Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Productie door de overheid

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 422 woorden
  • 19 januari 2010
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Economie Hoofdstuk 4: Productie door de overheid

4.1
Collectieve sector
Overheid >Rijk+Lage overheden Gefinancieerd uit de schatkist
>Socialeverzekeringsfondsen:volksverzekering en Werknemersverzekeringen
Gefinancieerd d.m.v. premieheffing
Schatkist: belastingontvansten, niet-belastingontvangsten, leningen.
collectievelastendruk= (totale ontvangsten collectieve sector)/(bruto binnenlands product) x 100%
Belastingdruk en premiedruk: niet-belastingontvangst+belastingontvangst
collectieveuitgavenquote= (totale uitgaven collectieve sector)/(bruto binnenlands product) x100%

4.2
Waarde overheidsproductie> ambtenarensalarissen
Collectieve uitgaven
Overheidsuitgaven Inkomensoverdrachten
socialeverzekeringen
Overheidsbestedingen Overdrachtsuitgaven
Overheidsconsumptie Overheids
Investeringen Inkomensoverdracht
Via overheid
Ambtenarensalarissen Materiële overheids- consumptie
4.3
Inkomsten overheid
Belastingontvansten Niet-belasting ontvangsten
Directe belasting Indirecte belasting
Directe belasting
Loon en inkomstenbelasting -> loonheffing
Progressief: hoe meer inkomen hoe meer belasting.
Box 1: inkomen werk en woning (loon+eigenwoningforfait-fietsaftrek-hypotheekrente) berekend met schijventarief.

Heffingskorting: korting op te betalen belasting, hangt van het inkomen af.
Gemiddelde belastingdruk: totaal betalen belasting uitgedrukt in een percentage van inkomen.
Marginale belastingdruk: percentage te betalen aan de fiscus over elk extra inkomen.
Box 2: inkomen aanmerkelijk belang.(aandelen in een NV of BV)
Box 3: inkomen sparen en beleggen
Berekend op basis van gemiddeld vermogen van belastingplichtige in een jaar
Vermogen: verschil tussen waarde bezittingen en schulden.
Vermogensrendementheffing: fictief vast rendement ipv werkelijke ontvangsten interest en dividend
Vennootschapsbelasting
Indirecte belastingen
Omzetbelasting of BTW
Accijnzen
Invoerrechten
Niet-belastingontvangsten (inkomens buiten directe/indirecte belasting)
Retributies: betalingen aan de overheid voor een duidelijke tegenprestatie(vb. onderwijsgeld)
Belastingheffing
Draagkrachtbeginsel: hoe meer inkomen, hoe meer belasting men moet afragen.
Profijtbeginsel: als men betaalt, dan profiteert men daarvan (vb. retributies)
4.4
Begrotingstekort (wordt aangevuld door lenen)
Financieringsbehoefte: het bedrag dat de overheid in een jaar leent.
Financieringstekort: het bedrag waarmee de staatsschuld toeneemt.
Begrotingssaldo: het verschil tussen totale overheidsuitgaven en inkomsten.
Financieringssaldo: het begrotingstekort verminderd met aflossing op de staatsschuld.
Begrotingsoverschot (inkomsten groter dan de uitgaven, staatsschuld neemt af)
EMU-saldo: saldo van alle (ook verzekeringsfondsen) inkomsten en uitgaven van de overheid.
Staatsschuld
staatsschuldquote= staatsschuld/(bruto binnenlands product) x 100%
Gevolgen (te) hoge staatsschuldquote
Te hoge rente, het veel lenen van geld, stijgende rente
Omvang begrotingssaldo
(Tekort niet toegestaan, guldenfinancieringsregel, anticyclisch begrotingsbeleid, structurele begrotingsbeleid, bezuinigingsbeleid en)trendmatige begrotingsbeleid-> uitgaven voor 4 jaar vastgesteld.
4.5
Wig: het verschil tussen loonkosten voor de ondernemer en het nettoloon voor de werknemer.
wig= (loonkosten-nettoloon)/loonkosten
Te hoge collectieve lasten:
Ontmoedigende werking op arbeidsaanbod (het afdragen van veel belasting)
Te hoge loonkosten werkgever(hoge arbeidskosten-> kapitaal vervangt werk: werkeloosheid)
Aantasting concurrentiepositie(hogere arbeidskosten, hogere prijzen)
Gevolgen overheidsontvangsten(verhoging belastingdruk, minder belastingopbrengsten)
Ontwijking: bedrijven vestigen in buitenland, mensen schilderen zelf ipv een schilder inhuren
Ontduiking: illegaal iemand inhuren
Afwenteling: werknemers eisen hogere brutolonen> belastingverhoging bedrijven.
Demotivatie: niet stimuleren arbeidsparticipatie.
Collectieve sector reageert hierop..
Bezuinigingen collectieve uitgaven
Deregulering > minder regels
Privatisering> aandelenbezit verminderd
4.6
Inkomsten EU:
Een deel van de BTW
Douanerechten
Heffing op grond van de omvang nationaal product
Uitgaven: landbouw en visserij (en regionale steunverlening)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.