Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 4, Werk werk werk

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 1227 woorden
  • 5 januari 2004
  • 48 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 48 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Hoofdstuk 4: werk, werk, werk

4.1 Het aanbod van arbeid

Beroepsbevolking: het aantal mensen tussen de 15 en 65 jaar, dat meer dan 12 uur per week wil en kan werken.

Factoren die de beroepsbevolking toe of afnemen:
• Omvang en samenstelling van de bevolking (geboorteoverschot, migratieoverschot)
• Wetgeving (leerplicht, VUT)
• Maatschappelijke opvattingen (arbeidsparticipatie vrouwen, onderwijs)
• Organisatie van het arbeidsproces (flexibele werktijden, werkplek aanpassen, kinderopvang)


4.2 De vraag naar arbeid

De vraag naar arbeid wordt bepaald door:
• Het totaal van bestedingen (conjunctureel)
Geven mensen meer uit stijgt de vraag naar arbeid.
• De arbeids- of loonkosten per werknemer (structureel)
Hogere loonkosten zorgen voor daling vraag naar arbeid.
Voor lagere loonkosten kan een bedrijf worden verplaatst naar een lagelonenland. Of kan het bedrijf mensen vervangen door machine’s, het bedrijf wordt kapitaalintensiever.
• De arbeidsproductiviteit (structureel)
Arbeidsproductiviteit: de productie per werknemer per tijdseenheid.
Een hoge arbeidsproductiviteit zorgt op korte termijn voor een daling van de vraag naar arbeid er zijn minder mensen zijn er nodig om evenveel te produceren. Op lange termijn zorgt het voor stijging van de vraag naar arbeid, mensen produceren in dezelfde tijd en voor hetzelfde loon, de loonkosten dalen dus, producten kunnen goedkoper worden, meer mensen kopen het product, meer mensen nodig.

• De arbeids- of loonkosten per product (structureel)
Een toename van de loonkosten per werknemer houdt alleen maar een toename van de loonkosten per product in als de arbeidsproductiviteit met een minder hoog percentage is gestegen.
Stijging van de loonkosten per product zorgt voor een daling van de vraag naar arbeid.
• De arbeidstijd (structureel) (arbeidsduurverkorting)
Arbeidsduurverkorting: ADV. Verkorting op je werkweek, vb. van 38 naar 36 uur.
ADV zorgt voor afname van de arbeidsproductiviteit.
Doordat er minder lang gewerkt word neemt de vraag naar arbeid toe. Om deze mensen te vervangen moeten er nieuwe mensen aangetrokken worden die naast de oude werknemers ook nog is een x betaald moeten worden, de loonkosten stijgen dus wat zorgt voor een daling van de vraag naar arbeid.
• De bedrijfstijd (structureel)
Machines kunnen langer draaien, er zijn minder machines nodig om hetzelfde te produceren, daling van kapitaalkosten. Er kunnen dan machines weg of er zijn meer mensen nodig om de producten te verwerken à stijging vraag naar arbeid. Als het bedrijf machines weg doet heeft de verlening van de bedrijfstijd geen invloed op de werkgelegenheid omdat dan het aantal producten hetzelfde blijft.

4.3 De werkgelegenheid en de werkloosheid

Arbeidsjaar: het aantal uren dat iemand met een volledige baan gedurende een jaar werkt.
Als je de werkgelegenheid in personen meet is die altijd hoger dan de werkgelegenheid uitgedrukt in arbeidsjaren omdat je ook deeltijdbanen hebt.

Flexibel werken: je hebt een tijdelijk contract of bent oproepbaar.

Werkgelegenheid: is gelijk aan de vraag naar arbeid.
Werkloosheid: het verschil tussen de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid.
Geregistreerde werkloosheid: het totaal aantal mensen zonder baan dat bij een arbeidsbureau is ingeschreven als werkzoekende.
Meten van werkloosheid op 2 manieren:
• Geregistreerde werklozen ingeschreven bij arbeidsbureaus worden opgeteld
• Bemiddelingsbestand Zonder Baan.

Verborgen werkloosheid:
• Huisvrouwen die zich niet als werkzoekend hebben ingeschreven bij een arbeidsbureau.
• Jongeren na hun opleiding doorstuderen om kans op een baan te vergroten.
• WAO-ers die wel kunnen en willen werken

Aanmoedigingseffect: als de economie aantrekt en de werkgelegenheid stijgt, bieden veel werklozen zich op de arbeidsmarkt aan.
Ontmoedigingseffect: afname van de werkgelegenheid, werklozen zijn niet actief op zoek naar werk.

Voorbeelden van verborgen werkgelegenheid:
· zwart werken
· vacatures (openstaande banen)
Informele sector: verborgen werkgelegenheid die niet door het CBS wordt geregistreerd.
Vacature: iemand wordt gezocht voor een bepaalde functie.

Gevolgen werkloosheid:
• Verlies koopkracht, want sociale uitkering is lager dan looninkomen.
• Sociaal isolement, je hebt geen contact met collega’s meer.
• Sociale spanningen thuis.

4.4 Oorzaken van werkloosheid:

Conjunctuurwerkloosheid: als bestedingen dalen, brengen bedrijven minder producten voort en is minder personeel nodig. Als daardoor de vraag naar arbeid lager is dan het aanbod van arbeid, is er conjunctuurwerkloosheid.

Maatregelen tegen conjunctuurwerkloosheid:
• Bedrijfsleven en overheid moeten hun investeringen verhogen.
• Consumptie verhogen.
• Overheidsuitgaven verhogen.
• Export verhogen.

Structuurwerkloosheid wordt veroorzaakt door:
• Verslechtering concurrentie positie
Fusie: samengaan van ondernemingen, wordt gedaan voor daling van loonkosten (veel werknemers worden ontslagen)
• Lage scholingsgraad
Hoge scholingsgraad zorgt voor hoge arbeidsproductiviteit en dat zorgt weer voor lage loonkosten per product. Ook zorgt een hoge scholingsgraad voor meer kans op innovatie.
Innovatie: ontwikkelen van nieuwe/verbeterde productie en productieprocessen.
• Arbeidsongeschiktheid (WAO)
Hoe strenger de keuring is voor de WAO, hoe meer werkloosheid
• Geringe mobiliteit en slechte arbeidsbemiddeling
Als alle mensen werk doen waar ze het best in zijn zorgt dat voor hoge arbeidsproductiviteit, maar mensen willen vaak niet verhuizen voor een andere baan en mensen veranderen niet van baan als ze daarvoor moeite moeten doen terwijl het onzeker is of ze er met hun netto-inkomen veel op vooruitgaan.
Geringe mobiliteit: als mensen niet willen veranderen van baan door bovenstaande redenen.
• Frictiewerkloosheid
Frictiewerkloosheid: het vinden van een baan kost tijd, de eerste 3 maanden tussen banen, ben je frictiewerkloos.
• Seizoenwerkloosheid

4.5 De collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)

Individuele arbeidsovereenkomst: je tekent als werknemer een
arbeidsovereenkomst met je werkgever.

Collectieve arbeidsovereenkomst: wordt afgesloten door de vakbonden en de werkgeversorganisaties binnen 1 bedrijfstak.
Vakcentrales: vakbonden zijn er bij aangesloten. FNV, CNV.
Werkgeverscentrale: werkgeversorganisatie zijn er bij aangesloten. VNO-NCW.
Primaire arbeidsvoorwaarden: financiële tegemoetkomingen zoals loonstijging, vakantiegeld, toeslagen, overwerk/onregelmatige werktijden en winstdelingsregelingen.
• Bepaalde categorieën werklozen in dienst nemen.

Loonstijging kan de volgende vormen hebben:
• Prijscompensatie: lonen stijgen met een percentage dat gelijk is aan het percentage waarmee de kosten van levensonderhoud stijgen.
• Initiële loonstijging: extra loonstijging bovenop prijscompensatie.
• Incidentele loonstijging: loonstijging vanwege promotie of overwerk.
• Winstdelingsregelingen: werknemers delen mee in de winst die de onderneming heeft.

Secundaire arbeidsvoorwaarden: afspraken die niet direct met geld te maken hebben arbeidsduurverkorting, aantal vakantiedagen, werktijden, scholingsmogelijkheden.
Vier ontwikkelingen op dit gebied:
• Arbeidsduurverkorting.
• Bedrijfstijdverlenging.
• Flexi-arbeid.
• In dienst nemen van bepaalde categorieën werklozen.

4.6 Ingrijpen van de overheid in de arbeidsmobiliteit

Overheid kan mensen stimuleren om ergens te wonen waar werk is:
(overheid bevordert hiermee de geografische mobiliteit)
• Verhuiskostenregelingen: verhuiskosten van mensen zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.
• Vervoerskosten verlagen: kosten voor woon-werkverkeer aftrekbaar voor inkomstenbelasting.
• Infrastructuur verbeteren: woon-werkplaats beter bereikbaar.

Overheid kan mensen die een baan willen helpen:
(overheid vergroot hiermee de mobiliteit tussen beroepsgroepen)
• Via om-, her- en bijscholing.
• Beloningsverschillen vergroten.

Overheid geeft financiële prikkels om zoeken van werk aantrekkelijker te maken:
(overheid vergroot de mobiliteit tussen niet-werken en werken)
• Vergroten van het verschil tussen lonen en uitkeringen.
• Fiscale voordelen, kosten aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.
• Verlaging minimumloon.
• Arbeidskostensubsidies voor werkgevers, waardoor ze werknemers tegen het minimumloon toch winstgevend kunnen laten werken.

4.7 Het bestrijden van werkloosheid

· Conjunctuur werkloosheid: mensen hebben weinig geld te besteden.
Oplossing: overheid kan haar bestedingen vergroten of/en het belastingtarief verlagen.
· Structuur werkloosheid: werkloosheid via de aanbodkant
Oplossing:
• Scholing, zorgt voor een stijging van de arbeidsproductiviteit, oplossing op lange termijn.
• Innovatie, zorgt voor een daling van de totale productiekosten bv. automatisering, oplossing op lange termijn.
• ADV en VUT
• Aanpassing bedrijfstijd
• Verhuispremies en reiskostenvergoeding
• Bestrijding seizoenwerkloosheid/frictiewerkloosheid, klimaat investering bv. voor tuinbouw kassen maken. Frictiewerkloosheid, betere voorlichting voor werkzoekenden en betere arbeidsbemiddeling.

4.8 Het bestrijden van een arbeidskrachtentekort

Overspannen arbeidsmarkt: als het regelmatig gebeurd dat in een bepaalde bedrijfstak een tekort is aan arbeidskrachten.

Tijdelijk tekort aan arbeidskrachten kan opgelost worden door:
- werknemers laten overwerken
- uitzendkrachten inschakelen
- buitenlandse werknemers aantrekken

Overheid kan het belastingtarief verhogen of haar bestedingen verlagen om ervoor te zorgen dat er minder mensen nodig zijn.

Langdurig tekort aan arbeidskrachten kan bestreden worden door:
• Arbeidsbesparende innovatie (automatiseren)
• Flexibele pensionering (mensen mogen doorwerken naar hun 65este)
• Kinderopvang
• Deeltijdwerk
• Immigratie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

GEWELDIG! :D
DIKKE KUS!!!!!!!!!!1

11 jaar geleden

K.

K.

Dankje!

10 jaar geleden