Heb jij spreekangst? Voor een item van RTL Nieuws doen we onderzoek naar spreekangst. Laat ons weten of jij nerveus wordt van spreken voor een groep. Meedoen duurt maar 2 minuutjes.

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Samenvatting
Nectar Hoofdstuk 4 Gedrag
4.1 Wat is gedrag?
Gedrag is alles wat een mens of dier doet.
Begrippen gedrag
4.1 Hoe ontstaat gedrag?
Gedrag is een reactie op inwendige of uitwendige prikkels.
Bijvoorbeeld: een merel ziet een mens en vliegt weg.
 Het zien van spoorbomen die naar beneden gaan is een uitwendige prikkel.
 Het voelen van spierpijn is een inwendige prikkel.
Begrippen prikkels, uitwendige prikkel, inwendige prikkel

4.1 Werkt een prikkel altijd?
Sleutelprikkels werken altijd.
Een sleutelprikkel roept altijd dezelfde reactie op.
De rode buik van een stekelbaarsmannetje roept altijd dreiggedrag op bij andere stekelbaarsmannetjes.
Sleutelprikkels zijn soms afhankelijk van de leeftijd van het dier. Dit is het geval bij spergedrag van jonge vogels.
Bron 4.
Begrippen dreiggedrag, sleutelprikkel, spergedrag
Hoe beschrijf je gedrag?
Gedrag beschrijf je door het maken van een ethogram.
Bron 5 en 6.
In een ethogram staan de beschrijvingen van verschillende handelingen van dieren of mensen.
Het onderdeel van de biologie dat gedrag bestudeert heet ethologie.
Begrippen ethologie, handeling, ethogram
4.2 Hoe leren dieren kunstjes?
Dieren leren kunstjes door belonen en straffen.
Het juiste gedrag wordt beloond en het verkeerde gedrag wordt bestraft.
Begrippen beloning, straf
4.2 Hoe leer je zelf?
Je leert zelf door:
 imiteren: leren door gedrag na te doen
 oefenen: leren door steeds hetzelfde gedrag te herhalen
 inzicht: leren door nieuw gedrag te bedenken
Begrippen imiteren, oefenen, inzicht
4.2 Welk gedrag hoef je niet te leren?
Aangeboren gedrag hoef je niet te leren, bijvoorbeeld reflexen. Reflexen zijn snelle handelingen die onbewust gebeuren. Reflexen beschermen je lichaam tegen beschadigingen.
Begrippen reflex, aangeboren gedrag
Hoe vergroot leren de overlevingskans van een dier?
De overlevingskans van een dier wordt vergroot door:
 inprenting. Inprenting is leren in een korte gevoelige periode, vlak na de geboorte.
 spelen. Door spelen oefenen jonge roofdieren handelingen die ze later nodig hebben om te overleven.
 gewenning. Hierbij reageert een dier niet meer op een prikkel.
Begrippen inprenting, spelen, oefenen, gewenning
4.3 Hoe vertel je met je lichaam?
Vertellen met je lichaam betekent zonder spreken laten zien hoe je je voelt: lichaamstaal.
 Jezelf uitdrukken door praten heet verbaal gedrag.
 Jezelf uitdrukken zonder te praten heet non-verbaal gedrag.
Begrippen verbaal, non-verbaal, lichaamstaal
4.3 Wat is duidelijke lichaamstaal?
Duidelijke lichaamstaal zijn signalen (prikkels) waar anderen op reageren.
Voorbeelden van signalen zijn lichaamshouding, gebaren, geuren en kleuren.
Begrippen signaal
4.3 Welke signalen gebruiken bijen?
Bijen gebruiken geuren om elkaar te herkennen. En bijen voeren de rondedans of kwispeldans uit om elkaar te vertellen waar voedsel ligt
Bron 17.
Begrippen rondedans, kwispeldans
4.3 Wat maakt baby’s en knuffelbeesten schattig?
Baby’s en knuffelbeesten zijn schattig doordat ze overdreven signalen uitzenden. Overdreven signalen zijn heel sterke sleutelprikkels.
Begrippen overdreven signalen
4.4 Hoe werken dieren in groepen samen?
Dieren in groepen werken volgens een taakverdeling samen.
Dieren werken samen volgens regels.
Begrippen samenwerken, regels, taakverdeling
4.4 Wie is de baas in een groep?
Het dominanste dier is de baas in een groep.
In een groep met dominante en onderdanige dieren is rangorde.
Begrippen dominant, onderdanig, rangorde
4.4 Hoe houden dieren hun eigen plek?
Dieren houden een eigen plek door een eigen gebied (territorium) af te bakenen en te verdedigen.
Verdedigen gebeurt vooral door dreigen: dieren zijn agressief en bang tegelijk.
Het kan gebeuren dat een van de dieren in zo’n sitiuatie opeens iets gaat doen wat niet past.
Bijvoorbeeld: als twee zwanen naar elkaar dreigen gaat de één plotseling zijn veren poetsen.
Gedrag dat eigenlijk niet past in de situatie, noem je overspronggedrag.
Begrippen territorium, dreigen, overspronggedrag
4.4 Hoe vinden dieren een partner?
Dieren vinden een partner door baltsgedrag te vertonen. Dieren hebben dan opvallende signalen.
Baltsgedrag is het gedrag waarmee dieren een partner lokken en versieren.
Begrippen baltsgedrag

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

Super fijne samenvatting, maar waar is paragraaf 5?

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

prima

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

C.

C.

Super bedankt!! Mooie samenvatting!!!
?????????????

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

Ik hoop dat ik hiermee verder kan.
Heel erg Bedankt!!!!!

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

och wat een ellende

5 jaar geleden

Antwoorden

I.

I.

welke ellende?

2 jaar geleden

gast

gast

M.

M.

Heelgied!! Jammer dat het over oversprong gedrag niet instaat en waar is 4.5?? Xxx

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

R.

R.

Goede samenvatting! Alleen waar is paragraaf 4.5? Maar wel handig met leren enzo. Thanks! X

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

Ik hoop dat ik een goede punt krijg voor me bio proefwerk morgen. Als ik een goeie punt krijg of niet laat ik het hier merken dan is dit samenvatting SUPER!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

egt super thnx!!!
sgeelde me n hoop werk!!!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

heeel erg goed da ze van die samenvattingen hier zette, scheelt mij weer een heleboel werk!!! Tnx

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

thnx mann.

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

heel erg bedankt !!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast