Opdracht 114:

1) independent à onafhankelijk

2) rates à cijfers

3) adequate à voldoende

4) commitment à betrokkenheid

5) aviaries à voliëres

6) effort à inspanningen

7) captivity à gevangenschap

8) maintenance à verzorging

9) appalled à geschokt

10) trade à handel



Opdracht 118:

1) de kleine uurtjes - We worked till the small hours of the morning

2) de oren van het hoofd kletsen - She’s talking my head off

3) eens lekker onderuit zitten - I’m going to put my feet up this afternoon and won’t do a stroke of work



4) gespannen - The children were all keyed up waiting

5) goed van pas komen - That box of nails came in handy

6) het hart op de tong dragen - She wears her hart on her sleeve

7) het mogen houden - Is it for keeps?

8) in de maling nemen - She’s having you on

9) krap bij kas zitten - I’m afraid I’m a bit hard up

10) op vrije voeten - They say it is still at large

11) uit zijn nek kletsen - You mustn’t believe him. He’s talking throught his hat

12) weer bezig zijn - Are they at it again?



Opdracht 120:

1) De paus werd verwelkomt door een groep meisjes in nationale kledendracht.

2) De acteurs droegen 17e eeuwse kleding tijdens de uitvoering

3) Northanger Abby zal worden uitgezonden als een kostuum stuk in zes afleveringen.



4) Onze secretaresse zag er slim uit in haar nieuwe mantelpakje

5) Tijdens het werk moeten de mannen beschermende pakken dragen

6) De man op de foto droeg een driedelig kostuum en een bolhoed



Opdracht 121:

1) You had better putt on a suit for the interview.

2) Yes, I’ll put on my tracksuit or my diving-suit, if it suits you.

3) You should put on your striped suit.

4) Jane looked very smart in her blue suit.

5) In our village some old people still wear costume.



Opdracht 122, alleen de moeilijke woorden:

1) Fabric gloves - stoffen handschoenen

2) Fabric softener - wasverzachter

3) Shoe factories - schoenfabrieken

4) Fabrication - verzinsel

5) Manufactures - fabriek

6) Factory - fabriek

7) Factory floor - werkvloer

8) Cotton fabrics - katoenen stoffen, woolen fabrics - wollen stoffen

9) Fabricated - verzon

10) Factory - fabriek, manufacture - maken



Opdracht 123:

1) In the holidays I work in a factory.

2) The manufacture cotton fabrics there.

3) It’s good to gain evperience on the factory floor.

4) The story is a fabrication.

5) We used to live next to a sawmill.



Opdracht 129:

1) I have read your letter well

2) I can easily understand what you mean

3) the plan is very simple, don't you think

4) we should now simply start with the execution

5) it can't be terribly difficult

6) yet we should go about it carefully

7) you van easily make a mistake

8) It's absolutly necessary to discus everything once agian

9) you're perfectly right

10) it should be done thoroughly


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.