Hoofdstuk 12: Opmars van de Vooruitgang

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2469 woorden
  • 24 april 2007
  • 22 keer beoordeeld
Cijfer 5.5
22 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Jouw redding voor de examens!

De examens komen eraan. Hoeveel examenstress heb jij? Geen zorgen, Examenbundel staat voor je klaar. Met het Voordeelpakket heb jij de optimale voorbereiding voor je examen. Leren en oefenen in één handig pakket. Let’s go!

Ik ga slagen
Hoofdstuk 12: opmars van de vooruitgang

Het zwarte vierkant
1915: de rus Kasimir Malevitsj schildert ene zwart vierkant op een witte achtergrond, dit is het begin van de abstracte kunst. Hij lanceert het suprematisme
abstracte kunst:kunst waarin het afbeelden of verbeelden van natuurlijke waarneembare voorstellingen geen rol speelt. Vormen kleuren en lijnen spelen in deze kunstvorm een zelfstandige rol. Ookwel: nonfiguratieve kunst
suprematisme: schilderstijl. Voledig abstracte kunst met geometrische figuren als vormelementen. Doel: opwekken van pure – niet aan werkelijkheid gekoppelde – gevoelens. Tussen 1915 en 1924.

Revolutie:
1917: tsaar in rusland afgezet -> revolutie. De jonge kunstenaars helpen graag mee met het opbouwen van de communistische staat. In europa heerst de dada (afzetten tegen de machthebbenden). Kunstenaars ontwerpen van alles en nog wat voor de nieuwe staat: politieke breuk met het verleden moet zich ook vertalen in een breuk met de traditionele opvattingen over kunst en vormgeving.
Constructivisme: kunststroming, ontwikkeld in Rusland vanaf 1915 met accent op (experimenteel) materiaalonderzoek en constructie. Abstracte, veelal ruimtelijke kunst, va 1917 vooral ontwerpen voor toegepaste kunst. Va 1920 verspreid de invloed van het constructurisme zich over heel europa, terwijl het in de Sovjet unie geheel geisoleerd raakt en later zelfs verboden wordt.

Naturalisme:
Voor de revolutie moest alles op het toneel er zo echt mogelijk uitzien: naturalisme ->lijsttoneel. Konstantin Stanislavsky ontwikkelde een speelstijl waarin het mens-zijn belangrijker was dan het mens-spelen. Zo werd het naturalisme verder verhoogd. Na de revolutie werd alles anders.
Naturalisme: natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid (eind 19e eeuw). Toneelschrijvers proberen de werkelijkheid te benaderen: zo getrouw mogelijke milieuschildering, zo juist mogelijke weergave van de gesprekstoon, geen onderonsjes van speler met publiek.
Lijsttoneel: naam voor het traditionele theaterspel waarbij een duidelijke scheiding bestaat tussen het publiek in de zaal en de spelers op het toneel. Deze scheiding wordt gesyboliseerd door het doek en de lijst, waardoor het lijkt alsof je kijkt naar een levens schilderij.

Biomechanica:
Vsevolod Meyerhold kreeg de opdracht het russische theater te vernieuwen en keert zich tegen het naturalisme -> realiseren dat het niet echt is wat er op het toneel gebeurde. Er wordt abstract en voor alles dienend decor gebruikt. Ook zijn er universele kostuums. Arbeid stond in rusland hoog in het vaandel -> geen onderscheid tussen kunstenaars en arbeiders. De spelers moeten mchanisch bewegen -> krijgen les in biomechanica.
Constructieve theater: theatervorm ontwikkeld door oa Meyerhold na de russische revolutie. Nadruk op niet-naturalistisch spel en en geabstraheerde industrieel ogende decors.
Biomechanica: door meyerhold ontwikkelde bewegingsleer voor toneelspelers. Training om hetmenselijk lichaam op mechanische wijze – als een machine te kunnen inzetten op het toneel. Het lichaam wordt meer als materiaal gezien dan als een expressief middel.

Episch theater
Bechtold brecht keerde zich ook tegen de stanislavskymethode. Hij wilde het publiek laten nadenken -> vervreemdingseffecten: liedjes, commentaarstemmen. De onderwerpen zijn vaan de communistische idealen en het antimilitarisme. Brecht bewondert het nô- theather.
Stanslavskimethode: methode die acteurs stimuleert zich volledig te vereenzelvingen met hun rol. Ontwikkeld om meer naturalisme en psychologische diepgang van de personages op het podium te bereiken. Na WOII in Amerika populair geworden in de Actor’s studio, waar veel filmacteurs zijn opgeleid. Ook bekend als The Method.
Episch theater: theatervorm, die in de jaren 20 in Duitsland ontstond met een duidelijke politiek-maatschapelijke achtergrond. Spreekt eerder het verstand dan het gevoel van de toeschouwer aan.
Nô-theater: klassiek Japans toneel, ontstaan in de 14e eeuw, uitsluitend gespeeld door mannen die voor een deel maskers dragen en die bij hun handelingen worden begeleid door sprekers en een klein orkest bestaande uit drie slagwerkers en een fluitist. Inhoud van het nô-spel is historisch en religieus bepaald.

Wright in Japan
Frank Lloyd Wright is geïnspireerd door de Japanse architectuur. In tegenstelling tot de westerse woning, met van elkaar gescheiden kamers, is het belangrijkste onderdeel van een japans huis een doorlopend vloeroppervlak. Naar dit idee bouwt hij het Robie huis -> integratie met de omgeving, horizontale lijnen, verplaatsbare wanden, accentueren bouwkundige details en materialen.

Schröderhuis
Gerrit rietveld is geïnspireerd door Wright. Hij bouwt het Schröderhuis: verticale en horizontale lijnen, bij toeval ontstaat er een ruimte om in te wonen, met schuifwanden, geen privacy: burgerlijk begrip, rietveld heeft een hekel aan luiheid: rechte stoelen -> de rood blauwe stoel. Het huis is een ruimtelijke vertaling van de schilderijen van Mondriaan en doet geen concessies aan functionaliteit. Dit zijn de zuiverste voorbeelden van de toekomstvisie van de Stijl.
Functionaliteit (isme): denkwijze in de 20e eeuwse architectuur en vormgeving waarbij de functie van een object, bouwonderdeel of gebouw als uitgangspunt wordt genomen voor de vormgeving. Alleen functionele aspecten bepalen het uiterlijk en de vorm: form follows function. Alle overbodige decoraties kunnen worden weggelaten: less is more.
De stijl: groepering Nederlandse kunstenaars rond het tijdschrift ‘de stijl’. Uitgaande van strenge vormgeving formuleerde De Stijl uitgangspunten voor de beeldende kunst, architectuur en toegepaste vormgeving.

Mondriaan
1917: de stijl is een reactie op WOI. Tegenover de chaos van alledag stelt De Stijl een wereld van innerlijke rust, harmonie en orde in het vooruitzicht ->vergeestelijking van de mens; meer bewust worden van het tijdloze en universele evenwicht dat schuilgaat achter de uiterlijke zaken van alledag.
Monsriaan belangrijke vertegenwoordiger van de stijl. Kunst heeft volgens hem maar een tijdelijke functie: zolang de schoonheid van het leven nog afwezig is. Naarmate het leven aan evenwicht wint, zal de kunst geleidelijk verdwijnen. Mondriaan probeert de orde en wetmatigheid te laten zien. Hij kiest voor abstracte kunst met drie primaire kleuren, lijnen worden met een liniaal getrokken.

Brancusi
Constantin Brancusie was ook op zoek naar abstractie wat volgens hem leidde tot de waarheid. Hij gebruikt veel oervormen uit verschillende materialen. Volgens hem komt men door het benaderen van de ware betekenis van de dingen, ondanks zichzelf, tot eenvoud. De beelden hebben veel weg van Afrikaanse kunst.

Adam en Eva
2 meter hoog standbeeld van Brancusi -> doet denken aan de houten kolommen in traditionele Roemeense huizen en tevens aan niet westerse kunst: vruchtbaarheidsbeeldjes. Vijzel uit nieuw guinea misschien voorbeeld voor de eva.
Het onderzoeken van de bron van Brancusi’s werk is niet zonder betekenis: of hij is een vertegenwoordiger van de volkseigen (Roemeense) kunsten en daarmee aanhanger van de communistische dictator Ceaucescu óf hij was een onderdeel van de internationale avant-gardebeweging die individuele keuzes maakt uit de motieven van heel de wereld.

Bartók
De Hongaarse componist Béla Bartók verwerkt ook primitieve vormen van kunst. Volksmuziek kan volgens hem op 3 manieren gebruikt worden: gewoon coveren, volkslied imitaties bedenken, muziek schrijven in dezelfde sfeer als de boerenmuziek.
Bartok wil de muziek taal vernieuwen.
Va 1905: Bartok onderzoekt onbekende boeren muziek en neemt dit op met de fonograaf. Hij classificeert de melodieën naar invalshoeken en varianten.
Fonograaf: toestel om geluiden op te nemen met behulp van een wasrol.

Weimarrepubliek
1919: de kunstopleiding Bauhaus wordt opgericht in Weimar, meteen na het uitroepen van de Weimar-republiek. De proffessoren zijn enthousiast over Rietveld en De Stijl. De oorspronkelijke doelstelling van het Bauhaus volgens Oskar Schlemmer: het bauhaus is op gericht na de oorlog toen het nog puinhoop was. Het is allereerst een verzamelpunt van diegenen die geloven in de toekomst en mee willen werken aan het opbouwen van het socialisme hiervoor willen zij het ontwerp van het geheel bedenken.
Iedereen binnen het bauhaus streefde hetzelfde doel na; de bouwkunst ter meerdere glorie van het socialisme. Het eerste Bauhaus-manifest roept de vrije kunsten op zich dienstbaar te maken voor de bouwkunst, dit was immers ook hun oorsprong. Iedereen moest samenwerken voor het gemeenschappelijke doel.
Bauhaus: kunstvorm met nadruk op toegepaste kunsten en industriele vormgeving.

Triadisch Ballet
De bauhaus-opleiding wil alle persoonlijke willekeur uibannen. Alle onderzoek richt zich op het vinden van collectieven of objectieve vormgeving -> primaire kleuren en geometrische vormen. Geen sentiment.
Het maken van theater is een uitstekende oefening in collectieve samenwerking voor een gemeenschappelijk doel -> vergelijkbaar met architectuur. Schlemmer verzet zich tegen het naturalistische theater -> het abstracte theater past zich aan aan de natuurlijke mens. Schlemmer laat de mens aanpassen in het triadisch ballet: kostuums waarin kubus en bolvormen overheersen, deze bepalen hoe zij over het podium bewegen. Het materiaal van de kostuums vormt het karakter. Er is geen verhaallijn maar een soort van gevecht tussen karaktertrekken. Alles is abstract en er is geen begin en eind.

Industrieel design
Volgens het Bauhaus is alleen de industrie in staat het goede ontwerp in grote oplage voor het volk te produceren. Eisen ontwerp:eerlijkheid ten opzichte van het gebruikte materiaal en functionaliteit.
Een goed voorbeeld van zo’n ontwerp is de Wassilystoel van Marcel Breuer. Het materiaal wordt benadrukt en is tevens ongebruikelijk, maar het sluit aan bij de mogelijkheden van massaproductie. De ontwerpen van het Bauhaus zijn bedoeld voor de massa, maar sluit niet aan bij wat de massa mooi vindt. Geen enkel arbeiders gezin durfde in die tijd met goed fatsoen zijn huis te meubileren volgens de nieuwe norm van het bauhaus.
Het bauhaus gaat er tevens van uit dat iedereen het zelfde is en dat er geen onderscheid gemaakt mag worden in woonruimte, kleding en/of stijl. Dit is volgens hen valse accentuering van het individuele.

Licht en ruimte
Internationalisering is in de jaren 20 en 30 een van de kenmerken van progressieve kunstenaars -> bauhaus en CIAM (opgericht in 1927). Het Nieuwe Bouwen is een verzamelnaam van architecten die zich laten beinvloeden door de uitgangspunten van het CIAM. Idealen: mengeling van constructuvisme, bauhause en De Stijl. Er ontstaat mede door het CIAM in europa een internationale stijl, die vooral na WOII invloedrijk wordt.
Het Nieuwe Bouwen is functioneel, alle vorm van decoratie is weggelaten. Schoonheid ontstaat vanzelf als alles functioneel gemaakt wordt, bouwkundige constructies worden niet weggemoffeld. Als reactie op de bedompte arbeiders wijken ontstaat het idee dat iedereen even veel recht heeft op licht en ruimte, dit kan alleen bereikt worden door stedenbouwkundige planning.
CIAM: Congrès Internationaux d’Architecture Moderne. Internationale organisatie voor het opstellen van richtlijnen voor vernieuwing in de architectuur rekening houdend met sociale, ecomonische en technische mogelijkheden. In nederland ookwel het nieuwe bouwen.
Het Nieuwe Bouwen: benaming die in Nederland tussen 1925 en 1940 gebruikt wordt voor moderne architectuur beinvloed door Bauhaus en CIAM. De architecten die ertoe gerekend worden, introduceren in Nederland een funcionele bouwstijl waarin voor glas, staal en beton een belangrijke rol is weggelegd. Aandacht voor industrialisatie van de bouw en stedenbouwkunde.

Functionele stad
Een van de leidinggevende figuren van het CIAM is Le Corbusier. Zijn denkbeelden over de functionele stad, waarin tot 3 miljoen mensen wonen en werken, staan model voor veel nieuwbouwprojecten na WOII. Het uitgangspunt van de stad zijn 24 wolkenkrabbers die allemaal omringd zijn met veel groen, heel de stad is tot de puntjes uitgedacht en functioneel. Iedereen krijgt evenveel licht en ruimte. Alles is rechtlijnig en geometrisch.

Industrialisatie in de bouw
Bij het bouwen van een dergelijke stad is het werken met standard prefab-elementen noodzakelijk. Le Corbusier is enthousiast over de industrialisatie van de bouw die hierdoor ontstaat. Volgens hem is de samenleving er fors op vooruitgegaan door de industrialisatie, alleen de bouw is nog achtergebleven.
Er zijn weinig woningbouwprojecten van Het Nieuwe Bouwen gerealiseerd, mede door de economische crisis in 1929. In Nederland is het beste voorbeeld van het NB de Van Nelle fabriek in Rotterdam van Johannes Brinkman en Leendert van der Vlugt. Het gebouw oogt futuristisch maar heeft toch een menselijk karakter door opvallende toevoegingen. Binnenin valt er veel licht.
Prefab: afkorting voor geprefabriceerd. Term die vaak gebruikt wordt in verband met het gebruiken van geprefabriceerde onderdelen in de bouw.

Metropolis
De 3 miljoen inwoners stad bestaat niet echt. Maar in 1927 maakt Fritz Lang de film Metropolis waar een dergelijke stad in voorkomt. Hierin wordt een gevaarlijke toekomst geschetst: een paar regenten, arbeiders die hun leven lang ondergronds leven en werken -> klassenstrijd en de machthebbers proberen de arbeiders weer rustig te krijgen met een gerobotiseerd mariabeeld. Dit was de duurste stomme film ooit -> decors. Deze waren revoulionair door hun echtheid. De film bevat verder imponerende massascenes met werkende arbeiders. De nazi’s begrijpen dat deze manier van filmen een geweldig propaganda middel is, maar Lang wil hier niet aan meewerken.
Stomme film: film zonder direct opgenomen geluid. De eerste films werden bij vertoning vaak begeleid door live-muziek of een verteller.

Filmmontage
Als eerbetoon aan de revolutie in 1917 maakt Sergei Eisenstein in opdracht van de leiding van de communistische partij de film Oktober -> geen geluid; krachtige beelden. Kenmerkend voor Eisenstein is de door hem ontwikkelde attractiemontage. Eisen stein ontwikkelde een ‘eigen taal’ voor het nieuwe medium film waaring montage een belangrijke rol speelt. Eisenteins kennis van de Japanse taal, die hij leert tijden zijn diensttijd in het Rode leger helpt hem bij het ontwikkelen van een filmtaal. Zijn bewondering voor het Japanse Kabuki-theater is herkenbaar in zijn latere films -> weinig tekst, maskers, symbolische kostuums, heftige gebaren en muziek. De ontwikkeling van de geluidsfilm in 1927 ziet hij als een bedreiging van zijn filmtaal.
Attractiemontage: de betekenis van het ene filmbeeld wordt bepaald door de toevoeging van andere beelden die enerzijds niets te maken hebben met het vorige beeld, anderzijds het vorige beeld betekenis geeft.
Kabuki-theater: Japanse theatervorm ontstaan in de 17e eeuw op basis van volkstoneel en het nô-theater. Dans, muziek, declamatie en acrobatiek vormen de basis van deze theatervorm waarin het spektakel niet wordt geschuwd.

Chaplin als Hitler
1934: Leni Riefenstahl maakt de propagandafilm Triumph des Willens naar aanleiding van de partijdag van de Nationaal-socialisten in Neurenberg.
1940: Charlie Chaplin kruipt in de huid van Hitler in The Great Dictator. Een komische en beangstigende parodie. Volgens Chaplin is het belachelijk maken van Hitler een belangrijk wapen en biedt humor troost voor de onderdrukten.

Sociaal realisme
Er heerst grote schaarste in Rusland. De meeste plannen van het constructivisten nooit gerealiseerd worden, heeft niet alleen te maken met deze schaarste. Onenigheid tussen verschillende avant-garde groepen maakt de opkomst van het sociaal-realisme mogelijk -> zegeningen van de revolutie worden op herkenbare manier verbeeld. Deze methode wordt geschikter bevonden dan de abstracte constructivistische propaganda. Het gevolg is dat de avant-garde kunstenaars steeds meer geïsoleerd raken.
1932: Stalin verbiedt alle avant-gardistische kunstuitingen. Vreemd is dat Meyerhold uit de gunst raakt en gearresteerd wordt en dat Stanislavsky een onderscheiding krijgt.

Entartete Kunst
Veel oost-europese kunstenaars vluchten in de loop van de jaren 20 naar duitsland, maar door de opkomst van het fascisme is het werken voor hen ook daar onmogelijk.
Va 1933: in duitsland begint de vernietiging van alle vormen van modernisme, het Bauhaus wordt gesloten en al het werk wordt in beslag genomen. Er wordt een tentoonstelling georganiseerd met al deze Entartete kunst en volledig belachelijk gemaakt. De moderne kunstenaars duiken onder of verlaten het land. New York wordt nu de nieuwe thuisbasis.
Entartete kunst: benaming die door het fascisme werd gebruikt voor moderne (ontspoorde) kunst. Uit in beslag genomen werk werd de reizende tentoonsteling Entartete Kunst samengesteld. Opkomst van het fascisme en WOII legden voor ruim 15 jaar elke ontwikkeling op het gebied van de moderne kunsten stil.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.