Hoofdstuk 8

Beoordeling 9.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 629 woorden
  • 27 oktober 2016
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 9.3
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
1. Wat is gedrag?

De studie waarbij je het gedrag van dieren onderzoekt is ethologie. Gedrag zijn alle waarneembare activiteiten van mensen en dieren, het doel is de verbetering van fysiologische toestand. Het is een opgebouwd uit opeenvolgende handelingen/gedragselementen meestal een reactie op een prikkel dat is een invloeden van een milieu op een orgasme de reactie hierop is een respons.



2. Gedrag beschrijven

Handelingen met een gemeenschappelijk doel zijn een gedragssysteem. Effect van een handeling op de volgende is een gedragsketen zoals de balts een voorplatingsketen. Een beschrijving van gedrag moet objectief zijn deze waarnemingen kan je noteren in een ethogram, een protocol is een lijst van achtereenvolgende waargenomen handelingen van een dier. Bij een beschrijvend onderzoek is de conclusie een soort onderzoeksvraag.




3. Het ontstaan van gedrag

Bij dieren zijn de factoren voor gedrag erfelijk gedrag, aangeleerd gedrag, anatomie (bouw) en de fysiologie (behoeften) ook hun gezondheid en ontwikkelingsstadium. Gedrag is een mix van al deze factoren. prikkels kunnen van buitenaf zijn maar ook intern door afwijken van de normaal hebben ze interne prikkel, de zintuigen ontvangen de externe prikkels. voor het uitvoeren hebben ze wel motivatie nodig, dit kan worden versterkt of verzwakt door de sterkte van prikkels. De zintuigen en hersen kiezen welke prikkels belangrijk zijn en beslissen hiermee je overlevingskans. Het zenuwstelsel en hormoonstelsel regelen de communicatie tussen de organen en hersenen, het regelstelsel kan zelfs de motivatie veranderen. De daglengte heeft bij veel dieren invloed op de voortplanting, door het licht en de temperatuur. Een prikkel die de doorslaggevende rol spelen zijn sleutelprikkels, een supernormale prikkel is nog sterker. Ook bij mensen kan je dit merken, zoals het kinderschema over waarneer mensen je willen vertroetelen. Mensen hebben nog een grotere reactie erop dan dieren.



4. Aangepast gedrag

Je kan gedrag op twee manieren bezitten aangeboren gedrag en leerprocessen hierin bestaan veel soorten. Gewenning is de makkelijkste manier hierbij wordt een prikkel zo gewoon dat je er uiteindelijk niet meer op reageert. Trial and error is het uitvoeren van een actie en leren dat het niet werkt en er dan mee stoppen dit is ook wel proefondervindelijk. Inprenting zijn dingen die je alleen kan leren in een bepaalde korte periode in je leven: gevoelige periode. Imitatie/nabootsing is waarneer je dingen nadoet van je soortgenoten. Dresseren door conditionering  is het leren met beloning en straffen en gedaan in door mensen gemaakte omstandigheden, hierbij kan een geconditioneerde reflex zijn reacties op prikkels die niet horen. Ook beloning wordt gebruikt om te beïnvloeden. Inzicht is het gebruiken van ervaringen om problemen op te lossen.

5. Sociaal gedrag

Het gedrag naar elkaar toe wordt sociaal gedrag genoemd. De prikkels hiervoor zijn signalen. De beste manier om te leven is in een groep, dit heeft vele voordelen maar er kunnen ook conflicten ontstaan. Een balts het gene wat vooraf een paring gebeurt het is geritualiseerd gedrag bronst is de balts bij zoogdieren. Met territoriumgedrag beschermt het mannetje zijn territorium als een indringer te dichtbij komt vertoont hij dreiggedrag, overspronggedrag is het als hij snel ander gedrag vertoont. De rangorde is er in iedere samenleving het is een manier van het voorkomen van conflicten. Er ontstaan alleen conflicten als iemand van de lagere rangorde hoger wil komen soms is dreiggedrag genoeg maar imponeergedrag wordt ook vaak gebruikt het tegenovergestelde hiervan is verzoeningsgedrag. Veel insecten leven in staten dit zien populaties met hun eigen taakverdeling, bijvoorbeeld de leider de koningin met haar werkbijen. Rolgedrag is het gedrag dat mensen verwachten wat je uitvoert als je dit doet voldoe je aan het rolpatroon.

6. Gedrag bij mensen


Bij de opvoeding worden de meeste dingen al geleerd. Leervermogen is het vermogen tot gedragsverandering. Mensen kunnen elkaar beoordelen dit kan op basis van cultuur en normen en waarden.

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.