Help?! der? die?das? mv? Leertips!
Om houvast te hebben bij het leren en onthouden van de lidwoorden bij de zelfstandige naamwoorden vind je hier de belangrijkste hoofdgroepen. Kijk of je oude en nieuwe woorden zo onder kunt brengen. Dan hoef je veel minder te leren voor een proef (en doe je 90 % goed)! Bedenk wel dat op elke regel uitzonderingen bestaan, maar dat houdt het spannend!
Die-woorden zijn de vrouwlijke zelfstandige naamwoorden (weiblich/feminin).
1. vrouwlijke personen en dieren die Mutter, die Ärztin, die Katze, die Kuh
2. de meeste dingen/zaaknamen op -e die Reise, die Erde, die Tasche, die Karte
3. woorden op -heit, -keit, -schaft, -ung die Dummheit, die Eitelkeit,
die Landschaft, die Zeitung
(en op -ei, -ion, -tät, -ie, -ur) die Bäckerei die Diskussion, die Realität, die Familie, die Natur
4. woorden gevormd van de stam van een werkwoord op -t die Arbeit, die Antwort

Der-woorden zijn de manlijke zelfstandige naamwoorden (männlich/masculin).
1. manlijke personen en dieren der Lehrer, der Arzt,der Hahn, der Kater
2. jaargetijden, maanden, dagen, der Sommer, der Januar, der Sonntag
3. windrichtingen en weersaanduidingen der Osten, der Regen, der Schnee
4. buitenlandse produkten der Kaffee, der Tee, der Tabak
5. woorden gevormd van de stam van een werkwoord (niet op -t) der Besuch, der Unfall, der Tanz

Das-woorden zijn de onzijdige zelfstandige naamwoorden (sächlich/neutrum).
1. veel Nederlandse het-woorden das Kind, das Haus, das Messer
2. verkleinwoorden op -chen en -lein das Mädchen, das Fräulein
3. veel woorden die beginnen met Ge- das Gebirge, das Gemüse, das Gelände
en eindigen op -e (drukken een geheel uit)
4. zelfstandig gebruikte werkwoorden das Schreiben, das Fernsehen

Tip: Als je een woord niet goed in kunt delen bij de bovenstaande groepen, kun je het met onderstaande strategie (grote kans dat je het goed hebt) proberen. Stel 2 vragen:
1. Zou het een die-woord kunnen zijn of is dat zeer onwaarschijnlijk? (bijv. Heft, Stuhl)
2. Zeggen wij in het Nederlands de of het? (het schrift, de stoel)
Dan is het dus (waarschijnlijk) das Heft en der Stuhl. Klopt!
HOOFDREGELS MEERVOUD
Ook voor de vorming van het meervoud zijn er een paar hoofdregels, maar pas op: hier zijn behoorlijk wat uitzonderingen. Die moet je dus extra goed leren.

N.B. !
1. De meeste der- en das-woorden op -el, -en, -er veranderen niet in het meervoud!
2. Verkleinwoorden op -chen of -lein hehben veranderen niet in het meervoud!

De meeste der-woorden krijgen in het meervoud een Umlaut (als het kan) + e
der Brief die Briefe der Zug die Züge
der Baum die Bäume der Schrank die Schränke

De meeste die-woorden krijgen in het meervoud + (e)n.
die Frau die Frauen die Jacke die Jacken
die Brille die Brillen die Wohnung die Wohnungen

De meeste das-woorden krijgen in het meervoud + e
das Heft die Hefte das Boot die Boote
das Zelt die Zelte das Schaf die Schafe

TIP: Als je niet meer weet welk lidwoord bij een woord hoort, maar je kent wel de meervoudsvorm, dan kun je er toch vaak achterkomen door terug te beredeneren.
Bijv. die Schränke, dan moet het wel der Schrank zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

elmar

elmar

bedankt dit help heel erg :)

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Kinker

Kinker

Kinker blij

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Robin

Robin

Hoi alle mv woorden zijn ook die

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

R.

R.

Ein kurzes Achtung. 'Het stoplicht' ist 'die Ampel'. Das meint, dass es nicht immer stimmt.

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

Bedankt trouwens! Haha :) Het heeft me echt geholpen ik heb uren minder leertijd nu! ;)

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

Heee :) Ik ben er achter gekomen dat meervoud woorden ook (meestal) Die woorden zijn.. Zoals:
Die erbsen.. Liefs Kim !

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Ik doe havo 2 , en leer dit.

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast