Biologie Hoofdstuk 5.
“Paragraaf 5.1” Weten wat je worden moet.

Uit één bevruchte eicel ontstaat je lichaam, en de rest van de celdelingen.
Verschillen in cellen zijn zichtbaar, omdat het cytoplasma in de cellen niet gelijkmatig van samenstelling is. Het erfelijke materiaal is wel gelijk, maar in elke cel wordt een ander deel ervan gebruikt. Zo ontstaan een groot aantal verschillende celtypen: celdifferentiatie.
De samenstelling van het cytoplasma kan beïnvloed worden door de omgeving van de cel.
De plaats van een cel heeft invloed op de signalen die de cel van haar buurcellen krijgt.
vast patroon.
Bij een virusinfectie ‘luisteren’ ze niet meer naar de andere cellen, gaan ze snel delen en krijg je bijv. een wratje.
“Paragraaf 5.2” Enzymen in de hoofdrol.
Practicum scheikunde - reactieversneller - katalysator.
Lichaam - bio-katalysatoren - enzymen.
Bestaan uit eiwitmolecuul + andere stof (vitamine/metaal-ion).
Alle processen in cel afhankelijk van enzymen.
Gras - cellulose - koolhydraat opgebouwd uit moleculen glucose - als cellulose wordt gesplitst is het een brandstof  hiervoor is een enzym nodig - cellulase.
De meeste zoogdieren missen het gen om dit enzym te maken. - cellulose is niet afbreekbaar - geen gras eten.
Koeien: bacteriën in het darmkanaal bezitten het gen om dit te maken.
“Paragraaf 5.3” Van DNA tot enzym.
Enzymen - eiwitten - wordt gemaakt in het cytoplasma - ribosomen - bestaan uit een keten aminozuren - krijg je via het afbreken van je voedsel - vervoerd naar alle cellen.
In welke volgorde moeten deze aminozuren worden gekoppeld?
Er worden moleculen gevonden die de ribosomen laten weten welke eiwitten ze moeten maken en welke aminozuren daarbij nodig zijn - m(essenger)RNA.
Wordt in kern gemaakt
Aanmaak hetzelfde als verdubbeling van DNA: de basenvolgorde wordt overgeschreven in een basenvolgorde van RNA.
Wordt vanuit de kern naar de ribosomen vervoerd.
Gen op DNA wordt afgelezen - eiwit - bepaalde taak in de cel.
“Paragraaf 5.3.1” Mutaties.
Mutatie - Een verkeerde base in de nieuwe keten van het DNA - verkeerd mRNA - (soms) afwijkend eiwit.
- cel gaat dood/wijkt af.
OF
- één of meer extra chromosomen.
Syndroom van Down - 3 exemplaren van chromosoom nummer 21.
Oorzaak - UV-straling, röntgenstraling, chemische stoffen (asbest, rookgassen).
Paragraaf 5.3.2” Ooit van HUGO gehoord?
Menselijke cel - 30.000 genen - iedere cel bepaalde eiwitten voor bouw+functie van die cel.
HUGO (Human Genome Project) - het bepalen v/d volgorde v/d nucleotiden in het DNA - 2003 onderzoek klaar.
Erfelijke code - 3,2 miljard letters - groot deel van dit DNA heeft geen duidelijke functie
BCRA-gen - gen dat vorm van borstkanker bepaald - onderzoekers hebben hier patent op genomen - iedere keer als deze mutatie moet worden onderzocht moet er betaald worden.
Nieuw project: ‘Genome To Life’ - hoe maken organismen gebruik van de code.
“Paragraaf 5.4.1” Knip- en plakwerk met DNA.
DNA-code - universele code - het DNA is bij alle organismen op dezelfde manier opgebouwd.
Eten van andere organismen - krijgen van DNA (uit de celkernen) - verteren + opnieuw gebruiken van het DNA.
Bacteriën - ‘knip-enzymen’ voor het precies kapot knippen van het DNA.
Insuline (hormoon dat het suikergehalte regelt) - plak dit in een bacterie - gaat menselijke insuline produceren. -’genetisch gemodificeerde organismen/transgene organismen’ - er zit een gen in van een ander organisme.
- gerecombineerd DNA!
Kunstmatige genen - kan worden gemaakt als de basenvolgorde bekend is.
- Een virus infecteert de betreffende cel en brengt het DNA naar binnen bij de gastheercel.
- Makkelijk met bacteriën - veel gebruikte = Escherichia coli.
“Paragraaf 5.4.2” Regels om risico’s te voorkomen.
Je mag niet zomaar zelf transgene bacteriën maken - risico’s verbonden.
Pas na toestemming van de minister van Milieubeheer, mogen dergelijke organismen in het milieu worden gebracht.
“Paragraaf 5.4.3” De dader verraadt zich.

Cellen uit haarzakjes, cellen in je speeksel, zaadcellen, bloedcelen kunnen gemakkelijk vermenigvuldigd worden.
Er zitten veel ‘onzinsukjes’ in het DNA voor, deze hebben (nog) geen bepaalde gecodeerde eiwit - mutaties erin blijven bestaan omdat je er toch geen last van hebt.
DNA-profiel - DNA wordt in stukken geknipt - verschillende lengte - stukken worden gescheiden.
Bij een (politie)onderzoek wordt dit DNA-profiel van een mogelijke dader vergeleken met sporen.
“Paragraaf 5.4.4” Gentherapie.
Erfelijke ziekten - kan berusten op één bepaald defect gen (bijv. taaislijmziekte).
Gentherapie - een goed functionerend gen wordt ingebracht voor het gen wat defect is - in de luchtwegen met een spray, kruipt in de lichaamscellen en vermenigvuldigt zich.
Oorzaken van foutgang:
- Er zijn meer defecte genen.
- Het goede gen moet in voldoende celen terechtkomen.
- Het kan ook opeens weer verdwijnen.
- De vector moet zelf niet ziekmakend zijn.
- Het nieuwe gen moet ‘luisteren’ naar de afspraken in de cel. ETC.
In een bevruchte eicel kan dit proces ook plaatsvinden (bijv. albinomuizen).
“Paragraaf 5.5.1” Ontregelde groei.

Groeiregelgenen - celdeling onder controle van genen die de groei regelen.
Als er meerdere beschadigd raken kunnen ze zich onbeperkt delen, terwijl er geen behoefte aan is - mutatie - ophoping van cellen - tumor.
Als een tumor groter wordt, verdringt hij het oorspronkelijke weefsel - kan geen functie meer uivoeren.
OF
- Ze kunnen andere weefsels binnendringen.
- Als ze in bloed- of lymfevaten terechtkomen, worden ze naar andere plaatsen in het lichaam meegevoerd - nieuw gezwel - metastasen - KWAADAARDIG.
Waar komt de naam ‘kanker’ vandaan?
Ze onderzochten gezwellen van de borst, en die leken op een kreeft - ‘cancer’ is Engels voor kreeft.
“Paragraaf 5.5.2” Wat veroorzaakt kanker?
Kankercellen - Ongevoelig voor normale regeling v/d celdeling
- Blijven niet op hun plaats in het lichaam.
Bij +/- 25% is géén invloed van de omgeving geconstateerd.
Andere oorzaken: - Roken (30%).
- Voedingsgewoonten (30%).
- Straling
- Luchtvervuiling.
- Bepaalde stoffen (oplosmiddelen, asbest, bestrijdingsmiddelen).
“Paragraaf 5.5.3” Therapieën.
Belangrijkste maatregel - chirurgie - wegsnijden.
Als het niet mogelijk is - radiotherapie: röntgenstralen/gammastralen.
Metastasen - chemotherapeutica: middelen die de celdeling onmogelijk maken - ook slecht voor gewone cellen.
Alternatieve behandelingen - Moerman-therapie - gezonde voedingsgewoonten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.