ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Economie Module 3 Hoofdstuk 2 + 3 t/m tekst 29



Ondernemingsvormen

De meeste voorkomende ondernemingsvormen zijn:

- de eenmanszaak; is een ondernemingsvorm waarbij een bedrijf 1 eigenaar heeft

- de vennootschap onder firma (VOF); is een ondernemingsvorm waarbij een bedrijf 2 of meer eigenaren heeft

- de besloten vennootschap (BV); is een ondernemingsvorm waarbij de aandelen in bezit zijn van een besloten kring van eigenaren

- de naamloze vennootschap (NV); is een ondernemingsvorm waarbij de aandelen in bezit zijn van een grote groep aandeelhouders, die soms zelf over de hele wereld zijn verspreid.





Rechtspersoon is een onderneming die onafhankelijk van de eigenaren zelfstandige schulden en bezittingen kan hebben (hebben BV en NV). Eigenaren kunnen dan niet meer geld kwijtraken dan dat ze in het bedrijf hebben gestopt (volgens wet).

Eigendomsbewijzen zijn aandelen,

Aandeelhouders zijn eigenaren,

Winstuitkering noem je ook wel een dividend.



De jaarrekening

Bedrijven moeten regelmatig duidelijk maken hoe de zaken er voor staan. Grote multinationals brengen hun cijfers ieder kwartaal naar buiten. Kleine NV’s publiceren een jaarrekening die bestaat uit:

- een beschrijving van de gang van zaken

- een balans; is een overzicht van bezittingen en schulden van het bedrijf op een bepaald moment.

- een resultatenrekening; is een overzicht van lasten en baten van een ondernemingover een bepaalde periode



Bij een balans staat aan de linkerzijde (debetzijde) aangegeven in welke bezittingen het bedrijf zijn geld heeft vastgelegd, dat noemen we ook wel een activa, er zijn verschillende activa:



- vaste activa; alle zaken die meer dan 1 productieproces meegaan

- vlottende activa; zaken die slechts voor een korte tijd in bezit zijn van het bedrijf, zoals voorraden

- financiële activa; de bedragen die het bedrijf in kas heeft, op een bankrekening heeft staan en de bedragen die het bedrijf nog te goed heeft van afnemers die nog niet hebben betaald(debiteuren)

Bij een balans staat aan de rechterzijde (creditzijde) aangegeven:

- hoe het bedrijf zijn bezittingen heeft gefinancierd.

- Als het bedrijf geld heeft ontvangen van mensen die geen mede eigenaar zijn, noemen we dat vreemd vermogen. Het bedrijf heeft dan schulden die ze nog moeten aflossen (groot deel meestal kredieten die door de banken zijn versterkt).

- Als het bedragen zijn die het bedrijf buiten de bank om geleend heeft noemen we dit onderhandse leningen.

- Verder zijn er nog bedragen die het bedrijf schuldig is aan leveranciers omdat het bedrijf hen nog niet betaald heeft (crediteuren).

- Het verschil tussen totale activa en het totale vreemde vermogen noemen we eigen vermogen. Het geld dat vastligt in het bedrijf en waar de eigenaren van het bedrijf recht op hebben. Omdat het een schuld is aan de eigenaren van het bedrijf staat het ook aan de rechterkant genoteerd.

Het totaal aan debet zal gelijk zijn aan het totaal aan credit.



Aan de linkerkant van de resultatenberekening( debet) staat aangegeven hoe hoog de kosten zijn geweest:

- Als de opbrengsten groter zijn geweest als de kosten heeft het bedrijf winst gemaakt. Winstsaldo

- Als er van iets minder word opgebracht dan verwacht zijn dat incidentele lasten.

- Afschrijvingen; waardeverminderingen

Aan de rechterzijde(credit) staat aangegeven hoe groot de opbrengsten zijn geweest:

- Als de opbrengsten kleiner zijn geweest als de kosten heeft het bedrijf verlies gemaakt. Verliessaldo

- Als er van iets meer word opgebracht dan verwacht zijn dat incidentele baten.

- Valutaverschillen zijn verschillen in geld met verschillende waarden.



Clusters van bedrijven

De bedrijfskolom

Een schematische weergave van alle bewerkingen die een product ondergaat van grondstof tot en met eindproduct noemen we bedrijfskolom.

Mensen die bij een oliemaatschappijwerken spreken van:

- Upstream; is de bovenloop van de oliestroom en omvat alle handelingen die te maken hebben met exploratie en exploitatie van olie tot en met transport van ruwe olie.

- Downstream; is de benedenloop van de oliestroom en omvat alle handleingen die te maken hebben met raffinage en verkoop van producten tot aan het benzinestation.

Zodra de ruwe olie bij de raffinaderij wordt afgeleverd moet het downstream-segment van de oliemaatschappij dan ook een bepaalde inkoopprijs betalen voor de afgeleverde olie. Deze prijs is voor het upstream-segment de verkoopprijs.



Toegevoegde waarde

Een onderdeel van een bedrijfskolom noemen we een geleding.

Een geleding waar gelijksoortige handelingen aan verschillende producten worden verricht, noemen we een bedrijfstak.



Het gebruik van kapitaalgoederen noemen we ook wel het gebruik van de productiefactor kapitaal (intrest).

Er werken een groot aantal arbeiders dat noemen we de productiefactor arbeid (loon).

Het gebruik van de grond noemen we de productiefactor natuur (pacht).

De aandeelhouders stellen risicodragend vermogen ter beschikking de productiefactor ondernemersactiviteit (winst).



Toegevoegde waarde is het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde.

We zeggen ook wel dat de toegevoegde waarde gelijk is aan de som van loon,pacht, intrest en winst.



Reorganisatie

Integratie is het samenvoegen van verschillende geldingen binnen een bedrijfskolom, waardoor de bedrijfskolom korter wordt.

Grote bedrijven zijn minder flexibel in een veranderende omgeving.

Differentiatie is het splitsen van een geleding in meer geledingen binnen een bedrijfskolom waardoor de bedrijfskolom langer wordt.

Specialisatie is het afstoten van bepaalde producten uit een bedrijfstak, waardoor de bedrijfstak smaller wordt.

Parallellisatie is het uitbreiden van de bedrijfstak met meer producten, waardoor de bedrijfstak breder wordt.



Fusie, overname en kartels

Als onderneming afspraken maken om de concurrentie te beperken, noemen we dat een kartel. Er zijn verschillende kartels:

- prijskartel; er wordt afgesproken niet onder een bepaalde prijs te verkopen

- productiekartel; er wordt afgesproken niet meer dan een bepaalde hoeveelheid goederen te verkopen.

- rayonkartel; er wordt afgesproken dat ze niet in elkaars afzetgebied zullen verkopen



Als een groot bedrijf een klein bestaand bedrijft opkoopt noem je dat overname.

Als 2 gelijkwaardige versmelten tot een nieuwe onderneming noem je dat een fusie.

De waarde van een gefuseerde onderneming is groter dan de waarde van 2 losse bedrijven bij elkaar opgeteld, dat noem je synergie-effect.



Sectoren

Sectoren omvatten alle die gelijksoortige producten en diensten voortbrengen:

- primaire sector; alle bedrijven die zich bezighouden met de winning van delfstoffen, zoals olie en aardgas en verder de bedrijven die actief zijn in de landbouw, tuinbouw, veeteelt en visserij.

- Secundaire sector; alle bedrijven die industriële producten produceren en bedrijven die actief zijn in de bouw.

- Tertiaire sector; de bedrijven die zich bezig houden met commerciële dienstverlening, zoals toerisme transport, verzekeringen en het bankwezen.

We kunnen de bedrijven ook in 2 sectoren verdelen:

- marktsector; ondernemingen die goederen en diensten produceren met de bedoeling daar winst mee te maken

- quartaire sector; aanbieders van goederen en diensten die geen winststreven hebben, dit zijn bijvoorbeeld bejaardenhuizen, ziekenhuizen en het onderwijs



Ook is er nog de collectieve sector die omvat de overheid en de sociale verzekeringen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.