Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 10

Beoordeling 7.3
Foto van Sarah
  • Samenvatting door Sarah
  • 2e klas havo/vwo | 1001 woorden
  • 21 juni 2015
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 11 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Hoe zit je skelet in elkaar:



Je botten vormen je skelet of beenderstelsel. De botten van je hoofd vormen je schedel. De botten van je wervelkolom worden wervels genoemd, die dragen je schedel. Je heupbeenderen vormen samen je bekken. Aan je bekken zitten de langste botten van je lichaam, je dijbeenderen.



Waarvoor dient je skelet:



Je skelet heeft 4 functies:



1. stevigheid geven, zonder botten zak je als een pudding in elkaar



2. vorm geven



3. bescherming geven, belangrijke organen worden beschermd, bijvoorbeeld je schedel en je borstkas.



4. beweging mogelijk maken, je spieren zitten aan je botten vast daardoor kan je bewegen.



Waar zijn botten van gemaakt:



Je bot bestaat uit kalk en lijmstof. Kalk zorgt ervoor dat je botten hard en stevig zijn. Lijmstof zorgt ervoor dat het een beetje buigbaar is. De meeste botten zijn hard. Het grootste deel bestaat uit been. Been bestaat uit beencellen, die in ringen groeien daardoor is je bot stevig. In het midden van je bot is een holle ruimte daar zit beenmerg in.



Je hebt ook botten die meer buigzaam zijn, zoals het puntje van je neus of je oorschelp. Ze bestaan uit kraakbeen. Kraakbeen bestaat uit groepjes kraakbeencellen. In kraakbeen zit veel lijmstof. Kraakbeen zit ook over de uiteinden van je botten om ze soepel te laten bewegen.



Hoe zitten je botten aan elkaar:



Je botten kunnen op vier manieren aan elkaar vastzitten:



1. door gewrichten: dan heb je daar nog drie soorten van: kogelgewricht, scharniergewricht en rolgewricht.



2. met kraakbeen, bijvoorbeeld je ribben zitten met kraakbeen aan elkaar vast.



3. vergroeid, je staartbeen is een vergroeid er is geen enkele beweging mogelijk.



4. naadverbinding: je schedel bestaat uit een naadverbinding.



Hoe beweegt een gewricht:



De gewrichtsknobbel draait in de gewrichtskom. Op de gewrichtsknobbel zit een laagje kraakbeen om het goed te laten draaien. Het gewrichtskapsel houd de boel bij elkaar. Het gewrichtskapsel maakt gewrichtssmeer om het soepel te laten bewegen. Gewrichten die zwaar werk moeten verichten zijn extra verstevigd met gewrichtsbanden.



Schokt je hoofd als je sport:



Je wervelkolom heet een speciale vorm, een dubbele S-vorm. Daartussen zitten kraakbeenlaagjes. Die kunnen een beetje ingeduwt worden. Daardoor kan je springen en rennen zonder dat je hoofd schokt.



Elke wervel bestaat uit een wervellichaam met een wervel gat, waarin ruggenmerg zit.



10.3



Hoe werken je spieren:



Spieren bestaan uit een groot aantal spiercellen. Die spiercellen heten spiervezels. Spiervezels zitten in groepjes bij elkaar in spierbundels. Om elke bundel zit een taai vlies, waarin veel stevige vezels zitten. Die vliezen zvan de spierbundels zijn aan het uiteinde van een spier samengevlochten tot een of meer pezen. En die pezen zitten vast aan het skelet. Door het samentrekken van je spiervezels wordt je spier korter. Hoe meer spiervezels samentrekken, hoe meer kracht de spier levert.



Hoe buig en strek je je arm:



In je opperarm heb je twee spieren. Aan de bovenkant heb je de armbuigspier oftewel de biceps. Aan de onderkant heb je de armstrek spier. Als je je arm buigt wordt de biceps korter en daarom dikker en dan ontspant de triceps die wordt dus lang. Als je je arm strekt trekt de triceps samen en ontspant de biceps zich. Spieren die zo’n tegengestelde beweging mogelijk maken heten antagonisten. In de wand van je slokdarm, maag en darmen zitten ook spieren. Deze spieren perzen het voedsel door je verteringsstelsel. In deze organen zitten twee soorten spieren: kringspieren en lengtespieren. Deze spieren zijn ook antagonisten.



Hoe train je je spieren:



Een goede training is het geheim voor sportprestaties. Wat kan je allemaal trainen:



1. spierkracht: kracht van de spiervezels samen



2. lenigheid: hoe lang je je spieren kunt maken



3. Coördinatie: hoe goed spierbewegingen op elkaar zijn afgestemd.



4. uithoudingsvermogen: hoe lang je spieren het kunnen volhouden.



Welke spieren worden niet moe:



Je hart wordt nooit moe. Ook niet als je je flink inspant en dat je hart dan harder moet werken. Dat komt doordat er tussen elke twee hartslagen een pauze zit. In die tijd raakt het hart z’n afvalstoffen kwijt. De spieren in je verteringsorganen worden ook nooit moe. Ze bewgen net als je hart maar door. Je hart en de spieren van je verteringsorganen zijn voorbeelden van spieren die ‘vanzel’ werken. Je hoeft er niet bij na te denken. Maar je kan ze ook niet sturen. Deze spieren heten onwillekeurige spieren. De skeletspieren zijn willekeurige spieren je kan zelf beslissen of ze samentrekken of niet.



10.5



Welke botblessures zijn er:



botblessure: 



-een bot is gebroken. De arts zet de botstukken. Dan moet je daarna in gips.



Gewrichtsblessures:



-bij een ontwrichting schiet de gewrichtsknobbel uit de gewrichtskom. Een arts zet de knobbel weer terug in de kom. De gewrichtsbanden zijn dan opgerekt en hebben rust nodig.



-bij een verstuiking rekken spieren te ver uit of ze scheuren in. Het gewricht zwelt dan op. Je moet het gewricht koelen met ijs en daarna rust houden.



-bij een voetbalknie scheur je het kraakbeen in je kniegewricht. Meestal scheurt de binneste meniscus. Het afgescherude stukje kraakbeen bellemerd het buigen van je knie. Je knie zit opslot.



Spierblessures:




  • bij spierpijn blijven afvalstoffen achter in de spieren.

  • bij een spierkneuzing zijn de spiervezels en bloedvaatjes in de spier stuk.

  • bij spierkramp trekt de spier plotseling samen.

  • bij een spierscheuring ontstaat er een scheurtje in de vliezen rond de spierbundels.

  • bij een zweepslag ontstaat er een plotselinge spierscheuring.



Hoe voorkom je blessures:



Je voorkomt gewrichtsblessures als je je gewricht gaat intapen. Je omwikkelt het gewricht dan met een soort linnen plakband. Ook is een goede warming-up heel belangrijk als je gaat sporten. Je doet dan allerlei oefeningen om je spieren te laten bewegen. Door te bewegen stroomt er veel bloed door de spieren. Zo maak je je spieren warn. Een warme spier kan makkelijker samentrekken en raakt minder snel overbelast. Om spierpijn te voorkomen is een cooling-down na het trainen erg belangrijk. Je loopt dan rustig even rond en je rekt en strekt wat. Door je spieren een beetje te bewegen, stroomt er voldoende bloed door je spier om afvalstoffen af te voeren.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Bas

Bas

thnx voor dit verslag. Heb er superveel aan bij mn samenvatting

4 jaar geleden