Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hoofdstuk 7 en 8

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 815 woorden
  • 31 maart 2010
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Biologie Hoofdstuk 7 Erfelijkheid

§7.1 Je bent uniek.
Variatie komt door geslachtelijke voortplanting
Mannen:
• Produceren miljoenen zaadcellen per dag
• Variatie komt door meiose I
• 2 23 mogelijkheden
Vrouwen:
• Produceren tijdens de vruchtbare periode 400 tot 500 eicellen
• Twee dezelfde eicellen is vrijwel nul
Recombinatie: het ontstaan van nieuwe combinaties van erfelijke eigenschappen
Crossing-over: het kruisen van chromatiden van homologe chromosomen tijden de profase I
Mutaties: ontstaan door bijvoorbeeld straling of chemische stoffen in een cel waaruit een gameet ontstaat

Homo sapiens → 95% van alle mensen behoren tot dit soort
§7.2 Wat je chromosomen ‘vertellen’.
Karyogram: chromosomenportret
Geslachtschromosomen: de chromosomen uiterst links op de kyrogram → zorgen voor geslachtsbepaling
Autosomen: de overige chromosomen
Vrouwen hebben twee X-chromosomen. Die blijven zichtbaar omdat ze gespiraliseerd zijn
Het lichaampje van Barr: een gespiraliseerde X-chromosoom
Mannen hebben een X-chromosoom en een Y-chromosoom. Het SRY-gen remt of produceert een hele serie genen. Het gen zorgt daardoor ook voor de productie van zaadballen.
Monosomie: er ontbreekt een chromosoom van de 23 chromosomenparen → dat zorgt voor een miskraam
Trisomie: er is een extra chromosoom aanwezig

Chromosomale afwijkingen komen door de homologe chromosomen of door de chromatiden tijdens de meiose niet uiteen gaan en komen samen in een geslachtcel terecht.
Syndroom van Down: een extra chromosoom 21 in elke lichaamscel
Sommige aandoeningen worden veroorzaakt door een afwijkend gen.
§7.3 Een mens is meer dan zijn genen.
Fenotype: hoe je eruit ziet en hoe jij je gedraagt
Genotype: de genen voor de erfelijke informatie voor deze eigenschappen
Je Fenotype is afhankelijk van je genotype en het milieu (de omstandigheden waarin je leeft)
Sommige eigenschappen zijn erfelijk en sommige niet.
Nature → je genen
Nurture → je opvoeding/milieu
§7.4 Je genen geef je door.
Dominant: overheersend (dat bepaald je fenotype)
Recessief: ondergeschikt
Homozygoot: twee gelijke allelen (AA)
Heterozygoot: twee ongelijke allelen (Aa)
Autosomaal → ligt niet op een geslachtschromosoom en komt dus net zo vaak bij meisjes voor als bij jongens
X-chromosoomaal → ligt op het X-chromosoom en komt dus vaker voor bij jongens dan bij meisjes (omdat meisjes twee X-chromosomen hebben, dus als de één een mutatie heeft, dan heeft een meisje nog een reserve X-chromosoom)
Monohybride kruisingen: er wordt gelet op één kenmerk
Regels bij kruisingen:
P: parents
G: genotype
F1: Eerste generatie
F2: Tweede generatie
Intermediar fenotype: een tussenvorm (allebei de allelen komen tot uiting)
Bij overerving van bloedgroepen is er sprake van co-dominantie

§7.5 Als genen afwijken.
Vlokkentest: vlokken van de zich ontwikkelde placenta uit de baarmoeder halen (dit kan vanaf 10 weken)
Vruchtwaterpunctie: cellen uit vruchtwater worden opgezogen (dit kan vanaf 16 weken)
Navelstrengpunctie: bloedcellen krijgen door bloed uit de navelstreng te halen (dit kan vanaf de 19e week)
Biologie Hoofdstuk 8 Werken met genen
§ 8.1 Melk, melk en nog een melk.
Wanneer fokken als doel heeft het ras te verbeteren, is er sprake van veredelen. De mens selecteert steeds de beste ouderdieren.
Bij een goede genotype én een erg gunstig milieu kan een mens/dier een eigenschap erg goed tot uiting laten komen oftewel een goede combinatie van erfelijke eigenschappen komt pas optimaal tot uiting onder gunstige omstandigheden.
§8.2 Mientje en Adelheid
Dihybride kruising: een kruising waarbij je op twee verschillende genen tegelijk let.
Bij meiose kunnen ze over verschillende geslachtcellen worden verdeeld. Dit maakt nieuwe combinatie mogelijk bij de nakomelingen. Twee genen die gekoppeld op hetzelfde chromosoom liggen, erven zo samen over. Er ontstaan daarbij dus geen nieuwe combinaties.
De kans op een bepaald geno- of fenotype onder de nakomelingen kun je ook berekenen door het product te nemen van de kansen op de uitkomsten van elke afzonderlijke monohybride kruising.
Kruisingen tussen verwante dieren of mensen leiden tot inteelt. De kans dat in de nakomelingen eigenschappen te voorschijn komen die horen bij recessieve allelen is groten dan bij kruisingen tussen niet verwante individuen.
§8.3 Runderen uit glas.
Superovulatie: bepaalde hormonen toedienen zodat een mens/dier zo’n 10 tot 20 eicellen tegelijk laat rijpen die daarna vrijkomen
Kunstmatige inseminatie: het kunstmatig inbrengen van sperma in de baarmoeder door een inseminator
Embryotransplantatie: het inbrengen van embryo’s met behulp van een buisje in meestal draagkoeien.
Klonen: ongeslachtelijke voortplanting
Kerntransplantatie: het overbrengen van een uiercel in een lege eicel, de uiercel is weer terug gebracht naar zijn originele staat (ongedetermineerd) door een hongerbehandeling.
§8.4 Runderen met een menselijk trekje.
Bij de recombinanttechnieken brengen onderzoekers een stukje DNA (of RNA) met informatie voor een gewenste eigenschap in het DNA van een ander organisme. Hierbij ontstaat een transgeen individu.
Transgene organismen ontstaan door de recombinant-DNA-techniek.
Celfusie: het laten fuseren van twee cellen, de nieuwe cel die daaruit ontstaat bevat nieuwe genen van de beide cellen.
§8.5 Biotechnologie ter discussie.
Ethische vragen spelen een rol waar het gaat om biotechnologische technieken.
Er zijn een aantal risico’s bij het maken van transgene organismen:
• Een transgeen organisme dat ontsnapt in de natuur kan een ecologische ramp veroorzaken.
• Voedsel dat van transgene organismen is gemaakt kan nieuwe stoffen bevatten waar sommige mensen allergisch voor zijn.
• Transgene organisme die in de Westerse Wereld goed produceren door omstandigheden kan ervoor zorgen dat de Derde Wereld nog meer achterop raakt.
Vragen over veiligheid en welzijn voor mens, dier en milieu spelen een rol bij de beoordeling van onderzoek en toepassingen van moderne biotechnologische technieken.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.