Hoofdstuk 10 t/m 16

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1441 woorden
  • 17 juni 2015
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 11 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Economie hoofdstuk 10 Samenwerken



Externe effecten = onbedoelde gevolgen van het streven naar welvaart door de één voor de welvaart van de ander.



Positieve externe effecten vergroten de welvaart van anderen; Negatieve externe effecten verkleinen de welvaart van anderen.





Collectieve goederen zijn goederen die niet splitsbaar zijn in individueel leverbare eenheden. Bijv.




  • Defensie = veiligheid van ons land

  • Handhaving van openbare orde = politiediensten

  • Rechtsstelsel = rechtspraak

  • Openbaar bestuur = op landelijk niveau wetgeving, op provinciaal en gemeentelijk niveau voor regelgeving en uitvoering.

  • Straatverlichting





Uitsluitbaar =  Sommige consumenten kunnen uitgesloten worden van het gebruik van dit goed. Bijvoorbeeld: Iemand heeft een goed gekocht en beslist zelf wie gebruik maakt van het goed.



Rivaliserend = Als het goed gebruikt is kan het niet nogmaals of tegelijkertijd geconsumeerd worden door anderen.



Meeliftgedrag = verschijnsel dat personen wel van bepaalde voorziening profiteren, maar er niet voor betalen.





Hoofdstuk 11 Speltheorie



Gevangenisdilemma:




























Johan



Verlinken



Niet verlinken



Huub



Verlinken



5 jaar                        5 jaar



Vrij                          8 jaar



Niet verlinken



8 jaar                        vrij



1 jaar                      1 jaar






Als Huub verlinkt, verlinkt Johan ook want 5 < 8



Als Huub niet verlinkt, verlinkt Johan wel want vrij < 1 jaar



Dominante strategie = verlinken



Als Johan verlinkt, verlinkt Huub ook want 5 < 8



Als Johan niet verlinkt, verlinkt Huub wel want vrij < 1 jaar



Dominante strategie = verlinken



De dominante strategie in dit gevangenis dilemma is verlinken 





Dominante strategie = strategie die een partij het beste resultaat oplevert, onverschillig de keuze van de andere partij.



Nash-evenwicht = het resultaat dat tot stand komt als iedere partij zijn actie zo kiest dat zijn eigen resultaat zo goed mogelijk is, gegeven de acties van andere partijen.



Zelfbinding = wanneer partij vrijwillig een bepaalde strategie voert, waarbij rekening wordt gehouden met belangen van andere partijen.





Hoofdstuk 12



CAO (collectieve arbeidsovereenkomst)  = overeenkomst over de voorwaarden waaraan elke arbeidsovereenkomst binnen de betreffende bedrijfstak of onderneming moet voldoen.



Verzonken kosten = kosten die al zijn gemaakt en geen rol meer spelen bij het nemen van beslissing.





Hoofdstuk 13 Informatie



Symmetrische informatie:             Alle marktpartijen beschikken over dezelfde informatie.



Asymmetrische informatie:          Tenminste één marktpartij beschikt over meer/minder informatie dan tenminste één andere marktpartij.





Enkele voorbeelden:




  • Ik wil een tweedehands auto kopen maar weet niet of er binnenkort dure onderdelen vervangen moeten worden. Asymmetrische informatie want dit is voor mij niet na te gaan.

  • Ik wil een tweedehands auto kopen maar weet niet of deze goed onderhouden is. Geen asymmetrische informatie want dit is gemakkelijk te controleren in het onderhoudsboekje.



Tip:             Het is bij dit soort vragen dus erg belangrijk dat je je antwoord uitlegt!





Een gevolg van asymmetrische informatie kan zijn = Averechtse selectie:       




  • Bij verzekeringen:      Alleen mensen met een meer dan gemiddeld risico verzekeren zich.

  • Bij producten:             Alleen de kwalitatief slechtere producten worden nog aangeboden

  • Algemeen:                   De slechte risico’s verdrijven de goede risico’s van de markt





Nalatig gedrag/ moreel wangedrag: Na het aangaan van een overeenkomst verandert één van partijen bewust zijn gedrag waardoor de andere partij voor (hoge*) onverwachte kosten komt te staan. De partij die het gedrag verandert ondervindt hier zelf geen nadeel van.



*Hoog is relatief, een fiets is veel goedkoper dan een auto maar in beide gevallen kan er sprake zijn van moreel wangedrag waardoor schade uitgekeerd moet worden.





Hoofdstuk 14 Risico en verzekeren



Verzekering is een afspraak tussen een verzekeraar en  een verzekeringsnemer.




  • Verzekeringsnemer loopt financieel risico dat hij wil ‘afdekken’: wil zelf niet opdraaien voor schade. Daarvoor betaalt verzekeringsnemer verzekeringspremie.

  • Verzekeraar doet uitkering wanneer verzekerde situatie voordoet, bijv. brandverzekering van woning. De ‘verzekerde schade’ wordt vergoed.









De hoogte van een verzekeringspremie is afhankelijk van:




  • Het risico = de kans dat de verzekerde gebeurtenis plaatsvindt.

  • De kosten en winstopslag voor verzekeraar, deze maakt kosten als administratie en taxatie. De verzekeringspremie moet ook zorgvuldig worden beheerd zo dat uitkeringen kunnen worden gedaan. Sommige verzekeringsmaatschappijen hebben geen winststreven à ‘onderlinge verzekeringen´

  • Hoogte van eigen risico: soms wil of moeten verzekerde zelf een deel van risico dragen. De uitkering van verzekeraar wordt lager, dus is verzekeringspremie ook lager.





Solidariteit = De bereidheid van mensen met een laag risico om zich te verzekeren samen met mensen met een hoog risico (waardoor hun premie eigenlijk te hoog is).



Verscheidenheid = De kans dat alle verzekerden tegelijkertijd hetzelfde overkomt (denk aan voorbeeld waterschade). Hoe groter de verscheidenheid hoe lager de kans dat alle verzekerden tegelijkertijd hetzelfde overkomt.



Verzekeringsdraagvlak = Het aantal mensen dat een bepaalde verzekering heeft afgesloten.            





Samenvatting hoofdstuk 15+16



Vennoten = eigenaren van een openbarevennootschap



Rechtspersoon = een juridische constructie waarbij een “organisatie” eigen rechten en plichten kan hebben (wordt voor de wet gezien als een persoon van vlees en bloed)



Hoofdelijke aansprakelijkheid = Iedere eigenaar is aansprakelijk voor 100% van de schulden met zowel zijn zakelijke als privé vermogen.





Hoofdelijk aansprakelijk, geen scheiding       Niet aansprakelijk met privé vermogen, wel scheiding
















           




Openbare vennootschap = Vervanger van de VOF, is nooit ingevoerd dus de VOF bestaat nog gewoon.



Maatschappelijk (aandelen) kapitaal = Het maximale aantal aandelen die een onderneming mag uitgeven (alleen BV en NV)



Nominale waarde (aandeel) = De in de statuten van een onderneming (BV of NV) vastgelegde waarde van een aandeel)



Geplaatst aandelen kapitaal = Totale nominale waarde van de uitgegeven aandelen (nominale waarde * aantal uitgegeven aandelen)



Uitgiftekoers = De prijs van een aandeel bij uitgifte door de onderneming.



Agio (alleen bij aandelen) = Het deel van de uitgiftekoers boven de nominale waarde (nom. Waarde 100; koers 120; agio = 20)





Onderdelen van het EV:



Geplaatst aandelen kapitaal



Agio



Ingehouden winsten



Overige reserves (bijv. herwaarderingsreserve)





Bepalen koers aandeel/obligatie = factoren die vraag en aanbod bepalen (rente, winstverwachting e.d.)  ->  vraag en aanbod  ->  koers



Factoren die vraag en aanbod beïnvloeden voor een obligatie = verhouding tussen couponrente en marktrente



Factoren die vraag en aanbod beïnvloeden voor een aandeel = overnames, winstverwachting, rente, positieve of negatieve media-aandacht





Rendement obligaties stijgt als koers daalt.



Rendement obligaties daalt als koers stijgt.



LET OP: we gaan er van uit dat je een obligatie koopt na de koersverandering en het rendement vergelijkt met het rendement voor de koersverandering.
























































































 

Eenmanszaak



Openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid



Openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid



BV



NV



Rechtspersoon



Nee



Nee



Ja



Ja



Ja



Specifiek rechtsvorm



Vooral geschikt voor startende ondernemingen met weinig riosico en weinig vermogen



Idem maar met meer eigenaren



Vooral geschikt voor startende ondernemingen met een wat hoger risico



Geschikt voor ondernemingen die meer risico lopen en meer vermogen nodig hebben dan de eenmanszaak



Geschikt voor ondernemingen die meer vermogen nodig hebben dan de BV



Financiering



Moeilijk omdat de schulden slechts verhaald kunnen worden op één persoon



Iets makkelijker dan eenmanszaak omdat de schuld nu verhaald kan worden op meerdere personen (vennoten)



Idem



EV bijeengebracht door uitgifte aandelen, als de financiele situatie goed is wordt de financiering makkelijker



Idem



Winst uitkering



Ja



Ja



Ja



Ja



Ja



Voortbestaan



Afhankelijk van de eigenaar, verkoop is mogelijk



Afhankelijk van de vennoten, verkoop is mogelijk



Idem



Geen probleem, aandelen zijn te verkopen aan een beperkte groep anderen



Geen probleem, aandelen zijn vrij te verkopen aan iedere geinteresseerde



Aansprakelijkheid



Hoofdelijk (zakelijk + Prive)



Hoofdelijk (ieder 100% v.d. schuld, zakelijk en prive)



Hoofdelijk (zakelijk-> 100% prive)



Geen (aandelen worden minder waard)



Idem



Eigendom



één persoon, eigenaar



Vennoten gezamenlijk



Vennoten gezamenlijk



Aandeelhouders gezamenlijk, namen bekend



Idem maar namen niet bekend



Dagelijkse leiding



Meestal eigenaar



Meestal vennoten



Idem



Eigenaren of benoemd bestuur



Vaak benoemd vestuur maar kan ook door eigenaren gedaan worden



Besluitvorming en zeggenschap



Eigenaar



Vennoten gezamenlijk



Vennoten gezamenlijk



Algemene Vergadering van Aandeelhouders



AVA





REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.