonoom = Autos(=zelf) en nomos(=wet)





Goede wil test:




  • Categorisch Imperatief: Zou ik kunnen willen dat iedereen de maxime opvolgt?

  • Onvoorwaardelijk Gebod: Zie ik de mens als doel op zich en behandel ik hem niet als middel.





Antwoord ja = goede wil



Antwoord nee = slechte wil





Categorisch imperatief: het onvoorwaardelijke gebod, het gebod waar alle menselijk handelen aan moet voldoen.





De maxime mag zichzelf niet tegenspreken. Iedereen moet dezelfde maxime kunnen volgen zonder dat deze maxime botst.







Moreel rederneren (ontwikkeling psycholoog L. kohlberg)





Drie niveaus morele ontwikkeling:




  1. Niet in leven in anderen; moreel gedragen om straf te vermijden.

  2. Inleven in je eigen groep; gedragen zoals men van je verwacht.

  3. Inleven in iedereen; grootste goed voor grootste aantal.







 Het steegje (Kant)





Man gaat achter andere man aan vertel jij de laatste man waar de andere man heen ging?



Waarheid vs. Liegen



We kunnen nooit zeker weten of de gevolgen goed of slecht zijn. Als de gevolgen slecht zijn is het niet onze schuld, wij deden onze plicht. Dus altijd de waarheid vertellen.









Hoofdstuk 13: DOEN WAAR JE ZIN IN HEBT?





De Tram






  1. De trams blijven rijden, maar ik betaal niet.

  2. De trams blijven rijden, en ik betaal wel.

  3. De trams verdwijnen, maar ik betaalde ook niet.

  4. De trams verdwijnen, ofschoon ik wel betaalde.





Wanneer iedereen puur vanuit hun eigenbelang zou redeneren, als wij allen zogenaamde rationele egoïsten waren, zou de tram verdwijnen.



Het is dus in je eigenbelang je niet alleen te bekommeren om je directe, eigenste eigenbelang, maar ook rekening te houden met anderen en met je belangen op langere termijn.





Collectieve rationaliteit: als we allemaal consequent en alleen ons eigenbelang zouden nastreven, zouden we als groep onszelf schade berokken. (individueel gedrag dat puur rationeel is leidt tot collectief gedrag dat irrationeel is)





We kunnen dit mechanisme alleen doorbreken door de overheid regels te laten vaststellen waar iedereen zich aan moet houden. Op die manier dwing je de mensen hun streven naar eigen belang binnen de perken te houden.





Twee soorten vrijheid:




  1. Rationele egoïst: Je wil niet belemmerd worden in wat je wil. Je wil niets te maken hebben met anderen, om zoveel mogelijk te kunnen doen waar je zelf zin in hebt.



Beperkte opvatting omdat je altijd met anderen te maken hebt en wanneer willekeur, “doen waar je zin in hebt”, het enige criterium is voor je gedrag, dan zou ik mogen schoppen.




  1. Het vermogen te gehoorzamen aan de specifieke regels van een vak, het vermogen te doen wat je moet doen. Ons geweten weet welke regels dat ongeveer zijn.





Gedachtenexperiment (John Rawls)





Je bevindt je achter een sluier van onwetendheid ten aanzien van wie, wat of waar je bent.    



Welke regels zou je dan vinden dat er moeten gelden in de samenleving?







Hoofdstuk 14: HET RAADSEL VAN DE UI, DE APPEL EN HET IK





Het toneelstuk van Ibsen





Peer Gynt zocht zichzelf door allerlei ervaringen op te doen in de wereld. In plaats van zichzelf te vinden had hij allemaal verschillende persoonlijkheden geven, allerlei rollen die hij kon spelen, allerlei maskers die hij kon opzetten. Aan het eind van zijn leven komt hij tot de conclusie dat we allemaal lijken op uien: laag na laag kun je afpellen van persoonlijkheid en nooit stoot je op de kern, nergens bereik je je diepste wezen.  





Gedachtenexperiment





Stel je voor dat je al die dingen die je ik aan je waarneming onttrekken een voor een zou kunnen afleggen: je karakter, je temperament, de rollen die je speelt, de maskers die je draag, je lichaam, je gevoelens, je gedachten, alles. Wat blijft er dan over?



Vroeger dachten mensen een soort. Zo stelde men ook de ziel voor wanneer het lichaam was gestorven: een schim.





Locke: de essentie van de appel is de combinatie van alle eigenschappen. Volgens Locke was er een drager van al deze eigenschappen de substantie. Wat de substantie is kun je niet weten, het enige dat je kunt weten is dat hij er moet zijn.

Ditzelfde geldt natuurlijk voor de mens. De ziel is de drager van al onze eigenschappen.





Berkeley: de appel is in feite een verzameling eigenschappen. Eigenschappen bestaan uiteindelijk alleen door onze waarneming ervan. Er is geen drager waarneembaar en ook geen substantie dus die zijn er niet en blijft er niets over van de appel.





Hume (revolutionaire stap verder: het bestaan van het ik in twijfel nemen): je bent een bundel eigenschappen. Er is geen kern. De essentie van de mens is zijn karakter eigenschappen.

Hume was een taalfilosoof. Misschien bestaat het ik niet zoals de taal hem uitdrukt en je het woord ik gebruikt in het dagelijks leven. En bovendien, hebben wij de neiging de wereld te ordenen in termen van dingen en eigenschappen. Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat er voor elk dingwoord dat we gebruiken in werkelijkheid een bijbehorend zelfstandig ding bestaat.





Boeddhisme: het ik is slechts een illusie van duurzaamheid in een voortdurende stroom van veranderingen. Het ik is een leegte, wanneer jij het Nirwana bereikt hebt dooft de vlam en verdwijnt de illusie van het ik. 





Kennistheorie: wat is ware kennis?




  • Empiristen geloven in het gebruik van de zintuigen.

  • Rationalisten geloven in het gebruik van de ratio.





Filosofische antropologie: wie is de mens?





Lock is een realist “eerst heb je de wereld en die is belangrijker dan de mens”.





Berkeley is een idealist “eerst heb je de mens en die is belangrijker dan de wereld”.



Esse est percipi = het zijn van de dingen is het waargenomen worden.





Hume is heel sceptisch.



ALLEMAAL 17E EEUW EN EMPIRISME



Hoofdstuk 15: HET IK ALS MANNETJE IN DE RADIO





Descartes (dualistisch mensbeeld) > 17e eeuw (veel sceptische mensen)





                                                       Mens







Lichaam, materieel, buitenwereld     geest (denken), immaterieel, binnenwereld





                                     Problematiek lichaam/geest





Descartes dacht dat de pijnappelklier (geest) invloed op het lichaam uitoefent. Wij weten nu dat dat de hypofyse is.





Cogito ergo sum = ik denk dus ik besta





Hypothetisch twijfelexperiment (wat is ware kennis?)




  1. Autoriteit

  2. Zintuigen

  3. Droom > wat is werkelijk?

  4. Kwade geest





Op deze vier moet je niet vertrouwen je moet vertrouwen op de ratio. Inzicht is kennis.







Schip van Theseus





Na elke tocht over de middellandse zee veranderde Theseus iets aan zijn schip. Na een aantal jaren was er niks over van het oorspronkelijke schip. Op een dag vroeg Theseus zich af: is dit nog wel het zelfde schip als waarmee ik begon?



Het materiaal was veranderd maar de het had nog wel dezelfde vorm, dezelfde constructie en dezelfde eigenschappen.



Kan je de ik vergelijken met een schip dat het materiaal verandert en de vorm hetzelfde blijft?





Het lichaam is niet de ik omdat:



Het lichaam de vondst is als je in de ochtend wakker wordt en niet de vinder.



Het lichaam doet vaak helemaal niet wat jij wilt.





De meeste mensen denken dat het ik iets in de trant is van een ziel of geest. Een ziel of geest lijkt op het mannetje in de radio. Dat mannetje is dan de bestuurder van de geestelijke functies. Hij regelt de gevoelens, hij poetst de gedachten op, hij stuurt de wil. Hij doet alles wat mentaal is en des iks.



Descartes dacht dat dat mannetje alles vanuit de pijnappelklier deed.





Hume: hij kreeg nooit greep op zijn ik los van een dergelijke waarneming. Daaruit trok hij de conclusie dat er geen ik is. Wat wij ons ik noemen is volgens hem een bundel opeenvolgende waarnemingen. Deze bundeling wekt de illusie dat jij een ik hebt. Door onze herinnering leggen we verbanden tussen de verschillende waarnemingen, en dat wekt de schijn van een zekere continuïteit.





Kant: het ik bestaat. Je kan alles zien met je oog, de wereld, je lichaam, maar: je kan je oog zelf niet zien. Zo ook je ik, je ik neemt al het andere waar, maar kan zichzelf niet waarnemen. Zo kun je dankzij je ik ervaringen hebben, maar niet van je ik.



Hoofdstuk 16: KUNNEN DIEREN PIJN HEBBEN?





Analogie opvatting van de ander: ik krijg kennis van de ander hoe hij zich voel op basis van hoe ik zou hebben gereageerd. De ander is een soort van kopie van mij.



Probleem: wat ik bij mezelf niet ken, kan ik bij een ander niet verklaren. Ik vergis dan in de gevoelens.





De oorzaak van pijn is waarneembaar (buurman slaat zichzelf met een hamer), en het gedrag van een persoon is waarneembaar (begint te krijsen) en dan ga je ervan uit dat hij pijn heeft. Omdat jij ook zo zou hebben gereageerd.





Schreeuwen en krijsen als je pijn hebt behoort tot de meest onwillekeurige en directe expressies. Je hoeft kinderen niet aan te leren pijngevoel uit te drukken. Het is natuurlijk gedrag. Daarom zullen er weinigen twijfels hebben over de kreet van iemand.





Wij zijn geen andere soorten dieren dus wij weten niet of zij pijn hebben. We zien wel de oorzaak en gedrag maar weten niet of wij ook zo zouden reageren al waren wij dat zelfde dier. De kans op vergissingen is te groot.





Hoofdstuk 17: KUNNEN LACHEBEK EN PRUILLIP ELKAAR BEGRIJPEN?





Mensen zijn biologisch gezien hetzelfde. Ze hebben allemaal ogen, handen en voeten en ze doorlopen dezelfde levenscyclus. Psychologisch gezien zijn er echter grote verschillen. De een is druk en opgewonden, de ander in zichzelf gekeerd. De een houdt van kleren, de ander van computers. Toch zijn we allemaal mensen en hierdoor denken we vaak dat wat bijvoorbeeld voor jou geld, ook voor andere moet gelden.





Mannen en vrouwen worden vanuit verschillende ‘doelen’ opgevoed.



Mannen leren dat ze later geld moeten verdienen om een gezin te onderhouden en ze leren prestaties te leveren. Ze leren hun gevoel te camoufleren met uiterlijke kalmte en kracht.

Vrouwen leren zich op te offeren, zij leren invoelend en meegaand te zijn. Vanuit het idee dat ze later trouwen en kinderen moeten opvoeden.



Het gevolg van deze verschillende leerprocessen is dat de verschillende geslachten heel verschillend in elkaar zitten.





Er is ook een verschil in klasse. Een zoon van een loodgieter zal eerder met de dochter van de melkboer gaan dan met de notarisdochter. Omdat zij minder problemen hebben elkaar te begrijpen.





Er zijn ook verschillen in cultuur. Italiaanse mannen zijn bijvoorbeeld macho’s in onze ogen. 





Volgens Feyerabend kunnen we op 3 manieren met deze verschillen omgaan.



1.           gebruik van macht, degene die de meeste macht heeft legt gewoon zijn wil op aan de ander.



2.           gebruik maken van een theorie en van deskundigen, dit kan op manier 1 uitkomen, want zij bepaalt namelijk op grond van haar theorie wat goed is voor anderen en ontneemt hun daarmee de mogelijkheid dat zelf te bepalen.



3.           een open uitwisseling van opvattingen, op voet van gelijkheid en op basis van respect voor elkaars gezichtspunten.





Hoofdstuk 18: DE PARADOX VAN DE VRIJE WIL





Hebben wij een vrije wil?





Kunnen wij keuzes maken?



Zijn wij vrij om keuzes te maken?





Goed > prijzen



Slecht > straffen





Zijn wij vrij en daardoor verantwoordelijk voor onze daden?





Voorwaarden voor een vrije wil:




  1. Alternatieve mogelijkheden (keuzes)

  2. Ultieme oorzaak van het handelen (ik oorzaak is van het gedrag)





Libertariërs geloven in de vrije wil en in nummer 1 en 2



Deterministen geloven niet in de vrije wil en in nummer 1 en 2, zij geloven dat alles causaal vast staat.





2 soorten deterministen




  1. Nature (aangeboren)

  2. Nurture (aangeleerd)





Van veel gedrag is inmiddels vastgesteld dat het hormonaal bepaald is, agressief gedrag, leergedrag en seksueel gedrag. Wellicht spelen bij alle voorkeuren hormonale processen een rol





Paradox van de vrije wil: gevangen tussen 2 ideeën





Fatalisme: mens geen enkele invloed op zijn lot.





Causaal automatisme: alles heeft een aanwijsbare oorzaak





A priori: overtuigd dat dingen onmogelijk zonder oorzaak gebeuren





Schopenhauer: geen vrije wil





James: een determinist gaat uit van dogma’s, een principe dat niet aangetast mag worden. Wel een vrije wil.





Hoofdstuk 19: WAT HEET MOOI?





De kunst van het goede leven is niet in woorden te vatten. Je moet haar zien, ervaren en vooral beoefenen.





Plato: Schoonheidservaringen hebben direct te maken met liefde of verliefdheid. Als bolmensen missen wij iets op aarde. We missen de andere helft en we verlangen deze helft te hebben. Dat is een streven naar volmaaktheid dit verlangen noemen wij liefde.



Wanneer je iets mooi vind dan wordt je herinnerd aan een harmonie die je bent kwijtgeraakt.



Plato hield niet van kunstenaars, dat waren bedriegers! De aarde is namelijk al een afspiegeling van de werkelijkheid, wij zijn slechte kopieën van de ideeën. Een kunstenaar maakt een kopie van een kopie. Ze drijven ons nog verder weg van de werkelijkheid.





Bourdieu: We gebruiken kunst om ons te onderscheiden van anderen. Je smaak wordt bepaald door je opvoeding. Door de kunst waar je van houdt laat je dus zien uit welke laag je komt.



Je hebt een culturele elite die bepaald wat kunst is en wat niet. Je hebt ook sociale lagen die je voorschrijven wat je mooi vind en wat niet. 

Smaak is ook een manier om je op te werken naar een volgende klasse.





Hoofdstuk 20: HET BELANG VAN HET OVERBODIGE





Kant: de menselijke natuur bestaat uit 2 delen.



Het zindelijke deel is behept met allerlei neigingen en driften. Het streeft naar voortdurende bevrediging hiervan.



Hierdoor is een rechtvaardige samenleving volstrekt onmogelijk gemaakt. Daarom is er een redelijk deel om het lichamelijke in toom te houden. In de praktijk blijkt echter dat de rede niet sterk genoeg is. Daarom roept Kant de mensen op mondig te worden, zelf na te leren denken enz.

Volgens Schiller is dit echter niet voldoende. Met ons verstand kunnen we alleen een ideale samenleving bedenken.

 



Schiller: achtergrond van Schiller wordt gevormd door de Franse revolutie en door kant.



Volgens Schiller zijn er verschillende impulsen werkzaam in ons lichaam.

1. zinnelijke en egoïstische impulsen. Stofimpuls (stofftrieb). Ze zijn gebaseerd op de stoffelijke, materiële behoeftes. 

2. rede, onze idealen en ons streven de morele wet te volgen. Vormimpuls (formtrieb). Hiermee leggen we de stoffelijke impulsen een vorm op.

3. Anders dan Kant praat Schiller over een derde impuls. Speelimpuls (Spieltrieb) deze bemiddeld tussen de eerdere twee impulsen. 

Bij sport bijvoorbeeld wil je aan de ene kant zoveel mogelijk plezier hebben, winnen waarschijnlijk. Maar, je houdt je ook aan de regels zodat de ander ook kan spelen.

Dit speelimpuls geld altijd, bijvoorbeeld ook in de kunsten. Door dit speelimpuls te ontwikkelen, zo worden we een volledig mens. Schoonheid brengt harmonie aan in een individu. 





Kunst heeft een sterk zintuigelijk en sterk verstandelijk karakter.





Hoofdstuk 21: HET BELANG VAN HET OVERBODIGE





Architectuur:




  • Modernisten: hoe strakker, hoe eenvoudiger een constructie, des te meer zie je de kern en benarder je de essentie. (Mondriaan enz.) “minder is meer.”

  • Postmodernisten: minder is niet meer. Architect moet de samenleving niet rationaliseren. Als je een gebouw bouwt, behoor je rekening te houden met de omgeving. Een gebouw is niet bedoeld een individu klein en nietig te maken.

  • Prins Charles: moderne gebouwen zijn lelijk, kaal, torenhoog en brengen schade toe aan het stadsbeeld.





Lyotard: postmodernist. Hij zegt dat iedereen redeneert vanuit een bepaald standpunt, iedereen heeft bepaalde fundamentele waarden dus er is geen gelijk. 





Rorty: postmodernist. Er is iets mis met het streven naar gelijk zelf. Het streven naar fundamenten voor onze opvattingen, iets dat groter, belangrijker is dan onze eigen keuze. In plaats daarvan kunnen we beter ieder onze eigen waarheid nastreven, en het idee van een gemeenschappelijke fundamentele waarheid overboord zetten.





Hoofdstuk 22: DE FILOSOOF EN DE WAARHEID





Kessels: Een filosoof zoekt naar de waarheid. Zodra hij hem gevonden heeft is het niet meer interessant. Vroeger, in de tijd van Plato, viel alles onder filosofie. Inmiddels scheiden steeds meer wetenschappen zich af, omdat de waarheid daar gevonden is.

Filosofen spreken ook niet in hun eigen waarheden. Waarheid is namelijk een eigenschap van uitspraken en dus kunnen privé-waarheden net zo min bestaan als privé-talen. 

Bovendien wordt de grote Waarheid niet gevormd door alle kleine waarheden die je zou krijgen als alle filosofen de waarheid zouden spreken. Om De Waarheid te vormen heb je een Idee nodig. Een Idee dat vorm geeft aan het ongeordende, dat eenheid brengt in de verscheidenheid en eenvoudig maakt wat ingewikkeld lijkt. 





Gilbert Ryle (de eenheid van lichaam en geest): de geest is niet een extra gebouw ,net zoals bij de universiteit, in het lichaam.



Hij wilde het Cartesiaanse idee van de geest in de machine ontrafelen, daarbij deinst hij er niet voor terug retorische middelen aan te wenden, en evenmin om onvolkomenheden in zijn eigen theorie vakkundig te verhullen


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Luca