ADVERTENTIE
Ken jij JoJoschool al?

Je kunt JoJoschool gebruiken om je kennis bij te spijkeren, de lesstof beter te begrijpen of als voorbereiding op je volgende toets. JoJoschool staat vol met duidelijke lesvideo’s en oefenopgaven. Je kunt er ook vragen stellen aan studenten in de chat en examentrainingen volgen. Probeer JoJoschool nu één maand gratis!

Meer informatie!
44. Van de Wakelboom

Er was eens een getrouwd stel, ze hielden veel van elkaar, maar ze hadden geen kinderen.
Op een dag zit de vrouw bij de Wakelboom in hun tuin appels te schillen. Ze snijdt zich in haar vinger. Terwijl het bloed op de sneeuw druppelt wordt ze heel verdrietig en ze verzucht zich zij zo graag een kind zo rood als bloed en zo wit als sneeuw zou willen hebben. Hierna had ze het gevoel dat dit wel eens kon gebeuren.
Maanden gingen voorbij en elke keer kwam ze weer terug bij de Wakelboom. Toen de 8e maand voorbij was voelde ze zich niet goed en ze werd weer treurig en ze zei tegen haar man: ‘Als ik sterf, begraaf me dan onder de Wakelboom’. Daarna was ze weer gelukkig en ze knapte weer een beetje op.

Toen de 9e maand voorbij was, kreeg ze een kind: een jongetje zo rood als bloed en zo wit als sneeuw. Ze was zo blij...zo blij dat ze stierf.
Haar man moest huilen en hij begraaft haar onder de Wakelboom. Na een tijd nam hij weer een vrouw met wie hij een dochtertje krijgt, Marleentje genaamd.
De vrouw hield veel van Marleentje, en het jongetje stond haar altijd in de weg en daarom behandelde ze het jongetje heel slecht en deed ze altijd gemeen tegen hem. Hij was altijd bang.
Op een dag vraagt Marleentje een appel aan haar moeder. Moeder haalt de appel uit een kist met een groot zwaar deksel met een groot scherp ijzeren slot. Marleentje vraagt ook een appel voor Broertje . Dat mag, maar pas als hij thuis was en ze grist de appel weer weg.
Toen hij thuis was, kwam het boze over haar en ze liet hem de appel uit de kist pakken. Hij buigt zich over de kist, waarna ze de kist dicht smijt en het jongetje wordt onthoofd en valt tussen de appels.
Maar wat moest ze nu doen? Ze besluit zijn hoofd er weer op te zetten, ze pakt een witte halsdoek en ze doet hem om zodat je niks ziet. Vervolgens zet ze hem in een stoel met de appel in zijn handen.
Marleentje snapt niet dat Broertje geen antwoord geeft, als ze vraagt om de appel aan haar te geven. Moeder zegt dat ze nog maar een keer terug moet gaan en als hij weer niet antwoord, moet ze hem maar om z’n oren slaan.

Wanneer ze dit doet, valt zijn hoofd eraf en ze begint te huilen. Moeder zegt dat ze er nu niks meer aan kunnen veranderen en dat ze hem maar moeten koken. Terwijl vader zit te smullen van zijn eten vertelt moeder dat de jongen naar zijn oudoom in Mutten is gegaan en dat hij vast niet meer terugkomt.
Marleentje, die nog steeds huilt, verzamelt de beentjes en ze bindt ze in haar zijden doek. Vervolgens legt ze het pakketje onder de Wakelboom. De boom begint te schudden en er was een nevel waarin een vuur begon te branden, uit dat vuur vloog een prachtige vogel weg, die heel mooi zong. Het pakketje was verdwenen.
De vogel vloog naar een goudsmid en hij begint te zingen:
Mijn moeder die mij slachtte,
mijn vader die me at,
mijn zuster lief Marleentje,
zocht van mij elk beentje,
bond z’in een zijden doek,
en legde ze onder de Wakelboom,
kiewiet kiewiet, wat ’n mooie vogel ben ik!
De goudsmid vindt het gezang van de vogel prachtig en hij vraagt hem het nog een keer te zingen. Dit doet de vogel zomaar, maar voor een gouden ketting wil hij het nog wel een keer zingen. De vogel vliegt verder met de ketting om zijn nek. Hij komt aan bij een schoenmaker en later bij een molen. Hier gebeurt hetzelfde. Hij zingt zijn liedje alleen voor een tweede keer als hij bij de schoenmaker een paar rode schoentjes krijgt en bij de molen een grote molensteen. En zo vloog hij naar het huis van zijn vader
Daar begint hij te zingen en Vader loopt naar buiten en de vogel laat de gouden ketting om zijn hals vallen.
Vervolgens komt Marleentje naar buiten en de vogel laat de rode schoentjes vallen. En toen de moeder naar buiten kwam, liet de vogel de molensteen op haar vallen en ze was tot pap geworden. Toen kwam er een damp en vlammen en toen stond Broertje er ineens levend en wel bij. En ze waren allemaal gelukkig!

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.