Lichaam en ziektes

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1033 woorden
  • 5 januari 2002
  • 97 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.8
  • 97 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Basisstof 1 tot en met 9 + verrijkingsstof
1 en 2 en 4


Bij verbranding ontstaat water en koolstofdioxide.
Met helder kalkwater kun je koolstofdioxide aantonen; kalkwater is de indicator voor koolstofdioxide.
In lucht zitten o.a stikstof, zuurstof, edelgassen en koolstofdioxide.

Als je ademt neem je zuurstof op, als je uitademt adem je koolstofdioxide uit.
Ook raak je water en energie kwijt als je uitademt.
Er vindt verbranding in je lichaam plaats dag en nacht.

Daar heb je brandstof voor nodig. Het meest gebruikt is glucose.

Lucht wordt door je mond of neus in geademd, het komt in je neus of mondholte.
Via de keelholte en het strottenhoofd komt het dan in de luchtpijp. En die vertakt zich in 2 bronchiën; een naar de linker- en een naar de rechter long.
De bronchiën vertakken zich in steeds fijnere buisjes; de luchtpijptakjes die elk eindigen in een tros kleine longblaasjes.

De neusholte is van binnen bekleed met het neusslijmvlies, dat is erg vochtig soms te vochtig dan ben je verkouden, of als je huilt.
Door het neusslijmvlies wordt de lucht die je inademt vochtig door de vele bloedvaatjes die er lopen wordt je adem ook verwarmt.
Vooraan in je neusholte groeien haartjes; neusharen, zo worden grove deeltjes tegen gehouden. dieper in de neusholte heeft het neusslijmvlies slijmproducerende cellen en trilhaarcellen.
De slijmproducerende cellen maken slijm waaraan fijne stofdeeltjes en ziektewekkers blijven kleven.

De trilharen maken een golvende beweging en zo gaat het slijm naar je keelholte waar je het inslikt.
Bovenin je neusholte zit je reukzintuig, die keurt de lucht.
Je mond holte heeft al die dingen niet dus de binnengestroomde lucht wordt niet gefilterd en minder vochtig en warm gemaakt, als de lucht erg droog en koud is die in je longen komt kun je longontsteking krijgen.
Tussen je keelholte en luchtpijp zit je strottenhoofd ?adamsappel?
In het strottenhoofd liggen je stembanden
Als je voedsel inslikt wordt je luchtpijp afgesloten door het strottenklepje.
En je neusholte met de huig.
Zo komt eten niet in de neusholte of luchtpijp. Als het strotklepje en de huig niet goed sluiten, als je jezelf verslikt gebeurt er het volgende er komt dan drinken of eten in je luchtpijp en neusholte. je gaat dan hoesten om het er weer uit te krijgen.

Luchtpijp is een holle buis en die sluit aan op de onderkant van het strottenhoofd.
Wand luchtpijp bevat kraakbeenbringen, die ervoor zorgen dat je luchtpijp niet dichtgedrukt wordt. Dat geldt ook voor de bronchiën.
De luchtpijp takjes bevatten spiertjes die zich gaat vertakken in trosjes longblaasjes.
Als er te veel slijm geproduceerd wordt in de binnenwand van de luchtwegen ga je hoesten.

De wand van een longblaasje is erg dun, en zijn omgeven door fijne bloedvaatjes de longhaarvaten ook die wand is erg dun tussen longblaasjes en de longhaarvaten vind gaswisseling plaats.
In de longen bevinden zich miljoenen longblaasjes samen hebben die een groot oppervlak van 80 tot100 vierkante meter zo kan er veel zuurstof in een keer opgenomen worden.
+- 1 op de 3 NL van 15 of ouder rookt
schadelijk:
verschillende gassen en teerdruppeltjes binnen
meest schadelijk koolstofmonoxide ook kolendamp genoemd
teerdruppeltjes blijven achter in je longen en vormen een teerlaagje.
Daar zitten 17 stoffen die kanker kunnen veroorzaken in een daarvan is nicotine.
Je merkt dat het zo giftig is vooral de eerste keer dat je rookt je wordt duizelig. je raakt er snel aan gewend.
Als je rook in ademt terwijl je zelf niet rookt noem je dat passief roken.
Je kunt verslaaft raken aan roken je krijgt dan ontwenningsverschijnselen al sje stopt
Nicotine kan honger gevoel verminderen.

Ribademhaling: bewegen de ribben en het borstbeen.
Middenrifademhaling het middenrif en de buikwand.

Longvolume is bij iedereen verschillend.
Als een volwassene rustig uitademt wordt er per ademhaling ongeveer 0,5 liter in- en uitgeademd. Dat heet het ademvolume.
De hoeveelheid lucht die maximaal per ademhaling kan worden ingeademd heet de vitale capiciteit.
Er blijft altijd 1,5 liter achter in de longen.
Cara is een afkorting van chronisch aspective respiratoire aandoeningen. Cara is een verzamelnaam voor astma bronchitis en longemfyseem.
Astma plotselinge aanvallen benauwdheid spiertjes trekken zich onbewust samen daardoor worden luchtwegen nauwer
Bronchitis is een ontsteking van de luchtpijp of bronchiën of de luchtpijptakjes.
Logemfyseem worden de longblaasjes minder elastisch zo kan er minder lucht in en uit stromen je hebt het dan voortdurend benauwd, meestal zij cara patiënten overgevoelig voor rook en dat soort dingen.

( verbranding in je lichaam)
(brandstof+zuurstof=water +koolstofdioxide+energie.)
(glucose) (vervrandingsproducten)

Verrijkingsstoffen 1 en 2 en 4

Alleen vogels en zoogdieren zijn warmbloedig.
Bij koudbloedige dieren is de temp. even warm als in de omgeving, als het erg koud is vindt er in het lichaam weinig verbranding plaats.
Hierdoor bewegen ze in de winter weinig. Ze houden een soort winterslaap; zoals kikkers die in de winter in een slootje onder het modder kruipen.
Vogels en zoogdieren hebben een constante lichaamstemp.
In hun lichaam vindt voortdurend veel verbranding plaats.
Er komt dat veel energie vrij.
Daardoor zijn ze in staat om in de winter actief door te leven, ze hebben wel weer energie nodig om niet af te koelen, daarvoor hennen we extra veel eten nodig.
Om dat te krijgen moeten dieren weer extra veel bewegen. En daarvoor is weer energie nodig. Maar als er sneeuw ligt is het voor vogels moeilijk om aan eten te komen.
We hebben middelen om ons warm te houden. Zoals kleren een vetlaag onder de huid, een dikke vacht van haren.
Ook trekken vo0gels en walvissen naar warmere gebieden in de winter.

Je stembanden liggen in je strotten hoofd, het schildkraakbeen is bekend als de adamsappel aan de bovenkant van het strottenhoofd bevind zich het tongbeen in het strottenhoofd zelf bevinden zich 2 bekerkraakbeentjes.
Tussen de bekerkraakbeentjes en het schildkraakbeen bevinden zich de stembanden.

De bekerkraakbeentjes draaien om hun as hierdoor gaan de stembanden van of tegen elkaar.
De stemspleetkan nauwer of wijder worden gemaakt.
Als je geluid wilt maken breng je de stembanden dichter tegen elkaar, de lucht die erlangs gaat brengt de stembanden in trilling zo ontstaat er geluidom te praten zij dan de tong de tanden de lippen en de vorm van de mondholte belangrijk.
Stembanden strak gespannen: hoog
Als ze langer worden bij jongens in de puberteit wordt de toon lager.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.