Biologie hoofdstuk 10

Regelkring: beschrijving van opeenvolgende gebeurtenissen zonder begin- of eindpunt; laat zien hoe een regeling precies werkt. (bijv. het regelen van de temperatuur van douchewater door het bijstellen van warm- en koudwaterkraan)
Norm (of set point): gewenste waarde in een regelkring.
Receptor: meet in een regelkring voortdurend de afwijking van de norm.
Effectoren: veroorzaken een tegengestelde beweging, zodat de norm wordt nagestreefd. (bijv. arm- en schouderspieren bij het fietsen).
Negatieve terugkoppeling: elke afwijking van norm beantwoord je met een tegengestelde beweging, dat is negatieve terugkoppeling.
Negatief want is tegengestelde actie op waargenomen effect.
Terugkoppeling, want informatie van receptor wordt na vergelijking met norm omgezet in opdracht voor effector in regelkring. De effector voert opdracht uit.
Impulsen: (bijv.) vallen naar links is een prikkel die in evenwichtsreceptoren wordt omgezet in impulsen. Via zenuwvezels gaan impulsen naar hersenen. In hersenen informatie van receptoren vergeleken met norm.
In een regelkring met negatieve terugkoppeling wordt een afwijking van de norm beantwoord met een actie van een effector die een tegengesteld effect heeft.
Schiltemperatuur: temperatuur in buitenkant van je lichaam.
 afhankelijk van omgevingstemperatuur en meestal lager dan 37°C.
Kerntemperatuur (= lichaamstemperatuur): temperatuur van 37°C die binnen in je lichaam, onafhankelijk van de buitentemperatuur, wordt gehandhaafd.
De lichaamstemperatuur is te onderscheiden in een kerntemperatuur van ± 37°C en een variabele schiltemperatuur.
ATP: bij inspanning neemt stofwisseling in spiercellen toe, daardoor meer ATP voor bewegen van spieren en meer restwarme.
Door wijder worden van bloedvaten in huid verplaatst warmte naar buitenkant lichaam  schiltemperatuur stijgt, kerntemperatuur daalt. Uitstraling warmte neemt toe door warmer worden van huid. Toename geleiding van warmte door grotere verschil in temperatuur tussen huid en omgeving. Door stroming verlies je meer warmte; opgewarmde lucht (door huid) stijgt op, daardoor onderaan koude lucht aangezogen.
Verdampingswarmte: wordt door meer zweten aan huid onttrokken, daardoor koelt bloed  schiltemperatuur neemt af.
Lichaamstemperatuur wordt geregeld door regelsysteem met negatieve terugkoppeling.
- In huid temperatuurzintuigen  receptoren schiltemperatuur
- In hypothalamus (onderin hersenen) belangrijke receptor kerntemperatuur  meet bloedtemperatuur
- In verwerkingseenheid, wordt receptorinformatie vergeleken met norm, afwijking  impulsen naar effectoren om afwijking te corrigeren.
- Twee effectoren voor kerntemperatuur regeling  zweetklieren en bloedvaatjes in huid.
De regeling van lichaamstemperatuur verloopt via regelkringen met negatieve terugkoppeling.De norm voor de kerntemperatuur ligt vast in de hypothalamus.
Koorts is reactie van lichaam op infectie. Door hogere lichaamstemperatuur wordt productie en afgifte van afweerstoffen gestimuleerd. Oorzaak koorts is tijdelijke verschuiving van norm voor kerntemperatuur  vindt plaats onder invloed van cytokine van witte bloedcellen.
Een koortsaanval is het gevolg van een tijdelijke verschuiving van de norm in de regelkring van de kerntemperatuur.
Onderkoeling ontstaat als warmteproductie van lichaam de warmteafgifte niet kan bijbenen.
Bij kerntemperatuur onder 35°C eerst gedesoriënteerd en verward, dan apathisch en bij ± 31°C verlies je bewustzijn. Onder 30°C hartstilstand. Bij onderkoeling wordt bewuste gedrag om tegenmaatregelen te treffen uitgeschakeld. Bij verhitting of koorts reageert lichaam effectiever dan bij onderkoeling.
Maatregelen bij te hoge temperatuur: warmteafgifte door bloedvatverwijding en transpireren.
Maatregelen bij te lage temperatuur: warmteafgifte wordt beperkt door bloedvatvernauwing en stoppen van transpireren. Ook neemt warmteproductie toe door onwillekeurige spierbewegingen (zoals rillen en klappertanden). Als schiltemperatuur te laag wordt, neemt doorbloeding toe om beschadiging te voorkomen  huid wordt roder in langdurig verblijf in kou. Bij onderkoeling beschermingsmaatregel contraproductief: proces onderkoeling wordt versneld.
Van onderkoeling is sprake wanneer kerntemperatuur zover daalt dat bewusteloosheid optreedt.
60% van lichaam water. Ruim helft van water in cellen. Rest in verbonden ruimten:
- Bloedvatenstelsel (snelste transport, toevoer bloed naar organen door spiertjes in wand bloedvat.
- lymfevaatstelsel
- intercellulaire ruimten: alle holtes tussen de cellen samen.
Haarvaten: zeer dunne, poreuze bloedvaten.
Door bloeddruk aan begin haarvaten, stroomt weefselvloeistof (bloedplasma-extract) de weefsels in. Groot deel wordt weer opgenomen aan eind haarvaten, wat overblijft naar weefsels.
Per dag ± 9 liter weefselvloeistof door miljarden minuscule ruimten tussen cellen richting haarvaten of lymfevaten.
Weefselvloeistof onderdeel interne milieu, omdat eigenschappen en samenstelling van weefselvloeistof directe omgeving van lichaamscellen vormen.
Heel weinig aantal cellen in direct contact bloed, aalleen paar lagen cellen aan binnenkant bloedvaten, vrijwel al je lichaamscellen baden in weefselvloeistof.
Het interne milieu van lichaam wordt gevormd door weefselvloeistof, de lymfe, het bloed en celinhoud. Weefselvloeistof wordt rechtstreeks of via lymfevaatstelsel, weer opgenomen in bloedsomloop.
Zweet: voornamelijk water met opgeloste zouten.
Nieren regelen concentratie verschillende zouten in bloedplasma en dus ook zoutconcentratie van weefselvloeistof. Verlies aan water en zouten compenseren door minder urine te produceren en minder zouten uit te scheiden.
Tijdens inspanning extra veel afvalstoffen  pH, weefselvloeistof en bloedplasma daalt. Nieren remmen dit af door afvalstoffen uit te scheiden.
Als iemand die zware inspanning levert, zich slecht verzorgt:
- spier- en zenuwcellen reageren  beweegt trager en minder krachtig, concentratie neemt af en bewustzijn vermindert.
- Krijgt last van inspanningskoorts, uitdroging, zoutgebrek en ophoping van afvalstoffen.  verknoeit interne milieu.
Betrokken organen bij bewaken kwaliteit interne milieu:
- nieren
- longen (zuurstof wordt opgenomen en afvalgas koolstofdioxide verwijderd samen met water en warmte)
- maagdarmkanaal ((vast en vloeibaar voedsel wordt bewerkt tot een voor bloed geschikte vorm. Ongeschikte stoffen worden vastgehouden en uitgescheiden als ontlasting.
- lever (centraal magazijn lichaam voorraad glucose, vitaminen, aminozuren (eiwitbouwstenen) en zouten) lever recyclet afvalstoffen en haalt gifstoffen uit bloed en daarmee uit weefselvloeistof.
Voor interne milieu ook een regelkring: normen en verwerkingseenheden liggen in hypothalamus.
Elk hormoon is boodschap of bericht dat alleen begrepen wordt door cellen met celmembraanreceptor waarop dat hormoon past. Meeste hormoonklieren vanuit hypothalamus bestuurd.
De concentratie zouten en de pH van interne milieu zijn van levensbelang voor cellen. Veel normen voor kwaliteit van interne milieu liggen vast in hypothalamus.
Homeostase: gelijke toestand. Organismen handhaven een constant intern milieu temidden van allerlei wisselende invloeden van buitenaf en van binnenin.
Homeostase eindresultaat van groot aantal regelkringen met norm en negatieve terugkoppeling.
Interne milieu niet constant maar stabiel.
Een homeostatische regeling in je lichaam bestaat uit een regelkring waarin een norm wordt gehandhaafd door negatieve terugkoppeling. Het resultaat van alle homeostatische regelingen samen is homeostase: het handhaven van een stabiel intern milieu.
Homeostase is de basis voor gezondheid. Hoe beter je daar rekening mee houdt des te groter is de kans dat je gezond blijft.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.