Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hoofdstuk 1, 2, 3 de arbeidsmarkt

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 926 woorden
  • 12 juli 2007
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
H.1:
Aanbod van arbeid : mensen tussen de 15 en 65 jaar die willen, mogen en kunnen werken.
Werknemers : mensen met een baan
Zelfstandigen: mensen met een eigen bedrijf, en meewerkende gezinsleden.
Wn en Zs zijn samen de werkzamer BB
Je bent officieel werkloos als je bij het Centrum voor werk en inkomen (cwi) (arbeidsbureau) ingeschreven staat. Je behoort dan tot de werkloze BB
Wlh percentage= wlh / bb x 100%

BB: aanbod van arbeid

Niet BB: arbeidsreserve
Bgb: BB+NietBB. Potentiële BB
Alle mensen tussen de 15 en 65 jaar
Deelnemingspercentage: participatiegraad. Percentage van de BGB dat ook echt BB is.
Bruto Dp=bb / bgb x 100%
Netto Dp=wgh / bgb x 100%
Het a.a. groeit omdat:
De BB in Nl stijgt. Demografische factoren: groei van aantal mensen, bevolkingssamenstelling.
Aanzuigeffect: BB groeit omdat de kans op een baan groter is.
Ontmoedigingseffect: arbeidsparticipatie neemt af omdat de kans op een baan kleiner is.
Organisatie van het arbeidsproces: betere kinderopvang en deeltijdwerk; betere combinatie opvoeding.
Vraag naar arbeid: werknemers, de vraag naar arbeidskracht van zelfstandigen en openstaande vacatures.

Vacature: een bedrijf dat op zoek is naar een wn voor een bep. Functie.
Concrete markt: een plek waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten. Bv. Banenmarkt
Abstracte markt: het geheel van vraag en aanbod zonder dat er een ontmoeting plaatsvond. Bv. Arbeidsmarkt
Werkgelegenheid: het aantal mensen dat daadwerkelijk arbeid verricht. Wn+ZS.
Arbeidsjaren: volledige baan meestal 38 uur. Het aantal wn is groten dan het aantal aj omdat veel mensen deeltijd werken.
Loon: prijs van arbeid
Krappe arbeidsmarkt: vraag naar arbeid is groter dan aanbod van arbeid. à groot aantal vacatures, lonen omhoog
Ruime arbeidsmarkt: vraag naar arbeid is kleiner dan aanbod van arbeid
Arbeidsmarkt in praktijk: wlh daalt, wgh stijgt, soms nog steeds discriminatie

H.2:
Ondernemingsvormen:
· Eenmanszaak: 1 eigenaar kan wel personeel hebben, privé aansprakelijk, eenvoudige manier om te beginnen: geen last van anderen over beslissingen, winst voor jezelf.
· Vennootschap onder firma (vof) : meerdere eigenaren, werk verdelen, overleggen, privé aansprakelijk, elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk,.
· Besloten vennootschap (bv): rechtspersonen; leiding en de personen die eigenaar zijn. Bijv je kan het bedrijf voor de rechter slepen zonder de eigenaar aan te klagen; scheiding tussen bedrijf en eigenaar. Niet prive aansprakelijk. Aandeelhouders zijn eigenaar en ontvangen divident. Aandelen staan op naam. Meestal in handen van directeuren-grootaandeelhouder.
· Naamloze vennootschap (nv) : rechtspersonen; leiding en de personen die eigenaar zijn. Bijv je kan het bedrijf voor de rechter slepen zonder de eigenaar aan te klagen; scheiding tussen bedrijf en eigenaar. Niet privé aansprakelijk. Aandeelhouders zijn eigenaar en ontvangen divident. Aandelen niet op naam, vrij verhandelbaar, vaak kleine bedragen. Aandeelhouders zijn eigenaren maar bemoeien zich meestal niet met de gang van zaken, 1 keer per jaar een aandeelhoudersvergadering.
Divident: deel van de winst die een aandeelhouder ontvangt.
Arbeidsovereenkomst: een overeenkomst tussen werknemer en werkgever.
Individuele ao: loon en arbeidstijden vastgelegd
Collectieve ao: al het overige. De rechten en plichten van wn en wg. Vakantie overuren pensioen etc. (meestal afgesloten door bonden van wn en wg in een bedrijfstak)
Bedrijfstak: alle bedrijven die zich bezig houden met dezelfde soort productie
Vakbonden: werknemersbonden/vakvereniging. Handelen namens wn over cao’s
Werkgeversbonden: handelen namens wg over cao’s
Organisatiegraad van wn: percentage wn dat is aangesloten bij een erkende vakbond.
Arbeidsvoorwaarden: (staan in ao’s)
Primaire av: loon, arbeidstijden
Secundaire av: vakantie, duur middagpauze, reiskosten etc. sommige sav al bij cao of indiv. Ao geregeld.
Rijksbegroting: overzicht van inkomsten en uitgaven van de overheid
Miljoenennota: samenvatting van de rijksbegroting
Werknemerscentrale: vakbonden organiseren zich hierin om te overleggen over arbeidsvoorwaarden nadat de rijksbegroting bekend is.
Werkgeverscentrale: hetzelfde maar dan voor werkgeversbonden.
Stichting van de arbeid: hierin overleggen de vertegenwoordigers van de centrales
Sociale partners: term in plaats van wg en wn
Centraal overleg: als de vertegenwoordigers van wn en wg met elkaar praten in de stichting van arbeid.
Centraal akkoord: als de centrales van wg- en wn. organisaties het eens worden over de arbeidsvoorwaarden sluiten zij een centraal akkoord af.
Een centraal akkoord word vervolgens bij de cao-onderhandelingen per bedrijf of bedrijfstak uitgewerkt door de vakbonden en werkgevers(bonden)
Algemeenverbindendverklaring: verklaring die afgelegd kan worden door de minister van sociale zaken en werkgelegenheid zodat een bedrijf dat niet aangesloten is bij een werkgeversbond zich wel aan de arbeidsvoorwaarden houdt.

H.3
Verschillende soorten loonstijgingen:
-Prijscompensatie: loonstijging bedoeld om de koopkracht op pijl te houden. Bijv. als de prijzen stijgen(inflatie)
-initiële loonstijging: stijging van arbeidsproductiviteit : een werknemer produceert meer per uur.
-incidentele loonstijging: bijv. door promotie, is niet voor iedereen gelijk
stijging van de arbeidsproductiviteit:
- mechanisering en automatisering
- arbeidsverdeling en specialisatie
- scholing
resultatenrekening: het berekenen van je resultaat : winst = omzet – loonkosten – overige kosten
loon is geen inkomen, inkomen is de beloning van de productie factoren, loon is daar 1van.
Productie factor: Beloning:
K (kapitaal) Rente / divident
A (arbeid) Loon
N (natuur) Pacht/huur
O (ondernemerschap) winst



Loonkosten per product: hoeveelheid loonkosten betaald zijn voor 1 product te produceren
Lk pep = lk/ap
Loonkosten p. product ↑ à prijzen↑ à concurrentie positie tov het buitenland verslechterd à export ↓ en import ↑ à productie ↓ à wgh ↓
Lonen stijgen sneller dan de prijzenkoopkracht gezinnen ↑ à consumptie ↑ à bestedingen ↑à productie ↑ à werkgelegenheid ↑
Er zitten positieve en negatieve kanten aan loonsverhoging:
-pos. : koopkracht stijgt
-neg. : loonkosten voor bedrijven stijgen

loonkosten wg: $42000,-

reiskosten, cursusgeld $2000,-
wg deel. (sociale premies zoals ziekte kosten etc) $10000,-
↑+
brutoloon $30000,-
↓-
loonheffing (loonbelasting, premie volks- $10000,-
verzekering (aow) )

nettoloon $20000,-

loonmatiging is geen loon daling maar het minder stijgen van je loon. Bv. Vorig jaar +3% nu +1%
bij loononderhandeling word de volgende regel gehanteerd:
loonkosten (%) mogen niet harder stijgen dan de a.p. hierdoor stijgen de lk. Pep. Niet en en blijft de concurrentie positie op peil.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.