Hoofdstuk 2, Werken

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 753 woorden
  • 29 juli 2008
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 5.4
3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
EC Hoofdstuk 2 Werken

2.1 Taakverdeling

Om het huishouden draaiende te houden, is het handig om taken te verdelen. Dit kan je mogelijkheden bepalen, qua werk, activiteiten en vrije tijd.
Deeltijdbaan (parttime) = een baan waarbij je minder dan het volledige aantal uren per week werkt.
Voltijdbaan (fulltime) = een baan waarbij je het volledige aantal uren per week werkt, dat normaal is in het bedrijf waar je werkt (± 36 à 38 uur per week)
Bij bedrijven is er ook sprake van een taakverdeling. De taken zijn verdeeld over verschillende afdelingen.

Leidinggevende functie Opdrachten geven en anderen controleren
(hoofd van een afdeling).
Uitvoerende functie Taken uitvoeren die het hoofd van de afdeling heeft gegeven.

2.2 Betaalde of onbetaalde arbeid

Werken = het verrichten van betaalde arbeid bij bedrijven of bij de overheid. (binnen de economische wetenschap)
Arbeid = alle menselijke handelingen die gericht zijn op de productie en beloond worden met een arbeidsinkomen.
Bij het werken in de informele sector hoort :
Zorgtaken, vrijwilligerswerk(onbetaald werk buitenshuis) en zwart werken. Dit werk is onbetaalde arbeid..
Zwart werken = werken tegen loon waar geen belasting en sociale premies over worden betaald.

Bij de formele sector hoort :
Werken voor een bedrijf of de overheid en ondernemers met een eigen bedrijf. Dit werk is betaald.
Veel voorkomende arbeidsmotieven (redenen om te gaan werken):
- een inkomen verwerven
- zinvolle activiteiten verrichten

- sociale contacten leggen
- een status ontwikkelen of handhaven
- de mogelijkheid hebben tot zelfontplooiing
Arbeidstijdenwet = wet over arbeidstijden, er staat in dat kinderen onder de 16 jaar niet mogen werken.
De Arbeidstijdenwet maakt voor kinderen vanaf 12 jaar uitzonderingen op deze regel:
- Kinderen van 12 jaar mogen allen werken als het gaat om een alternatieve straf (gevangenisstraf / boete).
- Kinderen van 13 en 14 jaar mogen klusjes rond het huis en in de buurt doen.
- Je mag ‘niet-industriële hulparbeid van lichte aard’ verrichten.
- Je mag meewerken aan uitvoeringen, zoals tv-opnamen en modeshows.
- Vanaf je 14de mag je stage lopen
- Vanaf je 15de mag je meer zelfstandig werk verrichten, zoals kranten bezorgen, maar industriële arbeid is dan nog steeds niet toegestaan.

2.3 Arbeidsovereenkomst

Arbeidsovereenkomst = een overeenkomst, waarbij de ene partij zich verplicht om in dienst van de andere partij tegen loon arbeid te verrichten.
Werknemer = de partij die in dienst van een werkgever arbeid verricht en er loon voor ontvangt.

Werkgever = een persoon, bedrijf of overheidsinstelling die een of meerdere werknemers in loondienst heeft.
In de arbeidsovereenkomst staan afspraken en kan mondeling of schriftelijk worden afgenomen, over bijv:
- loon per uur, week of maand
- hoeveel uren je moet werken per week
- welke taken je moet uitvoeren
- hoeveel vrije dagen je krijgt
- of je een onkostenvergoeding krijgt
- hoeveel vakantiegeld je krijgt
Ligt de arbeidsovereenkomst vast voor onbepaalde tijd, dan ben je in vaste dienst. De overeenkomst kan niet zomaar verbroken worden en duurt voort tot een van de partijen deze opzegt.
Ontslag opstaande voet wordt gegeven in geval van een dringende reden. Dan kan de overeenkomst wel verbroken worden.
Ligt de overeenkomst vast voor bepaalde tijd, dan eindigt deze wanneer de afgesproken tijd om is. (tijdelijke arbeidsovereenkomsten)
Flexibel werken = Hiervan is sprake, als de werkgever werknemers kan laten werken wanneer hij ze nodig heeft.

Bijv. bij: uitzendwerk, oproeparbeid, wisselende aanvangstijden, langere werktijden in drukke seizoenen en bij een keuze voor afwijkende werktijden.

CAO (Collectieve Arbeids(voorwaarden)overeenkomst) =
Een overeenkomst tussen werkgevers(organisaties) en vakbonden over de arbeidsvoorwaarden.
Dat zijn minimumafspraken die gelden voor werknemers van 1 of meer bedrijven.
Primaire arbeidsvoorwaarden:
arbeidstijden, hoogte van het loon
Secundaire arbeidsvoorwaarden:
aantal vrije dagen, scholing
Wettelijk minimumloon = het loon dat een werknemer volgens de wet minstens moet ontvangen.
Hangt af van de volgende factoren:
- mate van verantwoordelijkheid in het werk
- leeftijd van de werknemer
- opleidingsniveau
- werken op onregelmatige tijden
- vuil, zwaar of gevaarlijk werk
(vraag en aanbod)

2.4 Sociale verzekeringen

Brutoloon = het loon dat je met je werk verdient.
Nettoloon = het loon dat werkelijk aan je wordt uitbetaald.

Werknemersverzekeringen = sociale verzekeringen die bedoelt zijn voor werknemers.
Werknemers betalen WW-premie (werkeloosheidswet). Werkgevers dragen hieraan bij. Werkelozen ontvangen hiermee een uitkering.
De Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) verzekert werknemers, die langer dan een jaar wegens
Arbeidsongeschiktheid niet kunnen werken, van een uitkering (max. 70% van het loon).
De Ziekenfondswet (ZWF) is een werknemersverzekering die de kosten vergoed die een werknemer moet maken ingeval van ziekte. Verplicht in geval van een loon lager dan de loongrens.
Je hebt recht op hulp van de huisarts, geneesmiddelen, ziekenhuisverpleging enz.
Premies volksverzekeringen moeten door iedereen met een inkomen betaald worden,
Bijv. de AOW (Algemene Ouderdomswet) voor een basispensioenen de ABW (Algemene Bijstandswet) voor bijstand voor inwoners die niet over voldoende middelen beschikken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.