Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hoofdstuk 12: Opmars van de vooruitgang

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2419 woorden
  • 6 juli 2007
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.7
  • 26 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Hoofdstuk 12 Opmars van de vooruitgang

Kasimir Malevitsj (1878-1935)
- ‘Zwart suprematisch vierkant’(1915) is het begin van de abstracte kunst. Hij exposeert het schilderij diagonaal in een hoek, op een plek waar de Russen traditioneel een icoon van Madonna-met-kind hangen.
- ‘Van Kubisme en Futurisme naar Suprematisme’ is een manifest waarin hij uitlegt dat de schilderkunst vanaf nu niet meer draait om wat we zien, maar om wat we voelen en om de geest. Dit kan het best door eenvoudige vormen (= o.a. cirkels en vierkanten) te gebruiken.
Vierkant = suprematie van de geest boven de materie

Malevitsj’ suprematische manifest is een roep om radicale vernieuwing.

1917: De Russische Tsaar wordt afgezet en de Oktoberrevolutie breekt uit.
Jonge Russische kunstenaars ondersteunen de revolutie en werken mee aan het opbouwen van de communistische staat, terwijl West-Europese kunstenaars juist met het dadaïsme de machthebbers tegen de schenen schoppen.

Russische kunstenaars vinden dat een politieke breuk met het verleden ook moet leiden tot een breuk met de traditionele opvattingen over kunst en vormgeving.
Daarom storten ze zich op:
- vormgeving van propaganda
- “ “ monumenten
- “ “ alledaagse voorwerpen zoals meubilair, kleding en serviesgoed.

El Lissitzky (1890-1941)
- ‘Versla de witten met de rode wig’(1919/1920) roept het volk op het rode legeer te steunen tegen de ‘witte’ contrarevolutionairen.
- Hij maakt net als Malevitsj veel gebruik van driehoeken en vierkanten.

Tot de revolutie moet alles op het toneel er zo echt mogelijk uitzien.  naturalisme

Lijsttoneel: Tussen de verduisterde zaal en het toneel staat een denkbeeldige vierde wand. Het publiek wordt nooit direct aangesproken.


Konstasntin Stanislavsky (1863-1938)
- ‘The Method’ Hij ontwikkelt een speelstijl om acteurs helemaal in de huid te laten kruipen van de personages. Hij leert de acteurs persoonlijke beelden en herinneringen op te roepen en die gevoelens te koppelen aan hun personage, waardoor het personage geloofwaardiger en persoonlijker wordt.
Essentie: mens-ZIJN op het toneel/ voor de camera is belangrijker als mens-SPELEN.

Na de Russische revolutie worden alle bestaande tradities en ideeën aan de kant geschoven. Vsevolod Meyerhold vernieuwt dan het Russische toneel.

Vsevolod Meyerhold (1874-1942)
- Hij keert zich tegen het naturalisme omdat hij wil dat het publiek realiseert dat het niet echt is wat er op het podium gebeurt.
- ‘De bedrogen echtgenoot’ (1922) heeft een zeer abstract, industrieel ogend decor. Het decor kan zonder moeite dienst doen als schip, woonkamer, werkplaats of straat en alle acteurs dragen een soort van overall.
- Hij wil geen onderscheidt maken tussen kunstenaars en arbeiders. Hij wil dat de spelers net zo efficiënt bewegen als fabriekarbeiders en leert hen daarom om mechanisch te bewegen als een machine.
- Meyerhold’ industriële of constructieve theater kenmerkt zich door een hoop tempo.

Bertold Brecht (1898-1956)
- Ook hij keert zich tegen de stanislavskymethode, maar om een andere reden als Meyerhold. Hij vindt dat het publiek moet worden aangezet tot denken, in plaats van mee te voelen met de spelers. Hiervoor gebruikt hij vervreemdingseffecten: Er komt bijvoorbeeld ineens een liedje of commentaar op het toneelstuk tussendoor
- Episch theater: De emotie of psyche van de personages is minder belangrijk dat de rol die spelen in het verhaal.
- Thema’s waar hij het publiek over wil laten nadenken hebben vaak te maken met communistische idealen en zijn antimilitarisme.
- ‘Der Jasager’ (1930) is een ‘Lehrstück’ (= schoolstuk) met muziek van Kurt Weill en het gaat over een zware bergbeklimming. Eén van de bergbeklimmers wordt ziek en de groep komt voor de keuze te staan: blazen we de tocht af of laten we de zieke achter? De zieke, een kind, kiest voor de groep om hem achter te laten.
- ‘Der Neinsager’ wordt enkele jaren later geschreven is gebaseerd op ‘Der Jasager’, maar nu kiest het kind om de tocht af te blazen. Brecht schreef dit stuk om de mensen nog meer over deze situatie na te laten denken.
- Hij bewondert het Japanse theater.  ‘Der Jasager’ is gebaseerd op een klassieke tekst voor het Japanse Nô-theater.

Kurt Weill (1900-1950)
- Zijn muziek is geschreven voor de eenvoudige klasse en de minder goede instrumentalisten.

Frank Lloyd Wright (1867-1959)
- Hij bezoekt in 1893 de wereldtentoonstelling in Chicago en raakt onder de indruk van het Japanse paviljoen. In Westerse huizen maakt men gebruikt van gescheiden kamers, maar in Japan is het belangrijkste dat het huis een doorlopend vloeroppervlak heeft.

- Zijn interieur bepaalt ook het exterieur van zijn gebouwen en hij gebruikt voornamelijk plaatselijke steen- en houtsoorten.
- ‘Robie-house’ (1906) bestaat uit alleen horizontale lijnen en voegt zicht daardoor perfect in het landschap. Hij heeft veel aandacht voor de raampartijen die de binnenruimte van de buitenruimte scheiden.
- Naar Japans voorbeeld zoekt hij niet meer naar schoonheid door het toevoegen van versieringen maar door het accentueren van bouwkundige details en materialen.

Gerrit Rietveld (1888-1964)
- Wright was een voorbeeld voor hem.
- ‘Schröderhuis’ (1924) heeft een open structuur, waarin witte wanden nooit echte muren lijken. Horizontale en verticale vlakken doorsnijden elkaar en vormen toevallig een woonruimte. Er is niet echt een scheiding tussen binnen- en buitenshuis en door de schuifwanden ook niet echt een vaste scheiding van kamers. In het huis is absoluut geen privacy vanwege de vele ramen en er zijn geen luie stoelen omdat Rietveld niet van luiheid houdt.
- ‘Rood-blauwe stoel’ (1918) is zo’n stoel met een actieve zithouding, maar hij zit niet echt plezierig. Het is een ruimtelijke vertaling van de schilderijen van Mondriaan en het gaat niet zo zeer om functionaliteit. Deze ontwerpen ondersteunen de toekomstvisie van De Stijl uitstekend.

‘De Stijl’ is in 1917 opgericht als een reactie op de Eerste Wereldoorlog. De Stijl stelt een wereld van innerlijke rust, harmonie en orde in het vooruitzicht, die kan worden bereikt door de vergeestelijking van de mens. (= De mens moet zich meer bewust worden van het tijdloze en universele evenwicht dat achter de alledaagse zaken zit in plaats van zich druk te maken over ongelukkige ongemakken.)

Piet Mondriaan (1872-1944)
- Hij is de belangrijkste vertegenwoordiger van ‘De Stijl’.
- Volgens hem is kunst altijd geschikt om de achterliggende harmonie te onthullen. Hij probeert de orde en wetmatigheid te laten zien die schuilgaat achter de wanorde die we dagelijks zien.
- De grillige natuur, met zijn chaos van kleuren, vormen en richtingen, kan Mondriaan niet gebruiken om die orde uit te beelden. Mede daardoor kiest hij voor de volledig abstracte kunst en de drie primaire kleuren rood, blauw en geel.
- Kunst heeft volgens hem slechts een tijdelijke functie; hij denkt dat als het leven evenwichtig wordt de kunst zal verdwijnen.

Constatin Brancusi (1876-1957)
- Hij zoekt net als Mondriaan naar abstractie en gelooft ook dat die abstractie leidt tot de essentie: de waarheid.
- De oervormen van zijn werk:
o Eenvoud
o Massieve gesloten vormen die niet te wijzigen zijn
 Te zien in zijn geboortehuis in Hobitza, Roemenië
 Gebaseerd op de kunst uit Afrika en Oceanië
- ‘Adam en Eva’ (1916-1921)
o Ruim twee meter hoge stapeling van afzonderlijke beelden  doet denken aan houten kolommen van traditionele Roemeense huizen.
o Adam: ‘zwoegt, zweet en ploegt de aarde’, is ruw uitgesneden uit notenhout
o Eva: ‘zet het leven voort is lief en onschuldig’, is sierlijk uitgesneden uit eikenhout. ‘Eva’ is wellicht gebaseerd op een vijzel uit Nieuw-Guinea.
- Brancusi is een vertegenwoordiger van de volkseigenkunst, maar hij is ook lid van de avant-gardebeweging (Dit is tegenstrijdig!!)

Béla Bartók (1881-1945)
- Drie manieren voor een componist om volksmuziek te gebruiken:
1. Melodieën ongewijzigd overnemen en voorzien van een eenvoudige begeleiding
2. Geen echte boerenmelodie gebruiken en zelf volksliedimitaties bedenken.
3. Muziek maken die dezelfde sfeer heeft als volksmuziek zonder boerenmelodieën te imiteren.
- Hij wil de muziektaal vernieuwen door Westerse verworvenheden te verbinden met de volksmuziek van Oost-Europese landen.
- Hij maakt gebruik van een fonograaf en neemt deze overal mee naar toe. Zo neemt hij duizenden melodieën op die hij verdeelt in verschillende invalshoeken en varianten.

Het Bauhaus (1919), kunstopleiding
- Leerlingen van deze opleiding werken aan de socialistische toekomst en zijn daarnaast ook zeer enthousiast over Rietveld en De Stijl.
- Het is de moderne variant op een middeleeuwse bouwloods. ‘De manier van samenwerken van kunstenaars en ambachtslieden bij de bouw van een kathedraal staat model voor de organisatie van het onderwijs in het Bauhaus’  komt uit het eerste Bauhaus-manifest.
- De opleiding wil net als het constructivisme en De Stijl de persoonlijke willekeur verbannen en maakt daarom ook veel gebruik van de primaire kleuren en geometrische vormen.
- Industrie speelt een belangrijke rol in het Bauhaus : Alleen via de industrie kun je een goed ontwerp in grote oplages voor het volk produceren.
Goed ontwerp: Functionaliteit en eerlijkheid ten opzicht van het gebruikte materiaal.

Oskar Schlemmer (1888-1945)
- Hij geeft leiding aan de theaterwerkplaats van het Bauhaus en vergelijkt theater met architectuur.
- Hij verzet zich tegen het naturalistische theater(= Een abstract vierkante ruimte (het toneelpodium) wordt aangepast aan de natuurlijke mens en teruggebracht tot een illusie van de natuur) Schlemmer past juist de mens aan, aan de abstracte ruimte. Een voorbeeld hiervan is: ‘Triadisch ballet’.
- ‘Triadisch ballet’ (1923)
o Kubus- en bolvormige kostuums bepalen hoe de dansers in de ruimte bewegen: hoekig/in rechte lijnen/draaiend als een tol.
o Kleur en materiaalkeuze van de kostuums bepalen het karakter van de figuren.
o Karakterverschillen tussen de figuren leiden tot strijd. Dit is echter abstracte strijd en hij leidt niet tot een verhaal met een begin en eind. (Moeilijk samen te vatten. Lees het stukje op pg 177 tot en met ‘Industrieel design’.)

Marcel Breuer (1902-1981)
- Eén van de meest succesvolle studenten van het Bauhaus. Hij wordt in 1925 docent van het Bauhaus.
- ‘De Wassilystoel’ (1925) heeft hij ontworpen voor collega-docent Vassily Kadinsky. Hij gebruikt Mannesmannbuizen (normaal gebruikt voor fietsen) die naadloos en daardoor lichter en sterker waren dan traditionele buizen. De buizen gemakkelijk te buigen en dat wordt door Breuer uitgebuit in zijn ontwerp. Net als fietsen kunnen de stoelen aan de lopende band geproduceerd worden.  Massaproductie. Het volk is echter niet geïnteresseerd.

CIAM (Congrès Internationaux d’Architecture Moderne) is opgericht om gemeenschappelijke richtlijnen te ontwikkelen voor de nieuwe architectuur  o.a. volkshuisvesting, standsplanning en de relatie tussen industrie en architectuur.
‘Het Nieuwe Bouwen’ is een verzamelnaam voor architecten die zich door het CIAM laten beïnvloeden. Hun idealen lijken op die van het constructivisme, het Bauhaus en De Stijl.
- Functionaliteit is het belangrijkste  Zo ontstaat schoonheid
o Geen decoraties, historische stijlcitaten of onnodig dure imponeermaterialen zoals marmer
o Wel neutrale materialen zoals glas, staal en gepleisterde wanden.
- Zij bepleiten het recht op licht en ruimte in gebouwen en dat recht kan alleen worden door stedenbouwkundige planning.
- Veel van de woningbouwprojecten die voldoen aan de idealen van Het Nieuwe Bouwen zijn niet gerealiseerd door o.a. de economische crisis vanaf 1929.
- ‘Van Nellefabriek in Rotterdam’ (1926-1930) is het beste voorbeeld van Het Nieuwe Bouwen in Nederland en is gebouwd door de architecten Johannes Brinkman (1902-1949) en Leendert van der Vlugt (1894-1936). De kromming in de gevel van het directie gebouw en de tearoom boven op het gebouw, geven aan dit futuristisch ogende gebouwencomplex een menselijk karakter.

Le Corbusier (1887-1965)
- Eén van de leidinggevende figuren van het CIAM, die zorgt voor stadsplanning en aandacht van de sociale woningbouw.
- ‘Urbanisme’ (1925) is een beschrijving van de stad van de toekomst met 3 miljoen inwoners:
o Centrum: Vierentwintig wolkenkrabbers in een soort van groot park.
o Daarbuiten: Vredige, stille woonwijken.
Zowel de architectuur als de plattegrond van de stad is rechtlijnig en geometrisch. Hij verwijt in Urbanisme architecten dat ze te lang de mogelijkheden van moderne bouwtechnieken hebben tegengehouden.

Fritz Lang (1890-1976)
- ‘Metropolis’ (1927) is een film, over een miljoenenstad geïnspireerd op sciencefictionverhalen, de skyline van New York en wellicht ook de tekeningen van Le Corbusier.
o Het verhaal: In een hoge centrale flat zitten enkele machthebbers die over de massa werkers regeren die hun leven lang ondergronds blijven. Er breekt een klassenstrijd uit en de machthebbers zetten een gerobotiseerde Maria-verschijning in om het volk weer op onder hun macht te krijgen.
o Eén van de duurste stomme films  dure decors/schaalmodellen
o Alles bekende ingrediënten om het publiek mee te slepen zaten in het verhaal: een held, een bruut, een romance, list en bedrog.

De Nazi’s begrijpen door Metropolis dat film een machtig propagandamiddel is. Goebbels vraagt daarom in 1933 aan Lang om de Duitse filmproductie over te nemen en dat doet Lang dan ook.

Sergei Eisenstein (1898-1948)
- ‘Oktober’ (1927): film als eerbetoon aan de revolutie in 1917 in opdracht van de leiding van de communistische partij.  Aaneenschakeling van wisselingen attracties die in hoog tempo op een ritmische manier zijn gemonteerd.
- Ontwikkelt de attractiemontage (zie begrippen)
- Zijn verhaal ontstaat pas als allerlei korte filmfragmenten gemonteerd worden.
- Hij heeft bewondering voor het Japanse Kabuki-theater en dat is herkenbaar in zijn latere werk.
o In het Kabuki-theater gebruiken spelers weinig tekst, maar veel maskers, symbolische kostuums en heftige gebaren.
- Hij ziet de geluidsfilm (1927) als een bedreiging voor de specifieke filmtaal.

Leni Riefenstahl (1902 - ?)
- ‘Triumph des Willens’ (1934) is een propagandafilm naar aanleiding van de nationaal-socialistische partijdag is Neurenberg.
o Filmtechnisch van hoge kwaliteit.

Charles Chaplin (1889-1977)
- ‘The Great Dictator’ (1940) is een film waarin hij in de huid van Hitler kruipt. Komisch maar ook beangstigend.
- Hij ziet humor als troost voor de onderdrukten.
- Vanaf 1914 speelt hij de onschuldige zwerver Charlie Chaplin door middel van vaste attributen en pantomimeachtige bewegingen. Als Charlie doet hij Hitler ook na met een onverstaanbaar Duits.

De meeste plannen van het constructivisme worden in Rusland nooit gerealiseerd omdat:
1. Er schaarste ontstaat.
2. Het sociaal-realisme oprukt en dat is in de ogen van de communistische partij geschikter.

Na Lenin’s dood in 1924 raken de avant-garde kunstenaars steeds meer geïsoleerd. In 1932 komt er door Stalin een totaal verbod op alle avant-gardistische kunstuitingen.

Kadinsky en Lissitsky vertrekken naar het Westen en sluiten zich aan bij het Bauhaus. Meyerhold wordt verbannen naar een concentratiekamp en sterft daar. Stanislavsky, Meyerholds tegenstrever, wordt door Stalin onderscheiden met de Lenin-orde.

Vanaf 1933 begint in Duitland de vernietiging van alle vormen van het modernisme.
- Het Bauhaus wordt gesloten.
- Museumdirecteuren worden vervangen door partijleden
- Schilderdepots worden leeggehaald.
- Er komt een verbos op progressieve muziek, stukken van Brecht en op negermuziek (jazz)
Deze kunst werd bespottelijk tentoongesteld en met ‘waanzin’ bestempeld.

De meeste kunstenaars vluchten naar New York, de nieuwe thuisbasis voor verdere ontwikkelingen in de moderne kunst.

In 1937 bepleit Hitlet dat de nieuwe Germaanse kunst niet gebaseerd moet zijn op internationaal modieuze grillen maar op onveranderlijke ‘Volksemphinden’.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.