Hoofdstuk 1, 2, 4, 5 en 6

Beoordeling 4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 711 woorden
  • 11 februari 2002
  • 48 keer beoordeeld
  • Cijfer 4
  • 48 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Hoofdstuk 1:
produceren - het toevoegen van waarde
productiefactoren - middelen die nodig zijn bij de productie:* arbeid, * kapitaal, * grond(natuur), * ondernemingsactiviteit
produceren - het combineren v.d productiefactoren met het doel waarde toe te voegen
nationaal product - som v.d toegevoegde waarde van alle bedrijven en de overheid in een land in een jaar
nationaal inkomen - som v.d beloningen v.d. Productiefactoren in een land in een jaar.
nationaal product = nationaal inkomen

welvaart - de mate waarin bewoners van een land in hun behoeften kunnen voorzien
externe effecten - streven naar welvaart van de één oefent onbedoeld invloed uit op de welvaart v.e. Ander. beroepsgeschikte bevolking - alle mensen tussen de 15 en 65 jaar die zouden kunnen werken
beroepsbevolking - alle personen van 15 t/m 64 jaar die werken en willen werken
participatiegraad - beroepsbevolking / beroepsgeschiktebevolking x 100%
kapitaalgoederen - goederen die niet bestemd zijn voor consumptief gebruik, maar om daarmee andere goederen te produceren of een inkomen te verdienen.
investeren - het aanschaffen van kapitaal goederen kapitaalintesiteit - hoeveelheid kapitaalgoederen per eenheid arbeid
diepte-investering - investering waarbij de kapitaalsintensiteit toeneemt
breedte-investering - investering waarbij de kapitaalsintensiteit niet verandert
afschrijvingen - geven de in geld uitgedrukte waardedaling van kapitaalgoederen weer


Hoofdstuk 2
rechtsvorm - juridische vorm waaronder een onderneming aan het economisch verkeer deelneemt
ondernemingsvorm = rechtsvorm
rechtsvormen - eenmanszaak: bedrijf met 1 eigenaar; aansprakelijk voor alle verplichtingen die namens het bedrijf zijn gedaan vennootschap onder firma(vof,fa,firma) : ondernemingsvorm waarbij twee of meer mensen onder een gemeenschappelijke naam een uitoefenen naamloze vennootschap(nv) : door aandeelhouders(miljoenen aandelen besloten vennootschap(bv) : aandeelhouders vormen besloten groep
rechtspersoon - organisatie die zelfstandig rechten en verplichtingen kan hebben.
bedrijfskolom - schematisch overzicht van de belangrijkste productiefasen die een product doorloopt
bedrijfstak - een groep ondernemingen die dezelfde producten produceren
balans - overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van een bedrijf op een bep.tijdstip[plaatje0]
resultaten rekening - overzicht van opbrengsten en kosten en de daaruit voortvloeiende winst/verlies over een bepaalde periode

hoofdstuk 4
collectieve lastendruk - totaal aan ontvagsten v.d col.sector, uitgesrukt in een percentage van het nat.inkomen belastingen+soc.premies+niet-belasting ontvangsten / nat.inkomen x 100%
collectieve uitgavequota - totale uitgaven collectieve sector / nat.inkomen x 100%
belastingen - gedwongen betalingen aan de overheid waar geen rechtstreeks individueel tegenprestatie van de overheid tegenover staat.
progressief - als je in verhouding meer belasting moet worden betaald naarmate het inkomen stijgt
niet-belastingontvangsten - alle ontvagsten van de overheid die niet onder belastingen vallen
retributies - betalingen aan de overheid voor een duidelijk aanwijsbare tegenprestatie
begrotingstekort - gelijk aan het verschil tussen de totale overheidsinkomsten en de totale overheidsuitgaven waarbij de uitgaven ook de aflossingen op de staatsschuld omvatten.
financieringstekort - begrotingstekort verminderd met de staatsschuld.
staatsschuldquota - staatsschuld als percentage van het nationaal inkomen

hoofdstuk 5 (par.5&6)
vrijhandel - geen belemmeringen van de internationale handel protectie - bescherming van de eigen bedrijvigheid tegen de concurrentie uit het buitenland
dumping - exporteren van goederen tegen een lagere prijs dan de productiekosten bedragen
retorsie - land beperkt de importen als vergelding voor importbeperkingen door andere landen
handelspolitiek - ingrijpen door een of meer overheden in het internationale goederen- en dienstenvervoer
tarifaire belemmeringen - invoerrecht en uitvoerrecht
non-tarifairebelemmering - alle handelspolitiek instrumenten behalve de invoerrechten en uitvoerrechten: contingenteringen, subsidies, handelsverdragen, bepreken van de aankoop van vreemde valuta
autarkie - land is in staat zelf in alle behoeften te voorzien
invoerquota - waarde v.d goederen- en diensteninvoer in procenten van het nat.product
uitvoerquota - ,, ,, uitvoer ,, ,,
reden grote ondernemingen: kostenvoordelen , risicospreiding, toegang tot de vermogensmarkt, meer geld vrijmaken voor research, schaalvergroting nodig voor Europese eenwording

hoofdstuk 6
welvaart - mate waarin de bewoners van een land in hun behoeften kunnen voorzien
trend - de gemiddelde groei over langere tijd conjunctuurbeweging - schommeling in de groei v.h nat.product die wordt veroorzaakt door de verandering in vr.
productiecapaciteit - maximale hoeveelheid goederen en diensten die een land op korte termijn kan voortbrenge
nominaal nat.ink. - nationaal inkomen in guldens van een pebaald jaar
reële nat.ink. - voor het inflatie gecorrigeerde natationaal inkomen
reëel nat.ink per hoofd v.d bevolking - reëel nat.inkomen / bevolkingsomvang
economische groei - toename v.h reëel nat.ink. Per hoofd van de bevoling over langere tijd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Hartelijk dank voor je goede samenvatting

20 jaar geleden