Hoofdstuk 17

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1601 woorden
  • 15 april 2014
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 6.9
3 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Interesse in een creatieve of digitale opleiding, maar nog geen keuze gemaakt?

Doe nu de keuzetest en ontdek welke 2- of 4-jarige opleiding bij jou past binnen media, communicatie, design of tech. Vergelijk en maak makkelijker je keuze. Inschrijven kan tot 1 juli.

Naar de keuzetest

Paragraaf 1

Licht valt op ogen ->kringspiertjes in ogen trekken samen -> pupillen worden kleiner

Pigmentcellen met uitlopers tussen de zintuigcellen vormen een extra beschermingsmechanisme.

Hoornvlies: laagje doorzichtige levende cellen
op het grensvlak van lucht en het waterige hoornvlies treedt lichtbreking op, dit komt door het verschil van lucht en water. De lichtbreking wordt vergroot doordat het oppervlak van je hoornvlies gebogen is.
Je ooglens breekt het licht nog extra zodat beelden, onafhankelijk van de afstand van het voorwerp, scherp op je netvlies komen. De breking van de lichtstralen door hoornvlies en ooglens geeft een verkleinend omgekeerd beeld op het netvlies. Je hersenen vertalen alles naar rechtop.

Ooglens zit met lensbandjes vast aan het straalvormig lichaam, dat bestaat uit een aantal kringspiertjes

Veraf: spiertjes ontspannen, lensbandjes trekken de lens plat, lens wordt vlak
dichtbij: spiertjes spannen aan, lensbandjes verslappen, lens wordt bol

Door accommoderen wordt de lichtbreking aangepast en kun je op alle afstanden scherp zien.

Bijziend: lichtstralen breken te sterk, lens of brilglazen met een holle vorm.
Verziend: hebben hoornvlies en lens die lichtstralen te weinig breken, hierdoor kunnen ze op korte afstand niet scherp zien. Lezen is moeilijk, ze hebben een bril of contactlenzen nodig met bolle lensvorm. Lichtstralen worden extra sterk gebroken.

Je ziet een voorwerp alleen scherp als het beeld via de optische as recht achter de lens op de gele vlek valt. Valt het beeld naast de gele vlek dan zie je het beeld wazig. Van de 180 graden die je ogen zien neemt je gele vlek aar 2 graden voor zijn rekening. In de gele vlek bevinden zich uitsluitend lichtgevoelige cellen met een spits uiteinde, de kegeltjes. Naar de zijkanten van het netvlies toe neemt het aantal kegeltjes per mm2 af: hun dichtheid wordt kleiner.
Kegeltjes zijn in rust actief. Ze geven een constante stroom informatie af. Ze bevatten een pigment dat bij belichting uiteenvalt. Dit leidt tot een keten van chemische reacties, waardoor de activiteit van kegeltjes vermindert. Wanneer het licht uitgaat, ontstaat er weer een verhoogde activiteit in de kegeltjes. Doordat er drie types kegeltjes zijn, die gevoelig zijn voor verschillende kleuren licht, zijn de hersenen in staat een gekleurd beeld van je omgeving samen te stellen.

Schemering: je pupillen worden wijder doordat straalvormige spiertjes in de iris samentrekken en de kringspiertjes ontspannen. Toch werd het na een poosje te donker voor de kegeltjes in je netvlies: ze hebben een hoge prikkeldrempel. Dat je nog kan zien komt door de miljoenen andere zintuigcellen, de staafjes, die buiten de gele vlek in het netvlies liggen. Staafjes hebben een ander pigment dan kegeltjes. Daardoor zijn ze veel gevoeliger voor licht: ze hebben een lagere prikkeldrempel dan kegeltjes. In het schemerdonker, wanneer de kegeltjes in rust zijn, reageren staafjes op zwakke lichtprikkels. Ze maken daarbij geen onderscheid tussen verschillende lichtkleuren, maar reageren alleen op lichtintensiteit. Omdat in zwak licht de gele vlek niet actief is, is de scherpte van het beeld weg.

Paragraaf 2
de staafjes en kegeltjes geven informatie door aan neuronen. In het netvlies zijn dat bipolaire cellen. Bipolaire cellen geven de informatie door aan ganglioncellen. Zenuwcellen die dwarsverbindingen leggen zijn horizontale cellen en amacriene cellen. Een menselijk netvlies bevat 125 miljoen staafjes en 7 miljoen kegeltjes. De informatie uit deze zintuigcellen gaat langs 1 miljoen zenuwceluitlopers door een oogzenuw naar de hersenen. Uit die aantallen kun je afleiden dat niet elk staafje of kegeltje rechtstreeks verbonden kan zijn met de hersenen. Staafjes en kegeltjes zijn in kleinere en grotere groepen geschakeld, een dergelijk geschakelde groep zintuigcellen vormt met de afvoerende ganglioncel een receptief veld. Een receptief veld bestaat uit een centrum zone en een randzone. De receptoren in het centrum en de rand zijn op verschillende manieren geschakeld met de afvoerende ganglioncel. Receptieve velden overlappen elkaar meestal dus. Receptoren kunnen bij verschillende receptieve velden horen. In de gele vlek zijn de receptieve velden het kleinst. De kleinste bestaan uit 2 of soms 1 kegeltje. Daarom zie je in de gele vlek het scherpst, naar de rand toe bestaan receptieve velden soms wel uit 1000 zintuigcellen, daarom zie je vanuit die plek wazig.

Kegeltje 1 : type dat maximaal gevoelig is voor blauw licht (420 nm)
kegeltje 2 : type dat maximaal gevoelig is voor groen licht (535 nm)
kegeltje 3 : type dat maximaal gevoelig is voor rood licht (565 nm)

De één miljoen ganglionceluitlopers naar de hersenen vormen samen een oogzenuw. Via de oogzenuw komt de informatie in de thalamus, een gebied in de hersenen ten hoogte van de slapen. Tussen de ogen en de thalamus in splitsen beide oogzenuwen zich. Van beide rechterhelften van de netvliezen komt de informatie aan de rechterkant in de hersenen terecht. Van beide linkerhelften komt de informatie in de linkerkant van de hersenen. Vandaar geven zenuwcellen de informatie door naar de visuele schors in het achterhoofd.
Visuele schors: bestaat uit meerdere lagen met allemaal een andere functies. Lagen: analyseren binnengekomen informatie en proberen verbanden te leggen tussen onderdelen van het beeld.
Laag voor beweging, vorm, kleur en voor de contouren van objecten in beweging.

Onderzoek: lui oog.

Paragraaf 3

Kleurenblind: meestal kunnen ze de kleuren rood en groen niet goed zien; het allel voor het rode pigment in de roodgevoelige kegeltjes, of het allel voor het groene pigment in de groengevoelige kegeltjes ontbreekt; meestal bij mannen en jongens omdat de genen van deze pigmenten op het X-chromosoom liggen, vrouwen hebben deze niet; geel-blauw kleurenblindheid is zeldzaam, het allel voor het blauwe pigment ligt niet op de X-chromosoom. Iemand met twee defecte allellen kunnen het verschil tussen blauw en groen niet goed waarnemen.

Trichromaat: zien alle kleuren, alle pigmenten zijn goed zichtbaar
dichromaat: zijn deels kleurenblind, maar 2 soorten kleurkegeltjes werken, 1 is defect
monochromaat: zijn kleurenblind, maar 1 soort kleurkegeltjes werkt, 2 zijn defect

Als 1 soort kegeltje langdurig heeft gewerkt worden de kegeltjes minder gevoelig voor die kleur, die kegeltjes werken dan tijdelijk niet meer. Als je daarna naar een wit vlak staart zie je daarna een nabeeld in de tegenover gestelde kleur. Bij blauw is dat bijvoorbeeld geel, bij wit is dat zwart en bij rood is dat groen.

Paragraaf 4

Je evenwichtsorganen registreren elke beweging, ze sturen berichten naar je oogspieren die in tegengestelde richting draaien om je beeld niet kwijt te raken. Met behulp van deze regelkring kun je blijven fixeren.

In het binnenoor bevindt zich een labyrint. Dat bestaat uit drie halfcirkelvormige kanalen, gevuld met vloeistof, de endolymfe. Elk kanaal heeft een verdikt gedeelte, op de bodem van deze verdikking bevinden zich zintuigcellen met lange zintuigharen. Die haren steken in een geleiachtige massa, de cupula, die als een klapdeur in de endolymfe ligt. Bij elke draaiing van je hoofd bewegen de wanden van de kanalen met je hoofd mee en dus ook de zintuigcellen. De endolymfe in de kanalen blijft door haar traagheid even stilstaan. Daardoor beweegt de cupula. De zintuigharen buigen. Dat is de prikkel waardoor de zintuigcellen informatie doorgeven naar de hersenen. Bij rechtlijnige bewegingen naar boven of beneden, van voor naar achter of van links naar rechts gebruik je de maculae in het vestibulum van het labyrint.

Misselijkheid bij het lezen van een boek in de auto:

De afstand tussen oog en boek verandert niet, ook niet wanneer je over een hobbelige weg rijdt. Je evenwichtszintuig registreert wel continu veranderingen: je hoofd beweegt op en neer met de hobbels, heen en weer in de bochten en van voor naar achter bij remmen en optrekken. Het verschil in informatie tussen ogen en evenwichtszintuigen veroorzaakt het misselijkheidgevoel. Zodra je naar buiten kijkt klopt de informatie weer met je zicht en verdwijnt de misselijkheid.

Geluidsgolven neem je waar met je gehoorzintuigen. De adequate prikkel bestaat uit trillingen van bepaalde frequenties. Het principe is ongeveer gelijk aan dat van je evenwichtszintuigen. Geluidsgolven veroorzaken trillingen in het slakkenhuis van je gehoorzintuig. Dit zit samen met je evenwichtszintuig in je binnenoor. Door de trilling ontstaan er bewegingen in zintuigharen verbonden met zintuigcellen. Bij een prikkeling boven de drempelwaarde geven de zintuigcellen daarop informatie door aan de hersenen.

Paragraaf 5

Talloze, tussen de spiervezels gelegen zintuigjes, de spierspoeltjes, die informatie over de rektoestand van spieren leveren. Spierspoeltjes zijn in rust ‘actief’: dan gaat er een constante informatie naar de hersenen. Wanneer het middengedeelte van het spierspoeltje oprekt neemt de activiteit in een spierspoeltje toe; bij verkorting neemt de activiteit af. De adequate prikkel voor een spierspoeltje is een verandering in lengte van het middengedeelte. Als er een spier uitrekt gaat er door de informatie uit de spierspoeltjes een regelkring werken die de spier weer korter maakt. Wil je in een bepaalde houding blijven zitten of staan dan werken de spierspoeltjes dus als een fixatiezintuig. Wil je de spieren laten samentrekken dan stuurt je centrale zenuwstelsel eerst een bericht naar je spierspoeltjes.
de uiteinden van de spoeltjes trekken samen, het middengedeelte rekt dan een soort van uit. De activiteit van de spierspoeltjes stijgt. Door bijvoorbeeld in je biceps eerst de spierspoeltjes samen te trekken, kun je bereiken dat je biceps als geheel samentrekken. In je triceps gebeurt dus het omgekeerde. De regelkring voor het verkorten van je triceps wordt geremd. Hierdoor kun je je biceps verkorten, zonder dat je triceps je arm in de oude positie terugtrekt. De ontspanning van je triceps is zodanig geregeld, dat tijdens het buigen van je arm een beweging zonder schokken ontstaat. Bij al je bewegingen geldt dat buigspieren en strekspieren samenwerken om vloeiende bewegingen te maken.

Peeslichaampjes reageren ook op rek, ze reageren op kleine uitrekkingen van een pees. Een pees rekt uit wanneer een spier er aan trekt. Via een regelkring verkort de bijbehorende spier. Wanneer de rek te groot wordt, gaat er een dringend bericht naar de hersenen, daardoor verslapt de bijbehorende spier. Deze regelkring voorkomt blessures,

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.