Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Hoofdstuk 10

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 810 woorden
  • 25 juni 2012
  • 31 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 31 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Paragraaf 10.1: Prijs, winst en bedrijfsproductie
Prijsaanbodlijn: deze lijn geeft het verband weer tussen de prijs van een goed en de aangeboden hoeveelheid van dat goed.
De prijsaanbodlijn heeft een stijgend verloop, bij een hogere prijs is het aantrekkelijk om meer aan te bieden, omdat de winst dan hoger wordt.
Marginalekostenlijn: deze lijn geeft aan hoeveel kosten een aanbieder moet maken voor één extra geproduceerd product. Deze lijn komt overeen met de prijsaanbodlijn, het is de prijs die de aanbieder minimaal wil hebben.
De marktprijs (p) is de gemiddelde opbrengst (GO) voor een individuele aanbieder: p = GO. De gemiddelde opbrengst is de omzet per product.
Als men vanwege de concurrentie de marktprijs niet kan beïnvloeden is de verkoopprijs ook gelijk aan de marginale opbrengst (MO): p = MO.
Marginale opbrengst is de extra omzet bij uitbreiding van de productie en verkoop met eenheid product.
Marginale kosten (MK) zijn de extra kosten die je moet maken om de productie met één product uit te breiden.
Zolang MO > MK neemt de winst toe. De winst is maximaal als MO = MK.
P > GTK dan wordt er winst gemaakt.
P < GTK en > GVK dan verdient een bedrijf een deel van de constante kosten terug.
Shut-downpoint: de productieomvang, waarbij de prijs precies gelijk is aan de gemiddelde variabele kosten. Het bedrijf zal de productieomvang direct staken. Het verlies wordt groter dan de constante kosten, want een deel van de variabele kosten wordt ook niet terug verdiend.
Prijsaanbodlijn bij bederfelijke landbouwproducten: op korte termijn prijsonafhankelijk, hij biedt alles in een keer aan: verticale lijn. Op lange termijn wel prijsafhankelijk, bij een hogere prijs zal hij meer aanbieden.
Paragraaf 10.2: Prijs en marktaanbod
Productiecapaciteit: de maximale productieomvang in een bepaalde periode.
De productiecapaciteit wordt alleen vergroot als de aanbieder meer winst kan maken. Meestal doen ze dit als de prijs stijgt.
Individuele aanbodcurve: het verband tussen de prijs van een product en de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder.
Collectieve aanbodcurve: het verband tussen de prijs van een product en de aangeboden hoeveelheid van alle aanbieders samen op de markt.
Positief verband tussen prijs en aangeboden hoeveelheid: De prijsaanbodlijn heeft een stijgend verloop, bij een hogere prijs is het aantrekkelijk om meer aan te bieden, omdat de winst dan hoger wordt. Andersom mag niet: als de aangeboden hoeveelheid toeneemt dat daardoor de prijs toeneemt! Of als het aanbod daalt, de prijs daalt. ( denk aan een mislukte oogst)
Paragraaf 10.3:Kosten en marktaanbod
Er zijn allerlei factoren die het aanbod kunnen doen toe- of afnemen.
Als de prijs verandert en alle overige factoren blijven hetzelfde ( ceteris paribus) verandert de prijsaanbodcurve niet. Er vindt een verschuiving langs de lijn plaats.
Als een van de andere factoren verandert, verschuift de hele aanbodlijn.
Oorzaken verschuiving van de collectieve prijsaanbodlijn naar rechts ( of naar beneden) door dalende marginale kosten of andere oorzaken:
• Daling van de variabele productiekosten zoals grondstofprijzen.
• Toename van het aantal producenten.
• Toename van de arbeidsproductiviteit waardoor de loonkosten per product dalen.
• Mechanisatie, automatisering en robotisering leiden tot efficiëntere en zo goedkopere productiemethoden.
• Daling van de rente leidt tot kostenbeperking. Ook wordt het goedkoper om (diepte-) investeringen te financieren, die tot een lagere kostprijs per product kunnen leiden.
Paragraaf 10.4: Prijselasticiteit van het aanbod
Prijselasticiteit van het aanbod ( epa): geeft aan met hoeveel procent de aangeboden hoeveelheid verandert als de prijs met 1% verandert.
Procentuele verandering van de aangeboden hoeveelheid
Epa = Procentuele verandering van de prijs
Als de prijs stijgt, stijgt de aangeboden hoeveelheid.
Prijselastisch aanbod: epa > 1: de procentuele verandering van het aanbod is groter dan de procentuele verandering van de prijs. Aanbieder reageert sterk op prijsveranderingen.
Prijsinelastisch aanbod: 0 < epa < 1: aanbieder reageert minder sterk op prijsveranderingen.
Volkomen prijsinelastisch aanbod: epa = 0. Aanbieder reageert niet op prijsveranderingen. Aanbod staat vast, bederfelijke producten.
Segmentelasticiteit: de elasticiteit wordt berekend over een bepaald segment van de prijsaanbodcurve. Hiervoor gebruiken we een grafiek of een lineaire vergelijking.
Varkenscyclus: de markt kan vaak niet meteen reageren op een prijsverandering. Het duurt even voordat een productiecapaciteit daadwerkelijk vergroot kan worden. Bij veehouders duurt het lang, als namelijk de prijs stijgt zullen varkensboeren overgaan tot meer varkens. Voordat deze slachtrijp zijn duurt even, tegen de tijd dat het zover is, is de productie vergroot en dreigt er een overschot, de prijs zal weer dalen. Het kan ook op andere markten gelden bijv. een bepaalde studie gaan volgen. Als je klaar bent met de studie zullen er vaak weer teveel zijn.
Paragraaf 10.5: Producentensurplus
Producentensurplus: het verschil tussen de feitelijke marktprijs en de minimale prijs die producenten willen ontvangen om de extra kosten te dekken.
Het producentensurplus is niet hetzelfde als winst.
Bij een stijging van de marktprijs en gelijkblijvende marginale kosten stijgt het producentensurplus. ( figuur 10.15)
Bij gelijkblijvende marktprijs en dalende marginale kosten zal de aanbodlijn naar rechts verplaatsen en daardoor zal het productensurplus stijgen.
( figuur 10.17)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.