Geluk & wijsheid voor beginners

Deel 1 : Geluk

1 : Op zoek naar het geluk (Rousseau of Epicurus)

Intrinsieke waarden

Aan het einde van een keten waarom-vragen kom je uit bij intrinsieke waarden. Datgene wat je doet omwille van datgene zelf en niet om iets anders. Zij vormen de uiteindelijke doelen waar wij naar streven en zijn daarom de drijvende kracht in ons bestaan.

Voorbeelden van intrinsieke waarden: geluk, rechtvaardigheid, kennis, schoonheid, liefde.

Gevoel of verstand

Wat voor antwoorden geven mensen op de vraag wat geluk inhoudt?

  • sommigen zoeken het in een gevoel, romantisch ingestelde mensen (Rousseau)
  • sommigen zoeken het in het verstand, klassiek ingestelde mensen (Epicurus / Kant)

Gevoel

Rousseau leeft in de tijd van de verlichting, de rede staat hoog in aanzien. De Verlichtingsdenker Kant zegt dat mensen door middel van hun verstand verlost worden van onwetendheid en onmondigheid. Maar Rousseau gaat daar tegenin en zegt dat door deze nadruk op het verstand de mensen juist minder gelukkig zijn geworden en niet meer. Door de beschaving is de mens blind geworden voor zijn ware wezen: het spontane, primitieve gelukkige leven. Rousseau dacht dat de edele wilde (bon sauvage) dat geluk zou kennen. De mens moet in harmonie met zijn innerlijke natuur leven, meer luisteren naar zijn natuur, zijn innerlijk, intuïtie en gevoel. Welvaart en vooruitgang hebben de stem van dat innerlijk verstikt. Geluk is alleen te vinden door weer in harmonie met de natuur te gaan leven: terug naar de natuur!

Verstand

Probleem: wat is de menselijke natuur eigenlijk echt? Dat weten we niet (meer), zegt Epicurus. We zijn het contact met wat we echt zijn kwijt. Zijn onze impulsen en gevoelens nog wel natuurlijk? Moeten we aan alle gevoelens en impulsen toegeven? Worden we daar gelukkiger van? Nee zegt Epicurus drie eeuwen voor Chr.

Epicurus vindt geluk heel belangrijk dat blijkt uit het opschrift aan de ingang van zijn tuin: ’Vreemdeling, het is hier goed te wezen, hier is genot het hoogste goed’.

Goed leven is genieten. Genot is hoogste goed. Mensen zoeken genot en vermijden pijn. Genieten is bij Epicurus niet alleen maar feesten en zo, want van té veel genieten krijg je alleen maar een kater. Dus dan geniet je minder. Genieten moet dus verstandig genieten zijn. Verstand is de hoogste deugd. Geluk is het lichaam gezond te houden en in de geest een innerlijke rust (ataraxia) te bereiken. (Gezonde geest in gezond lichaam) Zelfbeheersing en maathouden zijn daarom belangrijk. Om gelukkig te zijn moet je jezelf trainen in zelfbeheersing en verstandig genieten. Het gaat bij Epicurus om een kunst van het verstandig genieten, een levenskunst. De stem van het innerlijk is voor Epicurus de stem van de rede

             

 

2 : De menselijke natuur (Spinoza of Nietzsche)

Spinoza

Spinoza (1632-1677) zoekt naar iets dat werkelijk goed of waar is. Alles in het gewone leven is immers ijdel en onbetrouwbaar. Spinoza was een vrijzinnige joodse denker, hij werd vanwege zijn ideeën op 23 jarige leeftijd uit de synagoge gezet en in de ban gedaan. Hij leidt daarna een teruggetrokken leven en sterft op 44 jarige leeftijd aan tuberculose.

Veel mensen denken dat het Spinoza (ondanks de moeilijkheden in zijn leven) gelukt is om het geluk te vinden dat hij zocht. Hij zegt dat er twee dingen nodig zijn om gelukkig te zijn, dat wil zeggen een toestand van ongestoorde en verheven blijmoedigheid’ te  bereiken.

  1. Inzicht in hoe je in feite bent en hoe je eigenlijk bent. De mens is een speelbal van allerlei invloeden, maar diep van binnen heb je een gevoel van dat wat je in wezen, eigenlijk bent, ook al kun je dat door allerlei omstandigheden niet altijd realiseren in de werkelijkheid. IN PRINCIPE behoort het tot je mogelijkheden om dat échte zelf te zijn, als je het lukt het heft in eigen hand te nemen. De mens is niet voltooid, hij moet zichzelf voltooien, naar het beeld dat hij van binnen eigenlijk al heeft. Wat je feitelijk bent (geworden) moet je onder controle brengen van je ware zelf, zoals een paard onder controle is van de ruiter.
  2. Het paard kan alleen onder controle gebracht worden als de ruiter het paard heel goed kent en begrijpt. Jezelf kennen. Je moet dus je eigen aard leren kennen + hoe je geworden bent wat je nu bent. Dat wil zeggen: je gevoelens, je onbestendigheid, je driften, je zinnelijke natuur, alle indrukken en ervaringen.

Essenties

Baruch de Spinoza gaat er vanuit dat er naast de waarneembare alledaagse wereld ook een niet alledaagse wereld is: namelijk hoe de dingen in wezen zijn. Dat is de wereld van de ideaalbeelden, beelden die aangeven wat de essentie van iets is. Die ideaalbeelden wijzen naar de essenties. Dat is het wezenlijke, zonder de toevallige verschijnselen en bijkomstigheden die er in de gewone werkelijkheid bovenop komen. Deze wereld van de essenties is moeilijker te kennen dan de alledaagse wereld. Het is juist het contact met die wereld van essenties die ons de gemoedsrust kan geven waardoor we volkomen vrede kunnen hebben met onze plaats in deze wereld, in de orde van de natuur.

Dit idee komt overeen met de opvattingen van Plato over de wereld van de Ideeën en met de opvattingen van het christendom (hiernamaals, koninkrijk van god) Spinoza denkt echter wel dat we in déze wereld het geluk al kunnen vinden. Sommige aanhangers van Plato of het christelijke geloof menen dat we het uiteindelijke gelukt pas in die ándere wereld kunnen ervaren, daar is hij het niet mee eens. (na de dood leven we volgens zulke opvattingen alleen als essentie voort) Hij ziet de mens als één geheel, de essenties zijn belangrijk, maar onze zinnelijke natuur ook. Ontkenning van onze zinnelijke natuur is het ontkennen en ondermijnen van een deel van onze kracht.

Aanval door Nietzsche

Friedrich Nietzsche (1844-1900), de man die ‘met de hamer’ wilde filosoferen, had een heftige aanval uitgevoerd op zo ongeveer alles wat Spinoza voorstond. Hij deed dit om ruimte te scheppen voor totaal andere opvattingen.

Het verstand heeft al te vaak alleen gefungeerd als onderdrukker van onze instincten, terwijl die instincten veel intelligenter zijn dan ons verstand. Ook is het leven er niet om verstandelijk te doorgronden, maar om het te beléven. Bovendien zorgt een tweedeling in de mens, zoals in de vergelijking van het paard en zijn berijder, leidt er alleen maar toe dat je je eigen lichaam als iets verachtelijks gaat beschouwen. Je bent als mens één geheel, inclusief je zinnelijke natuur, begeerte. Ontkenning daarvan betekent ontrouw aan jezelf en ondermijning van je kracht.

God is dood

Nietzsche verwerpt de opvattingen dat er één ándere wereld bestaat naast de gewone waarneembare. Dat er nog een geestelijke werkelijkheid van essenties zou bestaan zijn hersenschimmen, illusies, van zwakkelingen die niet opgewassen zijn tegen deze harde werkelijkheid. Ze scheppen een fantasie wereld omdat ze de waarheid niet willen accepteren dat de wereld eindig, doelloos en zonder enige orde is. Het is een zee van tegengestelde krachten zonder doel regelmaat of zin. Het idee van orde of god is onzin dat is er niet. ‘God is dood’. De orde die wij in de wereld zagen bestaat niet. Geluk bestaat ook niet het is een kleinburgerlijk idee dat het leven gelukkig moet zijn, als het maar groots en meeslepend is, meer kun je er niet van maken. Dat brengt met zich mee dat je bewust je eigen lot moet aanvaarden ook al is dat hard en genadeloos. Daardoor leer je jezelf overwinnen, boven jezelf uitstijgen, een oppermens worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 : De macht van het verstand (Epictetus of Augustinus)

Zelfkennis is één van de voorwaarden voor geluk, want hoe kan je je leven in richten zonder je eigen drijfveren en voorkeuren, zodat je ook je sterke kanten en talenten kunt benutten in het leven en werk.

Socrates vond zelfkennis ook het belangrijkste wat er was. Ondanks dit beweerde hij zichzelf niet te kennen. En zolang hij zichzelf niet kende had het ook geen zin om iets anders te leren kennen. Hij vulde zijn dagen met het voeren van uitgebreide en indringende gesprekken op straat. Zij vertelden hoe zij hun leven inrichtten en of dat de juiste manier van leven was. Meestal verging het de ondervraagden dan zo dat zij na korte tijd verstrikt raakten in tegenstrijdige uitspraken. Hierdoor had Socrates veel vijanden, maar ook vurige bewonderaars, vooral onder de jeugd. In 399 voor Christus leidde dat tot een officiële aanklacht tegen hem wegens het bederven van de jeugd en werd hij veroordeeld tot de gifbeker.

De stoïcijnen

De stoïcijnen hielden zich vooral bezig met ethiek: wat is het goed om te doen. Zelfkennis is voor de stoïcijnen belangrijk omdat je moet weten wat tot je zelf behoort en wat niet. Hoe zit het met de neus, je handelingen, je gevoelens, je gedachten wat behoort écht tot jezelf? Alleen datgene waar je volledig macht over uit kunt oefenen behoort tot je zelf. Daarin ben je van nature vrij, daar kun je naar willekeur over beschikken. Je opvattingen, je wil en je emoties heb je in je macht. Dat is niet het geval met je lichaam, je fortuin, je sociale aanzien. Daarover heb je géén volledige macht.

Hegemonikon

Dit onderscheid is zo van belang omdat verwarring erover veel ongeluk teweeg kan brengen.

Epictetus, een Romeinse stoïcijn, zegt dat het niet de dingen zélf zijn die de mensen in verwarring brengen, maar hun opvattingen over die dingen hebben. De dood is op zichzelf niet angstaanjagend, dat komt door de ideeën die mensen er over hebben. Als je dus denkt dat je macht over iets kan hebben waar je in feite geen macht over hebt, dan ben je in verwarring en dan zal je veel hindernissen in je leven tegenkomen. Als je daarentegen wéét wat écht van jou is dan kan niemand je ooit ergens toe dwingen, niemand kan je hinderen, je zult niets doen tegen je eigen wil en niemand kan jouw schaden.

Datgene wat de macht uitoefent noemen de stoïcijnen het hegemonikon, het leidend beginsel, of de innerlijke stem of de gids, of ook wel de rede of het verstand. Zij zien het als een uiting van de bezielende kracht die aan alle levende wezens eigen is en die in feite aan het hele universum ten grondslag ligt. Het hegemonikon heeft veel verschillende betekenissen; God, Noodlot, Logos (woord, leer), rede, verstand, datgene wat orde schept. Het heeft volledig macht over zichzelf en is ook een voortbrengsel van de natuur, dus hecht verbonden met de fundamentele kracht in de natuur.

Oefening

Om gelukkig te leven moet je in overeenstemming leven met je ik, dat is hetzelfde als zeggen dat je in overeenstemming moet leven met je ware natuur. Dat vereist echter oefening. Vaak zien mensen geluk als iets wat afhankelijk is van externe factoren. Daarmee maken ze zichzelf tot een speelbal van omstandigheden en het toeval. Als het lukt zijn we tevreden, als het mislukt zijn we boos of teleurgesteld.

Volgens de stoïcijnen komt dat allemaal voort uit een gebrek aan zelfkennis en inzicht in de natuurlijke orde. De stoïcijnen proberen zichzelf zo goed te leren kennen dat ze nergens door uit het lood worden geslagen. Ze oefenen zich in het beheersen van hun wil, hun emoties en hun reacties op gebeurtenissen om hen heen. Stoïcijnen willen deze beheersen en niet erdoor beheert worden. Zij zochten hun geluk in een werkelijke onafhankelijkheid van geest en een veste onverstoorbaarheid van gemoed.

Augustinus

Het christelijke mensbeeld van Augustinus staat haaks op dat van de Stoïcijnen die op basis van hun eigen verstandelijke vermogens de natuur willen doorgronden om onafhankelijk en zelfstandig, alleen aangewezen te zijn op hun eigen kracht en nergens door geraakt te worden.

Voor Augustinus is het verstand niet in staat om het zelf of de natuur te doorgronden. Onze geest is maar beperkt. Onze geest is wel deel van een grotere geest, we voelen wel aan dat die geest meer omvat dan hij zelf weet. Voorbeeld sleutels vinden. Het getuigt dus van hoogmoed dat een mens denkt dat ie zichzelf kán kennen en doorgronden op eigen kracht. De macht van het verstand is daarvoor te beperkt. Ook de diepste grond van dit bestaan die de stoïcijnen God of Logos noemen is voor het verstand niet te begrijpen. Die kunnen we alleen kennen doordat God of de Logos zichzelf aan ons geopenbaard heeft. Daarin vindt hij dat het geloof voor Augustinus superieur is aan de filosofische systemen. Alleen in het geloof kun je dus écht rust en geluk vinden. Zo komt bij Augustinus de zelfkennis in een geheel ánder licht te staan dan bij de stoïcijnen. Zelfkennis is een gevaarlijke misleiding, je kunt niet zo goed naar jezelf luisteren (zonder jezelf te misleiden). Je moet juist erkennen dat je het ‘zelf’ tot zwijgen moet brengen en erkennen dat je jezelf moet overgeven aan een hogere macht, een waarachtigere stem dan die van jezelf.

Pascal zegt later hetzelfde: “de mens ligt ver buiten het bereik van de mens”. Denken dat je met je verstand jezelf kunt kennen is hoogmoed, Luister naar God!

4 : Abstract of concreet geluk (Aristoteles of Kierkegaard)

Aristoteles zegt dat geluk geen toestand is maar een kenmerk van een activiteit; je goed gedragen, goed functioneren, datgene doen waar je voor bedoeld bent, waarvoor je “hier bent op aarde’. Deze opvatting heeft eeuwen lang de opvattingen over geluk bepaald. Aristoteles gaat er vanuit dat alles op aarde een bedoeling heeft (anders was het er niet). Het is het doel van de wetenschap om de bedoeling van alle dingen te achterhalen: wat is het meest essentiële van elk ding, plant, dier etc.

  • Wanneer is een mens een goed mens? Waarvoor ben je bedoeld als mens? Wat is de bedoeling, de functie van de mens? Dat moet liggen in zijn meest essentiële en kenmerkend eigenschap. Bij de mens is dat het vermogen om na te denken en bewust te handelen. Dus moet zijn functie, zijn bedoeling ook liggen in het juiste gebruik van zijn bewustzijn en verstand.
  • Om goed mens te kunnen zijn moet je beschikken over een aantal deugden. Vier klassieke deugden; matigheid, moed, verstandigheid (bezonnenheid, wijsheid) en rechtvaardigheid. Al deze vier deugden zijn eigenlijk één hoofddeugd, namelijk het kunnen maken van de juiste keuze: niet té veel en niet té weinig. Het juiste midden houden is de samenvatting van deze vier deugden
  • Juiste midden:

Genotzucht - matigheid - ascese te streng zijn voor jezelf

Kleinzieligheid - grootmoedigheid - opgeblazenheid

Driftigheid - zachtmoedigheid - gemis aan verontwaardiging

Het gaat er om op het juiste moment op de juiste manier de juiste handeling te verrichten, net zoals een musicus op het juiste moment zijn partij moet spelen.

Geluk = goed handelen, op een deugdelijke manier gebruik maken van je vermogens, vooral essentiële vermogens, m.n. verstand en bewustzijn. Pas als je je gedraagt zoals je bedoelt bent om je te gedragen, deugdelijk te handelen, ben je duurzaam gelukkig.

 

Essentie of existentie

Kierkegaard behoort tot de groep filosofen uit de 19de eeuw die de existentialisten genoemd worden. Het gaat niet om een of andere (bedachte) essentie, maar om de existentie: het bestaan zelf, nu! De existentie, het bestaan, komt voor de essentie het wezen.

We hebben geen behoefte aan een algemene, abstracte bepaling van het geluk, we hebben behoeften aan een individuele, concrete bepaling van het geluk. In concrete situaties zijn nu eenmaal geen algemene regels te geven. Ieder moet altijd toch zijn eigen, subjectieve keuzes maken.

Het eigenbelang is het hoogste bestaan, dus het gaat om mijn geluk. De werkelijke problemen in het leven zijn altijd de concrete problemen van het eigen bestaan. Daarom moeten we in ons denken over het geluk steeds uitgaan van het concrete bestaan, de existentie. Hierom worden zulke filosofen existentialisten genoemd.

Kierkegaard verwijt Aristoteles dat hij geen rekening houdt met het meest wezenlijke van de mens namelijk de hartstocht. De mens is geen abstract iets, een wezen dat alleen maar denkt (zonder hartstocht). Een bestaan zónder hartstocht is volgens Kierkegaard eigenlijk niet mogelijk. Voor het denken kun je regels bedenken, voor passie niet. Mensen zoeken geen abstract geluk, maar concreet geluk.

5 : Maak van je huis geen moordkuil (Freud of Sartre)

Freud legde rond het begin van de twintigste eeuw de grondslag van de zogenaamde psychoanalyse. Dat is een systeem van ideeën over de werking van de menselijke geest en tegelijkertijd ook een methode voor het behandelen van geestelijke stoornissen.

Volgens Freud (1856 – 1936) heeft de menselijke persoonlijkheid drie delen:

  1. Kelder - Driften, instincten, onderdrukte emoties, onvervulde verlangens, onverwerkte ervaringen. Met name seksualiteit en agressieve driften. (Es, of Id in het Latijn) Het onbewuste.
  2. Keuken - Ego, dat wat we het “Ik” noemen. Het alledaags bewustzijn.
  3. Woonkamer - Superego, dat deel wat ontstaat door de invloed van waarden en normen uit je omgeving. Je leert jezelf aanpassen aan ‘Hoe het hoort”. Dit is het deel dat je aan anderen laat zien. Het ideaalbeeld dat we van onszelf hebben.

Het Ego ontstaat door de botsing van Es en Superego: de persoon leert zich aanpassen aan de waarden en normen uit de culturele omgeving en probeert toch zoveel mogelijk de behoeften en driften te bevredigen van het Es. We moeten het Es onderdrukken om een beschaafde cultuur te kunnen hebben en onszelf aan te passen. Het model met de verschillende kamers gebruikt de ruimte als metafoor voor de geest / de persoon.

Psychische ziekten ontstaan doordat het superego de driften te veel remt. Het ego kan de driften niet beheersen (of weet niet hoe, heeft het niet geleerd etc.). Psychoanalyse onderzoekt waar het fout gegaan is en leert het ego andere oplossingen te vinden om met de driften om te gaan (minder onderdrukking). De persoon wordt geconfronteerd met de inhouden uit het onbewuste (Es) en leert de driften en instincten te accepteren. Zo ontstaat er een nieuw evenwicht tussen de verschillende delen van de persoon. De person wordt volwassener en evenwichtiger.

Je bent de sleutel naar de kelder kwijt (sinds je vijfde), wel kunnen de kelderbewoners uit de kelder door zich tussen de spijlen van het kelderraam door te wringen. ‘s Nacht als je slaapt komen ze tevoorschijn en voeren ze vreemde taferelen op voor je ogen, dromen.

Verdringing: In de keuken blijven zitten en niks aan trekken van de kelder, noch de woonkamer.

Sleutels om de onbewuste denkprocessen op het spoor te komen zijn: droom interpretatie, vrije associatie, het uitdiepen van pijnlijke ervaringen uit je jeugd. Hierdoor kan je af en toe de kelder binnen komen. De confrontatie is niet makkelijk maar het zorgt wel voor meer evenwicht tussen de ruziezoekers.

Jean Paul Sartre (1905 – 1980)

Volgens Sartre kan er géén sprake zijn van een driedeling in de geest van de mens. Als het “Ik” vergeleken wordt met een van de ruimtes (keuken), wie is dan ‘degene’ die in die ruimtes rondloopt van de ene kamer naar de andere. Is de persoon dan tegelijk het huis, de kamers en de bewoners van het huis. Dus er klopt ergens iets niet in het beeld van Freud.  En wie maakt nou de uiteindelijke beslissing.

Het grootste probleem is voor Sartre dat Freud doet alsof de gevoelens en driften geen deel van jezelf zijn. Alsof ze uit het onbewuste (het lichaam) opkomen zonder dat je er wat aan kan doen. Dat is niet zo emoties zijn juist wel deel van onszelf, ons “ik”, we ‘doen onze emoties zelf’, we zijn zelf verantwoordelijk voor onze emoties. We zijn sowieso verantwoordelijk voor alles wat we doen. We doen slechts alsof we NIET verantwoordelijk zijn voor onze emoties omdat dat ons beter uitkomt. Emoties verwijzen naar het lichamelijke, naar lichamelijke behoeften en verlangens. Dat zijn we eigenlijk ook zelf, maar we doen alsof dat niet zo is. We gebruiken emoties ook om onze omgeving te beïnvloeden. Een kind huilt bijvoorbeeld soms om iets voor elkaar te krijgen en stopt als dat niet werkt. We kiezen onze emoties eigenlijk op een subtiele manier en daarmee kleuren we gebeurtenissen in (met een bepaald doel). Dat is een keuze. We gebruiken emoties als een vorm van magie wanneer rationele oplossingen niet werken of niet het gewenste effect opleveren. Het meisje dat verstijft probeert door niet te bewegen de tijd stil te zetten “alsof er niets gebeurd is”, want dan hoeft ze ook niet te erkennen dat ze ook seksuele driften heeft en daar wel of niet iets mee wil. Als je iemand slaat die een hond heeft geslagen, als ‘straf’ of vergelding. Dan wil je eigenlijk ongedaan maken dat die man de hond geslagen heeft. Het verandert daar niets aan, maar je voelt je beter omdat je er zogenaamd iets aan gedaan hebt. Je probeert de pijn van de hond (symbolisch) “ongedaan te maken”.

Volgens Sartre moet je de verantwoordelijkheid op je nemen voor je eigen bestaan (inclusief die aspecten die je liever verstopt). Je kunt die verantwoordelijkheid niet afschuiven door de schuld te geven aan “Het onbewuste” of aan iets anders. Je bent altijd verantwoordelijk.

 

 

 

 

6 : Geld en geluk (Marcuse of Popper)

Tegenspraken

Marcuse (1898 - 1979) was een leidende filosoof van het studentenverzet in de jaren zestig. Hij verwoorde de kritiek van veel jongeren en probeerde die filosofisch te funderen. Daarbij werd hij beïnvloed door de kritiek die Marx had op de kapitalistische samenleving. Volgens Marcuse leven we in de technologisch meest geavanceerde samenleving die er ooit geweest is. We hebben de meeste mogelijkheden om geluk te realiseren voor de meeste mensen. Een leven zonder dwang, met een hoge mate van welvaart. We kunnen onszelf ontplooien er is vrij tijd etc. En toch hebben we het gevoel dat er geen vrije tijd is, we niet méér vrijheid hebben, we onszelf niet kunnen ontplooien. We niet gelukkig zijn … ! We ervaren juist met de grotere technische mogelijkheden een verkleining van de individuele vrijheid. En niemand heeft nog tijd. We gebruiken de technische middelen niet om rustiger aan te doen, maar we gaan er juist alleen maar méér door werken en worden overspannen. We streven allen maar naar meer geld, terwijl we niet meer weten wat we met vrije tijd moeten doen. We gaan alleen maar meer produceren en vergeten wat het doel daarvan was. Er is een dwang om steeds meer te produceren en te consumeren. Geld is wel belangrijk, maar we kopen eigenlijk alleen maar (luxe-) dingen die we eigenlijk niet nodig hebben en we worden er ook niet gelukkiger van. We willen alleen maar weer meer en steeds weer nieuwe speeltjes. Die geven allen maar tijdelijk een goed gevoel, het is geen écht geluk wat het oplevert het zijn eigenlijk valse, onechte behoeften, die ons aangepraat zijn (door de reclame van de kapitalistische bedrijven).

Marcuse (1898 - 1979) was een leidende filosoof van het studentenverzet in de jaren zestig. Hij verwoorde de kritiek van veel jongeren en probeerde die filosofisch te funderen. Daarbij werd hij beïnvloed door de kritiek die Marx had op de kapitalistische samenleving. Volgens Marcuse leven we in de technologisch meest geavanceerde samenleving die er ooit geweest is. We hebben de meeste mogelijkheden om geluk te realiseren voor de meeste mensen. Een leven zonder dwang, met een hoge mate van welvaart. We kunnen onszelf ontplooien er is vrij tijd etc. En toch hebben we het gevoel dat er geen vrije tijd is, we niet méér vrijheid hebben, we onszelf niet kunnen ontplooien. We niet gelukkig zijn … ! We ervaren juist met de grotere technische mogelijkheden een verkleining van de individuele vrijheid. En niemand heeft nog tijd. We gebruiken de technische middelen niet om rustiger aan te doen, maar we gaan er juist alleen maar méér door werken en worden overspannen. We streven allen maar naar meer geld, terwijl we niet meer weten wat we met vrije tijd moeten doen. We gaan alleen maar meer produceren en vergeten wat het doel daarvan was. Er is een dwang om steeds meer te produceren en te consumeren. Geld is wel belangrijk, maar we kopen eigenlijk alleen maar (luxe-) dingen die we eigenlijk niet nodig hebben en we worden er ook niet gelukkiger van. We willen alleen maar weer meer en steeds weer nieuwe speeltjes. Die geven allen maar tijdelijk een goed gevoel, het is geen écht geluk wat het oplevert het zijn eigenlijk valse, onechte behoeften, die ons aangepraat zijn (door de reclame van de kapitalistische bedrijven).

Dat aankweken van valse behoeften is zo gewoon geworden dat mensen niet eens meer weten wat hun echte behoeften zijn: een vrij bestaan, echt contact met andere mensen, zelfontplooiing. De samenleving zou veel rechtvaardiger kunnen worden als we niet zoveel geld zouden verspillen aan die onechte behoeften. Er is genoeg eten voor iedereen, maar het is ongelijk verdeeld.

Eendimensionaal

Het ergste is dat de mensen niet eens meer weten dat ze een afwijking hebben. Ze dénken dat ze hun echte behoeften bevredigen, maar ze consumeren alleen maar wat ze opgedrongen wordt door de bedrijven. We worden eigenlijk gemanipuleerd door de valse beelden die deze samenleving steeds verspreid door media en reclame etc.

Karl Popper (liberale visie)

Is het niet eens met de – in zijn ogen - eenzijdige analyse van Marcuse. De beste samenleving is de samenleving met de meeste vrijheid. Laat mensen zo veel mogelijk doe wat ze zelf willen, dat levert de best mogelijke samenleving op. Ook al zouden er ook valse behoeften nagestreefd worden, daar moeten mensen zelf maar achter komen. Bovendien je kunt niet voor anderen bepalen wat ware of valse behoeften zijn. Als je een samenleving maakt waar geen valse behoefte zijn, wie bepaalt dan wat waar en wat vals is. Als de overheid dat bepaald dan is er geen vrijheid meer. Je krijgt dan alleen maar onvrijheid, intolerantie en onderdrukking. Je kunt anderen nooit opleggen wat ze moeten vinden, mensen moeten ruimte hebben om zelf te bepalen wat voor hen ware en wat valse behoeften zijn. Er zijn dus meerdere opvattingen mogelijk over wat geluk is. Dat is het wezenlijke van en vrije samenleving: er is niet één definitie van geluk, hoe het hoort, maar meerdere. Dat is de kern van de democratie. Pogingen om één interpretatie van geluk in te voeren leidt tot totalitaire samenlevingen. Dergelijke ‘goede bedoelingen’ hebben tot veel kwaad geleid. Daarom moet de samenleving niet streven naar een bepaalde vorm van geluk, maar het moet er voor zorgen dat er zo min mogelijk ongeluk is. De overheid moet zich daarom zo min mogelijk bemoeien met wat burger moeten vinden en hoe ze moeten leven.

 

 

7 : Leven zonder te begrijpen (Camus en de mythe van Sisyfus)

 

Deel 2 : Rechtvaardigheid

8 : Hard tegen hart (Machiavelli of christendom, zonder Berlin)

 

9 : Uitspraken over inspraak (Plato, De Groot of Ortega y Gasset)

 

10 : Het gezicht van gezag (Max Weber en de besluitvorming)

 

11 : Is de mens tot de orde te roepen? (Hobbes of Rousseau)

 

Aantekeningen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.