Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


H3 Een model van een bedrijf
§1 Het begrip model
Model: Gestileerde weergave van een deel van de werkelijkheid. (Kijken naar bepaalde eigenschappen die alle bedrijven gemeen hebben en bijzonderheden die niet ter zake doen weglaten.) In dit hoofdstuk: Opbrengsten, kosten, doelstellingen en winst.
§2 Opbrengsten
Opbrengst = omzet, waarde van de verkochte producten.
Opbrengstvergelijking: TO = pq
§3 Kosten
Voor goederen en diensten veel nodig:
- Arbeid
- Diensten van andere bedrijven (schoonmaakdiensten, verzekeringen)
- Producten die bij ander bedrijven worden ingekocht (energie, grondstoffen, onderdelen)
De prijs van deze dingen noemen we kosten.
Constante kosten: Kosten liggen op korte termijn vast en zijn onafhankelijk van de geproduceerde hoeveelheid, zoals interest, afschrijving, huur en pacht, verzekeringspremies, energiekosten en lonen.
Variabele kosten: Kosten die op korte termijn aan veranderingen onderhevig zijn en die afhangen van de geproduceerd hoeveelheid, zoals grondstofkosten, onderdelen die bij een ander bedrijf worden besteld, bepaalde energiekosten en het loon van oproepkrachten.
2 Mogelijkheden waarop de variabele kosten van de productie kunnen afhangen.
- Variabele kosten zijn rechtevenredig met de productie (de variabele kosten zijn constant) (in dit hoofdstuk wel het geval).
- De variabele kosten zijn per stuk niet constant.
Bij hogere productie gaan constants kosten sprongsgewijs omhoog.
TCK : Totale Constante Kosten
TVK : Totale Variabele Kosten
TK : Totale Kosten
A : Variabele kosten per stuk
TK = TVK + TCK

TK = aq + TCK
§4 De kosten nader beschouwd
GCK: Gemiddelde Constante Kosten
GVK: Gemiddelde Variabele Kosten
GTK: Gemiddelde Totale Kosten
GCK = TCK : q
GVK = TVK : q
GTK = TK : q
GTK = GVK + GCK
GVK nooit onder lijn GVK.
§5 De doelstellingen maximale winst en kostendekking
Vb doelstellingen van een bedrijf:
- Maximale winst
- Kostendekking
- Een maximaal marktaandeel
- Continuïteit
Kostendekking of kleine winst: bv. openbare nutsbedrijven.
TW: Totale Winst
TW = TO – TK

TW = pq – (aq + TCK)

TW = pq – aq – TCK
Hoe hoger de productie, hoe hoger de winst, wanneer prijs hoger ligt de variabele kosten per stuk. Daalt de prijs onder de variabele kosten dan heeft de productie geen zin meer, want de variabele kosten zoals lonen kunnen niet meer worden betaald.
Kosten dekking als TK = TO, dan geen winst, dus:
TW = TO – TK = 0
Het punt van kosten dekking is het break-evenpunt.
Break-evenafzet: afzet waarbij kostendekking plaatsvindt. De winst is gelijk aan nul.
§6 Andere doelstellingen: maximaal marktaandeel en continuïteit.
Marktaandeel = Omzet van het betreffende bedrijf x 100% /
Omzet op de totale markt
Continuïteit: Bedrijf kiest niet voor maximale winst of marktaandeel, maar kiest voor een bescheiden winst om de werkgelegenheid en het ondernemersinkomen te laten voortbestaan. Moeilijk om zo een bedrijf te laten staan, weinig geld voor onderzoek en nieuwe markten.
Voor bv. ziekenhuizen kan het wel goed zijn, zij dragen bij aan het voorzieningsniveau van een regio.
§7 Spanningen tussen doelstellingen
Productie zoals die in een bedrijf plaatsvindt, kan heel goed in overeenstemming zijn met de doelstellingen van andere groepen in de samenleving. Bv. Bedrijf vestigt zich in regio met hoge werkeloosheid, nieuwe arbeidsplaatsen, extra inkomen werknemers, goed voor plaatselijke middenstand.
Het kan ook voorkomen dat doelstellingen van een bedrijf (maximale winst) niet in overeenstemming zijn met de doelstellingen van anderen. Een doelstelling is bv. Het zoveel mogelijk vermijden van negatieve externe effecten.
De doelstelling winstmaximalisatie staat bijna altijd gespannen met duurzame ontwikkeling. Er zijn ook ander conflicten te bedenken bv. Bedrijf wil winst door diepte-investeringen, dure productiefactor arbeid vervangen door kapitaal, winst stijgt, werkgelegenheid neemt af.
Het kan ook zijn dat het vermijden van negatieve externe effecten en werkgelegenheid niet met elkaar overeenstemmen.
TO: Totale Opbrengst/omzet
P: Prijs
Q: Afzet/aantal verkochte producten
TO = pq
TCK : Totale Constante Kosten
TVK : Totale Variabele Kosten
TK : Totale Kosten
A : Variabele kosten per stuk
TVK = aq
TK = TVK + TCK

TK = aq + TCK
GCK: Gemiddelde Constante Kosten
GVK: Gemiddelde Variabele Kosten
GTK: Gemiddelde Totale Kosten
GCK = TCK : q
GVK = TVK : q
GTK = TK : q
GTK = GVK + GCK
TW: Totale Winst
TW = TO – TK

TW = pq – (aq + TCK)

TW = pq – aq – TCK

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

Vraagje: Bij 3 wordt voorbeelden gegeven van constante kosten waaronder energiekosten. Is dit juist? ZIjn deze niet variabel?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast