Eldorado
1940-1960
George Orwell
George Orwell is synoniem voor Eric Blair(1903-1950), zijn echte naam. Hij heeft voor de koloniale politie in Birma gewerkt. Hij keerde terug naar Engeland vastbesloten nooit meer voor het koloniale systeem te werken. In zijn geschriften is er dan ook geen vertrouwen in het vermogen van welke politieke partij of systeem om een oplossing te vinden voor de sociale problemen. Dit is ook zo in zijn boek Animal Farm en 1984(1949). Over dit laatste stond er wat in Eldorado.
De hoofd persoon woont in Oceania dat wordt geregeerd door een totalitaire partij. Hij wordt verliefd, dat getuigt van een vrije wil en dat mag niet. Hij wordt net zolang gemarteld tot hij toegeeft dat de partij altijd gelijk heeft.
1984
Hoofdpersoon is Winston Smith die in een land woont dat wordt geregeerd door een totalitaire staat. Hij wordt verliefd en dat is verboden. Want verliefd worden is iets dat gebeurt uit vrije wil en vrije wil is niet toegestaan. Hierdoor werd hij veroordeeld tot een soort van brainwashpraktijk. En daar gaat het fragment over. 1 van de dagelijkse haatsessies. (hun staatsvijand Goldstein wordt vertoond op grote tvs). Hij moest haat vertonen tegenover deze staatsvijand. Iedereen om hem heen werd wel helemaal boos. En op een gegeven moment had hij geen macht meer over zichzelf en deed hij ook mee. Goldstein de staatsvijand is ook fictief, hij bestaat helemaal niet, hij is verzonnen zodat de mensen zouden denken dat ze een staatsvijand hadden. Zonder vijand kun je geen goed functionerende staat hebben. Al die woede moet ergens naar toegesluisd worden en dat is dan Goldstein. Het zorgt ook voor een nationaal gevoel bij de mensen die erin geloven ze hebben dan een overeenkomst dezelfde vijand. Het zorgt voor een saamhorigheidsgevoel, ook met de regering.
Vraag 2:
a) Ze worden zo meegesleept door het verloop van de sessie dat je niet eens meer kan doen alsof. Ze hebben geen eigen wil meer, je moet gewoon meedoen. Ze moeten volgen.
b) The horrible thing … - … was always unnecessary
c) Ja hij ziet de TV als een nogal goede beïnvloedingsmiddel en dat is het nu ook. Als je iets op de TV een paar keer dan ga je het nog geloven ook.
d) -

William Golding
William Golding (1911-1993) brak door met zijn boek Lord of the Flies(1954). In dit boek stranden beschaafde jongens op een onbewoond eiland. In het begin is er overleg en gezag en orde. Maar later komen primitieve angsten en driften bovendrijven. Ze vallen terug op het recht van de sterkste en geweld. Dit verhaal is typisch voor Goldings overtuiging dat de mens van nature naar het kwade neigt en meer vernietigt dan creëert.
Lord of the Flies
Een groep geschaafde jongens stranden op een onbewoond eiland. In het begin wordt er orde en een systeem geschept door middel van een schelp. Als iemand de schelp in de handen had zou iedereen naar diegene luisteren. Later komen de slechtere kanten van de meeste jongens naar boven drijven en geld het recht van de sterkste. De mensen die hierachter staan proberen onder leiding van Jack om te overleven op een primitieve manier zonder regels. De enige 2 die nog geloven in een dergelijk systeem waar iedereen zijn zegje kan doen zijn Ralph en Piggy. Uiteindelijk wordt Piggy vermoord door Jack en zijn gangbang die het niet eens waren met het systeem van de schelp. Toen Piggy werd vermoord had hij de schelp in zijn hand en toen hij werd vermoord liet hij de schelp dus vallen en spatte die in duizende stukjes uiteen. Dit maakte zo goed als een eind aan het hele systeem. De schelp was het symbool van de democratie.
Vraag 4:
a) De schelp valt kapot op de grond. De schelp stond voor gezag en orde, voor democratie. Nu de schelp kapot is gelden deze dingen niet meer. Nu geldt het recht van de sterkste.
b) Piggy was niet fysiek sterk, maar was erg slim en was een voorstander van de schelp. Hij dacht goed na over de dingen die er moesten gebeuren. Hij stond voor het verstand. Hij had dus eigenschappen die in verbinding stonden met waar de schelp voorstond. De schelp ging kapot en hij ging dood. Dit betekende het einde van gezag, orde, democratie en verstandig nadenken.
c) Piggy en Ralph stonden voor democratie, goed nadenken. Jack en de andere stonden voor macht, recht van de sterkste. Hij was machtsbelust en dacht daarom niet zorgvuldig over dingen na. Dit ging ten koste van goed leven en een goede samenleving, daarom veranderden ze in wilden.
In de tekst is dit te vinden in het eerste gedeelte. Which is better, to have rules and agree, or to hunt and kill? Enz.
d) Ja, er is nog steeds veel onrecht in de wereld en oorlog. Er zijn nog steeds van dat soort problemen, en die zullen er altijd blijven. Zo is het nu eenmaal.
Muriel Spark
Muriel Spark (1918) combineert in haar boeken het alledaagse en het bizarre. Ze lopen door elkaar heen. Personages uit haar boeken zien die combinatie als de gewoonste zaak van de wereld. Haar wereld komt op de lezers over als komisch maar ook een beetje bedreigend. In haar boek Memento Mori (1959), Latijns voor “gedenk te sterven”, gaat over een groep bejaarden die of niet in de gaten wat er gebeurt of mensen die genieten van die aftakeling bij anderen. Ze worden telkens anoniem gebeld met de boodschap: ‘remember you must die’. Voor iedereen wordt deze boodschap bewaarheid. Zo ondergraaft ze de mythe van een ‘gezellige en gemoedelijke oude dag’.
Memento Mori
Je hebt nogal wat personages in het verhaal:
Charmian Colston: de oudste vrouw die leed aan dementie
Taylor: de vrouw die charmian eerst verzorgde (iig voor 20 jaar staat erin de tekst). Ze is nu weg. In de laatste 20 jaar noemde werd ze Jean genoemd door Charmian. Dame Lettie Colston: een vrouw van 79 die dus zelf ook heel oud is maar niet lijd aan dementie zoals charmian. Ze is heel kattig en probeert charmian op alle mogelijke manieren te kleineren zonder dat het opvalt. Ze is de zus van Godfrey Colston. Zij is nogal oud maar doet alles gewoon normaal en ontkent in haar gedachten dat ze misschien binnenkort dood zal gaan aan ouderdom omdat ze nog het wil van het leven in haar heeft. Ze wilt zeg maar niet bezwijken onder haar leeftijd, ze wil de realiteit niet zien; dat ze zelf ook heel oud is. (in tegenstelling tot Charmian die ongeveer evenoud is) Mrs. Anthony: word net als Dame Lettie ook Taylor genoemd door charmian. Zij is degene die Charmian verzorgt (eerst was dat Taylor). Godfrey Colston: de man van Charmian Colston. Is ouder dan zijn zus dame lettie.
In het fragment is alles gewoon zoals normaal bezig. Charmian die iedereen niet naar hun naam noemt (hier noemt ze iedereen Taylor in het begin Mrs. Antony en Dame Lettie). In het begin staat Dame lettie dus in de kamer van Charmian en komt Mrs. Anthony binnen met coffee. Dame Lettie zeikt Charmian af op haar fouten de hele tijd en dan komt Godfrey binnen. Charmian noemt hem Eric. Dan gaat Eric de krant openslaan. Charmian vraagt naar de oorlogs nieuws die dan allang over is (signaal dat ze dement is ook). Lettie zeikt door dat ze het misgien heeft over een oorlog die nog veel eerder was dan de 2de wereldoorlog. Dan komt het telefoontje voor Dame Lettie: remember you must die. Dit heeft betrekking tot het stuk wat staat bij Dame Lettie. Zij moet doorhebben dat ze doodgaat en niet verder gaan leven met de gedachte dat ze nog heelveel jaren voor de boeg heeft.
Vraag 5:
a) Ze noemt mensen verkeerd bij naam. Ze noemt haar man bijvoorbeeld Eric, terwijl hij zo niet heet. Ze heeft geen besef van tijd. Ze denkt dat het nog steeds oorlog is.
b) Kattig, alsof Charmian een klein kind is. Ze wijst Charmian telkens op haar fouten, terwijl ze het toch niet onthoud. Ze ergert zich vreselijk aan haar. Ze is een beetje sadistisch.
c) Het zal wel kloppen. Oude mensen worden nou eenmaal dement en dat verwerkt ze alleen maar in haar verhaal daar is niets mis mee dat is de realiteit.
d) Ze probeert duidelijk te maken dat het zeker is dat je dood gaat, dat die onvermijdbaar is. Daarom moet je genieten van het leven.

Jerome David Salinger
Jerome David Salinger (1919) leidt een heel teruggetrokken leven in New Hampshire. Hij heeft maar 1 roman geschreven: The Cather in the Rye (1951). De hoofdpersoon in dit boek is Holden Caulfield. Hij is weggelopen van een kostschool. Hij zwerft door New York heen en praat met verschillende mensen, waaronder zijn zusje Phoebe. Hij wil niet volwassen worden, en hij wil zijn zusje dan ook beschermen tegen het volwassen worden. Aan het einde van het verhaal blijkt het verhaal eigenlijk een biecht te zijn aan de psychiater in de inrichting waar hij is opgenomen.
The Catcher in the Rye
In het fragment is hij in gesprek met zijn zusje Phoebe, die nog heel kinderlijk is. Hij heeft het er over dat hij kinderen wil vangen die per ongeluk van een kliff afvallen. Hij wilt ze redden. Daarna in het gesprek bedacht hij zich dat hij ene oud engels leraar wil bellen. Hij vraagt zijn zusje eventjes te wachten. Dan zegt Phoebe dat ze boerlessen neemt bij iemand en wilt dat Holden het hoort wat ze al heeft geleerd. Meer gebeurt er niet. Maar het boerengebeuren staat in dit fragment voor het kinderlijke net als het zinnetje Daddy’s going to kill you. Phoebe is heel kinderlijk en dat wil Holden zo houden.
Vraag 7:
a) Hij wil ze redden van het gevaar van het volwassen worden. Hij wil ze redden van de volwassenen wereld.
b) Hij draait er niet omheen. Hij zegt het direct, recht op aan. Maar hij is wel sensitive, gevoelig.
c) Mening. (purity, youth)
d) Phoebe is een stuk jonger dan Holden, een stuk kinderlijker. Ze is loyaal aan de ouders. Dit is te merken aan dat ze leert boeren van een meisje. Haar boeren zijn niet erg goed, maar toch moedigt Holden haar aan. Dit is een teken dat Holden ouder is.
e) Mening. Ik zie het als een ontsnapping, want in die inrichting kan hij kind blijven.

Dylan Thomas
Als dichter werkte Dylan Thomas (1914-1953) in de Keltische traditie van de barden. Hij besteedde veel aandacht aan de klank van de gedichten en combineerde deze traditie met het surrealisme. Zijn poëzie is gebaseerd op de wereld van dromen en het onderbewuste (beeldspraak), dit maakt zijn gedichten erg moeilijk. Hij was populair en cultiveerde het imago van een rebelse, drinkende, tot een vroege dood gedoemde dichter. Hij overleed tijdens een voordrachtstournee in Amerika door een combi van drank, fysieke uitputting en verkeerde medicatie. Zijn gedicht ‘Do not go gentle in that good night’ (1957) schreef hij voor zijn vader toen die op sterven lag.
Do not go Gentle Into That Good Night (per aantal regels)
Regels 1-3: de regel ‘Do not go gentle into that good night’ wordt nogal vaak gebruikt (herhaling) als openingszin en als afsluiting van 2 strofes. Het zinnetje ‘rage, rage against the dying of the light’ wordt ook herhaald 3 keer om als afsluiting van een strofe en in de laatste strofe samen met “do not go gentle” enz. De afsluiting van de laaste strofe en het gedicht.
Thomas heeft ook wat contrast gebruikt de woorden in de zinnen die herhaald worden zijn elkaars tegengestelden. Rage gaat samen met gentle, good met dying, en light met night. Thomas koos voor het woordje gentle ipv. De wat logischere alternatief gently (omdat het een werkwoord beschrijft niet een persoon en dat doet gentle wel) zodat het de persoonlijkheid van het individu kan beschrijven. Met good night verwijst hij naar de dood, een goede dood om precies te zijn. Alhoewel het een aanmaning tot het weerstaan van de dood kan zijn is de toon hier compleet rustig. In de derde regel wordt rage 2 keer gezegd. Hier is de toon heel anders en verzoekt de schrijver tot een furieuze weerstand tegen de dood. Hij zegt hetzelfde met 2 totaal verschillende zinnen en ook op 2 verschillende tonen.
De tweede regel is het advies van Thomas tegenover mensen die hun dood snel naderen. Hij wilt dat oude mensen het wil voor het leven niet opgeven maar vastklampen aan hun leven zoals jongeren dat ook zouden doen. Close of a day is gelinkt met good night, het staat allebei voor de dood. De woorden burn en rave verplaatsen de lezer een alvast naar het derde zinnetje.
Strofe 2-5: In deze strofes wordt beschreven hoe 4 verschillende types oude mannen tegen hun dichtbijkomende dood aankijken en hoe er mee omgaan. Regel 4: hier beschrijft Thomas de wijze mannen. Deze mannen zijn afgestudeerd en zijn slim etc. Hierdoor accepteren ze waarschijnlijk de onontkoombaarheid van dood (op intellectueel gebied). Thomas begint wel met though waarmee hij waarschijnlijk wil zeggen dat hun kennis hun niet heeft voorbereid op het accepteren van de realiteit van de dood. Regel 5: Hier wordt beschreven waarom wijze mannen niet kunnen handelen in overeenstemming met hun kennis. Afgestuurdeerden worden gemeten op hun woorden. Ze hebben nog veel te zeggen, dus is hun doel niet bereikt (als ze dood gaan alles in dit hele gedicht draait om wat te doen als je binnenkort doodgaat). De niet complete levens van de wijze mannen, met hun boodschappen die alleen voor een deel zijn geleverd.
Regel 6: Is gewoon weer dat zinnetje. Hij wilt zeggen dat deze wijze mannen niet op een rustige manier de dood tegemoetkomen.
Regels 7 en 8: Hier gaat het over de mannen die waardige en acceptabele levens hebben geleid. Last wave heeft een dubbele betekenis. De mannen zelf zijn de laatste golf, terwijl ze de naderen. Het kan ook zijn dat ze een laatste zwaai geven aan de mensen die ze achterlaten. Crying heeft ook 2 betekenissen: op de ene manier kan het gewoon het simpel uitspreken zijn, maar het heeft ook het gevoel van huilen. In regel 8 zie je dat de goede mannen netzoals de wijze mannen niet bereikt wat ze wilden bereiken in het leven. Hun acties vielen niet op.
Regel 9: hun goede aard staat hier tegenover regel 9. Hun acties zijn zwak, Ze lijken niet echt actief. En nou op het einde van het leven moeten ze zich heel hartstochtelijk gedragen zodat ze eindelijk worden opgemerkt.
Regel 10-12: de wilde mannen verschillen nogal van de stille goede mannen van de vorige strofe. Het totaalplaatje is nogal opgetogen en sterk. Deze mannen hebben het leven volledig benut, maar hebben niet door dat ze snel oud zullen worden en uiteindelijk zullen doodgaan.
Regel 13-15: het woord grave betekent hier 2 dingen: serieusheid en dood. Dit zijn de mannen van begrip. Hoewel ze blind zijn zien ze dood beter dan mensen met gezichtsvermogen. De vermeldingen van blindheid zijn verwijzingen naar zijn vader. Zijn vader zou blind voor de waarheid zijn gestorven te trots om dood te gaan. In deze strofe zijn ook weer tegenstellingen zoals gay en grave, blind en sight.
Regel 16-17
Terwijl er in deze laatste strofe alleen heel terloops wordt verwezen naar de van vader van thomas, is dit stuk geadresseerd aan de vader van Thomas. Sad height verwijst naar de nabijheid tot de dood. Het totaal plaatje van fierce tears vertoont contrast. De tranen erkennen de onontkoombaarheid van de dood, terwijl fierce staat voor weerstand, tot het eind.
Regels 18 en 19 zijn zijn weer de herhaling. De herhaling in dit gedicht zorgt voor identificatie, je hebt het eerder gelezen en weet zo een beetje wat er mee bedoeld wordt (hoe vaker herhaald hoe beter het begrip).
Vraag 11:
a) Er is een rijmschema in verwerkt. (A-B-A). Verder is er ook nog herhaling. 2 zinnetjes worden 4X herhaalt. (Rage, rage…) en (Do not go…)
b) Rage, rage against the dying of the light. Do not go gentle int that good night. Deze zinnetjes zorgen voor herkenning en samenhang. Dit geeft ook aan dat het voordrachtspoëzie is.
c) Het haalt het idee van oude mensen die rustig in stilte sterven onderuit.
d) Mening. Ik vind het deprimerend, want niet vredig sterven is niet echt positief.

Philip Larkin
Philip Larkin (1922-1985) kreeg bekendheid met zijn gedichtenbundel The Less Deceived (1955). De titel verraad zijn scepsis tegen politieke ideologieën. In zijn gedichten reageert hij met wrange humor op de alledaagsheid en saaiheid van het leven. Op zijn geheel eigen, laconieke wijze weet hij toch daaruit zo nu en dan momenten van schoonheid te destilleren. Het gedicht dat in El Dorado staat heet Poetry of Departures.
Poetry of Departures
De rode draad van dit gedicht is dat de droom van alles achterlaten en doodgewoon weglopen gewoon een droom is en niet kan worden gerealiseerd. Hoe erg we thuis ook haten, Larkin suggereert, om die haat te vermijden en gewoon in plaats daarvan gewoon (sober and industrious) ijverig en nuchter moet blijven. Alles achterlaten is volgens hem een (deliberate step backwards) stapje terug. In de eerste strofes spreekt hij over zijn normale leven die hij haat. De eerste strofe: soms hoor je via via dat iemand als grafschift heeft. Hij heeft alles opgeruimd, achtergelaten en is dus gewoon weggelopen. In de regels die hierop volgen zie je dat hij dit ook verlangt hij kijkt er positief tegen aan (dromerig). Maar hij noemt het wel stoutmoedig, die actie. In de tweede strofe uit hij hoe erg hij zijn perfecte leventje (wordt hem verteld) haat. Hij wordt opgewonden van het hele idee van alles achterlaten. Hij zegt dat hij wel in staat is om het te doen en daarom juist niet doet. De laatste strofe gaat over het leven als hij gaat. Banjeren over wegen een stoppelbaard hebben enz. Hij zou het zo gedaan hebben als het niet zo kunstmatig was als het niet een stapje terug was. Hij wordt er niet beter van, integendeel hij wordt er juist slechter want het is een stapje terug. Het afkeurenswaardig perfect (afkeurenswaardig perfect).
Vraag 12:
a) De ikpersoon voelt zich aangetrokken tot de middenklasse, die een ontspannender leven leiden. De ‘minder bedeelden’ op deze wereld, zoals ook de titel van zijn bundel is (the less deceived). Hij verafschuwt alle saaie rijkdom.
b) Hij leidt een ordelijk, maar saai leventje, zo hoort hij van andere mensen. (and my life, in perfect order: so to hear it said)
c) In de 4e strofe legt hij ook uit dat het echt niet kan, omdat het nep is. Het klopt niet. Het is afkeurenswaardig perfect. In de 3e strofe legt hij ook uit waarom hij dat leven niet gaat leiden. Hij legt uit hoe hij zou reageren op niet-nette acties en zinnen. (take that, you bastard). Hij legt uit dat hij daar niet mee om kan gaan. Maar vooral omdat het leven kunstmatig is en het een bewuste stap terug is hij bereikt er niets mee hij verliest juist dan heelveel.
d) Die wereld van normale, ‘armere’ mensen lijkt wel mooi, maar om echt zo te gaan leven, gaat tegen alles in. Dat is rebels, afkeurenswaardig. Het is dan beter om het oude leven te blijven leiden en je aan te passen.


Theodore Roetke
Theodore Roethke (1908-1963) groeide op rond de kassen van zijn oom een vader. Dit komt veel voor in zijn gedichten. Ook in zijn 2e gedichtenbundel The Last Son (1948). Roethke koppelt autobiografische elementen aan zij favoriete thema: de cyclus van geboorte, groei, aftakeling en dood. Zijn poëzie is van grote invloed op het ontstaan van de persoonlijke bekentenispoëzie. Dichters zoals Robert Lowell en Sylvia Plath. In El Dorado staat zijn gedicht
My Papa’s Waltz
Regel 1 en 2: Het eerste wat er in een gedicht moet gebeuren is de situatie en sfeer vaststellen. Het drinken van de vader komt als eerst naar voren hier. De sfeer is een beetje komisch omdat er wordt gesuggereerd dat er genoeg alcohol is in de adem van de vader om een kind duizelig te maken. Dus de vader heeft nogal wat alcohol op. De intimiteit tussen de vader en zoon worden ook vastgesteld omdat het gedicht van zoon tot vader is.
Regel 3: Dat ze dichtbij elkaar staan is hier heel duidelijk omdat er wordt gezegd dat de zoon zich vastklampte. Like death introduceert het gevoel angst of misschien wanhoop. Hij klampt zich vast als de dood (I hung on like death). Hij is dus nogal vasthoudend en dat geeft aan dat de zoon nogal bang is voor de consequenties van het loslaten. Het idee is afgeleid van de personificatie van de dood als iemand die als hij iemand vast heeft die gene onder geen beding loslaat. Misschien is de zoon bang voor zijn dronken vader, bang dat hij gaat slaan of iets dergelijks. Of misgien was de zoon bang om los te raken van zijn op emotioneel gebied. Hij was misschien bang voor het verlies van intimiteit met zijn vader, als hij losliet deed hij niet meer mee in de dans. De dans zou dan een metafoor zijn voor de relatie tussen vader en zoon; intiem en vitaal belangrijk voor de zoon maar ook duizelingwekkend en zorgen wekkend (?). Dat vasthouden als de dood schets een plaatje: een doodfiguur die zich vasthoud aan de man. Dat kan best als we niet vergeten dat Roetke’s vader dood was gegaan toen hijzelf nog een kind was. Regel 4: Hier weet je zeker dat het om de Waltz gaat omdat het er staat. Er staat ook dat het Waltzen moeilijk was. Hier wordt niet gesproken over de dans Waltz want die is heel simpel. Het werkwoord to waltz betekent zelfs iets zonder moeite doen, aan de Waltz zal het niet liggen. Er wordt bedoeld dat het Waltzen men zijn vader moeilijk is. Wat makkelijk had moeten zijn was moelijk. Dit kan zijn omdat zijn vader dronken was. Metaforisch gezien betekent als de dans een metafoor is voor hun relatie dat de relatie nogal moeilijk was dat de zoon moeite had met het in sync zijn met zijn vader. Of misschien was het te moeilijk voor hem om zijn vaders passen te volgen (dronken).
Regel 5-6: romped zegt al dat het er ruig aan toe ging het was nogal energiek en krachtig. En de dans zorgde dervoor dat alles uit de keuken viel. Maar romped is ook een synoniem voor waltzed. Door iets heen waltzen is iets makkelijk doen dat is romped dus ook dus kan het ook zijn dat het heel leuk was om te doen en lekker makkelijk.
Regel 7-8: de moeder wordt geintroduceerd als een afkeurende persoon, ze deed niet mee en haar fronsende gezicht verraad dat ze het ook niet goed vondt. My mother’s countenance staat hier voor de moeder. Regel 9-12: De zoon en vader waren dichtbij elkaar bij alle strofe maar bij deze strofe zijn ze wel heel dichtbij. De acties van de vader hadden consequenties voor de jongen (iedere stap dat de vader miste zorgde ervoor dat de oor van de zoon schraapt). Allebei zijn gewond de vader aan zijn knokkels en de zoon aan zijn oor. Dit introduceert pijn in het gedicht. De verwonding van de vader is waarschijlijk veroorzaakt door zijn werk terwijl de verwonding van de zoon direct wordt veroorzaakt door de relatie met zijn vader. Regel 13-14: you beat time on my head kan betekenen dat de vader de dans of ritme aangaf d.m.v. morse code (taal d.m.v. kloppen en tikken), hij hij wou het zijn hoofd in krijgen (on my head). Misschien probeerde de vader duidelijk te maken hoe de dans eigenlijk zou moeten gaan, maar niet hoe het gaat. De vader-zoon relatie had makkelijk en soepel moeten zijn terwijl het onhandig was. (het wordt vergeleken met dat).
Regel 15-16: letterlijk waltzten ze van de keuken naar de slaapkamer. Maar het is figuurlijk. Misschien hield de jongen zich nog vast omdat hij bang was voor de onstuimigheid van zijn vader. Of misschien wou hij niet dat de dans (relatie) stopte.
Vraag 13:
a) 1. Whis(key), breath, could make, hung, easy 2. Romped, slid, mother’s, itself 3. hand, battered, every step, scraped 4. time, palm, waltzed, clinging to.
b) Het ritme is regelmatig (3/4 tempo) en met elke eerste tel een extra aanzet. In dit geval is dat dus de klemtoon.
c) Hij vindt het moeilijk. (such…-…easy). Ze gaan erg lang door en hij vind het leuk, maar erg moeilijk. Het doet soms ook zeer. Maar hij vindt het leuk. Ook al kan je op het eind ook concluderen dat het helemaal niet fijn was.
d) Het kan over kindermishandeling gaan als je het zo leest je kunt het ook lezen op de andere manieren die hierboven de opdracht per regel beschreven staan.

Samuel Beckett
Samuel Beckett (1906-1989) associeerde het leven altijd met lijden en dood. Hij schreef zijn romans en toneelstukken in het Frans en Engels. In zijn werk portretteert hij de moderne, naoorlogse mens als een niet-weter en een niet-kunner, die zich alleen met berusting, zelfspot en een flinke dosis zwarte humor staande kan houden. Zijn toneelstuk Waiting for Godot (1956) is een voorbeeld van het theatre of the absurd. Dit komt door het gebruik van nonsensdialogen, van surrealistische en onheilspellende decors en van een volstrekt onlogische verhaallijn. Zijn toneelfiguren hebben geen controle over de gebeurtenissen en daarin ligt de relatie met de naoorlogse werkelijkheid.
Waiting for Godot
Een dialoog tussen 2 zwervers: Vladimir en Estragon, die wachten op de komst van Godot, een mysterieus persoon, Godot komt niet en de zwervers blijven eindeloos wachten. Alleen omdat een boodschapper zei dat godot zou komen. Het dialoog gaat nergens over ze praten eerst over Godot en dan over koetjes en kalveren.

Vraag 15:
a) “And if he doesn’t come?”, “We’ll come back tomorrow”. “And then the day after tomorrow?”, “Possibly.”, “and so on.”
b) Godot zal wel een belangrijk persoon zijn, anders zullen ze daar niet zo lang staan op wachten. De naam kan je aan god doen denken. Dat is waarschijnlijk geen toeval, want de meeste mensen vinden god wel belangrijk. Zij vonden Godot ook belangrijk.
c) Mening.
Vraag 17:
Je kan stemmen op het irritantste woordje van het jaar. De discussie die hierover gaan zijn best zinloos want het iedereen heeft steeds weer een ander irritant woordje.
Na 1960
Ted hughes
Ted Hughes (1930) is getrouwd geweest met Sylvia Plath. Hij is de dichter van de pracht, maar ook van de immorele wreedheid van de natuur. Maar ook de dichter van de instinctieve emotie. De mens moet opnieuw met die natuurkracht in contact komen om zijn vitaliteit te hervinden. Zijn poëzie heeft bij de eerste kennismaking vaan een vervreemdende en onthutsende werking. Dit komt vooral omdat hij teruggrijpt op heidense tradities en rituelen. Als de lezer zich overgeeft aan de bezwerende kracht van zijn gedichten, dan ervaar je dat zijn thematiek vrij makkelijk is. Die gaat over: “the war between vitality and death and may be said to celebrate the warriors of either side”. Hij schreef het gedicht Hawk Roosting.
Hawk Roosting (per strofe)
1. De havik zit op een boom en kijkt neer op de wereld als een koning. Hij heeft geen waanideeën over zijn rang. Het woord feet wordt gebruikt om de lezer meer bewust te maken van het leven en denken van de havik, hier is sprake van personificatie. Hij denkt perfect te kunnen moorden. Hij zit vol arrogantie. 2. Hier worden nogal wat woorden gebruikt. Dit duidt op een intelligente havik aangezien het de havik is die dit allemaal zegt. Zijn manier van praten duidt op zijn mentale superioriteit en de dingen die hij zegt duiden op zijn fysieke superioriteit (kills perfectly). Hij zegt ook in de laatste regel van de tweede strofe dat het gezicht van de aarde (personificatie) wacht op zijn inspectie. 3. Creatie verwijst naar alles wat bestaat maar ook God. Hij zegt dat hij superieur is aan de wereld maar ook God. De havik ziet anderen als schepselen die hun taak doen net als hij die doet als hij moordt. 4.Met het zinnetje ‘There is no sophistry in my body’ wordt er bedoeld dat de havik zijn acties niet hoeft te rechtvaardigen. The schrijver wil laten zien wat de natuur denkt. Hier zijn de natuurs gedachten direct en zonder redenering (Instinct). ‘Tearing of heads’ laat zien dat de havik zelf wel bewust is van zijn boosaardigheid, en hij lijkt het zelfs leuk te vinden. 5. de havik zegt dat de rechten die hem zijn toegewezen ontegenzeggelijk zijn en het allerbelangrijkst zijn, zelfs belangrijker dan God. 6. is een stukje verdergaan in zijn arrogantie, zijn idee dat hij het middelpunt van alles is.
Vraag 11:
a) Zo zou je het kunnen zien. De mens neemt het recht om iets te doen. De havik doet alsof hij god is en het recht heeft om te moorden. Omdat dat zijn recht is. Die neemt hij. De mens neemt te veel macht (power) (je kunt ook bijv. de nazis in gedachten houden).
b) Hij denkt dat hij een soort van god is en dat de wereld van hem is. Hij kijkt er op neer. Hij denkt ook dat alles voor hem geschapen is. Dus mag hij moorden waar hij wil, want het is toch van hem. De schepselen om hem heen zijn geschapen om hun taak uit te voeren netzoals hij zijn taak uitvoert, vermoorden.
c) Mening.
d) Hughes, hij verwoordt alleen maar hoe een simpele havik gedacht zou kunnen hebben, het is natuur en als natuur verkeerd denkt (wat al niet kan) op de menselijke manier dan zouden wij de van natuur niets kunnen beschuldigen. Want natuur leeft op instinct en dat kan je niet veranderen dat is nou eenmaal zo en natuur kun je niet vergelijken met mensen maar als je het zou doen zou een havik zo denken dat bedoelt Hughes alleen.

Sylvia Plath
Sylvia Plath (1932-1963) streefde in alles wat ze deed naar perfectie en probeerde daarmee psychische stoornissen te maskeren. Ze heeft in Engeland gestudeerd waar ze trouwde met Ted Hughes. Ze publiceerde daar ook haar eerste gedichten bundel Colossus (1960). Maar toen Hughes en Plath uit elkaar gingen, ging het verkeerd. Ze moest in een koude winter voor haar 2 kinderen zorgen in een flat in Londen. Daar werkte ze hard aan een gedichtenbundel, ’s ochtends van 4 tot 8 uur. Toen die afwas vergaste ze zichzelf in de keuken. De gedichtenbundel heette Ariel (1965). Ze brengt op eigen wijze de lessen in de praktijk van haar leermeester Robert Lowell, de betekenisdichter. In haar gedicht The Applicant bekent ze gefrustreerd te zijn met de rol van huisvrouw.
The Applicant
Is een sollicitatie als vrouw. Ze geeft haarzelf zeg maar op voor iemand om vrouw te zijn. Ze zegt dat ze kan koken, naaien, en praten (eerste 3 regels). Het woord it is ook opvallend, het duidt op een iets zijn zonder gevoelens zoals ze zelf aangeeft een vrouw, iemand die gewoon doet en niet voelt. De schrijver geeft aan wat vrouwen in die tijd voelden. Alsof het hun lot is. Dat ze daarvoor zijn geboren en dat ze het er maar het beste van moeten maken. Ze zegt dat ze goed werkt en dat er niets mis met haar is. 2de zin 2de strofe: als er een gat is dan is zij er met drukverband. 3de regel: eye en image duiden op de fysieke verschijning van de vrouw , dat het daar allebei goed mee is. Als man zijnde had je in die tijd echt een vrouw nodig, zonder vrouw zou je het niet maken in de wereld als man, dat zie je in de 4de regel: het is je laatste redmiddel; met het bedoelen ze de applicant; degene die solliciteert; de vrouw is de enige die de man nog kan redden. Op het eind wordt duidelijk wat ze vraagt/wilt. Ze wil trouwen.
Vraag 14:
a) De Applicant is iemand die solliciteert voor de baan van huisvrouw.
b) De sollicitant zelf.
c) Omdat de vrouw behandeld wordt als een ding, als een gebruiksvoorwerp. Ze wordt behandeld alsof ze geen ik heeft, geen persoonlijkheid, geen vrije wil. Gewoon een it, geen geslacht. Een ding.
d) De it kan van alles. Ze kan alles wat je wilt. Bijvoorbeeld: koken, naaien, praten een drukverband aanleggen.
e) Mening.


Gwendoline Brooks
Gwendolyn Brooks (1917) groeide op in een zwarte achterbuurt in Chicago. Haar jeugd was de inspiratiebron voor haar eerste gedichten. In 1949 kreeg ze als eerste zwarte vrouw de Pulitzer Prize voor haar gedichtenbundel Annie Allen (1949). In de jaren 60 werd haar poëzie gecomprimeerder en militanter. Haar gedichten werden ‘zwarter’ door het gebruik van staccatoritmes van het black English dat in de getto’s gesproken wordt. Ze schreef haar gedicht We real cool in 1959.
We Real Cool
Het gedicht heeft een ondertitel: The Pool Player, Seven at the Golden Shovel
Ze verwoordt de ondertitel wel raar ze had ook gewoon een gangbaardere ondertitel kunnen kiezen zoals: Seven Pool Players at the Golden Shovel. Maar misschien heeft ze dit gedaan zodat de lezer het getal 7 ziet als het aantal pool players en het geluksgetal 7. als dat zo is zou het wel raar zijn omdat in het eind duidelijk is dat ze helemaal geen geluk hebben. The spelers zijn bij de poolhal The Golden Shovel. De naam suggereert veel rijkdom (digging for gold). Maar op het eind suggereert het negatief als gebruiksvoorwerp om graven mee te graven. Herhaling van het woord ‘We’ kan een slechte identiteitsgevoel van de spelers betekenen.
Ze vinden zich zelf cool. Ze hebben school verlaten. Ze blijven tot heel laat weg. Het woord lurk kan duiden op verstoppen en stiekem bekijken. Strike kan duiden op een aanval maar kan ook duiden op het goed spelen van pool of : telling it like this.
Sing sin kan duiden op het moreel goed vinden van zondigen. Thin gin is het verdunnen van drank met water. Jazz june kan 3 dingen betekenen: jazz als werkwoord betekent een goede tijd hebben met.. June kan dan een vrouw zijn met die naam. Het kan dan ook een goede tijd in de maan juni hebben zijn. Als laatst kan het ook zijn dat de spelers Jazz luisteren of aan het spelen zijn. Die soon kan echt betekenen dat ze snel dood gaan. Dit kan zijn door hun levensstijl. Slaan, drinken enz kan ervoor gezorgd hebben dat ze snel doodgaan. Je kunt ook denken dat ze geen toekomst meer hebben. Dat dit hun leven is.
Vraag 19:
a) De ‘we’ is een groep zwarte mensen. Ze leiden een slecht leven. Ze zijn poolers en ze zijn vroeg van school afgegaan. Ze drinken, zingen, sterven snel, vechten.
b) Het is midden in het leven vol plezier. En opeens gaan ze dood. Overal 1 letter greep, behalve in de eerste 2 zinnen. En ook overal we achter, behalve in de laatste zin.
c) Rappen.
d) Mening.

Tom Stoppard
Tom Stoppard (1937) werd op slag beroemd door zijn stuk Rosencrantz and Guildenstern are dead (1967). Deze werd opgevoerd in The Royal National Theatre. Dit stuk is gebaseerd op 2 bijfiguren uit Shakespeares Hamlet. Het stuk is enerzijds een geestige en erudiete verdere uitwerking en interpretatie van de karkaters en het lot van de twee personages uit Hamlet, maar anderzijds ook een metafoor voor de paradox van het menselijke bestaan. De mens heeft weliswaar vrije wil, maar is tevens een willoos slachtoffer van ongrijpbare toevalligheden die hem naar een onvermijdelijk en zinloos einde voeren. Rosencrantz eb Guildenstern raken verwikkeld in de intriges aan het hof van Elsinore en worden uiteindelijk zonder het te beseffen door Hamlet de dood ingestuurd. Gedurende het hele stuk proberen ze de zin te achterhalen van wat er zich om hen heen afspeelt en van wat er met hen gebeurt. Daarbij speelt Rosencrantz de rol van een Watson-achtige, verbeeldingsloze ‘aangever’ voor de Holmes-achtige, filosofisch ingestelde, maar even verwarde Guildenstern. Het si dan ook Guildenstern die hun universele dilemma samenvat: ‘What a fine persecution – to be kept intriged without ever being enlightened.; De kracht van het stuk ligt in de komisch-absurde dialogen en de interactie tussen Rosencrantz en Guildenstern, die duidelijk gemodelleerd zijn naar de twee zwervers in Waiting for Godot van Samuel Beckett.
Rosencrantz and Guildenstern are Dead
Theatre of the absurd. Lang blijven doorpraten over iets doms of iets waar je opzich niet over hoeft praten. Het nadenken over wat je doet. Het gaat helemaal nergens over. Ze hebben ene brief gekregen wat nogal wat zou uitleggen. Dan vragen ze zich af wie de brief heeft. Volgens Guil(denstern) heeft Ros(encrantz) de brief. En dan vraagt Ros zich af of hij hem wel heeft en denkt dat kan wel kloppen dat ik hem zou moeten hebben maar hij heeft hem niet dus denkt hij dat hij hem kwijt is geraakt. Toen vroeg Guil zich af of hij hem niet had en hij had hem inderdaad en op het eind willen ze weten waarom ze die brief wouden. Dan denken ze ja omdat we hem kwijt waren meer niet terwijl in het begin werd gezegd dat de brief nogal wat dingen zou uitleggen.
Vraag 20:
a) Ze zijn allebei een beetje rommelig, maar Guildenstern is wat rustiger, denkt wat meer na en neemt de leiding. Rosencrantz denkt niet eerst na en is wat onderdaniger.
b) Het gaat nergens over. Het slaat nergens op, het is nergens op gebaseerd.
c) het is onzin.

Edward Albee
Edward Albee (1928) is geadopteerd door een rijke familie. Zijn jeugd was er een van privé-leraren, bediende en luxe. Dit maakte hem bewust over de geestelijke en morele schade die materialisme kan aanrichten. In zijn toneelwerken combineert hij realisme en absurdisme. Verbaal geweld is de enige manier van communiceren tussen zijn personages. Ze leven in een wereld zonder betekenisvolle normen en waarden. Dit thema is verder uitgewerkt in Who’s afraid of Virginia Woolf? (1962). Het stuk speelt zich af in een normale omgeving. George en Martha zijn een ruziënd echtpaar van middelbare leeftijd en de hoofdpersonen van het stuk (realisme). Ze hebben een denkbeeldig kind gecreëerd om de leegte in hun door alcohol verscheurde relatie te vullen (absurdisme). Ze kunnen nog alleen maar communiceren via ruzies, waar het doel van is om elkaar zo hard mogelijk te kwetsen, Ze nemen daarin geen blad voor de mond, daarom was het stuk ook zo omstreden.
Who’s afraid of Virginia Woolf?
Over een man en een vrouw, Martha en George die allebei zielsveel van elkaar houden maar bepaalde gebeurtenissen hebben hun huwelijk doen uitlopen tot een fiasco. Ze worden elkaars vijanden. In dit fragment komen George, een geschiedenisprofessor en zijn vrouw Martha zaterdagnacht laat thuis. Zij hebben stevig gedronken op een feestje van Martha’s vader, die rector is van de universiteit waar George werkt. Tot ontzetting van George kondigt Martha aan dat ze een ander echtpaar heeft uitgenodigd om een borrel te komen drinken, en dat om 2 uur s’nachts. Dit is de aanleiding voor de eerste van hun vele ruzies. George vindt het onzin dat er zo laat nog bezoek komt, en Martha zegt dat haar vader het gewild zou hebben. Dat ze dit zegt is misschien omdat George onder de vader van Martha werkt bij de universiteit en nogal wat respect zou hebben voor de schoonvader en baas. Hiermee probeert Martha George te doen begrijpen dat het okay is en dat hij niet moet zeuren. Maar het draait uit op een hevige ruzie waarin ze elkaar pesten en kleineren alsof het 2 kinderen zijn.
Vraag 21:
a) Geërgerd en gespannen. Hun relatie is niet goed.
b) I wish… - …sometime. En ook all the time wijst daar op. Dit geeft aan dat ze reeds lang getrouwd moeten zijn.
c) Mening.
d) Zij hebben het erger dan jij. Daardoor voel je je beter.
Vraag 22:
Virginia Woolf is een bekende Engelse schrijfster. Ze heeft zelfmoord gepleegd omdat ze depressief was. Dit kwam omdat ze seksueel misbruikt was in haar jeugd. Zij behoorde tot een groep die anders tegen dingen zoals huwelijk, relaties en homoseksualiteit aankijken. Door haar inlevingsvermogen en haar weigering zich neer te leggen bij de slachtofferrol is zij een van de favoriete schrijfsters geworden van de vrouwenbeweging.
Vraag 23:
Mening.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.