H1 Leren filosoferen

Beoordeling 9.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1313 woorden
  • 28 augustus 2008
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 9.3
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Hoofdstuk 1

Wat is kenmerkend voor de mens?

- Tweebenige voortbeweging
- Geen vacht
- Werktuiggebruik
- Sterk ontwikkelde hersenen
- Taalgebruik
- Rationeel
- Zelfbewustzijn
- Symbolische wereld
- Erotisch
- Zin
- De natuur tegengaan
Mensen hebben, in tegenstelling tot dieren, geen instinct. De mens verzorgt langer zijn kinderen. De mens onderscheidt zich door geestelijke en verstandelijke vermogens. Voor keuzes die de mens maakt, heeft hij redenen. Ook kan de mens "nee" zeggen tegen iets, zo ook tegen de natuur ingaan. Zo ontstaat het beeld van de mens als rationeel wezen. Met behulp van zijn rede kan hij de beste keuze maken, de rede die als een instrument wordt gezien. We kunnen doelgericht handelen. Volgens sommige filosofen zijn we het vermogen verloren ons op een doel te richten. Het "waarom" is niet meer bekend. Je kunt zo je doelgericht handelen, veranderen in waardegericht handelen. Ascese = onthouding van iets
Van veel dingen die in onze geest omgaan, zijn we niet bewust. Zo kan het zijn, dat je zonder het merkt iets opslaat en later een freudiaanse vergissing maakt.

Onder invloed van onze rationele, technische benadering loopt de natuur schade op. Met behulp van de rede heeft de mens zich losgemaakt van de natuur (bijv. bescherming tegen water) en zo heeft die rede de menselijke cultuur geschapen. Cultuur is alles wat door mensenhanden tot stand is gekomen.
In hoeverre zit de natuur nog in de mensen en in hoeverre is de cultuur nog aanwezig? Kortom: welk van de twee komt het meest te voorschijn? Aanleg of omgeving? (Nature-nurturedebat)
Aristoteles: "De mens wordt gekarakteriseerd door drie eigenschappen of vermogens: het vegetatieve (vermogen te leven), sensitieve en rationele vermogen. Elk ding heeft een doel, en het proces naar dat doel toe is zelfverwerkelijking."
Thomas van Aquino: Stond in het teken van het neoplatonisch denken (er is een Idee, waaruit alles afgeleid is). Aquino probeerde de ideeën van Aristoteles te rijmen met het geloof. De ziel zou immaterieel zijn, een substantie. Het verstand heeft voorrang voor de wil.
Volgens moderne filosofen is niet het symbool de basiseenheid van talige communicatie, maar de uiting of de productie van de symbool. Taalhandelingen slagen alleen als de spreker en luisteraar op de hoogte zijn van de regels en zich eraan houden.
Een privé-taal is onmogelijk, omdat ervaringen gebaseerd zijn op subjectieve gevoelens en je daarom nooit zeker weet of dat ene woord, wat je aan dat gevoel gegeven hebt, ook echt de juiste benaming is voor het, voor het gevoel, zelfde ervaring. Onze ervaringen zijn intrinsiek subjectief, je perspectief ligt aan je indivuduele positie en het soort persoon dat je bent. Een taal spreken is niet iets wat je in je eentje kan doen en daarom een intersubjectieve aangelegenheid. Volledig objectief kan iemand nooit zijn, niemand kan zich helemaal losmaken van de individuele positie en persoonlijkheid. Daarom spreekt men liever van intersubjectiviteit: een door alle subjecten van een bepaalde gemeenschap gedeelde mening, om zo geldigheid te krijgen.

Het interpreteren, en daardoor een eigen betekenis aan iets geven, wordt in de hermeneutiek als iets goeds gezien. Juist de subjectieve betrokkenheid zorgt voor het begrijpen van de tekst. De waarheid is niet wat er staat in een tekst, maar de bedoelingen erachter.
Onze geest is in staat ons lichaam te beïnvloeden en toch is onze geest niet zichtbaar. Een belangrijk argument voor de bestaan van de geest, is dat iedereen dat zo ervaart. Anderen zeggen dat we niet weten wát er precies is en het daarom maar een geest noemen (mentale termen).
De opvatting dat een mens een lichaam én een geest heeft, wordt dualisme genoemd. Monisten denken dat de mens slechts uit één substantie bestaat en de meesten denken dat deze uit materie bestaat. Daarmee is hun opvatting tevens een vorm van materialisme. Volgens de monist wordt de mens uitsluiten bepaald door lichamelijkheid, hij ís zijn lichaam. Dit vinden mensen onbevredigend, omdat de mens zoveel gevoelens kan hebben.
Democritus: "Uitvinder" van atomen en naamgeving. "De ziel bestond, maar was materieel en bestond uit de fijnste atomen."
Tegengesteld aan het materialisme is het idealisme: het idee dat er uitsluitend geesten en de producten "ideeën" bestaan, alles is van geestelijke aard. Een materialistische stroming die veel invloed heeft gehad is de historisch-dialectisch materialisme, de grondleggers waren Marx en Engels. Alles in de wereld zou van materie zijn en het was didactisch, door een wisselwerking tussen bewustzijn en materie.

Probleem dualisme
: wisselwerking tussen lichaam geest. Hoe kan iets onstoffelijks iets stoffelijks beïnvloeden?
Probleem monisme: doet geen recht aan innerlijke ervaringen. Bestaan gevoels en gedachtes niet werkelijk?
Je gedachten ergens op richten, iets of iemand in je gedachten hebben, noemen we intentioneel. Computers, bijvoorbeeld, lijken intentioneel te zijn, maar de relatie tussen computers en de mens is oorzakelijk.
Descartes: Rationalist, ons verstand is de enige bron van kennis. Alles waaraan getwijfeld wordt, moet worden verworpen. Het enige wat Descartes dan ook wist, was dat hij twijfelde en dat er een "ik" was. Van mening dat er twee substanties zijn: de geestelijke (denken) en de lichamelijke (uitgebreidheid) en er een absolute scheiding tussen deze twee zat.
Spinoza: "Er is maar één substantie, want alles wat bestaat, kan herleid worden tot God. Denken en uitgebreidheid zijn twee attributen van God." Was de belangrijkste vertegenwoordiger van het monisme.
Door middel van arbeid produceert men dingen die hij nodig acht voor zijn levensonderhoud. Door arbeid bewerkt de mens tevens zichzelf, het arbeidsproces beïnvloedt het denken van de mens en daarmee zijn zelfbewustzijn. Arbeid is de schakel tussen mens en natuur en voor de mens zelfverrijking.

Marx:
Als alles wat een arbeider aan meerwaarde produceert voor de directeur is, vervreemdt de arbeider van zichzelf, zichzelf als mens en zijn arbeid en later van elkaar. Door arbeid onderscheidt de mens zich van het dier.
Vele mensen zien macht en daardoor strategisch handelen als vervreemden van zichzelf.
De Frankfurter Schule, ook wel De Kritische Theorie verwees de scheiding tussen theorie en praktijk, ze beïnvloeden elkaar wederzijds. Ook vonden ze dat neutrale wetenschap niet mogelijk. Een experiment moet herhaalbaar zijn, vooraf aan het onderzoek is dus al bekend, wat kennis is en wat niet.
Volgens sommige filosofen zijn genderwaarden (natuurlijke) niet de enige reden die leiden tot verschillen tussen man en vrouw: je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt vrouw gemaakt.
De groei van kennis is het gevolg van het belang dat we aan verstand zijn gaan hechten. Niet iedereen is het daar mee eens, sommigen vinden het verstand te eenzijdig en vragen om aandacht voor het gevoel.
In het existentialisme gaat uit van het feit dat de mens bestaat en zich daarvan bewust is, waardoor die zich een eigen invulling gaat geven en daardoor zijn eigen essentie invult. Niemand schrijft ons voor hóe we moeten kiezen en dat geeft de mens een grote verantwoordelijkheid.
Sartre: "Door de betrokkenheid met deze wereld, schept de mens zich een bestaan. Dit is het meest wezenlijke van de mens: het vermogen tot zelfschepping. Het verlangen om "iets" te zijn en de vrijheid op te geven is groot."
Het structuralisme beweert dat het wel lijkt alsof de mens is vrij te doen wat hij wil, maar dat we ons altijd verantwoordelijk voelen, voor wat we zijn. De mens maakt deel uit van structuren, maar bepaalt ze niet. Er is sprake van determinatie: de mens wordt volledig bepaald door de structuren om hem heen. Macht speelt een grote rol, maar iemand heeft pas gezag als zijn macht aanvaard wordt.
Disciplinering: door een sterke vorm van zelfdiscipline onderwerpt men zich aan regels die bij het machtssysteem behoren. Dit leidt weer makkelijk tot normalisering: mensen gaan opgelegde regels als hún regels gebruiken.

Foucalt:
Belangrijke vertegenwoordiger van het structuralisme. "De mens en zijn gedrag is onderwerp van wetenschap. Het menselijk handel wordt opgedeeld in goed, slecht, normaal, enz. Dit komt voort uit de maatschappij waarin wij leven. Humanisering in gevangenissen ziet hij als wisseling van een duidelijke macht naar een anonieme.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.