Hoofdstuk 1

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vmbo | 927 woorden
  • 24 oktober 2014
  • 77 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 77 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

1.1 waar kies je voor?



Eten, drinken, kleding, woonruimte en veiligheid zijn Primaire behoeftes. Daarnaast willen we het leven zo aangenaam mogelijk maken. Alle dingen die je daar voor nodig hebt noem je Secundaire behoeftes. Om die behoeftes te voorzien heb je middelen nodig, zoals tijd bezittingen en geld. Je hebt vaak minder middelen dan behoeftes, daarom moet je prioriteiten stellen.





Je hebt niet vanzelf middelen genoeg om in al onze behoeften te voorzien, oftewel onze middelen zijn schaars. Hoe schaarser iets is, hoe duurder het is of hoe meer moeite je er voor moet doen om het te krijgen. Er zijn ook vrije goederen, die zijn vrij beschikbaar en hoef je geen moeite voor te doen. Zeewater, lucht, zonlicht, wind.                                                                                                           Door Zelfvoorziening kun je in je behoeftes voorzien. Je produceert zelf wat je nodig hebt.





Door marktonderzoek te doen krijgen producenten een goed beeld van het consumentengedrag. Wat koop de consument, wat geeft het uit, en wat beïnvloed zijn keuze? Met deze gegevens kunnen producenten zich beter richten op hun doelgroep. 



Alles wat een bedrijf doet om hun goederen en diensten zo goed mogelijk te verkopen noem je marketing. Je gebruikt hiervoor marketingbeleid, of de 4 p’s.



Productbeleid – welke producten zitten er in het assortiment, hoe zien ze er uit?



Prijsbeleid       -   welke prijs krijgt het product?



Plaatsbeleid   -    waar moet het product staan? En waar moet het product te koop staan?



Promotiebeleid – hoe breng je een product onder aandacht van mensen?





Commerciële reclame is bedoeld om je te verleiden tot het kopen van een product.



Ideële reclame              is bedoeld om de mentaliteit en het gedrag van mensen te veranderen.



Reclames kunnen soms misleidend zijn, klachten kun je indienen bij de reclame code commissie.



1.2 sta je samen sterker?



Om de consument te helpen zijn er consumentenorganisaties. Ze komen op voor de belangen van een consument. Gezamenlijk optreden tegen producenten noem je consumer power.





In het consumentenrecht staan wetten regels die je beschermen bij een product.




  1. Wet consumentenkoop – de consument heeft recht op een deugdelijk product.

  2. Colportagewet- verkopen aan de deur of bij demonstraties of boot en bus verkopen kunnen binnen 8 dagen schriftelijk ongedaan worden gemaakt als het bedrag hoger is dan 34 euro.

  3. Warenwet – verbiedt de verkoop van middelen die een gevaar vormen voor de gezondheid.

  4. Wet productaansprakelijkheid – als een product schade veroorzaakt aan een persoon is de fabriek aansprakelijk voor de gevolgschade.



Een keurmerk geeft de consument de zekerheid dat het product aan goede eisen voldoet.



Als je een klacht hebt, en er met de leverancier niet uitkomt, kun je je klacht voorleggen aan de geschillencommissie. De uitspraak die hij doet is bindend.





1.3 kun je genoeg kopen?



Als de prijzen van goederen en diensten in het algemeen stijgen, noem je dat inflatie. Als de prijzen van goederen en diensten dalen, is dat deflatie.



Door inflatie kun je met dezelfde hoeveelheid geld steeds meer kopen. Inflatie heeft invloed op je koopkracht. Koopkracht zijn de hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.



Het centraal bureau voor de statistiek houdt in Nederland de prijzen steeds bij. Iedere maand komt het consumentenprijsindexcijfer naar buiten. Dit laat de prijsontwikkeling zien van goederen en diensten die huishoudens in Nederland verkopen.



Een indexcijfer is een getal dat aangeeft hoeveel iets in een bepaalde periode is veranderd ten opzichte van een afgesproken tijdstip. Het tijdstip noem je het basisjaar en krijgt het indexcijfer 100.
































Jaar



Lonen



Cpi



2006



100



100



2007



103



102



2008



105



104



2009



107



105




In 2007 waren de lonen 3% hoger dan in 2006. De prijzen waren in 2007 2% hoger dan in 2006.



Het inkomen wat je in euro’s verdiend, is je nominaal inkomen. Als je nominaal inkomen met 5% stijgt en er is 3% inflatie, ga je er in je koopkracht maar 2% op vooruit. Je spreekt dan van je reëel inkomen. Hierin heb je rekening gehouden met de gevolgen van inflatie.



Met prijscompensatie stijgen de lonen net zo veel als de prijzen , zodat de koopkracht van de inkomens gelijk blijft. In sommige cao-onderhandelingen is dit verplicht.



De Europese Centrale Bank moet ervoor zorgen dat de euro zijn waarde behoudt. Ze proberen de inflatie laag te houden door de rente te verhogen.



1.4 spaar jij het milieu?



Alle negatieve gevolgen die onze consumptie heeft voor het milieu noem je milieuschade. Milieuschade kan ontstaan door:




  1. De vervuiling van lucht water en bodem

  2. Het verbruik van energiebronnen

  3. Het verbruik van grondstoffen

  4. Het ontstaan van afval



Als de consument kun je met milieubewust gedrag de milieuschade van je consumptie beperken. Je kunt minder consumeren , milieubewuste producten kopen of vaker de fiets nemen.



In Nederland zijn er verschillende milieuorganisaties actief.  Zij vestigen met acties aandacht op de milieuproblemen in Nederland.



Een milieukeurmerk geeft de zekerheid dat het product beter is voor het milieu dan andere producten.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.